Feiten
Een vos in een met kerstlichtjes versierde kajak,
gekleed in een reddingsvest en kerstmuts.
De vos houdt een bord vast met prettige feestdagen
in verschillende talen.
Ontdek een grote verzameling leuke, verrassende en bijzondere feiten over alles wat je om je heen tegenkomt. Van dieren, natuur en wetenschap tot geschiedenis, ruimte, het menselijk lichaam, techniek en alledaagse dingen. Sommige feiten zijn grappig, andere bijzonder of verrassend, maar allemaal zijn ze leuk om te lezen en misschien zelfs om aan anderen door te vertellen. Blader rustig door de verzameling, zoek naar een onderwerp dat je interessant vindt of laat je verrassen door een willekeurig feit.
Willekeurig feit
Geen feiten gevonden.
Alle feiten (3128)
Feit
Een octopus heeft drie harten
Een octopus heeft drie harten: twee pompen bloed naar de kieuwen en één pompt het zuurstofrijke bloed door de rest van het lichaam.
Feit
Het bloed van een octopus is blauw
Het bloed van een octopus is blauw doordat het zuurstof transporteert met hemocyanine, een koperhoudend eiwit. Bij mensen gebeurt dat met ijzerhoudend hemoglobine, waardoor ons bloed rood is.
Feit
Een octopus heeft geen botten
Een octopus heeft geen botten en ook geen inwendig skelet. Daardoor is zijn lichaam bijzonder flexibel en kan hij zich door zeer kleine openingen wringen.
Feit
Een octopus kan door een opening ter grootte van zijn snavel
Omdat een octopus geen botten heeft, kan hij door een opening die ongeveer zo groot is als zijn harde snavel. De snavel is meestal het beperkende onderdeel bij zo'n nauwe doorgang.
Feit
Wombats produceren kubusvormige keutels
Wombats zijn de enige bekende dieren die kubusvormige ontlasting produceren. De vorm ontstaat in hun darmen, waar verschillende delen van de darmwand de ontlasting verschillend sterk samendrukken.
Feit
Een kolibrie kan achteruit vliegen
Een kolibrie kan als een van de weinige vogels echt achteruit vliegen. Door de bijzondere bouw en beweging van zijn vleugels kan hij bovendien vrijwel stil in de lucht blijven hangen.
Feit
Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen
In tegenstelling tot andere zoogdieren, zoals vliegende eekhoorns, kunnen vleermuizen zichzelf actief door de lucht voortbewegen door met hun vleugels te slaan. Hun vleugels bestaan uit een dunne, elastische huid die gespannen is tussen sterk verlengde vingers, hun lichaam en hun achterpoten. Andere zoogdieren, zoals de vliegende eekhoorn, kunnen alleen zweven. Ze springen van een boom en spreiden een huidplooi tussen hun voor- en achterpoten, waardoor ze door de lucht kunnen glijden, maar ze kunnen niet actief met hun vleugels vliegen.
Feit
Een giraffe heeft net als een mens zeven nekwervels
Net als mensen heeft een giraffe zeven nekwervels. Het bijzondere is dat de nekwervels van een giraffe enorm lang zijn, waardoor zijn nek zo indrukwekkend lang kan worden.
Feit
Een olifant kan niet springen
Een olifant kan niet met alle vier de poten tegelijk van de grond komen. Zijn zware lichaam en de bouw van zijn poten maken een echte sprong onmogelijk.
Feit
Een neushoornhoorn bestaat voornamelijk uit keratine
De hoorn van een neushoorn bestaat voornamelijk uit keratine, hetzelfde eiwit dat ook voorkomt in menselijk haar en nagels. In tegenstelling tot een gewei heeft een neushoornhoorn geen botkern.
Feit
Een kat heeft meer botten dan een mens
Een volwassen kat heeft meestal ongeveer 230 botten, terwijl een mens er doorgaans 206 heeft. Het exacte aantal kan per kat verschillen, onder andere door het aantal staartwervels.
Feit
Baby's hebben bij de geboorte meer botten dan volwassenen
Een baby heeft bij de geboorte ongeveer 270 botten. Tijdens de groei groeien sommige botten aan elkaar, waardoor een volwassen mens uiteindelijk ongeveer 206 botten heeft.
Feit
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam. Ze vormt een beschermende barrière tegen de buitenwereld en helpt onder andere bij temperatuurregeling en het waarnemen van aanraking.
Feit
Het hart van een blauwe vinvis kan honderden kilo's wegen
Het hart van een volwassen blauwe vinvis kan honderden kilo's wegen en is daarmee een van de grootste harten van het dierenrijk. Het pompt bloed door het enorme lichaam van het dier.
Feit
Een garnaal heeft zijn hart in zijn kopgedeelte
Bij garnalen bevindt het hart zich in het kopborststuk, het lichaamsdeel waarin kop en borststuk met elkaar zijn vergroeid. Het hart ligt dus opvallend dicht bij de kop.
Feit
Een zeepaardje heeft een mannetje dat de jongen draagt
Bij zeepaardjes neemt het mannetje de bevruchte eitjes op in een speciale broedbuidel. Daar ontwikkelen de embryo's zich totdat het mannetje de jonge zeepaardjes ter wereld brengt.
Feit
Een koala heeft unieke vingerafdrukken
Koala's hebben vingerafdrukken met patronen die sterk op menselijke vingerafdrukken lijken. De patronen zijn zelfs moeilijk van menselijke vingerafdrukken te onderscheiden.
Feit
Een luiaard kan zijn adem lang inhouden
Een luiaard kan zijn hartslag sterk verlagen en daardoor relatief lang zijn adem inhouden. Dit is handig wanneer hij in het water moet zwemmen of oversteken.
Feit
Een luiaard verteert zijn voedsel bijzonder langzaam
Het voedsel van een luiaard, vooral bladeren, bevat weinig energie en is lastig te verteren. Daarom kan het verteringsproces zeer langzaam verlopen en kan voedsel lange tijd in zijn maag en darmen blijven.
Feit
Een luiaard kan zijn kop ver draaien
Luiaards hebben extra nekwervels waardoor ze hun kop opvallend ver kunnen draaien. Bij sommige soorten kan de draaicirkel rond de 270 graden liggen.
Feit
Een kameleon kan zijn ogen onafhankelijk van elkaar bewegen
Een kameleon kan zijn twee ogen grotendeels onafhankelijk van elkaar bewegen. Daardoor kan hij tegelijkertijd verschillende richtingen in de gaten houden.
Feit
Een kameleon kan zijn tong razendsnel uitsteken
Een kameleon kan zijn lange kleverige tong razendsnel naar een prooi schieten. De tong kan bij sommige soorten ongeveer twee keer zo lang zijn als het lichaam.
Feit
Een uil kan zijn ogen niet ronddraaien
De ogen van een uil zijn vrijwel onbeweeglijk in hun oogkassen. Daarom beweegt een uil vooral zijn kop wanneer hij vanuit een andere richting wil kijken.
Feit
Een uil kan zijn kop ongeveer 270 graden draaien
Een uil kan zijn kop ongeveer 270 graden draaien zonder zijn nek te beschadigen. Speciale aanpassingen aan zijn nekwervels en bloedvaten maken deze grote draaibeweging mogelijk.
Feit
Een geit heeft rechthoekige pupillen
Geiten hebben horizontale, rechthoekige pupillen. Deze bijzondere vorm geeft ze een breed gezichtsveld en helpt hen waarschijnlijk om roofdieren in de omgeving te ontdekken.
Feit
Een geit kan op steile hellingen klimmen
Geiten hebben sterke poten en gespleten hoeven met flexibele delen die grip kunnen bieden op rotsachtige ondergrond. Sommige wilde geiten kunnen daardoor bijzonder steile hellingen beklimmen.
Feit
Een koe heeft een uitstekend ontwikkeld gezichtsveld
Door de plaatsing van hun ogen hebben koeien een zeer breed gezichtsveld. Hierdoor kunnen ze veel van hun omgeving zien zonder hun hoofd voortdurend te bewegen.
Feit
Koeien kunnen sociale voorkeuren voor andere koeien hebben
Koeien leven in sociale groepen en kunnen duidelijke voorkeuren hebben voor bepaalde soortgenoten. Ze kunnen rustiger zijn wanneer ze bij vertrouwde dieren in de buurt zijn.
Feit
Schapen kunnen gezichten herkennen
Schapen kunnen gezichten van andere schapen herkennen en kunnen ook menselijke gezichten leren onderscheiden. Ze beschikken daarmee over betere visuele herkenningsvaardigheden dan vaak wordt gedacht.
Feit
Kraaien kunnen menselijke gezichten onthouden
Kraaien kunnen menselijke gezichten herkennen en onthouden. Onderzoek laat zien dat ze onderscheid kunnen maken tussen mensen die voor hen verschillende ervaringen hebben veroorzaakt.
Feit
Kraaien kunnen gereedschap gebruiken
Sommige kraaiachtigen kunnen gereedschap gebruiken om voedsel te bereiken. Vooral Nieuw-Caledonische kraaien staan bekend om het maken en gebruiken van gereedschappen.
Feit
Kraaien kunnen eenvoudige problemen oplossen
Kraaien kunnen verschillende stappen combineren om een probleem op te lossen. Sommige experimenten laten zien dat ze voorwerpen kunnen gebruiken en oplossingen kunnen onthouden.
Feit
Dolfijnen geven elkaar individuele fluittonen
Dolfijnen ontwikkelen individuele kenmerkende fluittonen die onderzoekers vergelijken met namen. Andere dolfijnen kunnen deze fluittonen herkennen en gebruiken om een specifiek dier aan te spreken.
Feit
Dolfijnen slapen met één hersenhelft tegelijk
Dolfijnen kunnen één hersenhelft laten slapen terwijl de andere actief blijft. Zo kunnen ze blijven ademhalen en alert blijven op hun omgeving.
Feit
Dolfijnen kunnen met geluid hun omgeving aftasten
Dolfijnen gebruiken echolocatie door geluidssignalen uit te zenden en de terugkerende echo's te verwerken. Hiermee kunnen ze objecten, prooien en afstanden in het water waarnemen.
Feit
Orka's behoren tot de dolfijnenfamilie
Een orka is biologisch gezien de grootste soort binnen de familie van de dolfijnen. Ondanks de Nederlandse naam 'orka' is het dus een dolfijnachtige.
Feit
Orka's hebben verschillende jachttechnieken per groep
Verschillende orkapopulaties kunnen hun eigen gespecialiseerde jachttechnieken hebben. Deze technieken worden vaak van oudere dieren op jongere dieren overgedragen.
Feit
Olifanten kunnen communiceren met zeer lage geluiden
Olifanten gebruiken onder andere zeer lage geluiden, infrageluid genoemd, om over grote afstanden met elkaar te communiceren. Zulke geluiden kunnen zich door de omgeving over aanzienlijke afstanden verspreiden.
Feit
Olifanten kunnen trillingen via de grond waarnemen
Olifanten kunnen lage trillingen in de bodem waarnemen via hun poten en waarschijnlijk ook via hun slurf. Deze signalen kunnen afkomstig zijn van andere olifanten of natuurlijke gebeurtenissen.
Feit
Olifanten gebruiken hun slurf als neus en hand
De slurf van een olifant is tegelijk een zeer gevoelige neus en een veelzijdig grijpinstrument. Een olifant kan er onder andere mee ruiken, drinken, voedsel pakken en objecten verplaatsen.
Feit
Olifanten kunnen zichzelf herkennen in een spiegel
In spiegeltesten hebben olifanten gedrag laten zien dat wordt geïnterpreteerd als zelfherkenning. Dit soort resultaten wordt gebruikt als aanwijzing voor een vorm van zelfbewustzijn.
Feit
Olifanten hebben lange zwangerschappen
De zwangerschap van een olifant duurt ongeveer 22 maanden. Daarmee hebben olifanten een van de langste zwangerschappen van alle landzoogdieren.
Feit
Een giraffe kan met zijn tong zijn oren bereiken
De tong van een giraffe kan ongeveer 45 tot 50 centimeter lang worden. Daarmee kan het dier bladeren bereiken op plaatsen waar veel andere planteneters niet bij kunnen.
Feit
Een giraffe heeft een extreem lange nek
De nek van een giraffe kan ongeveer twee meter lang worden. Ondanks die enorme lengte heeft een giraffe, net als andere zoogdieren, slechts zeven nekwervels.
Feit
Een giraffe heeft een groot hart nodig om bloed naar zijn hersenen te pompen
Een giraffe heeft een krachtig hart en een hoge bloeddruk nodig om bloed helemaal naar de hersenen te pompen. Speciale bloedvaten helpen bovendien om grote drukveranderingen te beheersen wanneer de giraffe zijn kop laat zakken.
Feit
Een giraffe kan staand slapen
Giraffen kunnen korte slaapmomenten staand doorbrengen. Voor langere periodes kunnen ze ook gaan liggen, maar ze slapen relatief weinig vergeleken met veel andere zoogdieren.
Feit
Zebra's hebben een uniek strepenpatroon
Elke zebra heeft een eigen patroon van zwarte en witte strepen. Het patroon ontstaat al vóór de geboorte en kan worden gebruikt om individuele dieren te onderscheiden.
Feit
Zebra's kunnen elkaar herkennen aan hun strepenpatroon
Zebra's kunnen individuele soortgenoten herkennen en hun unieke strepenpatronen kunnen daarbij een rol spelen. Het patroon werkt als een soort natuurlijke identificatie.
Feit
Tijgers hebben ook een gestreepte huid
De strepen van een tijger zitten niet alleen in de vacht, maar zijn ook in de huid zichtbaar. Als de vacht wordt afgeschoren, blijft een patroon van pigmentatie zichtbaar.
Feit
Tijgers kunnen goed zwemmen
In tegenstelling tot veel andere grote katachtigen zijn tijgers vaak goede zwemmers. Ze kunnen rivieren en meren oversteken en soms langere afstanden door het water afleggen.
Feit
Tijgers hebben intrekbare klauwen
Tijgers kunnen hun scherpe klauwen grotendeels intrekken wanneer ze niet worden gebruikt. Hierdoor blijven de klauwen scherper en zijn ze beschermd tegen slijtage.
Feit
Een tijger kan niet spinnen zoals een huiskat
Tijgers kunnen wel geluiden maken die op spinnen lijken, maar ze kunnen niet op dezelfde manier continu spinnen als een huiskat. Hun strottenhoofd en tongbeenapparaat verschillen van die van kleine katachtigen.
Feit
Leeuwen leven vaak in groepen
Leeuwen zijn de enige grote katachtigen die regelmatig in sociale groepen leven. Zo'n groep wordt een troep genoemd en bestaat vaak uit meerdere vrouwtjes, jongen en enkele volwassen mannetjes.
Feit
Mannelijke leeuwen hebben een opvallende manen
De manen van een volwassen mannetjesleeuw zijn een opvallend geslachtskenmerk. De omvang en kleur van de manen kunnen onder andere samenhangen met leeftijd en hormonen.
Feit
Leeuwen kunnen over lange afstanden communiceren met gebrul
Het gebrul van een leeuw kan over meerdere kilometers hoorbaar zijn. Leeuwen gebruiken hun roep onder andere om territorium en aanwezigheid kenbaar te maken.
Feit
Jachtluipaarden zijn de snelste landdieren
Het jachtluipaard is het snelste landdier over korte afstanden. Tijdens een sprint kan het dier snelheden van ongeveer 100 kilometer per uur of meer bereiken.
Feit
Jachtluipaarden kunnen niet lang op topsnelheid blijven rennen
Een jachtluipaard kan zijn topsnelheid slechts korte tijd volhouden. Een sprint kost veel energie en veroorzaakt snel een sterke stijging van lichaamstemperatuur.
Feit
Een jachtluipaard kan zijn klauwen niet volledig intrekken
De klauwen van een jachtluipaard kunnen minder ver worden ingetrokken dan die van de meeste andere katachtigen. Ze werken daardoor tijdens het rennen deels als grip voor een hardloopschoen.
Feit
IJsberen hebben een zwarte huid onder hun vacht
Onder de ogenschijnlijk witte vacht hebben ijsberen een zwarte huid. De donkere huid kan helpen om zonnestraling te absorberen, terwijl de dichte vacht warmte vasthoudt.
Feit
IJsberen kunnen uitstekend zwemmen
IJsberen zijn krachtige zwemmers en kunnen meerdere kilometers door koud zeewater afleggen. Hun grote poten helpen hen bij het voortbewegen in het water.
Feit
IJsberen hebben een zeer goed reukvermogen
IJsberen hebben een uitstekend reukvermogen waarmee ze voedsel en andere dieren op grote afstand kunnen opsporen. Ze kunnen geuren zelfs onder sneeuw waarnemen.
Feit
Pinguïns kunnen niet vliegen
Pinguïns zijn vogels maar hun vleugels zijn aangepast tot sterke zwempeddels. Daardoor kunnen ze uitstekend onder water bewegen, maar niet vliegen zoals veel andere vogels.
Feit
Pinguïns kunnen uitstekend zwemmen
Pinguïns gebruiken hun vleugels als vinnen en hun poten als stuurmiddelen tijdens het zwemmen. Sommige soorten kunnen met hoge snelheid door het water bewegen.
