1.
Vaar rechts (stuurboordwal) op water waar gemotoriseerde scheepvaart vaart.
2.
Steek nooit over vóór beroepsvaart of grote motorvaart – hun remweg is lang en ze zien je vaak laat.
3.
Vaar in het koude seizoen niet zonder zwemvest en zorg voor voldoende drijfvermogen in de kano.
4.
Vaar niet door afgesloten natuurgebieden en hinder geen sportvissers; vaar nooit door visnetten.
5.
Geef beroepsvaart en motorvaart voorrang — klein wijkt voor groot.
6.
Een veerpont heeft voorrang — houd ruime afstand i.v.m. kabels en draaibewegingen.
7.
Bij sluizen: wacht rechts langs de kant vóór het stopteken en blijf direct na de sluis niet stil liggen.
8.
Gebruik geen alcohol tijdens tochten, zeker niet bij koud weer — onderkoeling en reactieverlies liggen op de loer.
9.
Begin rustig in koud weer: spieren moeten warm worden; een goede warming-up voorkomt blessures.
10.
Draag als beginner de kano over bij stuwen; ga nooit voorbij een boeienlijn bij een stuw.
11.
Houd rekening met de grote dode hoek van beroepsvaart — zie je de stuurhut niet, dan zien zij jou niet.
12.
Mijd groot water bij slecht weer en vaar bij koud weer nooit alleen op open water.
13.
Snij geen bochten af en houd rechts in onoverzichtelijke bochten.
14.
Vaar als groep ordelijk en geef tijdig ruimte aan andere watersporters.
15.
Vaar 's nachts niet onverlicht. Wettelijk minimaal wit rondom licht zichtbaar tot 360°.
16.
Controleer steigers en hellingen op gladheid — valpartijen gebeuren vaak buiten de kano.
17.
Behandel vaarwater met beroepsvaart niet als speeltuin – volg strikt de vaarregels.
18.
Zet kano's stevig vast op auto of trailer; controleer sjorbanden op slijtage.
19.
Zorg bij warm weer voor drinkwater en zout — uitdroging en kramp ontstaan sneller dan je denkt.
20.
Ga niet op groot water zonder kennis van reddingen binnen de groep.
21.
Veiligheid begint met gezond verstand en kennis, niet met alleen materiaal.
22.
Test nieuw veiligheidsmateriaal eerst in oefensituaties.
23.
Gebruik op zee een waterdichte Aquapack voor marifoon of GPS; neem reservebatterij en papieren kaart mee.
24.
Draag geen kuitlaarzen met open schacht in de kano — beknellinggevaar bij omslaan.
25.
Vaar bij slecht zicht op groot water bij voorkeur met radarreflector en goed licht.