LAN staat voor Local Area Network: een lokaal netwerk
waarin apparaten met elkaar kunnen communiceren.
Ethernet is een veelgebruikte techniek om apparaten
via een netwerkkabel met een netwerk te verbinden.
Een bekabelde verbinding is vaak stabiel en kan een
hoge snelheid bieden. De werkelijke snelheid is afhankelijk
van onder andere de netwerkpoorten, kabels, router en
internetverbinding.
WLAN staat voor Wireless Local Area Network. Wifi is de
bekende technologie waarmee apparaten draadloos verbinding
maken met een lokaal netwerk.
De router of het draadloze toegangspunt verzorgt doorgaans
de verbinding tussen de draadloze apparaten en het netwerk.
Via dat netwerk kan internet beschikbaar zijn, maar een
lokaal netwerk kan ook zonder internetverbinding werken.
Wifi 6, wifi 6E en wifi 7 zijn voorbeelden van generaties
wifi-technologie. De beschikbare snelheid en mogelijkheden
hangen af van de gebruikte apparatuur, frequentieband,
afstand en storingen in de omgeving.
Een modem of ander toegangssysteem verzorgt de verbinding
met het netwerk van de internetprovider. Een router verbindt
verschillende netwerken met elkaar en zorgt ervoor dat
apparaten in een thuisnetwerk gegevens kunnen uitwisselen
en doorgaans toegang tot internet krijgen.
Veel thuisapparaten combineren een modem, router,
wifi-toegangspunt en soms een netwerkswitch in één behuizing.
De precieze functies hangen af van het apparaat en de
gebruikte internetverbinding.
Bluetooth is een draadloze techniek voor communicatie
over korte afstanden. De technologie wordt onder andere
gebruikt voor draadloze muizen, toetsenborden,
hoofdtelefoons, luidsprekers en andere accessoires.
Bluetooth is niet hetzelfde als wifi. Beide technieken
zijn draadloos, maar zijn ontworpen voor verschillende
soorten verbindingen en toepassingen.
De geluidsvoorziening van een computer verzorgt de verwerking
van digitale geluidsgegevens en de verbinding met bijvoorbeeld
luidsprekers, hoofdtelefoons en microfoons.
Veel computers hebben de benodigde audiotechniek al op het
moederbord. Een afzonderlijke geluidskaart of externe
audio-interface kan extra aansluitingen of functies bieden.
Geluid kan ook digitaal via HDMI, DisplayPort of USB
worden overgedragen.
Een driver is software waarmee het besturingssysteem
een hardwareonderdeel kan aansturen. Voorbeelden zijn
drivers voor printers, videokaarten en netwerkadapters.
Firmware is software die in een apparaat zelf is opgeslagen
en de basisfuncties ervan regelt. Firmware komt bijvoorbeeld
voor in moederborden, SSD's, routers en randapparatuur.
Updates kunnen problemen oplossen, de beveiliging verbeteren
of functies toevoegen. Gebruik bij voorkeur updates van
de fabrikant of van een betrouwbare officiële bron.
TPM en computerbeveiliging
TPM staat voor Trusted Platform Module. Dit is een
beveiligingsvoorziening die cryptografische gegevens
en bepaalde beveiligingsfuncties kan ondersteunen.
TPM kan onder andere worden gebruikt bij functies voor
apparaatbeveiliging en schijfversleuteling. Sommige
computers hebben een afzonderlijke TPM-chip, terwijl
andere een firmwaregebaseerde oplossing gebruiken.
Een TPM alleen maakt een computer niet volledig veilig.
Ook updates, sterke aanmeldbeveiliging, goede instellingen
en regelmatige back-ups blijven belangrijk.
Beeldschermen: LCD, LED en OLED
Een beeldscherm zet beeldgegevens om in zichtbare beelden.
De kwaliteit wordt onder andere bepaald door resolutie,
helderheid, contrast, kleurweergave en verversingssnelheid.
LCD staat voor Liquid Crystal Display. Bij een lcd-scherm
regelen vloeibare kristallen hoeveel licht per pixel
wordt doorgelaten. Veel lcd-schermen gebruiken
ledverlichting als achtergrondverlichting.
OLED staat voor Organic Light-Emitting Diode. Bij OLED
kunnen de pixels zelf licht produceren. Daardoor kan
een pixel volledig worden uitgeschakeld, wat diepe
zwarttinten mogelijk maakt.
LED verwijst bij veel monitoren naar de gebruikte
achtergrondverlichting van een lcd-scherm. Een
led-achtergrondverlichting betekent dus niet automatisch
dat het scherm OLED-technologie gebruikt.
Resolutie en verversingssnelheid
De resolutie geeft aan uit hoeveel beeldpunten een
beeldscherm bestaat. Een hogere resolutie kan meer details
weergeven, mits de gebruikte apparatuur en software
deze ondersteunt.
Full HD, QHD en 4K zijn veelgebruikte aanduidingen voor
beeldresoluties. De verversingssnelheid wordt uitgedrukt
in hertz (Hz) en geeft aan hoe vaak het scherm het beeld
per seconde kan vernieuwen.