Feit
Keizerspinguïns broeden in extreme kou
Keizerspinguïns broeden tijdens de Antarctische winter, wanneer temperaturen extreem laag kunnen worden. Het mannetje houdt het ei gedurende weken op zijn poten en bedekt het met een huidplooi.
Feit
Pinguïns hebben veren, ook al lijken die op een vacht
Pinguïns hebben veren, maar hun veren zijn kort, dicht en overlappen elkaar sterk. Daardoor lijken ze van een afstand meer op een dier met een vacht.
Feit
Flamingo's worden roze door pigmenten uit hun voedsel
De roze en rode kleuren van flamingo's ontstaan door carotenoïden uit hun voedsel. Jonge flamingo's zijn daarom aanvankelijk grijsachtig en krijgen later hun roze kleur.
Feit
Flamingo's worden geboren met een grijsachtige kleur
Jonge flamingo's hebben een grijsachtig of witachtig verenkleed. Naarmate ze voedsel met carotenoïden eten, ontwikkelen hun veren de bekende roze kleur.
Feit
Flamingo's kunnen op één poot staan
Flamingo's kunnen langdurig op één poot staan. De precieze reden is niet volledig opgehelderd, maar de houding kan helpen om energie en lichaamswarmte te besparen.
Feit
Een groep flamingo's kan uit duizenden vogels bestaan
Flamingo's leven vaak in grote kolonies die uit honderden tot duizenden vogels kunnen bestaan. Grote groepen bieden onder andere voordelen bij bescherming en voortplanting.
Feit
Struisvogels zijn de grootste levende vogels
De struisvogel is de grootste nog levende vogelsoort. Volwassen mannetjes kunnen ruim twee meter hoog worden en honderden kilo's wegen.
Feit
Struisvogels kunnen niet vliegen
Struisvogels hebben vleugels maar zijn te zwaar om ermee op te stijgen. Hun lichaam is aangepast aan hardlopen met krachtige lange poten.
Feit
Struisvogels kunnen zeer snel rennen
Struisvogels kunnen tijdens het rennen snelheden van ongeveer 70 kilometer per uur bereiken. Hun lange poten geven hen een zeer grote paslengte.
Feit
Een struisvogelei is het grootste ei van een levende vogel
Struisvogeleieren zijn de grootste eieren van alle nog levende vogels. Een ei kan meer dan een kilo wegen en heeft een zeer stevige schaal.
Feit
Kolibries hebben een extreem hoge hartslag
De hartslag van een kolibrie kan tijdens activiteit tot honderden slagen per minuut oplopen en tijdens rust nog steeds relatief hoog zijn. Dit past bij hun zeer snelle stofwisseling.
Feit
Kolibries kunnen ter plaatse blijven zweven
Kolibries kunnen op vrijwel dezelfde plaats in de lucht blijven hangen doordat hun vleugels een bijzondere achtvormige beweging maken. Ze kunnen daardoor bloemen nauwkeurig benaderen.
Feit
Kolibries hebben een zeer snelle vleugelslag
Afhankelijk van de soort kunnen kolibries hun vleugels tientallen keren per seconde bewegen. Hierdoor kunnen ze stilhangen, snel manoeuvreren en zelfs achteruit vliegen.
Feit
Albatrossen kunnen enorme afstanden over de oceaan afleggen
Albatrossen zijn uitzonderlijke vliegers die grote afstanden boven zee kunnen afleggen. Ze maken gebruik van wind en dynamische zweefvlucht om energie te besparen.
Feit
Albatrossen kunnen jarenlang over zee vliegen
Sommige albatrossen brengen het grootste deel van hun leven boven de oceaan door. Ze kunnen duizenden kilometers afleggen zonder lange tijd aan land te komen.
Feit
Een arend kan prooien vanaf grote afstand zien
Arenden hebben zeer scherpe ogen en kunnen kleine bewegingen vanaf grote afstand waarnemen. Hun grote ogen bevatten veel lichtgevoelige cellen.
Feit
Uilen kunnen vrijwel geruisloos vliegen
De veren van uilen hebben speciale randen die de luchtstroom verstoren en geluid verminderen. Hierdoor kunnen sommige uilen zeer stil vliegen tijdens de jacht.
Feit
Uilen hebben asymmetrisch geplaatste oren
Bij veel uilensoorten bevinden de ooropeningen zich niet exact op dezelfde hoogte. Hierdoor kunnen ze kleine verschillen in aankomsttijd van geluid gebruiken om een prooi nauwkeurig te lokaliseren.
Feit
Sommige papegaaien kunnen menselijke woorden imiteren
Papegaaien kunnen menselijke spraakgeluiden zeer goed nabootsen. Ze gebruiken hun tong en gespecialiseerde stemorganen om verschillende geluiden te produceren.
Feit
Papegaaien kunnen kleuren onderscheiden
Papegaaien beschikken over een goed ontwikkeld kleurenzicht. Sommige soorten kunnen bovendien ultraviolet licht waarnemen.
Feit
Kaketoes kunnen voorwerpen met hun snavel manipuleren
Kaketoes gebruiken hun sterke snavel en poten om voorwerpen vast te pakken en te onderzoeken. Sommige soorten zijn bijzonder handig in het openen van ingewikkelde objecten.
Feit
Spechten hebben een gespecialiseerde tong
De tong van een specht is lang en aangepast om insecten uit spleten in hout te halen. Bij sommige soorten kan de tong ver voorbij de snavel worden uitgestoken.
Feit
Spechten kunnen met hun kop tegen bomen slaan zonder hersenschudding zoals een mens
Spechten zijn aangepast aan de enorme krachten die ontstaan wanneer ze tegen hout tikken. Hun schedel, hersenen en spieren helpen de belasting te beperken, al is de vergelijking met menselijke hersenschuddingen vereenvoudigd.
Feit
Koekoeken kunnen hun eieren in nesten van andere vogels leggen
Sommige koekoeksoorten leggen hun eieren in het nest van een andere vogelsoort. Het koekoeksjong kan na het uitkomen soms andere eieren of jongen uit het nest verwijderen.
Feit
Kippen kunnen meer dan alleen maar tokken
Kippen gebruiken verschillende geluiden voor verschillende situaties, zoals alarm, voedsel, contact en het begeleiden van kuikens. Hun communicatie is daardoor veel uitgebreider dan één enkel 'tok'.
Feit
Kippen kunnen verschillende individuen herkennen
Kippen kunnen andere kippen binnen hun groep onderscheiden. Ze gebruiken daarbij onder andere visuele kenmerken en sociale ervaringen.
Feit
Eendenveren kunnen waterafstotend zijn
Eenden verdelen olie uit hun vetklier over hun veren tijdens het poetsen. Hierdoor blijven hun veren waterafstotend en blijft de huid eronder relatief droog.
Feit
Pinguïnveren houden het lichaam warm en gestroomlijnd
De dicht opeengepakte veren van pinguïns vormen een isolerende laag en zorgen tegelijk voor een glad lichaam dat geschikt is voor zwemmen. Onder de veren zit bovendien een vetlaag die extra isolatie biedt.
Feit
Vogels hebben geen blaas zoals mensen
De meeste vogels hebben geen urineblaas. Hun nieren produceren urinezuur, dat samen met ontlasting via de cloaca wordt uitgescheiden, waardoor ze gewicht kunnen besparen.
Feit
Sommige vogels kunnen tijdens lange vluchten slapen
Bij sommige trekvogels zijn aanwijzingen gevonden dat ze tijdens langdurige vluchten zeer korte slaapmomenten kunnen nemen. Bij bepaalde soorten kan zelfs slaap met één hersenhelft voorkomen.
Feit
Sommige vogels navigeren met behulp van het aardmagnetisch veld
Verschillende vogelsoorten kunnen het magnetisch veld van de aarde gebruiken als onderdeel van hun navigatiesysteem. Dit helpt sommige trekvogels bij het bepalen van richting tijdens lange reizen.
Feit
Zalm kan terugkeren naar de rivier waarin hij geboren is
Veel zalmen keren na jaren in zee terug naar zoet water om zich voort te planten. Ze kunnen daarbij geuren gebruiken om hun oorspronkelijke rivier terug te vinden.
Feit
Sommige vissen kunnen van kleur veranderen
Verschillende vissoorten kunnen hun kleur aanpassen aan hun omgeving, stemming of sociale situatie. Sommige veranderingen gebeuren snel, terwijl andere meer tijd kosten.
Feit
Vissen hebben geen oogleden zoals mensen
De meeste vissen hebben geen beweeglijke oogleden zoals landzoogdieren. Hun ogen worden beschermd door water en bij sommige soorten door een transparante huidlaag.
Feit
Haaien bestaan al langer dan bomen
Haaien en hun voorouders zwemmen al honderden miljoenen jaren in de oceanen. De oudste haaiachtige dieren verschenen zelfs vóór de eerste moderne bomen.
Feit
Haaien hebben een skelet van kraakbeen
Het skelet van haaien bestaat voornamelijk uit kraakbeen in plaats van bot. Kraakbeen is lichter en flexibeler dan bot.
Feit
Sommige haaien kunnen elektrische signalen waarnemen
Haaien hebben speciale zintuigorganen, de ampullen van Lorenzini, waarmee ze zeer zwakke elektrische velden kunnen waarnemen. Daarmee kunnen ze onder andere verborgen prooien opsporen.
Feit
Haaien kunnen met hun reukvermogen zeer kleine hoeveelheden stoffen detecteren
Haaien hebben een sterk ontwikkeld reukvermogen. Ze kunnen bepaalde chemische stoffen in zeer lage concentraties in het water waarnemen.
Feit
Walvissen zijn zoogdieren
Walvissen zijn geen vissen maar zoogdieren. Ze ademen lucht met longen, zijn warmbloedig en brengen levende jongen ter wereld die met melk worden gevoed.
Feit
Walvissen moeten lucht aan het oppervlak inademen
Walvissen hebben longen en moeten daarom regelmatig naar het wateroppervlak komen om adem te halen. Hun ademopening bevindt zich boven op de kop.
Feit
Potvissen kunnen zeer diep duiken
Potvissen behoren tot de diepst duikende zeezoogdieren. Ze kunnen meer dan een kilometer diep duiken en daar langere tijd naar voedsel zoeken.
Feit
Bultruggen gebruiken complexe zang
Vooral mannelijke bultruggen staan bekend om hun complexe zang. De zang kan lange tijd duren en verandert geleidelijk binnen populaties.
Feit
Walvissen communiceren over grote afstanden
Sommige walvissen produceren zeer krachtige geluiden die zich over grote afstanden door het water kunnen verplaatsen. Geluid is onder water een belangrijk communicatiemiddel.
Feit
Orka's behoren tot de tandwalvissen
Orka's hebben tanden en behoren daarom tot de tandwalvissen. Ze zijn daarmee nauwer verwant aan dolfijnen dan aan baleinwalvissen.
Feit
Een blauwe vinvis is het grootste bekende dier dat ooit heeft geleefd
De blauwe vinvis is het grootste bekende dier dat ooit op aarde heeft geleefd. Sommige exemplaren kunnen ongeveer 30 meter lang worden en meer dan 150 ton wegen.
Feit
Kwallen hebben geen hersenen
Kwallen hebben geen centraal brein zoals gewervelde dieren. Ze beschikken over een zenuwnetwerk waarmee ze bewegingen en prikkels kunnen coördineren.
Feit
Kwallen hebben geen hart
Kwallen hebben geen hart of bloedsomloop zoals gewervelde dieren. Voedingsstoffen en zuurstof kunnen via hun eenvoudige lichaamsstructuur worden verspreid.
Feit
Kwallen bestaan grotendeels uit water
Het lichaam van een kwal bestaat voor het grootste deel uit water. De geleiachtige structuur bevat relatief weinig vaste weefsels.
Feit
Sommige kwallen kunnen licht geven
Sommige kwallen zijn bioluminescent en kunnen zelf licht produceren. Dit kan worden gebruikt voor verdediging, communicatie of het afschrikken van vijanden.
Feit
Koraal bestaat uit kleine levende dieren
Koraalriffen worden opgebouwd door kolonies van kleine dieren die koraalpoliepen worden genoemd. Deze dieren scheiden kalk af waarmee het rif langzaam wordt opgebouwd.
Feit
Koraalriffen bieden leefruimte aan duizenden soorten
Koraalriffen vormen complexe ecosystemen waarin duizenden soorten vissen, weekdieren, schaaldieren en andere organismen kunnen leven.
Feit
Koraal kan verbleken door langdurige hitte
Bij langdurige hoge watertemperaturen kunnen koralen hun samenlevende algen verliezen. Daardoor worden ze wit en ontstaat koraalverbleking.
Feit
Sponzen behoren tot de eenvoudigste meercellige dieren
Sponzen zijn meercellige dieren zonder organen zoals een hart of hersenen. Ze filteren water door hun lichaam om voedseldeeltjes op te nemen.
Feit
Zeesterren hebben geen centraal brein
Zeesterren hebben geen centraal brein zoals mensen. Hun zenuwstelsel bestaat onder andere uit een zenuwring en zenuwen die naar hun armen lopen.
Feit
Zeesterren kunnen verloren armen regenereren
Veel zeesterren kunnen beschadigde of verloren armen opnieuw laten aangroeien. Bij sommige soorten kan uit een deel van een lichaam zelfs een nieuw individu ontstaan.
Feit
Sommige zeesterren kunnen een deel van hun lichaam gebruiken om te regenereren
Bij bepaalde zeesterren kan een afgebroken arm, wanneer deze voldoende delen van de centrale schijf bevat, uitgroeien tot een nieuw dier. Dit verschilt sterk per soort.
Feit
Zeeotters gebruiken stenen om schelpdieren open te maken
Zeeotters kunnen een steen als gereedschap gebruiken om harde schelpen open te breken. Ze kunnen de steen op hun borst leggen en het schelpdier ertegen slaan.
Feit
Zeeotters hebben een extreem dichte vacht
Zeeotters hebben een van de dichtste vachten van alle zoogdieren. De duizenden haren per vierkante centimeter helpen hen warm te blijven in koud water.
Feit
Zeeotters kunnen tijdens het slapen elkaars poot vasthouden
Zeeotters kunnen tijdens het rusten elkaars poten vasthouden. Dit kan helpen voorkomen dat dieren uit elkaar drijven.
Feit
Beverratten en bevers kunnen hun adem langere tijd inhouden
Bevers en beverratten kunnen enkele minuten onder water blijven. Hun aanpassingen aan het waterleven helpen hen om onder water voedsel te zoeken en gevaar te ontwijken.
Feit
Bevers bouwen dammen met takken en modder
Bevers bouwen dammen met onder andere takken, stammen, stenen en modder. Daarmee veranderen ze de waterstroom en creëren ze vaak diepe, rustige watergebieden.
Feit
Bevers kunnen landschappen sterk veranderen
Door dammen en watergangen aan te leggen kunnen bevers grote veranderingen in hun leefgebied veroorzaken. Hierdoor ontstaan nieuwe natte gebieden waarin veel andere soorten kunnen leven.
Feit
Mollen hebben zeer gevoelige neuzen
Mollen gebruiken hun sterk ontwikkelde tast- en reukzintuigen om voedsel onder de grond te vinden. Hun neus helpt hen bij het onderzoeken van donkere tunnels.
Feit
Egels kunnen zwemmen
Egels kunnen zwemmen en sommige kunnen korte afstanden in water afleggen. Toch zijn ze geen gespecialiseerde waterdieren en kunnen diepe of snelstromende wateren gevaarlijk zijn.
Feit
Egels kunnen zichzelf oprollen ter bescherming
Wanneer een egel zich bedreigd voelt, kan hij zijn spieren aanspannen en zich tot een stekelige bal oprollen. Zijn kop en zachte buik worden daardoor beschermd.
Feit
Eekhoorns vergeten een deel van hun verstopte voedsel
Eekhoorns begraven regelmatig voedsel op verschillende plaatsen en vinden niet alle voorraad terug. De achtergebleven zaden kunnen uiteindelijk ontkiemen.
Feit
Eekhoorns kunnen voedsel op verschillende plaatsen verstoppen
Eekhoorns verspreiden hun voedselvoorraad over veel verschillende plekken. Dit gedrag helpt hen om voedsel voor later te bewaren en vermindert het risico dat één voorraad verloren gaat.
Feit
Hamsters kunnen voedsel in hun wangzakken vervoeren
Hamsters hebben rekbare wangzakken waarmee ze grote hoeveelheden voedsel tijdelijk kunnen vervoeren. Het voedsel wordt later naar een veilige plek gebracht.
Feit
Cavia's kunnen verschillende geluiden maken
Cavia's gebruiken verschillende geluiden om te communiceren, waaronder piepen, brommen, tandenklapperen en zachte contactgeluiden. De betekenis hangt af van de situatie.
Feit
Konijnen kunnen hun achterpoten krachtig gebruiken om te vluchten
Konijnen hebben sterke achterpoten waarmee ze snel kunnen wegspringen wanneer ze gevaar ontdekken. Ze kunnen daarbij grote sprongen maken en snel van richting veranderen.
Feit
Konijnen kunnen hun neus voortdurend bewegen
Konijnen bewegen hun neus vaak snel heen en weer. Dit helpt waarschijnlijk bij het onderzoeken van geuren en het verplaatsen van geurmoleculen langs hun reukzintuigen.
Feit
Muizen kunnen door zeer kleine openingen kruipen
Muizen hebben een flexibel lichaam en kunnen door verrassend kleine openingen kruipen. Als hun schedel door een opening past, kan de rest van hun lichaam er vaak ook door.
Feit
Ratten kunnen goed leren
Ratten zijn intelligente zoogdieren die snel kunnen leren van ervaringen. Ze kunnen onder andere doolhoven, eenvoudige opdrachten en verbanden tussen gebeurtenissen leren.
Feit
Ratten kunnen verschillende geluiden maken wanneer ze spelen
Ratten produceren tijdens sociale interacties en spel verschillende geluiden. Sommige geluiden liggen in het ultrasone bereik en zijn voor mensen niet hoorbaar.
Feit
Varkens zijn intelligente dieren
Varkens beschikken over goed ontwikkelde leer- en geheugenvaardigheden. Ze kunnen problemen oplossen en verschillende vormen van training leren.
Feit
Varkens kunnen leren eenvoudige opdrachten uit te voeren
Varkens kunnen door training leren om bepaalde objecten aan te raken, te verplaatsen of eenvoudige opdrachten uit te voeren. Hun nieuwsgierigheid maakt ze geschikt voor verschillende leertaken.
Feit
Varkens kunnen goed ruiken
Varkens hebben een sterk ontwikkeld reukvermogen. Ze gebruiken hun neus om voedsel en andere geuren in hun omgeving op te sporen.
Feit
Paarden kunnen staand slapen
Paarden kunnen zowel staand als liggend slapen. Door een speciaal vergrendelingsmechanisme in hun benen kunnen ze langdurig staan zonder voortdurend hun spieren te belasten.
Feit
Paarden kunnen niet door hun mond ademen
Paarden zijn zogenaamde obligate neusademers en kunnen niet normaal door hun mond ademen. Dit betekent dat de luchtweg via de neus loopt.
Feit
Paarden hebben een zeer groot gezichtsveld
Door de plaatsing van hun ogen kunnen paarden bijna rondom zichzelf zien. Alleen recht achter hun lichaam en vlak voor hun neus bevinden zich duidelijke blinde zones.
Feit
Paarden kunnen menselijke emoties herkennen
Onderzoek wijst erop dat paarden menselijke gezichtsuitdrukkingen en stemmingen kunnen onderscheiden. Ze kunnen bijvoorbeeld anders reageren op positieve en negatieve menselijke signalen.
Feit
Ezels hebben een uitstekend gehoor
Ezels hebben grote oren die geluiden goed kunnen opvangen. Ze kunnen daardoor geluiden uit hun omgeving over relatief grote afstand waarnemen.
Feit
Ezels kunnen harde geluiden over grote afstand horen
De grote oren van ezels kunnen geluiden efficiënt opvangen en helpen bij communicatie op afstand. Hun gebalk kan zelf ook over grote afstanden hoorbaar zijn.
Feit
Kangoeroes kunnen niet achteruit lopen zoals mensen
Door de bouw van hun grote achterpoten en sterke staart kunnen kangoeroes niet gemakkelijk normaal achteruit lopen. Hun beweging is sterk aangepast aan vooruit springen.
Feit
Kangoeroes gebruiken hun staart als steun
De krachtige staart van een kangoeroe helpt bij balans en beweging. Bij langzaam voortbewegen kan de staart zelfs als extra steunpunt worden gebruikt.
Feit
Kangoeroes kunnen grote sprongen maken
Kangoeroes kunnen met hun krachtige achterpoten grote sprongen maken. Hun elastische pezen slaan tijdens het landen energie op die bij de volgende sprong wordt gebruikt.
Feit
Koala's slapen zeer veel uren per dag
Koala's slapen vaak ongeveer 18 tot 20 uur per dag. Hun dieet van eucalyptusbladeren levert relatief weinig energie en kost veel tijd om te verteren.
Feit
Koala's eten voornamelijk eucalyptusbladeren
Koala's eten vooral eucalyptusbladeren en zijn sterk gespecialiseerd in dit voedsel. Ze hebben een aangepast spijsverteringsstelsel om bepaalde giftige stoffen uit de bladeren te verwerken.
Feit
Eucalyptusbladeren bevatten weinig energie
Eucalyptusbladeren bevatten relatief weinig beschikbare energie en bevatten bovendien stoffen die voor veel dieren giftig zijn. Koala's zijn gespecialiseerd in het verwerken ervan.
Feit
Panda's behoren tot de beren
De reuzenpanda behoort biologisch tot de berenfamilie. Ondanks zijn afwijkende dieet en uiterlijk is hij dus een echte beer.
Feit
Panda's eten voornamelijk bamboe
Reuzenpanda's eten voornamelijk bamboe en kunnen daar dagelijks grote hoeveelheden van verwerken. Omdat bamboe weinig energie bevat, besteden panda's veel tijd aan eten.
Feit
Panda's hebben een soort extra duim om bamboe vast te houden
Panda's hebben een vergroot polsbot dat als een soort extra duim werkt. Hiermee kunnen ze bamboestengels beter vastpakken tijdens het eten.
Feit
Bamboe behoort tot de grassoorten
Bamboe is botanisch gezien een grassoort. Sommige bamboesoorten kunnen uitgroeien tot enorme planten die op bomen lijken.
Feit
Bamboe kan zeer snel groeien
Sommige bamboesoorten behoren tot de snelst groeiende planten ter wereld. Onder ideale omstandigheden kunnen bepaalde soorten tientallen centimeters per dag groeien.
Feit
Sommige bamboesoorten kunnen tientallen centimeters per dag groeien
Onder optimale omstandigheden kunnen bepaalde bamboosoorten zeer snel groeien, soms tientallen centimeters per dag. De exacte groeisnelheid verschilt sterk per soort en omgeving.
Feit
Venusvliegenvangers kunnen insecten vangen
Een venusvliegenvanger heeft gespecialiseerde bladeren die als een val dichtklappen wanneer een prooi voldoende prikkels veroorzaakt. De plant verteert het gevangen insect vervolgens met enzymen.
Feit
Vleesetende planten groeien vaak op voedselarme grond
Veel vleesetende planten groeien op plekken waar de bodem weinig beschikbare voedingsstoffen bevat. Door insecten en andere kleine dieren te vangen, kunnen ze extra voedingsstoffen verkrijgen.
Feit
Zonnebloemen volgen tijdens hun groei het licht
Jonge zonnebloemen kunnen hun bloemknoppen gedurende de dag met de beweging van de zon laten meedraaien. Dit gedrag heet heliotropisme en verandert wanneer de plant volwassen wordt.
Feit
Sommige bloemen openen zich alleen 's nachts
Bepaalde planten openen hun bloemen vooral in de nacht. Dit kan een aanpassing zijn aan nachtactieve bestuivers zoals motten en vleermuizen.
Feit
Sommige bloemen verspreiden hun geur vooral 's nachts
Nachtbloeiende planten kunnen vooral 's nachts sterke geuren produceren. Daarmee trekken ze bestuivers aan die juist in het donker actief zijn.
Feit
Orchideeën behoren tot een zeer grote plantenfamilie
De orchideeënfamilie is een van de grootste plantenfamilies ter wereld. Er zijn tienduizenden beschreven soorten met zeer uiteenlopende vormen en leefwijzen.
Feit
Vanille komt van een orchidee
Vanille wordt gewonnen uit de vruchten van bepaalde orchideeën uit het geslacht Vanilla. Daarmee is vanille een van de bekendste eetbare producten afkomstig van een orchidee.
Feit
Koffiebonen zijn eigenlijk zaden
Wat we koffiebonen noemen zijn botanisch gezien de zaden van de koffieplant. Ze zitten in vruchten die vaak koffiebessen worden genoemd.
Feit
Cacaobonen groeien in vruchten aan cacaobomen
Cacaobonen zijn de zaden van de cacaoboom en zitten in grote vruchten die direct aan de stam en dikkere takken groeien.
Feit
Pinda's zijn peulvruchten
Pinda's zijn geen echte noten maar peulvruchten, net als bonen en erwten. De peulen ontwikkelen zich onder de grond nadat de bloem is bestoven.
Feit
Aardbeien zijn botanisch gezien geen echte bessen
Een aardbei is botanisch gezien een schijnvrucht. De kleine puntjes aan de buitenkant zijn afzonderlijke vruchtjes met elk een zaadje.
Feit
Bananen zijn botanisch gezien bessen
Botanisch gezien zijn bananen bessen omdat ze uit één vruchtbeginsel ontstaan en het vruchtvlees zich op een specifieke manier ontwikkelt. Ze lijken uiterlijk echter weinig op traditionele bessen.
Feit
Tomaten zijn botanisch gezien vruchten
Een tomaat ontstaat uit de bloem van een plant en bevat zaden. Botanisch is een tomaat daarom een vrucht, hoewel hij in de keuken meestal als groente wordt gebruikt.
Feit
Komkommers zijn botanisch gezien vruchten
Komkommers ontstaan uit bloemen en bevatten zaden. Botanisch worden ze daarom als vruchten beschouwd, ondanks hun gebruik als groente.
Feit
Pompoenen zijn botanisch gezien vruchten
Een pompoen ontstaat uit een bloem en bevat zaden. Botanisch valt hij daarom onder de vruchten.
Feit
Avocado's zijn botanisch gezien vruchten
Een avocado ontwikkelt zich uit een bloem en bevat één grote zaadkern. Botanisch is het daarom een vrucht, meer specifiek een besachtige vrucht.
Feit
Watermeloenen behoren botanisch tot de bessen
Watermeloenen behoren tot een type vrucht dat botanisch een pepo wordt genoemd. Een pepo is een bijzondere vorm van bes die kenmerkend is voor de komkommerfamilie.
Feit
Ananas is opgebouwd uit meerdere vruchtjes
Een ananas ontstaat uit een bloeiwijze waarin veel afzonderlijke bloemen uitgroeien tot vruchtjes die met elkaar vergroeien tot één samengestelde vrucht.
Feit
Cashewnoten groeien aan een cashewvrucht
De cashewnoot ontwikkelt zich aan het uiteinde van de cashewvrucht. Het vlezige deel dat eruitziet als een vrucht is botanisch gezien een verdikte vruchtsteel.
Feit
Pistachenoten groeien in trossen aan bomen
Pistachenoten groeien in trossen aan pistachebomen. De harde schaal opent bij rijpe pistachenoten vaak vanzelf gedeeltelijk.
Feit
Kokosnoten zijn botanisch gezien steenvruchten
Een kokosnoot is botanisch gezien een steenvrucht, hoewel hij er heel anders uitziet dan bijvoorbeeld een perzik. De harde binnenlaag beschermt het zaad.
Feit
Kersen zijn steenvruchten
Een kers is een steenvrucht omdat het zaad wordt omgeven door een harde pit. Ook perziken, pruimen en abrikozen behoren tot deze groep.
Feit
Perziken zijn steenvruchten
Een perzik is een steenvrucht met één grote harde pit rond het zaad. De vlezige vruchtwand wordt gevormd rond deze pit.
Feit
Abrikozen zijn steenvruchten
Abrikozen hebben net als perziken en pruimen één harde pit die het zaad omsluit. Daarom behoren ze botanisch tot de steenvruchten.
Feit
Pruimen zijn steenvruchten
Pruimen zijn steenvruchten met een harde pit in het midden. De pit beschermt het zaad binnenin de vrucht.
Feit
Een banaan bevat van nature radioactief kalium
Bananen bevatten kalium en een klein deel daarvan bestaat uit de radioactieve isotoop kalium-40. Dit is een natuurlijk onderdeel van kalium en komt ook in het menselijk lichaam voor.
Feit
Het radioactieve kalium in een banaan is ongevaarlijk
De hoeveelheid kalium-40 in een banaan is zeer klein en vormt geen gevaar bij normale consumptie. Het is een natuurlijk onderdeel van het kalium dat ons lichaam nodig heeft.
Feit
Honing wordt door bijen gemaakt
Honingbijen maken honing uit nectar die ze verzamelen bij bloemen. In de bijenkast wordt de nectar verwerkt, ingedikt en opgeslagen als voedselvoorraad.
Feit
Honing kan onder goede omstandigheden zeer lang houdbaar blijven
Door het lage watergehalte en de zure omgeving kunnen veel micro-organismen moeilijk in honing groeien. Goed afgesloten honing kan daardoor zeer lang houdbaar blijven.
Feit
Bijen communiceren onder andere met een dans
Honingbijen gebruiken onder andere de beroemde kwispeldans om nestgenoten informatie te geven over de richting en afstand van voedsel.
Feit
Honingbijen hebben vijf ogen
Een honingbij heeft twee grote samengestelde ogen en drie kleine enkelvoudige ogen boven op de kop. De verschillende ogen hebben verschillende functies bij zien en lichtwaarneming.
Feit
Bijen kunnen ultraviolet licht zien
Bijen kunnen ultraviolet licht waarnemen, terwijl mensen dat niet kunnen. Veel bloemen hebben patronen die juist in ultraviolet licht duidelijk zichtbaar zijn voor bestuivers.
Feit
Bijen bestuiven veel voedselgewassen
Bijen spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van veel bloeiende planten. Daardoor zijn ze ook belangrijk voor de productie van verschillende soorten fruit, groenten en zaden.
Feit
Een bijenkolonie kan uit tienduizenden bijen bestaan
Een sterke honingbijenkolonie kan uit tienduizenden werksters, darren en een koningin bestaan. De omvang verandert gedurende het jaar.
Feit
Mieren kunnen samen grote objecten verplaatsen
Mieren kunnen samenwerken om voedsel en andere objecten te verplaatsen die individueel veel te zwaar zijn. Door samen te trekken en duwen kunnen ze indrukwekkende gewichten verplaatsen.
Feit
Mieren kunnen geursporen gebruiken om routes te markeren
Veel mieren gebruiken feromonen om chemische geursporen naar voedselbronnen achter te laten. Andere mieren kunnen deze routes volgen.
Feit
Sommige mieren houden bladluizen als een soort veestapel
Sommige mierensoorten beschermen bladluizen omdat deze zoete honingdauw produceren. De mieren 'melken' de bladluizen door ze met hun poten te stimuleren.
Feit
Mieren hebben geen longen
Mieren hebben geen longen zoals mensen. Zuurstof komt via kleine openingen in hun lichaam, de spiracula, rechtstreeks in een netwerk van luchtbuisjes terecht.
Feit
Spinnen zijn geen insecten
Spinnen behoren tot de spinachtigen en niet tot de insecten. Een belangrijk verschil is dat volwassen spinnen acht poten hebben en insecten zes.
Feit
Spinnen hebben acht poten
Volwassen spinnen hebben acht poten. De poten zijn verbonden met het kopborststuk en worden gebruikt voor lopen, voelen en soms andere gespecialiseerde functies.
Feit
Insecten hebben zes poten
Volwassen insecten hebben zes gelede poten. De poten zitten aan het borststuk en zijn bij verschillende soorten aangepast aan lopen, springen, zwemmen of graven.
Feit
Insecten hebben vaak drie lichaamsdelen
Het klassieke insectenlichaam bestaat uit kop, borststuk en achterlijf. Bij volwassen insecten zitten de poten en eventuele vleugels aan het borststuk.
Feit
Vlinders beginnen hun leven als rups
Een vlinder begint zijn leven als ei en komt daarna uit als rups. De rups eet en groeit voordat hij zich verpopt en uiteindelijk als volwassen vlinder verschijnt.
Feit
Rupsen kunnen meerdere keren vervellen
Omdat de huid van een rups niet onbeperkt kan meegroeien, vervelt hij meerdere keren. Na iedere vervelling kan de rups groter worden.
Feit
Vlinders hebben schubben op hun vleugels
De vleugels van vlinders zijn bedekt met duizenden kleine schubben. Deze schubben zorgen mede voor de kleuren en patronen die we op vlindervleugels zien.
Feit
Libellen bestaan al honderden miljoenen jaren
Libellen en hun voorouders bestaan al honderden miljoenen jaren. Hun verre voorouders leefden al lang voordat moderne zoogdieren verschenen.
Feit
Libellen kunnen zeer goed zien
Libellen hebben grote samengestelde ogen die een enorm deel van hun kop bedekken. Hierdoor kunnen ze bewegingen van prooien vanuit veel richtingen waarnemen.
Feit
Muggen gebruiken koolstofdioxide om gastheren te vinden
Vrouwelijke muggen kunnen koolstofdioxide uit uitgeademde lucht waarnemen. Dit helpt hen om potentiële gastheren op te sporen.
Feit
Alleen vrouwelijke muggen hebben bloed nodig voor de ontwikkeling van eitjes
Bij veel muggen gebruiken vrouwtjes een bloedmaaltijd om voldoende voedingsstoffen voor de ontwikkeling van eitjes te verkrijgen. Zowel mannetjes als vrouwtjes leven daarnaast onder andere van suikers uit nectar.
Feit
Muggen kunnen sommige ziekten overdragen
Muggen kunnen ziekteverwekkers overdragen wanneer ze bloed zuigen bij verschillende gastheren. Afhankelijk van de soort kunnen ze onder andere virussen en parasieten verspreiden.
Feit
Vlooien kunnen enorme sprongen maken in verhouding tot hun lichaamsgrootte
Vlooien kunnen tientallen centimeters springen, wat enorm is in verhouding tot hun kleine lichaamslengte. Hun krachtige achterpoten slaan energie op voordat ze afzetten.