Een hogere verversingssnelheid kan zorgen voor vloeiender
bewegingen. Het resultaat hangt ook af van de computer,
de grafische verwerking en de inhoud die wordt weergegeven.
Randapparatuur bestaat uit apparaten die op een computer
worden aangesloten om de bediening uit te voeren,
informatie weer te geven of gegevens uit te wisselen.
Voorbeelden zijn een monitor, toetsenbord, muis,
webcam, microfoon, printer, scanner, externe harde schijf
en USB-stick.
Apparaten kunnen worden aangesloten via USB, Bluetooth,
wifi, HDMI, DisplayPort of andere geschikte aansluitingen.
Niet iedere aansluiting ondersteunt dezelfde functies.
Een back-up is een reservekopie van belangrijke bestanden.
Hiermee kunnen gegevens worden hersteld wanneer bestanden
verloren gaan door bijvoorbeeld een defect, een fout of
een beveiligingsincident.
Back-ups kunnen worden opgeslagen op een externe schijf,
een ander opslagapparaat of een online dienst.
Cloudopslag betekent dat bestanden op externe servers
worden bewaard en via een netwerk toegankelijk kunnen zijn.
Synchronisatie is niet hetzelfde als een volledige back-up.
Wanneer een bestand wordt verwijderd of beschadigd,
kan die wijziging soms ook worden gesynchroniseerd.
Bewaar daarom meerdere herstelbare kopieën van belangrijke
gegevens.
Optische opslag: cd, dvd en Blu-ray
Cd's, dvd's en Blu-ray-schijven zijn optische
opslagmedia die met behulp van een laser worden gelezen.
Ze werden en worden gebruikt voor onder andere muziek,
films, software en gegevensopslag.
Een cd biedt doorgaans ongeveer 650 tot 700 MB opslagruimte.
Een enkellaagse dvd biedt ongeveer 4,7 GB en een
enkellaagse Blu-ray-schijf doorgaans 25 GB.
Er bestaan vooraf beschreven schijven en beschrijfbare
varianten. R staat voor eenmalig beschrijfbaar en RW
voor opnieuw beschrijfbaar. Niet ieder station kan
alle typen schijven lezen of beschrijven.
Oudere opslag- en aansluittechnieken
Oudere computers gebruikten onder andere diskettes,
IDE/PATA-kabels en FireWire-aansluitingen.
Een diskettestation (Floppy Disk Drive of FDD) las
gegevens van kleine magnetische diskettes. FireWire
werd onder andere gebruikt voor het aansluiten van
videocamera's en externe opslagapparaten.
IDE/PATA was een oudere manier om opslagapparaten
op het moederbord aan te sluiten. Deze techniek werd
grotendeels vervangen door SATA en later, voor bepaalde
toepassingen, door PCIe-gebaseerde opslag.
Deze technieken zijn tegenwoordig vooral van belang
bij oudere computers, archivering en het terughalen
van gegevens van oude opslagmedia.
CRT staat voor Cathode Ray Tube. Dit is de beeldbuistechniek
die vroeger veel werd gebruikt in computermonitoren en
televisies. CRT-schermen waren groot en zwaar en zijn
grotendeels vervangen door platte beeldschermen.
TFT staat voor Thin-Film Transistor. TFT is een techniek
die bij veel lcd-schermen wordt gebruikt om pixels
afzonderlijk aan te sturen. TFT is dus geen afzonderlijke
beeldschermcategorie die tegenover LCD staat, maar een
techniek die vaak onderdeel is van een lcd-scherm.
Kunstmatige intelligentie (AI) en NPU
Kunstmatige intelligentie (AI) wordt onder andere gebruikt
voor beeldbewerking, spraakherkenning, vertalingen en
het ondersteunen van verschillende computerprogramma's.
AI-berekeningen kunnen afhankelijk van de toepassing
worden uitgevoerd door de CPU, GPU of een gespecialiseerde
NPU (Neural Processing Unit). Een NPU is ontworpen om
bepaalde AI-bewerkingen efficiënt uit te voeren.
Niet iedere computer beschikt over een afzonderlijke NPU.
Ook zonder NPU kunnen veel AI-toepassingen werken,
bijvoorbeeld via de CPU, GPU of online diensten.
Computeronderdelen vervangen of uitbreiden
Niet ieder onderdeel van een computer kan eenvoudig
worden vervangen of uitgebreid. Bij desktops zijn
geheugenmodules, opslagapparaten en videokaarten vaak
afzonderlijk te vervangen. Bij laptops zijn onderdelen
soms vastgesoldeerd of alleen beperkt toegankelijk.
Controleer bij een uitbreiding altijd de compatibiliteit,
afmetingen, aansluitingen, stroomvoorziening en
ondersteuning door het moederbord.
Schakel een computer uit en haal de stekker uit het
stopcontact voordat interne onderdelen worden geplaatst
of verwijderd. Houd rekening met elektrostatische
ontlading en volg de veiligheidsinstructies van de fabrikant.