Feit
Teken behoren tot de spinachtigen
Teken zijn geen insecten maar behoren tot de spinachtigen, net als spinnen. Volwassen teken hebben doorgaans acht poten.
Feit
Sommige teken kunnen maanden zonder voedsel overleven
Teken kunnen lange perioden zonder bloedmaaltijd overleven. Sommige soorten kunnen zelfs vele maanden of langer wachten op een geschikte gastheer.
Feit
Een duizendpoot heeft niet altijd duizend poten
Geen enkele bekende duizendpoot heeft letterlijk altijd duizend poten. Het aantal poten verschilt per soort en varieert sterk.
Feit
Een miljoenpoot heeft meestal veel minder dan een miljoen poten
De naam miljoenpoot is misleidend: de meeste soorten hebben enkele tientallen tot honderden poten. Eén soort staat bekend om een uitzonderlijk hoog aantal van meer dan duizend poten.
Feit
Sommige kevers kunnen onder water leven
Verschillende keversoorten zijn aangepast aan een leven in of rond water. Sommige nemen lucht mee onder hun dekschilden of houden een luchtlaag tegen hun lichaam.
Feit
Lieveheersbeestjes kunnen een onaangename geur afscheiden
Wanneer lieveheersbeestjes worden bedreigd, kunnen ze een geelachtige vloeistof afscheiden die onaangenaam smaakt en ruikt. Dit helpt roofdieren af te schrikken.
Feit
Sommige kevers kunnen licht produceren
Sommige kevers, zoals vuurvliegjes, kunnen bioluminescent licht produceren. Dit licht ontstaat door een chemische reactie in gespecialiseerde organen.
Feit
Vuurvliegjes gebruiken licht om partners te vinden
Vuurvliegjes gebruiken lichtsignalen om soortgenoten te vinden en partners aan te trekken. Verschillende soorten hebben hun eigen flitspatronen.
Feit
Vuurvliegjes produceren licht zeer efficiënt
De chemische reactie waarmee vuurvliegjes licht produceren zet een groot deel van de energie om in licht en relatief weinig in warmte. Daarom wordt hun licht soms 'koud licht' genoemd.
Feit
Sommige paddenstoelen geven licht
Een aantal paddenstoelensoorten is bioluminescent en kan delen van zijn vruchtlichaam groenachtig licht laten geven. Het licht ontstaat door een chemische reactie.
Feit
Paddenstoelen zijn geen planten
Paddenstoelen behoren tot het rijk van de schimmels. Ze verschillen fundamenteel van planten omdat ze geen chlorofyl hebben en hun voedsel uit organisch materiaal verkrijgen.
Feit
Schimmels zijn nauwer verwant aan dieren dan aan planten
Genetisch onderzoek laat zien dat schimmels evolutionair dichter bij dieren staan dan bij planten. Beide groepen delen een gemeenschappelijke evolutionaire geschiedenis.
Feit
Schimmels kunnen ondergrondse netwerken vormen
Veel schimmels vormen lange draadvormige structuren, hyfen genoemd, die samen een netwerk van mycelium vormen. Dit netwerk kan zich door grote delen van de bodem verspreiden.
Feit
Bomen kunnen via schimmels onderling stoffen uitwisselen
Schimmels kunnen met boomwortels mycorrhiza vormen. Via zulke netwerken kunnen water en voedingsstoffen worden uitgewisseld, en sommige onderzoeken wijzen ook op overdracht van koolstofverbindingen tussen planten.
Feit
Bomen produceren zuurstof door fotosynthese
Bomen gebruiken zonlicht om tijdens fotosynthese koolstofdioxide en water om te zetten in organische stoffen. Daarbij komt zuurstof vrij.
Feit
Planten nemen koolstofdioxide op tijdens fotosynthese
Tijdens fotosynthese nemen groene planten koolstofdioxide uit de lucht op. De koolstof wordt gebruikt voor de opbouw van suikers en andere organische stoffen.
Feit
Planten gebruiken zonlicht als energiebron
Groene planten gebruiken lichtenergie voor fotosynthese. Chlorofyl vangt een deel van het zonlicht op en helpt daarmee chemische energie op te slaan.
Feit
Bladeren bevatten chlorofyl
Veel groene bladeren bevatten chlorofyl, het pigment dat een belangrijke rol speelt bij fotosynthese. Chlorofyl absorbeert vooral rood en blauw licht.
Feit
Chlorofyl geeft bladeren hun groene kleur
Chlorofyl absorbeert bepaalde golflengten van zichtbaar licht sterker dan andere. Het groene deel wordt relatief veel teruggekaatst, waardoor bladeren groen lijken.
Feit
Sommige planten kunnen zichzelf verdedigen met chemische stoffen
Planten kunnen allerlei chemische stoffen produceren die herbivoren afschrikken of insecten en ziekteverwekkers bestrijden. Sommige van deze stoffen zijn giftig of bitter.
Feit
Sommige planten kunnen insecten aantrekken met geur
Bloeiende planten kunnen geurstoffen produceren die bestuivers aantrekken. De geur helpt insecten en andere dieren om bloemen met nectar of stuifmeel te vinden.
Feit
Sommige planten kunnen reageren op aanraking
Planten kunnen reageren op mechanische prikkels zoals aanraking of wind. Deze reacties kunnen snelle bewegingen of veranderingen in groei veroorzaken.
Feit
Mimosa-planten kunnen hun bladeren sluiten na aanraking
De bladeren van sommige Mimosa-soorten kunnen snel dichtklappen wanneer ze worden aangeraakt. Dit is een reactie op mechanische prikkels en helpt mogelijk tegen planteneters.
Feit
Planten hebben geen hersenen
Planten hebben geen hersenen of centraal zenuwstelsel zoals dieren. Ze beschikken wel over complexe chemische en elektrische signalen waarmee verschillende delen van de plant op elkaar reageren.
Feit
Planten kunnen wel reageren op veranderingen in hun omgeving
Planten kunnen reageren op licht, temperatuur, aanraking, zwaartekracht en beschikbaarheid van water. Deze reacties verlopen via hormonen, chemische signalen en elektrische signalen.
Feit
Bomen kunnen water vanuit de bodem naar hun bladeren transporteren
Bomen brengen water via gespecialiseerde vaten vanuit de wortels naar bladeren en andere delen van de plant. Verdamping via de bladeren helpt daarbij water omhoog te trekken.
Feit
De hoogste bomen ter wereld zijn kustsequoia's
Kustsequoia's behoren tot de hoogste bomen ter wereld. Sommige exemplaren zijn meer dan 100 meter hoog.
Feit
Sommige bomen kunnen duizenden jaren oud worden
Bepaalde boomsoorten kunnen duizenden jaren oud worden. Vooral enkele soorten dennen, cipressen en andere langzaam groeiende bomen bereiken zeer hoge leeftijden.
Feit
Bomen groeien in de dikte door een laag cellen onder de bast
De diktegroei van bomen wordt vooral veroorzaakt door het vaatcambium, een groeilaag die nieuwe hout- en bastcellen vormt. Hierdoor wordt de stam elk jaar dikker.
Feit
Een boomring kan informatie geven over vroegere groeiomstandigheden
Jaarlijkse groeiringen kunnen informatie geven over de groeiomstandigheden van een boom. Brede en smalle ringen kunnen bijvoorbeeld verband houden met verschillen in vocht en temperatuur.
Feit
Mos heeft geen echte wortels zoals bomen
Mossen hebben geen echte wortels, maar gebruiken dunne structuren, rhizoïden genoemd, om zich vast te hechten. Water en voedingsstoffen kunnen ze grotendeels via hun oppervlak opnemen.
Feit
Sommige zaden kunnen jarenlang slapend blijven
Sommige zaden kunnen lange tijd in een rusttoestand blijven voordat ze ontkiemen. De kiemrust beschermt het zaad tegen ongunstige omstandigheden.
Feit
Sommige zaden kunnen na tientallen jaren nog ontkiemen
Bepaalde zaden kunnen tientallen jaren levensvatbaar blijven wanneer ze onder geschikte omstandigheden worden bewaard. Sommige uitzonderlijke voorbeelden kunnen zelfs veel langer overleven.
Feit
Kokosnoten kunnen door zeewater worden verspreid
Kokosnoten zijn geschikt voor verspreiding over water omdat de vezelige buitenlaag bescherming en drijfvermogen biedt. Zo kunnen ze naar andere eilanden worden vervoerd.
Feit
Paardenbloemzaden kunnen door de wind worden verspreid
Paardenbloemzaden hebben een licht pluizig parachuutje waarmee ze door de wind kunnen worden meegenomen. Hierdoor kunnen ze zich over relatief grote afstanden verspreiden.
Feit
Sommige zaden hebben haakjes om aan dieren te blijven hangen
Sommige planten produceren zaden met kleine haakjes of stekels. Deze kunnen aan de vacht van dieren blijven hangen en zo helpen bij verspreiding.
Feit
De geur van vers gemaaid gras komt door chemische stoffen van beschadigde planten
Wanneer gras wordt gemaaid, raken veel plantencellen beschadigd en komen vluchtige chemische stoffen vrij. Een deel daarvan herkennen mensen als de typische geur van vers gemaaid gras.
Feit
Uien kunnen tranen veroorzaken door vluchtige stoffen
Bij het snijden van een ui ontstaan vluchtige zwavelverbindingen die de ogen bereiken. Deze stoffen reageren met vocht op het oog en veroorzaken irritatie en tranen.
Feit
Knoflook bevat zwavelhoudende stoffen
De kenmerkende geur en smaak van knoflook worden onder andere veroorzaakt door zwavelhoudende verbindingen. Een bekende verbinding is allicine, die ontstaat wanneer knoflook wordt beschadigd.
Feit
Chilipepers bevatten capsaïcine
Capsaïcine is de stof die veel chilipepers hun scherpe smaak geeft. De hoeveelheid verschilt sterk tussen soorten en rassen.
Feit
Capsaïcine activeert pijnreceptoren
Capsaïcine activeert onder andere de receptor TRPV1, die ook reageert op hitte en bepaalde pijnprikkels. Daardoor voelt pittig eten alsof het heet brandt.
Feit
Munt geeft een koud gevoel zonder de temperatuur echt te verlagen
Menthol uit munt activeert koudegevoelige receptoren in de mond. Daardoor ontstaat een koel gevoel zonder dat de temperatuur van het weefsel daadwerkelijk sterk daalt.
Feit
Zout kan voedsel langer houdbaar maken
Zout kan water aan voedsel en micro-organismen onttrekken en daardoor de groei van veel bacteriën en schimmels remmen. Daarom wordt zout al eeuwen gebruikt voor conservering.
Feit
Suiker kan voedsel conserveren
Hoge concentraties suiker binden water en maken het moeilijker voor veel micro-organismen om te groeien. Daarom wordt suiker onder andere gebruikt bij jam en geconserveerd fruit.
Feit
Brood kan schimmelen wanneer het vochtig wordt bewaard
Vochtige omstandigheden geven schimmels betere groeimogelijkheden. Brood bevat bovendien voedingsstoffen waarop schimmels kunnen groeien.
Feit
Gist is een levende schimmel
Bakkersgist bestaat uit levende eencellige schimmels. Ze zetten suikers om en produceren daarbij onder andere koolstofdioxide.
Feit
Gist zorgt ervoor dat brood kan rijzen
Tijdens het fermenteren maakt gist koolstofdioxide. Dit gas vormt belletjes in het deeg, waardoor het deeg uitzet en het brood rijst.
Feit
Kaas wordt gemaakt met behulp van melk en micro-organismen
Bij de productie van veel kazen spelen bacteriën en soms schimmels een belangrijke rol. Ze veranderen bestanddelen van melk en zorgen voor smaak, structuur en rijping.
Feit
Yoghurt ontstaat door fermentatie
Bij het maken van yoghurt zetten bepaalde melkzuurbacteriën lactose om in melkzuur. Hierdoor wordt de melk zuurder en ontstaat de kenmerkende dikke structuur.
Feit
Zuurkool ontstaat door melkzuurfermentatie
Bij zuurkool zetten melkzuurbacteriën suikers uit kool om in melkzuur. Hierdoor ontstaat de zure smaak en wordt het product langer houdbaar.
Feit
Chocolade wordt gemaakt van cacaobonen
Chocolade begint bij de zaden van de cacaovrucht. Na fermentatie, drogen, roosteren en verdere verwerking ontstaan cacaoproducten die worden gebruikt voor chocolade.
Feit
Witte chocolade bevat geen cacaomassa
Witte chocolade bevat doorgaans cacaoboter, suiker en melkbestanddelen, maar geen cacaomassa. Daardoor heeft het een lichte kleur en een andere smaak dan pure of melkchocolade.
Feit
Donkere chocolade bevat meestal meer cacaobestanddelen
Pure of donkere chocolade bevat doorgaans een hoger percentage cacaobestanddelen dan melkchocolade. Het precieze percentage verschilt per product.
Feit
Koffie is wereldwijd een van de meest gedronken dranken
Koffie wordt in grote delen van de wereld dagelijks gedronken. De drank wordt gemaakt door gebrande en gemalen koffiebonen met water te extraheren.
Feit
Thee wordt gemaakt van de bladeren van de theeplant
Echte thee wordt gemaakt van bladeren en knoppen van de theeplant Camellia sinensis. De verschillen tussen groene, zwarte en witte thee ontstaan vooral door de verwerking.
Feit
Groene en zwarte thee komen van dezelfde plant
Groene en zwarte thee zijn afkomstig van dezelfde plantensoort, Camellia sinensis. Het verschil ontstaat voornamelijk door de manier waarop de bladeren worden verwerkt en geoxideerd.
Feit
Kruidenthee is technisch gezien vaak geen echte thee
Veel dranken die als kruidenthee worden verkocht bevatten geen bladeren van Camellia sinensis. Ze worden gemaakt van kruiden, bloemen, vruchten of specerijen en zijn botanisch gezien infusies.
Feit
Popcorn ontstaat doordat water in een maïskorrel verdampt
Een popcornkorrel bevat een kleine hoeveelheid water binnen een harde zetmeelrijke schaal. Bij verhitting verandert het water in stoom, waardoor de druk stijgt en de korrel uiteindelijk openbarst.
Feit
Een aardappel bevat veel zetmeel
Aardappelen slaan veel energie op in de vorm van zetmeel. Dit complexe koolhydraat vormt een belangrijk onderdeel van de voedingswaarde van aardappelen.
Feit
Rijst is een van de belangrijkste voedselgewassen ter wereld
Rijst is voor miljarden mensen een belangrijk basisvoedsel. Vooral in grote delen van Azië speelt rijst een centrale rol in de dagelijkse voeding.
Feit
Maïs is een grassoort
Maïs behoort botanisch tot de grassenfamilie. Het is een van de belangrijkste graangewassen ter wereld en wordt zowel als voedsel als veevoer gebruikt.
Feit
Tarwe behoort tot de grassen
Tarwe is een grassoort en behoort tot de familie Poaceae. De zaden worden onder andere gebruikt voor brood, pasta en veel andere voedingsmiddelen.
Feit
Haver behoort tot de grassen
Haver is een graansoort binnen de grassenfamilie. De zaden worden onder andere gebruikt voor havermout en ontbijtproducten.
Feit
Bamboe is een grassoort
Bamboe behoort tot de grassenfamilie, ondanks het feit dat sommige soorten zo groot worden dat ze op bomen lijken. De stengels kunnen zeer hoog en houtachtig worden.
Feit
Een citroen bevat minder suiker dan veel mensen denken
Citroenen smaken erg zuur doordat ze veel organische zuren bevatten. Daardoor kan hun smaak veel zoeter lijken dan het werkelijke suikergehalte doet vermoeden.
Feit
Een appel bevat van nature veel water
Een verse appel bestaat voor een groot deel uit water. De overige bestanddelen bestaan onder andere uit suikers, vezels, zuren, vitamines en mineralen.
Feit
Een komkommer bestaat grotendeels uit water
Komkommers bestaan voor ongeveer 95 procent uit water. Daardoor hebben ze relatief weinig calorieën per gewichtseenheid.
Feit
Watermeloen bestaat voor een groot deel uit water
Watermeloen bevat zeer veel water en is daardoor bijzonder sappig. Het hoge watergehalte draagt bij aan de verfrissende eigenschappen.
Feit
Aardappelen kunnen groen worden door licht
Wanneer aardappelen aan licht worden blootgesteld, kunnen ze groen worden door de vorming van chlorofyl. Onder dezelfde omstandigheden kan ook het gehalte aan glycoalkaloïden zoals solanine toenemen.
Feit
Groene aardappelen kunnen verhoogde hoeveelheden solanine bevatten
Groen verkleurde aardappelen kunnen meer glycoalkaloïden bevatten, waaronder solanine. Daarom wordt aangeraden sterk groene of bitter smakende aardappelen niet te eten.
Feit
Bananen produceren tijdens het rijpen ethyleen
Tijdens het rijpen produceren bananen het plantenhormoon ethyleen. Dit gas stimuleert rijpingsprocessen zoals het zachter worden en verkleuren van de vrucht.
Feit
Ethyleen beïnvloedt de rijping van veel vruchten
Ethyleen is een plantenhormoon dat bij veel vruchten een belangrijke rol speelt bij rijping. Het kan onder andere veranderingen in kleur, geur, smaak en stevigheid veroorzaken.
Feit
Appels kunnen het rijpen van ander fruit versnellen
Appels produceren ethyleen, vooral tijdens het rijpen. Wanneer ze samen met andere vruchten worden bewaard, kan dit het rijpingsproces van sommige soorten versnellen.
Feit
Een ananas kan meerdere jaren nodig hebben om volwassen te worden
Een ananasplant heeft afhankelijk van soort en teeltomstandigheden vaak een jaar of langer nodig voordat een vrucht wordt gevormd. De exacte tijd verschilt per ras en klimaat.
Feit
Saffraan wordt gewonnen uit de stampers van een krokus
Saffraan bestaat uit de gedroogde rode stempels van de saffraankrokus. Iedere bloem levert maar enkele draadjes, waardoor veel bloemen nodig zijn voor een kleine hoeveelheid saffraan.
Feit
Saffraan is zeer arbeidsintensief om te oogsten
De saffraandraadjes worden meestal met de hand uit de bloemen gehaald. Omdat iedere bloem maar weinig saffraan levert, is de oogst zeer arbeidsintensief.
Feit
Vanille wordt met de hand bestoven in veel teeltgebieden
In veel vanilleproducerende gebieden worden vanillebloemen handmatig bestoven omdat de natuurlijke bestuivers daar ontbreken. Hierdoor is de productie arbeidsintensief.
Feit
Kaneel komt van de bast van bomen
Kaneel wordt gemaakt van de binnenste bast van verschillende bomen uit het geslacht Cinnamomum. De bast wordt gedroogd en krult daarbij op.
Feit
Kruidnagels zijn gedroogde bloemknoppen
Kruidnagels zijn geen zaden maar gedroogde bloemknoppen van de kruidnagelboom. De knoppen worden geoogst voordat de bloemen volledig openen.
Feit
Nootmuskaat is een zaad
Nootmuskaat is het zaad van de nootmuskaatboom. De felrode zaadmantel rond het zaad wordt afzonderlijk verwerkt en staat bekend als foelie.
Feit
Peperkorrels zijn vruchten
Zwarte peperkorrels zijn de gedroogde vruchten van de peperplant. De plant behoort niet tot de familie van paprika's en chilipepers.
Feit
Zwarte peper en witte peper komen van dezelfde plant
Zwarte en witte peper worden beide gemaakt van vruchten van dezelfde peperplant. Het verschil zit vooral in het moment van oogsten en de manier waarop de vruchten worden verwerkt.
Feit
Gember is botanisch gezien een wortelstok
Het eetbare deel van gember is geen gewone wortel maar een wortelstok. Dit is een ondergrondse stengel waarin de plant voedingsstoffen opslaat.
Feit
Kurkuma is eveneens een wortelstok
Ook kurkuma is botanisch gezien een wortelstok. De karakteristieke gele kleur komt vooral van curcuminoïden.
Feit
Aardnoten groeien onder de grond
Na de bestuiving buigt de bloemsteel van een pindaplant naar de bodem. De peul ontwikkelt zich vervolgens onder de grond, waar de pinda's rijpen.
Feit
Een eierschaal bestaat voornamelijk uit calciumcarbonaat
De harde schaal van een kippenei bestaat voor het grootste deel uit calciumcarbonaat. Het mineraal geeft de schaal zijn stevigheid en beschermt de inhoud.
Feit
Een ei kan drijven wanneer het ouder wordt
Een ei kan na verloop van tijd meer drijfvermogen krijgen doordat de luchtkamer binnenin groter wordt. Een drijvend ei is daarom vooral een aanwijzing dat het ei ouder is, niet automatisch dat het bedorven is.
Feit
Eieren hebben een luchtkamer
Tussen de schaal en de vliezen van een ei bevindt zich een kleine luchtkamer. Deze ontstaat doordat de inhoud na het leggen afkoelt en iets krimpt.
Feit
De luchtkamer van een ei wordt groter naarmate het ei ouder wordt
Tijdens de opslag verliest een ei langzaam vocht en koolstofdioxide door de poreuze schaal. Daardoor wordt de luchtkamer geleidelijk groter.
Feit
De kleur van een kippenei zegt weinig over de voedingswaarde
De kleur van een eierschaal wordt vooral bepaald door het kippenras. Witte en bruine eieren kunnen qua voedingswaarde sterk op elkaar lijken.
Feit
Kippen kunnen verschillende individuen herkennen
Kippen kunnen individuele soortgenoten onderscheiden en kennen hun sociale positie binnen de groep. Dit helpt bij het onderhouden van de groepsstructuur.
Feit
Kippen kunnen meer dan twintig verschillende geluiden maken
Kippen gebruiken een groot aantal verschillende geluiden voor alarm, contact, voedsel, territorium en het begeleiden van kuikens. Hun communicatie is daardoor veel uitgebreider dan alleen gekakel.
Feit
Melk bevat van nature lactose
Lactose is de natuurlijke suiker die in melk voorkomt. Het is een koolhydraat dat tijdens de spijsvertering normaal wordt afgebroken door het enzym lactase.
Feit
Lactose is een melksuiker
Lactose is een disacharide die bestaat uit glucose en galactose. Het komt van nature voor in melk van zoogdieren.
Feit
Niet iedereen kan lactose goed verteren
De productie van het enzym lactase neemt bij veel mensen na de kinderjaren af. Daardoor kunnen sommige mensen lactose minder goed verteren dan anderen.
Feit
Kaas kan minder lactose bevatten dan melk
Tijdens de kaasproductie wordt een groot deel van de lactose verwijderd met de wei en omgezet door bacteriën. Vooral lang gerijpte harde kazen bevatten daardoor vaak zeer weinig lactose.
Feit
Parmezaanse kaas rijpt vaak jarenlang
Parmezaanse kaas wordt langdurig gerijpt om zijn stevige structuur en sterke smaak te ontwikkelen. Sommige varianten rijpen twee jaar of langer.
Feit
Roomijs bevat meestal veel lucht
Tijdens het maken van roomijs wordt lucht in het mengsel geslagen. De hoeveelheid ingesloten lucht beïnvloedt de structuur en romigheid van het ijs.
Feit
Een softijsje bestaat deels uit opgeklopte lucht
Bij het maken van softijs wordt tijdens het bevriezen lucht in het mengsel opgenomen. Daardoor ontstaat de lichte en luchtige structuur van softijs.
Feit
IJsblokjes drijven omdat ijs minder dicht is dan vloeibaar water
Water zet uit wanneer het bevriest en vormt een kristalstructuur met relatief veel ruimte. Daardoor heeft ijs een lagere dichtheid dan vloeibaar water en blijft het drijven.
Feit
Water zet uit wanneer het bevriest
Bij het bevriezen vormen watermoleculen een kristalstructuur die meer ruimte inneemt dan vloeibaar water. Daardoor neemt het volume toe.
Feit
Water heeft zijn hoogste dichtheid rond vier graden Celsius
Zuiver water heeft bij normale luchtdruk zijn hoogste dichtheid rond 4 graden Celsius. Daardoor blijft relatief warmer water onderin een meer liggen terwijl kouder water naar boven komt.
Feit
Heet water kan onder bepaalde omstandigheden sneller bevriezen dan koud water
Dit verschijnsel staat bekend als het Mpemba-effect. Onder bepaalde omstandigheden kan warmer water sneller bevriezen dan kouder water, maar het effect is niet altijd aanwezig en hangt af van verschillende factoren.
Feit
Water kan tegelijkertijd als vaste stof en vloeistof voorkomen
Onder bepaalde temperatuur- en drukomstandigheden kunnen ijs en vloeibaar water tegelijk stabiel bestaan. Dit gebeurt bijvoorbeeld rond het smeltpunt bij normale luchtdruk.
Feit
Water kan tegelijkertijd koken en bevriezen onder speciale omstandigheden
Bij een geschikt lage drukniveau kan water onder omstandigheden tegelijkertijd koken en bevriezen. Dit hangt samen met het tripelpunt van water, waarbij vaste, vloeibare en gasvormige fase tegelijk kunnen voorkomen.
Feit
Geluid reist sneller door water dan door lucht
Geluid beweegt sneller door water omdat de eigenschappen van water geluidstrillingen efficiënter doorgeven. In water is de geluidssnelheid ongeveer vier keer zo hoog als in lucht.
Feit
Licht reist sneller dan geluid
Licht beweegt in vacuüm met ongeveer 300.000 kilometer per seconde, terwijl geluid in lucht ongeveer 343 meter per seconde aflegt. Daarom zien we bliksem voordat we de donder horen.
Feit
Je ziet bliksem voordat je de donder hoort
De lichtflits van bliksem bereikt je vrijwel onmiddellijk, terwijl het geluid veel langzamer door de lucht reist. Het tijdsverschil kan worden gebruikt om de afstand tot een onweersbui grof te schatten.
Feit
Geluid kan niet door een vacuüm reizen
Geluid heeft een medium nodig, zoals lucht, water of een vaste stof, om trillingen door te geven. In een vrijwel leeg vacuüm kan geluid zich daarom niet op dezelfde manier voortplanten.
Feit
De ruimte is vrijwel geluidloos
De ruimte bevat op veel plaatsen zo weinig materie dat gewone geluidsgolven zich niet kunnen voortplanten. Astronauten kunnen buiten een ruimtevaartuig daarom niet rechtstreeks door de ruimte met elkaar praten.
Feit
Een echo ontstaat door terugkaatsing van geluid
Een echo ontstaat wanneer geluidsgolven tegen een oppervlak terugkaatsen en later opnieuw bij de luisteraar aankomen. Grote en harde oppervlakken geven vaak duidelijkere echo's.
Feit
Een regenboog ontstaat door breking, reflectie en verspreiding van licht
Zonlicht wordt in regendruppels gebroken en opgesplitst in verschillende kleuren. Een deel van het licht wordt in de druppel gereflecteerd en vervolgens opnieuw gebroken wanneer het de druppel verlaat.
Feit
Een regenboog is eigenlijk een volledige cirkel
Een primaire regenboog vormt geometrisch gezien een volledige cirkel. Vanaf de grond blokkeert de horizon meestal een groot deel van die cirkel, waardoor we vooral een boog zien.
Feit
Vanaf de grond zie je meestal maar een deel van een regenboog
De onderkant van de regenboog bevindt zich vaak onder de horizon. Vanuit een vliegtuig of vanaf een hoge positie kan soms een veel groter deel van de volledige cirkel zichtbaar worden.
Feit
Een dubbele regenboog heeft een tweede boog met omgekeerde kleurvolgorde
Een dubbele regenboog ontstaat wanneer licht in regendruppels twee keer wordt gereflecteerd. De buitenste tweede boog heeft daardoor de tegenovergestelde kleurvolgorde.
Feit
Een schaduw heeft geen eigen kleur
Een schaduw ontstaat doordat een object een deel van het licht blokkeert. De kleur die je ziet wordt beïnvloed door het omgevingslicht, waardoor schaduwen niet altijd volledig zwart zijn.
Feit
Een spiegel keert niet letterlijk links en rechts om
Een vlakke spiegel verwisselt niet simpelweg links en rechts. Hij keert vooral de richting loodrecht op het spiegeloppervlak om, waardoor het lijkt alsof voor en achter worden verwisseld.
Feit
Een zwart voorwerp absorbeert veel zichtbaar licht
Een zwart oppervlak absorbeert een groot deel van het zichtbare licht dat erop valt. Daardoor wordt relatief weinig licht naar onze ogen teruggekaatst.
Feit
Een wit voorwerp reflecteert veel zichtbaar licht
Een wit oppervlak reflecteert een groot deel van het zichtbare licht dat erop valt. Daardoor bereiken veel verschillende golflengten onze ogen tegelijk.
Feit
De lucht is overdag blauw door verstrooiing van zonlicht
Moleculen in de atmosfeer verstrooien kortere golflengten van zichtbaar licht sterker dan langere. Blauw licht wordt daardoor vanuit veel richtingen naar onze ogen verstrooid.
Feit
De lucht kan rood of oranje lijken bij zonsopkomst
Wanneer de zon laag aan de hemel staat, legt het licht een langere weg door de atmosfeer af. Veel blauw licht wordt onderweg verstrooid, waardoor rood en oranje relatief sterker overblijven.
Feit
De zon lijkt groter wanneer zij dicht bij de horizon staat, maar haar grootte verandert nauwelijks
De zon kan bij de horizon groter lijken door de zogenaamde horizonillusie. De werkelijke hoekgrootte van de zon verandert daarbij maar zeer weinig.
Feit
De maan produceert zelf vrijwel geen zichtbaar licht
De maan is geen lichtgevende ster maar een rotsachtig hemellichaam. Het zichtbare maanlicht is voornamelijk zonlicht dat door het maanoppervlak wordt teruggekaatst.
Feit
De maan weerkaatst zonlicht
De maan lijkt helder doordat zonlicht op het oppervlak valt en gedeeltelijk wordt teruggekaatst naar de aarde. De verschillende maanfasen ontstaan door de veranderende positie van maan, aarde en zon.
Feit
De maan heeft geen atmosfeer zoals de aarde
De maan heeft slechts een extreem dunne exosfeer en geen dichte atmosfeer zoals de aarde. Daardoor is er vrijwel geen luchtweerstand en kan geluid zich er niet normaal door de omgeving verspreiden.
Feit
Voetafdrukken op de maan kunnen zeer lang zichtbaar blijven
Omdat de maan geen wind en geen regen heeft zoals de aarde, worden voetafdrukken niet snel weggeërodeerd. Ze kunnen daardoor zeer lang in het maanoppervlak zichtbaar blijven.
Feit
De maan heeft invloed op de getijden
De zwaartekracht van de maan veroorzaakt samen met die van de zon de getijden op aarde. Vooral de maan heeft daarbij een belangrijke invloed.
Feit
De aarde heeft één natuurlijke maan
De aarde heeft één grote natuurlijke satelliet: de maan. Daarnaast draait er veel door mensen gemaakt ruimtepuin rond de aarde, maar dat wordt niet als natuurlijke maan beschouwd.
Feit
De aarde is niet perfect rond
De aarde is door haar rotatie iets afgeplat bij de polen en iets breder rond de evenaar. Daarom lijkt de aarde meer op een afgeplatte bol dan op een perfecte bol.
Feit
De aarde is aan de polen iets afgeplat
De draaiing van de aarde veroorzaakt een kleine uitstulping rond de evenaar. Hierdoor is de afstand van het middelpunt naar de evenaar iets groter dan naar de polen.
Feit
De aarde draait om haar eigen as
De aarde draait voortdurend om een denkbeeldige as die door de noord- en zuidpool loopt. Eén volledige rotatie duurt ten opzichte van de sterren ongeveer 23 uur en 56 minuten.
Feit
De aarde draait rond de zon
De aarde beweegt in een baan rond de zon. Eén volledige omloop duurt ongeveer 365,25 dagen, wat de reden is voor het invoeren van schrikkeljaren.
Feit
Een dag op aarde duurt ongeveer 24 uur
Een zonnedag duurt gemiddeld ongeveer 24 uur. Dit is de tijd tussen twee opeenvolgende momenten waarop de zon ongeveer dezelfde positie aan de hemel heeft.
Feit
Een jaar op aarde duurt ongeveer 365 dagen
De aarde doet ongeveer 365,25 dagen over één omloop rond de zon. Daarom wordt ongeveer iedere vier jaar een extra schrikkeldag toegevoegd.
Feit
Een schrikkeljaar heeft meestal 366 dagen
In een schrikkeljaar wordt een extra dag aan februari toegevoegd. Daardoor heeft zo'n jaar 366 dagen in plaats van 365.
Feit
Een dag op Venus duurt langer dan een Venusjaar
Venus draait extreem langzaam om zijn eigen as. Eén rotatie duurt ongeveer 243 aardse dagen, terwijl Venus in ongeveer 225 aardse dagen rond de zon draait.
Feit
Venus draait in tegengestelde richting ten opzichte van de meeste planeten
Venus draait retrograde: de draairichting is tegengesteld aan die van de meeste planeten. Daardoor zou de zon op Venus in de tegenovergestelde richting lijken op te komen en onder te gaan.
Feit
Mercurius heeft zeer grote temperatuurverschillen
Mercurius heeft vrijwel geen dichte atmosfeer om warmte vast te houden en te verspreiden. Daardoor kunnen de temperaturen tussen dag en nacht sterk verschillen.
Feit
Een jaar op Mercurius duurt 88 aardse dagen
Mercurius staat dicht bij de zon en beweegt daardoor snel rond de zon. Eén omloop duurt slechts 88 aardse dagen.
Feit
Een dag op Jupiter duurt minder dan tien uur
Jupiter draait zeer snel om zijn as. Een volledige rotatie duurt ongeveer 10 uur, waardoor een Jupitersdag veel korter is dan een aardse dag.
Feit
Jupiter is de grootste planeet van ons zonnestelsel
Jupiter is de grootste planeet in ons zonnestelsel en heeft een massa van meer dan twee keer die van alle andere planeten samen.
Feit
Jupiter heeft een enorme storm die de Grote Rode Vlek wordt genoemd
De Grote Rode Vlek is een gigantische storm in de atmosfeer van Jupiter. Deze storm is al eeuwen door astronomen waargenomen, al veranderen omvang en vorm in de loop van de tijd.
Feit
Saturnus heeft opvallende ringen
Saturnus wordt omringd door een uitgebreid systeem van ringen. Deze bestaan uit talloze ijs- en rotsdeeltjes van zeer verschillende afmetingen.
Feit
De ringen van Saturnus bestaan voornamelijk uit ijsdeeltjes en gesteente
De ringen van Saturnus bestaan grotendeels uit waterijs, vermengd met rotsachtig en stoffig materiaal. De afzonderlijke deeltjes kunnen variëren van heel klein stof tot grotere brokken.
Feit
Saturnus heeft een zeer lage gemiddelde dichtheid
Saturnus heeft de laagste gemiddelde dichtheid van alle planeten in ons zonnestelsel. De gemiddelde dichtheid ligt zelfs lager dan die van water, hoewel een planeet natuurlijk niet in een gigantische waterbak zou kunnen drijven.
Feit
Uranus draait vrijwel op zijn kant
De rotatie-as van Uranus staat ongeveer 98 graden gekanteld. Daardoor lijkt de planeet vrijwel op zijn kant door zijn baan rond de zon te rollen.
Feit
Uranus heeft ringen
Uranus heeft een systeem van dunne, donkere ringen. Ze zijn veel minder opvallend dan de grote ringen van Saturnus.
Feit
Neptunus heeft extreem sterke winden
Neptunus heeft enkele van de snelste winden in het zonnestelsel. In de bovenste atmosfeer kunnen windsnelheden van meer dan 1.000 kilometer per uur voorkomen.
Feit
Mars heeft de grootste vulkaan van het zonnestelsel
Olympus Mons op Mars is de grootste bekende vulkaan in het zonnestelsel. Hij is veel breder en hoger dan de grootste vulkanen op aarde.
Feit
Mars heeft een atmosfeer die veel dunner is dan die van de aarde
De atmosfeer van Mars bestaat voornamelijk uit koolstofdioxide en heeft een veel lagere druk dan de aardatmosfeer. Daardoor is de oppervlakteomgeving extreem droog en koud.
Feit
Mars heeft twee kleine manen
Mars heeft twee kleine natuurlijke satellieten: Phobos en Deimos. Ze zijn onregelmatig gevormd en veel kleiner dan onze maan.
Feit
De zon bevat vrijwel alle massa van het zonnestelsel
De zon bevat ongeveer 99,8 procent van de totale massa van het zonnestelsel. De planeten, manen, asteroïden en andere objecten vormen samen slechts een klein deel.
Feit
De zon is een ster
De zon is een gewone ster van het type gele dwerg, oftewel een G-type hoofdreeksster. Ze lijkt veel groter en helderder dan andere sterren omdat de aarde relatief dicht bij de zon staat.
Feit
De zon produceert energie door kernfusie
In de kern van de zon worden waterstofkernen door kernfusie omgezet in helium. Daarbij komt enorme hoeveelheden energie vrij die uiteindelijk als straling de ruimte in gaat.
Feit
Licht van de zon doet ongeveer acht minuten over de reis naar de aarde
Zonlicht reist met de lichtsnelheid en doet gemiddeld ongeveer 8 minuten en 20 seconden over de afstand tussen de zon en de aarde.
Feit
De zon is ongeveer 4,6 miljard jaar oud
De zon ontstond ongeveer 4,6 miljard jaar geleden uit een wolk van gas en stof. Ze bevindt zich ongeveer halverwege haar levensduur als hoofdreeksster.
Feit
Sterren lijken te twinkelen door de atmosfeer van de aarde
Licht van sterren wordt onderweg door verschillende lagen van de aardatmosfeer gebroken en afgebogen. Daardoor kan de helderheid en schijnbare positie van een ster snel veranderen.
Feit
De poolster staat bijna boven de geografische noordpool
De Poolster staat aan de hemel zeer dicht bij de richting van de geografische noordpool. Daardoor lijkt hij vrijwel stil te staan terwijl andere sterren eromheen lijken te draaien.
Feit
Een lichtjaar is een afstand en geen tijdseenheid
Een lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt. Dat is ongeveer 9,46 biljoen kilometer.
Feit
Het lichtjaar wordt gebruikt om enorme afstanden in de ruimte te meten
Astronomen gebruiken lichtjaren om afstanden tussen sterren en andere objecten begrijpelijker uit te drukken. Voor nog grotere afstanden wordt vaak een parsec of kiloparsec gebruikt.
Feit
Er zijn miljarden sterren in ons sterrenstelsel
De Melkweg bevat naar schatting honderden miljarden sterren. Het exacte aantal is niet rechtstreeks bekend omdat veel sterren moeilijk waarneembaar zijn.
Feit
De Melkweg is een sterrenstelsel
De Melkweg is het sterrenstelsel waarin ons zonnestelsel zich bevindt. Het is een groot spiraalstelsel met enorme hoeveelheden sterren, gas en stof.
Feit
Ons zonnestelsel bevindt zich in de Melkweg
De zon en alle planeten van ons zonnestelsel bevinden zich in de Melkweg. Ons zonnestelsel ligt in een van de spiraalarmen, op aanzienlijke afstand van het galactische centrum.
Feit
De Melkweg heeft een superzwaar zwart gat in het centrum
In het centrum van de Melkweg bevindt zich Sagittarius A*, een superzwaar zwart gat met een massa van ongeveer vier miljoen keer die van de zon.
Feit
Zwarte gaten kunnen licht niet laten ontsnappen wanneer het de waarnemingshorizon passeert
Binnen de waarnemingshorizon van een zwart gat is de zwaartekracht zo sterk dat geen signaal meer naar buiten kan ontsnappen. Daarom kan ook licht niet terugkeren naar de buitenwereld.
Feit
Een neutronenster is extreem compact
Een neutronenster bestaat uit extreem dicht opeengepakt materiaal dat overblijft na de ineenstorting van een zware ster. Een object met ongeveer de massa van de zon kan daarbij slechts tientallen kilometers in doorsnee zijn.
Feit
Neutronensterren kunnen zeer snel rond hun as draaien
Sommige neutronensterren draaien tientallen tot honderden keren per seconde om hun as. Hun kleine omvang en behoud van impulsmoment spelen daarbij een belangrijke rol.
Feit
Een pulsar is een snel ronddraaiende neutronenster die pulsen kan uitzenden
Een pulsar is een sterk magnetische, snel roterende neutronenster waarvan straling in bundels wordt uitgezonden. Wanneer zo'n bundel regelmatig langs de aarde komt, lijkt de bron te pulseren.
Feit
De ruimte is niet volledig leeg
De ruimte bevat gas, stof, straling, deeltjes en magnetische velden. De dichtheid is op veel plaatsen extreem laag, maar een absoluut vacuüm komt in de natuur vrijwel niet voor.
Feit
Er zweeft veel stof en gas tussen sterren
Tussen sterren bevindt zich interstellaire materie, waaronder gas en microscopisch stof. Deze materie kan uiteindelijk samenklonteren en bijdragen aan de vorming van nieuwe sterren en planeten.
Feit
Ruimtepuin draait rond de aarde
Rond de aarde bevindt zich veel door mensen veroorzaakt ruimtepuin, zoals oude satellietonderdelen en fragmenten. Dit puin kan met zeer hoge snelheid rond de aarde bewegen.
Feit
Kleine meteoroïden kunnen in de atmosfeer verbranden
Wanneer een meteoroïde met hoge snelheid de atmosfeer binnendringt, wordt de lucht voor het object sterk samengedrukt en verhit. Hierdoor kan het object gedeeltelijk verdampen en een lichtspoor veroorzaken.
Feit
Een meteoor is het lichtverschijnsel dat ontstaat wanneer een object de atmosfeer binnendringt
Een meteoroïde is het object zelf, terwijl de lichtstreep die we zien een meteoor wordt genoemd. Het zichtbare verschijnsel ontstaat tijdens de passage door de atmosfeer.
Feit
Een meteoriet is een ruimteobject dat de grond bereikt
Wanneer een deel van een meteoroïde of ander ruimteobject de passage door de atmosfeer overleeft en de grond bereikt, wordt het een meteoriet genoemd.
Feit
De meeste meteorieten zijn relatief klein
Veel meteorieten die de aarde bereiken zijn relatief klein, hoewel er ook zeer grote inslagen bekend zijn. Grote inslagen zijn zeldzaam omdat grote objecten veel minder vaak voorkomen.
Feit
Asteroïden draaien voornamelijk rond de zon
Asteroïden zijn rotsachtige of metaalrijke hemellichamen die meestal rond de zon draaien. Veel bevinden zich in de asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter.
Feit
Kometen bevatten ijs, stof en gesteente
Kometen bestaan uit een mengsel van bevroren vluchtige stoffen, stof en gesteente. Wanneer ze de zon naderen, kan materiaal verdampen en een coma en staart vormen.
Feit
Een komeet kan een lange staart krijgen wanneer hij dicht bij de zon komt
Door de warmte van de zon verdampt ijs aan het oppervlak van een komeet. Gas en stof worden vervolgens door zonnewind en straling van de komeet weg geduwd.
Feit
De staart van een komeet wijst meestal van de zon af
De ionenstaart van een komeet wordt door de zonnewind van de zon af geduwd. Ook de stofstaart wijst overwegend van de zon af, al kan de precieze vorm door de baan van de komeet verschillen.
Feit
De aarde krijgt voortdurend kleine hoeveelheden kosmisch materiaal binnen
Elke dag komen kleine hoeveelheden stof en minuscule deeltjes uit de ruimte in de aardatmosfeer terecht. Het grootste deel is zo klein dat het onopgemerkt blijft.
Feit
Vulkanen kunnen nieuw land vormen
Lava die uit vulkanen stroomt kan afkoelen en nieuw gesteente vormen. Bij onderzeese vulkanen kunnen opeenhopingen van lava uiteindelijk zelfs nieuwe eilanden creëren.
Feit
Aardbevingen ontstaan door bewegingen in de aardkorst
De meeste aardbevingen ontstaan doordat spanning langs breuken in de aardkorst plotseling wordt vrijgegeven. Daarbij kunnen gesteentelagen abrupt langs elkaar bewegen.
Feit
Aardbevingen kunnen naschokken veroorzaken
Na een grote aardbeving kunnen kleinere aardbevingen optreden doordat de aardkorst zich opnieuw aanpast aan de veranderde spanningen. Deze worden naschokken genoemd.
Feit
De aardkorst bestaat uit verschillende tektonische platen
De buitenste vaste laag van de aarde is verdeeld in grote en kleinere tektonische platen. Deze platen bewegen langzaam ten opzichte van elkaar.
Feit
De continenten bewegen langzaam
De continenten bevinden zich op tektonische platen die voortdurend bewegen. De snelheid bedraagt meestal slechts enkele centimeters per jaar, maar over miljoenen jaren zijn de veranderingen enorm.
Feit
De Atlantische Oceaan wordt geleidelijk breder
Langs de mid-oceanische rug in de Atlantische Oceaan wordt nieuwe oceaankorst gevormd. Daardoor bewegen de platen aan weerszijden langzaam van elkaar weg.
Feit
De Stille Oceaan wordt op sommige plaatsen kleiner
Rond grote delen van de Stille Oceaan duikt oceaankorst onder andere platen. Daardoor verdwijnen delen van de oceaanbodem, terwijl elders nieuwe korst wordt gevormd.
Feit
De diepste oceaandelen zijn kilometers diep
De diepste delen van de oceanen bevinden zich in diepe zeetroggen. Deze gebieden liggen meerdere kilometers onder het zeeniveau en staan onder enorme waterdruk.
Feit
De Marianentrog is een van de diepste bekende plekken in de oceaan
De Marianentrog in de westelijke Stille Oceaan bevat het diepste bekende punt van de oceaan, de Challenger Deep. Dit gebied ligt bijna 11 kilometer onder het zeeniveau.
Feit
Grote delen van de oceaan zijn nog nauwelijks onderzocht
Ondanks moderne sonar, onderwaterrobots en onderzoeksschepen is een groot deel van de diepe oceaan nog onvoldoende onderzocht. Vooral de diepste en moeilijkst bereikbare gebieden zijn nog relatief onbekend.
Feit
Er bestaan meren onder het Antarctische ijs
Onder de kilometers dikke Antarctische ijskap liggen vloeibare meren. Deze meren blijven vloeibaar door warmte uit de aarde en de enorme druk van het bovenliggende ijs.
Feit
Antarctica is de koudste continentale regio op aarde
Antarctica heeft de laagste temperaturen van alle continenten. In het binnenland kunnen temperaturen tientallen graden onder nul bereiken, vooral tijdens de lange poolnacht.
Feit
Antarctica bevat het grootste deel van het zoetwaterijs op aarde
Het grootste deel van het zoete water op aarde ligt opgeslagen als ijs op Antarctica. De enorme ijskap bevat een zeer groot aandeel van het wereldwijde zoetwater.
Feit
IJsbergen bestaan grotendeels onder water
Het grootste deel van een ijsberg bevindt zich onder het wateroppervlak. Omdat ijs minder dicht is dan zeewater blijft slechts een relatief klein gedeelte zichtbaar.
Feit
Ongeveer een negende van een ijsberg steekt gemiddeld boven water uit
Bij veel ijsbergen bevindt ongeveer 90 procent van het volume zich onder water. Daarom kan de omvang van een ijsberg vanaf het oppervlak sterk worden onderschat.
Feit
Gletsjers bewegen langzaam
Een gletsjer lijkt vanaf een afstand stil te staan, maar het ijs stroomt zeer langzaam onder invloed van de zwaartekracht. De snelheid verschilt sterk per gletsjer en per seizoen.
Feit
Sneeuw bestaat uit ijskristallen
Sneeuw ontstaat wanneer waterdamp in koude wolken direct tot ijskristallen overgaat. Deze kristallen kunnen samenklonteren tot de sneeuwvlokken die uiteindelijk de grond bereiken.
Feit
Geen twee sneeuwvlokken hoeven exact hetzelfde te zijn
De vorm van een sneeuwkristal wordt bepaald door temperatuur en vochtigheid tijdens zijn groei. Daardoor kunnen sneeuwkristallen zeer ingewikkelde en verschillende patronen krijgen.
Feit
Sneeuw kan geluid dempen
Een laag verse sneeuw bevat veel kleine luchtkamers die geluid kunnen absorberen en verspreiden. Daardoor kan de omgeving na een sneeuwbui opvallend stil klinken.
Feit
Wolken kunnen enorm zwaar zijn
Een grote wolk kan miljoenen kilogram water bevatten in de vorm van kleine druppeltjes en ijskristallen. Toch blijft het water verspreid over een enorm volume lucht.
Feit
Een wolk bestaat uit kleine waterdruppels en of ijskristallen
Wolken bestaan uit microscopisch kleine waterdruppels, ijskristallen of een combinatie daarvan. De deeltjes blijven door luchtstromingen lange tijd in de atmosfeer zweven.
Feit
Mist is in feite een wolk dicht bij de grond
Mist bestaat uit kleine waterdruppeltjes die vlak boven het aardoppervlak zweven. Meteorologisch gezien is mist dus vergelijkbaar met een wolk die de grond raakt.
Feit
Hagel ontstaat in krachtige onweersbuien
Hagelstenen ontstaan wanneer sterke stijgende luchtstromen waterdruppels hoog de onweerswolk in voeren. Daar bevriezen ze en kunnen ze meerdere keren groeien voordat ze naar beneden vallen.
Feit
Een tornado kan extreem hoge windsnelheden bereiken
In een krachtige tornado kunnen zeer hoge windsnelheden voorkomen. De sterkste tornado's kunnen daardoor grote schade veroorzaken aan gebouwen, voertuigen en begroeiing.
Feit
Orkanen draaien door het Corioliseffect
Het Corioliseffect ontstaat door de draaiing van de aarde en beïnvloedt de bewegingsrichting van grote luchtmassa's. Daardoor draaien tropische cyclonen op het noordelijk en zuidelijk halfrond tegengesteld.
Feit
Orkanen hebben warmte uit warm oceaanwater nodig
Tropische cyclonen halen een belangrijk deel van hun energie uit warm zeewater. Verdamping en condensatie van waterdamp leveren energie die de storm kan versterken.
Feit
Bliksem kan meerdere keren hetzelfde gebied treffen
Een bliksemkanaal kan tijdens één storm meerdere ontladingen naar hetzelfde gebied veroorzaken. Een bekende misvatting is daarom dat bliksem nooit twee keer op dezelfde plek inslaat.
Feit
Bliksem kan heter zijn dan het oppervlak van de zon
De lucht in een bliksemkanaal kan in zeer korte tijd worden verhit tot temperaturen van ongeveer 30.000 graden Celsius. Dat is tijdelijk veel heter dan het zichtbare oppervlak van de zon.
Feit
Een bliksemflits duurt meestal zeer kort
Een zichtbare bliksemflits duurt vaak slechts een fractie van een seconde. Wat eruitziet als één flits kan echter uit meerdere snelle elektrische ontladingen bestaan.
Feit
Donder ontstaat doordat lucht door bliksem extreem snel wordt verhit en uitzet
Bliksem verwarmt de omringende lucht in een zeer korte tijd. De lucht zet daardoor explosief uit en veroorzaakt een drukgolf die wij als donder horen.
Feit
Regen heeft een geur die deels afkomstig is van stoffen uit bodem en planten
De geur na regen ontstaat door verschillende stoffen die vrijkomen uit de bodem en planten. Vooral na een droge periode kunnen deze geuren sterk merkbaar zijn.
Feit
Petrichor is de naam voor de typische geur na regen op droge grond
Petrichor is de bekende aardse geur die vaak ontstaat wanneer regen op droge bodem valt. Daarbij komen onder andere geurstoffen uit planten en bodemmateriaal vrij.
Feit
De aarde heeft een magnetisch veld
De aarde wordt omgeven door een magnetisch veld dat grotendeels wordt veroorzaakt door bewegingen van vloeibaar metaal in de buitenkern. Het veld strekt zich ver de ruimte in.
Feit
Het magnetische veld helpt de aarde beschermen tegen geladen deeltjes van de zon
Het aardmagnetisch veld buigt een groot deel van de geladen deeltjes van de zon af. Het speelt daardoor een belangrijke rol bij de bescherming van de atmosfeer en het aardoppervlak.
Feit
Het noorderlicht ontstaat door deeltjes van de zon en de atmosfeer
Geladen deeltjes afkomstig van de zon kunnen bij de polen botsen met gassen in de bovenste atmosfeer. Daarbij ontstaat het kleurrijke verschijnsel dat bekendstaat als het noorderlicht.
Feit
Het zuiderlicht is het zuidelijke equivalent van het noorderlicht
Het zuiderlicht ontstaat door vergelijkbare processen als het noorderlicht, maar is zichtbaar rond de zuidelijke poolgebieden. De wetenschappelijke naam is aurora australis.
Feit
Een kompas wijst naar het magnetische noorden
Een kompasnaald richt zich naar het aardmagnetisch veld en wijst in de richting van het magnetische noorden. Dat is niet exact hetzelfde als het geografische noorden.
Feit
De magnetische noordpool beweegt in de loop van de tijd
De positie van de magnetische noordpool verandert voortdurend doordat het magnetische veld van de aarde verandert. De beweging kan over langere perioden aanzienlijk zijn.
Feit
De aarde heeft een binnenkern die voornamelijk uit ijzer en nikkel bestaat
De binnenkern bestaat grotendeels uit ijzer en nikkel en bevindt zich onder enorme druk. Ondanks de zeer hoge temperatuur is de binnenkern door die druk vast.
Feit
De buitenkern van de aarde is vloeibaar
De buitenkern bestaat voornamelijk uit vloeibaar ijzer en nikkel. De beweging van dit geleidende materiaal speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van het aardmagnetisch veld.
Feit
De aardmantel is grotendeels vast maar kan op geologische tijdschalen stromen
De aardmantel is geen oceaan van vloeibaar gesteente, maar bestaat grotendeels uit vast materiaal. Door de hoge temperaturen en enorme tijdschalen kan het materiaal wel zeer langzaam vervormen en stromen.
Feit
De aardkorst is relatief dun vergeleken met de aarde als geheel
De aardkorst vormt slechts een dunne buitenlaag van onze planeet. Vergeleken met de straal van de aarde is de korst maar een zeer klein gedeelte.
Feit
Diamant en grafiet bestaan allebei uit koolstof
Diamant en grafiet bestaan allebei uit hetzelfde element, koolstof. Het verschil zit vooral in de manier waarop de koolstofatomen met elkaar zijn verbonden.
Feit
Grafiet wordt gebruikt in potloden
Het materiaal in een potlood is voornamelijk grafiet, meestal gemengd met klei. Grafiet laat gemakkelijk kleine hoeveelheden materiaal achter op papier.
Feit
Een potlood bevat geen metallisch lood
De naam potlood is historisch ontstaan door een oude verwarring met lood. Het donkere schrijfmateriaal bestaat tegenwoordig uit grafiet en klei, niet uit metallisch lood.
Feit
Diamant is een van de hardste natuurlijke materialen
De sterke bindingen tussen koolstofatomen maken diamant uitzonderlijk hard. Daardoor wordt diamant onder andere gebruikt voor slijpen, boren en polijsten.
Feit
Goud kan zeer dun worden uitgeslagen
Goud is bijzonder goed vervormbaar en kan tot zeer dunne laagjes worden uitgeslagen. Dit wordt onder andere gebruikt bij bladgoud voor kunst en decoratie.
Feit
Goud roest niet zoals ijzer
Goud reageert veel minder gemakkelijk met zuurstof en water dan ijzer. Daardoor vormt het geen gewone roestlaag zoals ijzer dat doet.
Feit
Zilver geleidt elektriciteit zeer goed
Zilver heeft van alle metalen een zeer hoge elektrische geleidbaarheid. Het wordt echter minder vaak gebruikt voor gewone bedrading omdat het veel duurder is dan koper.
Feit
Koper wordt veel gebruikt in elektrische bedrading
Koper geleidt elektriciteit goed en is bovendien goed te vormen tot dunne draden. Daarom wordt het veel toegepast in kabels, apparaten en elektrische installaties.
Feit
Aluminium is relatief licht
Aluminium heeft een lage dichtheid vergeleken met veel andere metalen. Daardoor is het populair voor toepassingen waarbij een laag gewicht belangrijk is.
Feit
IJzer kan roesten wanneer het reageert met zuurstof en water
Wanneer ijzer langdurig wordt blootgesteld aan zuurstof en water kan het oxideren. Daarbij ontstaan verschillende ijzeroxiden en hydroxiden die we gezamenlijk vaak roest noemen.
Feit
Roest is een vorm van oxidatie
Roest ontstaat door chemische reacties waarbij ijzer elektronen verliest en reageert met zuurstof en water. Het is daarmee een voorbeeld van oxidatie en corrosie.
Feit
Glas is een amorfe vaste stof
Glas heeft geen regelmatig kristalrooster zoals bijvoorbeeld zout of diamant. De atomen zijn in een ongeordende structuur aanwezig, waardoor glas een amorfe vaste stof wordt genoemd.
Feit
Glas is geen langzaam stromende vloeistof
Oud glas kan soms ongelijk dik zijn, maar dat komt door oude productietechnieken en niet doordat glas langzaam naar beneden stroomt. Bij normale temperaturen gedraagt glas zich als een vaste stof.
Feit
Rubber kan worden gemaakt van natuurlijk latex
Natuurrubber wordt gewonnen uit latex van bepaalde planten, vooral rubberbomen. Het materiaal kan vervolgens worden verwerkt tot elastische producten.
Feit
Kurk komt van de bast van de kurkeik
Kurk wordt gewonnen uit de buitenste schors van de kurkeik. De boom kan na het oogsten van de kurk blijven leven en later opnieuw kurk vormen.
Feit
Papier wordt voornamelijk gemaakt van plantaardige vezels
De meeste papiersoorten worden gemaakt van cellulosevezels, meestal afkomstig uit hout. Deze vezels worden verwerkt tot een dun netwerk dat na droging papier vormt.
Feit
Papier kan worden gerecycled
Gebruikt papier kan worden ingezameld, verwerkt en opnieuw gebruikt voor de productie van nieuw papier. De vezels worden bij iedere recyclingronde wel wat korter.
Feit
Sommige kunststoffen kunnen tientallen tot honderden jaren in het milieu aanwezig blijven
Veel kunststoffen breken onder natuurlijke omstandigheden zeer langzaam af. Ze kunnen uiteindelijk wel in kleinere stukjes uiteenvallen, waardoor microplastics kunnen ontstaan.
Feit
Magneten hebben altijd een noord- en zuidpool
Een gewone magneet heeft altijd twee magnetische polen. Als je een magneet doormidden breekt, ontstaan opnieuw een noord- en zuidpool in beide stukken.
Feit
Twee gelijke magnetische polen stoten elkaar af
Twee noordpolen of twee zuidpolen oefenen een afstotende kracht op elkaar uit. Dit is een van de basisprincipes van magnetisme.
Feit
Tegengestelde magnetische polen trekken elkaar aan
Een noordpool en een zuidpool trekken elkaar aan. Dit principe wordt bijvoorbeeld gebruikt bij magnetische bevestigingen en elektromotoren.
Feit
Elektriciteit kan door sommige materialen veel beter stromen dan door andere
Materialen verschillen sterk in elektrische geleidbaarheid. Metalen zoals koper geleiden elektriciteit goed, terwijl materialen zoals rubber juist sterk isolerend zijn.
Feit
Koper is een goede elektrische geleider
De elektronen in koper kunnen zich relatief gemakkelijk door het materiaal bewegen. Daardoor is koper bijzonder geschikt voor elektrische kabels en verbindingen.
Feit
Rubber is een slechte elektrische geleider
Rubber houdt elektrische lading relatief goed tegen. Daarom wordt rubber veel gebruikt als isolerend materiaal rond kabels en elektrische onderdelen.
Feit
Een batterij zet chemische energie om in elektrische energie
In een batterij vinden chemische reacties plaats waardoor elektronen door een elektrisch circuit kunnen bewegen. Zo wordt opgeslagen chemische energie beschikbaar als elektrische energie.
Feit
Zonnepanelen zetten licht om in elektrische energie
Zonnecellen gebruiken het fotovoltaïsche effect om energie uit zonlicht om te zetten in elektrische stroom. Meerdere zonnecellen worden gecombineerd in een zonnepaneel.
Feit
Een gloeilamp produceert naast licht ook veel warmte
Bij een traditionele gloeilamp wordt een metalen draad zeer heet om licht te produceren. Een groot deel van de gebruikte elektrische energie komt daardoor vrij als warmte.
Feit
Een ledlamp gebruikt doorgaans minder elektriciteit dan een traditionele gloeilamp
Ledlampen zetten een groter deel van de elektrische energie om in zichtbaar licht. Daardoor gebruiken ze doorgaans aanzienlijk minder elektriciteit voor dezelfde hoeveelheid licht.
Feit
Een koelkast maakt de binnenkant koud door warmte naar buiten af te voeren
Een koelkast vernietigt warmte niet, maar verplaatst deze. Een koelmiddel neemt warmte op uit de koelkast en geeft die vervolgens af aan de omgeving.
Feit
Een airconditioner verplaatst warmte van binnen naar buiten
Een airconditioner haalt warmte uit de binnenlucht en voert deze naar buiten af. Daardoor daalt de temperatuur binnen, terwijl buiten extra warmte wordt afgegeven.
Feit
Een magnetron verwarmt voedsel door elektromagnetische straling
Een magnetron gebruikt microgolven om vooral polaire moleculen in voedsel in beweging te brengen. Daarbij wordt elektromagnetische energie omgezet in warmte.
Feit
Een magnetron maakt voedsel niet radioactief
De microgolven in een magnetron zijn niet-ioniserende straling. Ze kunnen voedsel verwarmen, maar maken het voedsel zelf niet radioactief.
Feit
Een snelkookpan verhoogt de kooktemperatuur van water door hogere druk
In een afgesloten snelkookpan loopt de druk op. Daardoor stijgt de kooktemperatuur van water en kan voedsel bij een hogere temperatuur sneller gaar worden.
Feit
Water kookt op grotere hoogte bij een lagere temperatuur
Op grote hoogte is de luchtdruk lager dan op zeeniveau. Daardoor hoeft water minder warm te worden voordat de dampdruk gelijk is aan de omgevingsdruk.
Feit
Water kookt bij hogere druk bij een hogere temperatuur
Wanneer de druk boven het water stijgt, is een hogere temperatuur nodig voordat water gaat koken. Dit principe wordt toegepast in snelkookpannen.
Feit
Een snelkookpan kan voedsel sneller garen
Doordat water in een snelkookpan bij een hogere temperatuur kookt, wordt het voedsel sneller verhit. Dit kan de bereidingstijd van veel gerechten verkorten.
Feit
Een thermosfles vertraagt warmteoverdracht
Een thermosfles is ontworpen om warmteoverdracht door geleiding, stroming en straling zoveel mogelijk te beperken. Daardoor blijft een warme drank langer warm en een koude drank langer koud.
Feit
Metaal voelt kouder aan dan hout bij dezelfde temperatuur omdat het warmte sneller geleidt
Wanneer metaal en hout dezelfde temperatuur hebben, voert metaal warmte sneller uit je hand af. Daardoor voelt metaal kouder aan, ook al hebben beide materialen dezelfde temperatuur.
Feit
Een koelkast kan voedsel niet onbeperkt vers houden
Koeling vertraagt de groei van veel micro-organismen en chemische reacties, maar stopt ze niet volledig. Daarom blijft ook gekoeld voedsel uiteindelijk bederven.
Feit
Bevroren water zet uit
Water neemt bij bevriezing meer ruimte in doordat de watermoleculen een open kristalstructuur vormen. Daarom heeft ijs een lagere dichtheid dan vloeibaar water.
Feit
Een afgesloten fles water kan barsten wanneer het volledig bevriest
Wanneer water bevriest en uitzet, kan de druk in een afgesloten fles sterk oplopen. Een glazen of volledig gevulde fles kan daardoor barsten.
Feit
Een ballon krimpt bij kou
Bij lagere temperaturen bewegen de gasdeeltjes gemiddeld langzamer. Daardoor neemt het volume van een flexibele ballon vaak af.
Feit
Lucht zet uit wanneer deze wordt verwarmd
Bij verwarming bewegen luchtmoleculen sneller en neemt het gas bij gelijke druk meer ruimte in. Dit principe speelt een rol bij onder andere luchtballonnen.
Feit
Warme lucht is gemiddeld minder dicht dan koude lucht
Wanneer lucht wordt verwarmd, zet zij uit. Bij dezelfde druk zitten daardoor minder luchtmoleculen in een bepaald volume, waardoor de dichtheid afneemt.
Feit
Warme lucht stijgt daardoor vaak op
Warme lucht is vaak minder dicht dan de omringende koelere lucht. Daardoor ondervindt de warme lucht een opwaartse kracht en kan ze stijgen.
Feit
Een luchtballon stijgt doordat de lucht in de ballon minder dicht is dan de omringende lucht
Door de lucht in de ballon te verwarmen wordt die lucht minder dicht. De ballon krijgt daardoor een netto opwaartse kracht van de omringende buitenlucht.
Feit
Helium is lichter dan lucht
Helium heeft een veel lagere dichtheid dan normale lucht. Daardoor kunnen met helium gevulde ballonnen opstijgen.
Feit
Helium is een edelgas
Helium behoort tot de edelgassen en reageert onder normale omstandigheden nauwelijks met andere stoffen. Het is kleurloos, reukloos en zeer licht.
Feit
Helium werd eerst in het spectrum van de zon ontdekt
Helium werd in de negentiende eeuw ontdekt aan de hand van een onbekende spectrale lijn in zonlicht. Pas later werd het element ook op aarde gevonden.
Feit
Waterstof is het meest voorkomende element in het heelal
Waterstof vormt een zeer groot deel van de gewone materie in het heelal. Sterren bestaan voor een groot deel uit waterstof en gebruiken het als brandstof voor kernfusie.
Feit
Zuurstof is noodzakelijk voor menselijke verbranding en ademhaling
Menselijke cellen gebruiken zuurstof bij de aerobe verbranding van voedingsstoffen om energie vrij te maken. Zuurstof ondersteunt daarnaast verbrandingsprocessen.
Feit
Koolstof komt voor in alle bekende vormen van leven
Koolstof kan zeer veel verschillende verbindingen vormen. Daardoor is het een belangrijk bouwsteenelement van de moleculen waaruit levende organismen bestaan.
Feit
De mens bestaat uit tientallen verschillende chemische elementen
Het menselijk lichaam bevat onder andere zuurstof, koolstof, waterstof, stikstof, calcium, fosfor en verschillende kleinere hoeveelheden andere elementen.
Feit
Je lichaam bestaat voor een groot deel uit water
Water vormt bij een volwassen mens gemiddeld ongeveer de helft tot twee derde van het lichaamsgewicht. Het exacte percentage verschilt onder andere met leeftijd en lichaamssamenstelling.
Feit
Je huid vernieuwt zich voortdurend
Huidcellen worden voortdurend vervangen doordat nieuwe cellen in diepere huidlagen ontstaan en oudere cellen aan het oppervlak afsterven en loslaten.
Feit
Je verliest dagelijks miljoenen huidcellen
De buitenste huidlaag bestaat uit cellen die voortdurend worden afgestoten. Daardoor verliezen mensen dagelijks grote aantallen microscopisch kleine huidcellen.
Feit
Haar en nagels bestaan grotendeels uit keratine
Keratine is een sterk eiwit dat een belangrijk onderdeel vormt van haar, nagels en de buitenste laag van de huid. Het zorgt voor stevigheid en bescherming.
Feit
Nagels groeien gemiddeld sneller dan teennagels
Vingernagels groeien bij de meeste mensen sneller dan teennagels. De groeisnelheid kan daarnaast verschillen per persoon en per vinger.
Feit
Nagels groeien bij de meeste mensen sneller in de zomer
Nagelgroei kan in warmere maanden iets sneller verlopen. De groeisnelheid wordt echter ook beïnvloed door leeftijd, gezondheid en andere omstandigheden.
Feit
Je hart klopt gemiddeld ongeveer honderdduizend keer per dag
Bij een gemiddelde rusthartslag van ongeveer 60 tot 100 slagen per minuut maakt het hart dagelijks tienduizenden slagen. Rond honderdduizend is een veelgebruikte gemiddelde schatting.
Feit
Je bloedvaten vormen samen een enorm netwerk
Slagaders, aders en haarvaten vormen samen een uitgebreid transportsysteem door vrijwel het hele lichaam. Via dit netwerk worden zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen vervoerd.
Feit
Rode bloedcellen vervoeren zuurstof
Rode bloedcellen bevatten hemoglobine, een eiwit dat zuurstof kan binden. Hierdoor kunnen ze zuurstof vanuit de longen naar weefsels transporteren.
Feit
Witte bloedcellen helpen het immuunsysteem
Witte bloedcellen bestaan uit verschillende typen afweercellen. Ze helpen ziekteverwekkers herkennen, bestrijden en opruimen.
Feit
Bloedplaatjes helpen bij de bloedstolling
Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol wanneer een bloedvat beschadigd raakt. Ze helpen een eerste stolsel vormen en ondersteunen verdere bloedstolling.
Feit
Je longen hebben een enorm oppervlak voor gaswisseling
De longen bevatten miljoenen kleine longblaasjes. Samen vormen deze een zeer groot oppervlak waar zuurstof en koolstofdioxide tussen lucht en bloed worden uitgewisseld.
Feit
Je rechterlong is iets groter dan je linkerlong
De rechterlong heeft doorgaans drie longkwabben en is groter dan de linkerlong. Aan de linkerkant moet ruimte worden vrijgehouden voor het hart.
Feit
Je linkerlong heeft minder ruimte omdat het hart daar gedeeltelijk naast ligt
De linkerlong is kleiner en heeft een inkeping waarin het hart gedeeltelijk ruimte inneemt. Hierdoor heeft de rechterlong gemiddeld meer volume.
Feit
Je neus verwarmt en bevochtigt ingeademde lucht
Het slijmvlies en de bloedvaten in de neus helpen ingeademde lucht op temperatuur te brengen en te bevochtigen voordat deze verder de luchtwegen ingaat.
Feit
Je neus helpt stofdeeltjes uit de ingeademde lucht filteren
Neushaartjes en slijm kunnen stofdeeltjes en andere kleine deeltjes tegenhouden. Het slijmtransport helpt deze deeltjes vervolgens uit de luchtwegen verwijderen.
Feit
Je hersenen gebruiken veel energie in verhouding tot hun gewicht
Hoewel de hersenen maar een klein deel van het lichaamsgewicht vormen, gebruiken ze een relatief groot deel van de beschikbare energie. Vooral zenuwcellen hebben voortdurend energie nodig.
Feit
Het menselijk brein bestaat voor een groot deel uit water
Een groot deel van het gewicht van de hersenen bestaat uit water. Water is essentieel voor de werking van zenuwcellen en andere hersenweefsels.
Feit
De hersenen zelf hebben geen pijnreceptoren
Het hersenweefsel zelf bevat geen nociceptoren die pijn waarnemen. Wel bevinden pijngevoelige structuren zich in onder andere de hersenvliezen en bloedvaten rond de hersenen.
Feit
Je knippert duizenden keren per dag
Knipperen gebeurt automatisch en verspreidt een dun laagje traanvocht over het oog. Het exacte aantal knipperingen verschilt sterk afhankelijk van activiteit en omgeving.
Feit
Knipperen helpt je ogen vochtig te houden
Elke knippering verdeelt traanvocht over het hoornvlies. Dit helpt het oogoppervlak beschermen en voorkomt dat het te droog wordt.
Feit
Je pupillen worden kleiner bij fel licht
Bij veel licht vernauwen de pupillen zich zodat er minder licht het oog binnenkomt. Dit beschermt het netvlies en helpt de hoeveelheid binnenkomend licht regelen.
Feit
Je pupillen worden groter bij weinig licht
Bij weinig licht verwijden de pupillen zich om meer licht het oog binnen te laten. Daardoor kan het visuele systeem beter gebruikmaken van het beschikbare licht.
Feit
Je oren helpen niet alleen bij horen maar ook bij evenwicht
Het binnenoor bevat naast het gehoororgaan ook het evenwichtsorgaan. Dit registreert onder andere bewegingen en veranderingen in de stand van het hoofd.
Feit
Je evenwichtsorgaan bevindt zich in het binnenoor
Het evenwichtsorgaan bestaat onder andere uit halfcirkelvormige kanalen en gespecialiseerde structuren die beweging en versnelling waarnemen.
Feit
Je tong helpt bij proeven, slikken en spreken
De tong bevat smaakreceptoren en veel spieren. Daardoor speelt zij een rol bij het verplaatsen van voedsel, slikken, spreken en het waarnemen van smaak.
Feit
Smaak wordt mede bepaald door je reukvermogen
Wat we als smaak ervaren is een combinatie van signalen van de tong en geurstoffen die via de neus worden waargenomen. Daarom smaakt voedsel vaak anders wanneer je neus verstopt zit.
Feit
Een verkoudheid kan je smaakbeleving veranderen
Bij een verkoudheid raakt de neus vaak verstopt waardoor geuren minder goed worden waargenomen. Daardoor kan voedsel tijdelijk minder smaakvol lijken.
Feit
Je lichaam maakt voortdurend nieuwe bloedcellen
Bloedcellen hebben een beperkte levensduur en worden voortdurend vervangen. Het beenmerg produceert nieuwe rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Feit
Beenmerg speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van bloedcellen
In het rode beenmerg worden verschillende soorten bloedcellen geproduceerd. Dit proces wordt hematopoëse genoemd.
Feit
Botten zijn levende weefsels
Botten bestaan uit levende cellen, bloedvaten en zenuwen en kunnen groeien en herstellen. Ze zijn dus geen levenloze constructies.
Feit
Botten worden voortdurend afgebroken en opnieuw opgebouwd
Het skelet wordt voortdurend vernieuwd door gespecialiseerde cellen die bot afbreken en andere cellen die nieuw bot opbouwen. Dit proces helpt het skelet aanpassen en herstellen.
Feit
Spieren kunnen alleen trekken en niet actief duwen
Een spier kan kracht ontwikkelen door samen te trekken. Beweging in tegengestelde richtingen wordt daarom vaak geregeld door spiergroepen die tegenover elkaar werken.
Feit
Je sterkste spier hangt af van hoe kracht wordt gemeten
Er is niet één objectief aangewezen sterkste spier. De uitkomst verandert afhankelijk van of je bijvoorbeeld absolute kracht, kracht per gewicht of bijtkracht meet.
Feit
Je lichaam bevat honderden spieren
Het menselijk lichaam bevat meer dan zeshonderd benoemde skeletspieren, afhankelijk van de gebruikte anatomische indeling. Samen zorgen ze voor beweging en houding.
Feit
De kleinste botjes van het lichaam bevinden zich in het middenoor
De gehoorbeentjes hamer, aambeeld en stijgbeugel behoren tot de kleinste botten van het menselijk lichaam. Ze brengen trillingen van het trommelvlies naar het binnenoor over.
Feit
Het dijbeen is het langste bot van het menselijk lichaam
Het dijbeen bevindt zich tussen de heup en de knie en is het langste en een van de sterkste botten van het menselijke skelet.
Feit
De kleinste spier bevindt zich in het middenoor
De stapediusspier is een zeer kleine spier die verbonden is met de stijgbeugel. Hij helpt de beweging van dit gehoorbeentje te regelen.
Feit
Je wimpers helpen stof uit je ogen houden
Wimpers vormen een eerste beschermingslaag rond de ogen. Ze kunnen aanraking en bewegende deeltjes detecteren waardoor een knipperreflex wordt opgewekt.
Feit
Je wenkbrauwen helpen zweet uit je ogen weg te leiden
De vorm van de wenkbrauwen helpt vocht zoals zweet en regen langs de zijkant van het gezicht weg te leiden in plaats van rechtstreeks in de ogen.
Feit
Je huid bevat miljoenen zenuwuiteinden
Zenuwuiteinden in de huid registreren onder andere aanraking, druk, temperatuur en pijn. Hierdoor kunnen we veranderingen in onze omgeving waarnemen.
Feit
Je lichaam gebruikt zweten om warmte kwijt te raken
Wanneer zweet op de huid verdampt, wordt warmte aan het lichaam onttrokken. Dit verdampingsproces is een belangrijk onderdeel van temperatuurregeling.
Feit
Rillingen helpen je lichaam warmte te produceren
Tijdens rillingen trekken veel kleine spieren snel en onwillekeurig samen. Daarbij wordt energie omgezet in warmte.
Feit
Je lichaamstemperatuur wordt voortdurend gereguleerd
Het lichaam houdt de kerntemperatuur binnen een relatief klein bereik. Onder andere zweten, rillen, veranderingen in de bloeddoorstroming en gedrag helpen daarbij.
Feit
Je maagwand wordt beschermd tegen het eigen maagzuur
De maagwand heeft een slijmlaag en andere beschermingsmechanismen die voorkomen dat het maagzuur de maagwand normaal gesproken beschadigt.
Feit
Je maagzuur helpt voedsel af te breken
Maagzuur zorgt voor een zeer zure omgeving waarin eiwitten gemakkelijker worden afgebroken. Het helpt ook bij het onschadelijk maken van veel micro-organismen die met voedsel binnenkomen.
Feit
Je darmen zijn veel langer dan je zou verwachten
De menselijke darm bestaat uit een dunne en dikke darm die samen meerdere meters lang zijn. Door windingen en plooien past dit grote oppervlak in de buik.
Feit
De dunne darm is meerdere meters lang
De dunne darm is bij volwassenen doorgaans enkele meters lang. Het grote oppervlak helpt bij de opname van voedingsstoffen uit het voedsel.
Feit
De dikke darm haalt water uit voedselresten
In de dikke darm wordt water en worden verschillende elektrolyten uit de darminhoud opgenomen. Hierdoor wordt de darminhoud geleidelijk vaster.
Feit
Je lever heeft honderden verschillende functies
De lever speelt een rol bij onder andere stofwisseling, opslag van voedingsstoffen, verwerking van medicijnen en afbraak van bepaalde afvalstoffen.
Feit
De lever kan zichzelf gedeeltelijk herstellen na beschadiging
Leverweefsel heeft een opmerkelijk regeneratievermogen. Onder bepaalde omstandigheden kan de lever na verlies van een deel van zijn weefsel weer aangroeien.
Feit
Je nieren filteren voortdurend je bloed
De nieren verwerken voortdurend bloed en verwijderen afvalstoffen en overtollige stoffen via de urine. Ze helpen daarnaast de samenstelling van lichaamsvloeistoffen regelen.
Feit
Je nieren helpen je vochtbalans regelen
De nieren bepalen hoeveel water en zouten via de urine worden uitgescheiden. Daarmee helpen ze de hoeveelheid vocht in het lichaam binnen bepaalde grenzen te houden.
Feit
Je urineblaas kan aanzienlijk uitrekken
De blaas is een elastisch orgaan dat urine tijdelijk kan opslaan. Naarmate de blaas voller wordt, neemt de spanning in de wand toe en ontstaat aandrang.
Feit
Je lichaam kan zonder milt functioneren
De milt heeft belangrijke functies in het afweersysteem en bij het verwerken van bepaalde bloedcellen, maar andere organen kunnen een deel van deze functies overnemen.
Feit
Je appendix heeft waarschijnlijk een rol in het immuunsysteem en de darmflora
De blindedarmachtige appendix bevat veel lymfeweefsel en kan een rol spelen bij het immuunsysteem en de darmflora. De precieze functies worden nog onderzocht.
Feit
Je lichaam bevat biljoenen micro-organismen
Op en in het menselijk lichaam leven grote aantallen bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. Samen vormen ze een complex microbieel ecosysteem.
Feit
Veel bacteriën in je lichaam zijn nuttig
Een groot deel van de bacteriën die in en op het lichaam leven is niet schadelijk en sommige soorten vervullen nuttige functies. Vooral in de darm spelen bacteriën een belangrijke rol.
Feit
Je darmflora beïnvloedt verschillende processen in je lichaam
Micro-organismen in de darmen helpen onder andere bij de verwerking van bepaalde voedingsstoffen en produceren verschillende stoffen. Ze staan ook in wisselwerking met het immuunsysteem.
Feit
Niet alle bacteriën veroorzaken ziekten
Veel bacteriën zijn onschadelijk of nuttig voor mens en omgeving. Slechts een deel van de bacteriesoorten kan onder bepaalde omstandigheden ziekten veroorzaken.
Feit
Sommige bacteriën worden gebruikt om voedsel te maken
Bacteriën worden bewust gebruikt bij processen zoals fermentatie. Ze spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol bij yoghurt, kaas en zuurkool.
Feit
Melkzuurbacteriën worden gebruikt bij yoghurt en kaas
Melkzuurbacteriën zetten suikers in melk om in melkzuur. Hierdoor verandert de zuurgraad en kunnen melkproducten hun kenmerkende structuur en smaak krijgen.
Feit
Gist behoort tot de schimmels
Gist is geen bacterie maar een schimmel. Veel gisten bestaan uit afzonderlijke cellen die zich kunnen vermenigvuldigen door knopvorming.
Feit
Virussen zijn veel kleiner dan de meeste bacteriën
De meeste virussen zijn microscopisch veel kleiner dan bacteriën. Ze bestaan uit genetisch materiaal en eiwitten en kunnen zich alleen vermenigvuldigen met behulp van een gastheercel.
Feit
Niet alle virussen veroorzaken ziekte bij mensen
Virussen verschillen sterk van elkaar en niet ieder virus infecteert mensen. Ook kunnen virussen voorkomen die geen ziekteverschijnselen veroorzaken.
Feit
Je lichaam heeft meerdere verdedigingslinies tegen ziekteverwekkers
Het immuunsysteem bestaat uit verschillende barrières en afweermechanismen. De huid en slijmvliezen vormen de eerste bescherming, waarna aangeboren en specifieke afweer kunnen volgen.
Feit
Je huid vormt een belangrijke beschermingsbarrière
De huid vormt een fysieke barrière tegen veel micro-organismen en schadelijke stoffen. Ook helpt de huid vochtverlies beperken en de lichaamstemperatuur regelen.
Feit
Je speeksel begint al met de vertering van voedsel
Speeksel maakt voedsel vochtig en bevat onder andere enzymen die beginnen met de afbraak van bepaalde koolhydraten.
Feit
Kauwen maakt voedsel gemakkelijker te verteren
Door voedsel fijn te kauwen wordt het contactoppervlak groter. Speeksel kan zich daardoor beter met het voedsel mengen en de verdere vertering wordt gemakkelijker.
Feit
Je maag maakt voedsel verder fijn en mengt het met maagzuur
De maagwand trekt ritmisch samen waardoor voedsel wordt gekneed en gemengd met maagsap. Hierdoor ontstaat een halfvloeibare massa die geleidelijk naar de dunne darm gaat.
Feit
Slaap helpt het lichaam en de hersenen herstellen
Tijdens slaap vinden verschillende herstel- en onderhoudsprocessen plaats. Slaap speelt onder andere een rol bij geheugen, afweer en herstel van lichamelijke en mentale belasting.
Feit
Mensen dromen vooral tijdens bepaalde slaapfasen
Dromen kunnen tijdens verschillende slaapfasen voorkomen, maar levendige dromen worden vaak geassocieerd met de REM-slaap. Ook buiten de REM-slaap kunnen dromen voorkomen.
Feit
Niet iedereen onthoudt zijn dromen
Iedereen kan dromen, maar het onthouden ervan verschilt sterk. Dromen worden vaak snel vergeten wanneer iemand kort na het ontwaken geen aandacht aan de droom besteedt.
Feit
Je hartslag verandert tijdens inspanning
Tijdens lichamelijke inspanning hebben spieren meer zuurstof en voedingsstoffen nodig. Het hart gaat daarom doorgaans sneller pompen om de bloedtoevoer te verhogen.
Feit
Je ademhaling versnelt tijdens inspanning
Bij inspanning produceren spieren meer koolstofdioxide en hebben ze meer zuurstof nodig. De ademhaling versnelt en verdiept om deze gaswisseling te ondersteunen.
Feit
Spieren hebben zuurstof en energie nodig om langdurig te werken
Voor langdurige spieractiviteit is voortdurend energie nodig. Bij aerobe inspanning wordt zuurstof gebruikt om energie uit voedingsstoffen vrij te maken.
Feit
Na inspanning blijft je stofwisseling nog enige tijd verhoogd
Na lichamelijke inspanning heeft het lichaam tijd nodig om onder andere lichaamstemperatuur, hartslag en energievoorraden weer richting rustniveau te brengen. Daardoor kan het energieverbruik tijdelijk verhoogd blijven.
Feit
Je lichaam verbruikt ook tijdens slapen energie
Ook tijdens slaap blijven de hersenen, het hart, de ademhaling en andere organen actief. Het lichaam heeft daarom voortdurend energie nodig.
Feit
Honger en dorst worden door verschillende signalen geregeld
Honger en dorst worden beïnvloed door verschillende signalen uit onder andere de hersenen, maag, darmen en bloed. Ze zijn daarom geen simpelweg identieke gevoelens.
Feit
Geuren kunnen sterke herinneringen oproepen
Geurinformatie is nauw verbonden met hersengebieden die betrokken zijn bij geheugen en emoties. Daardoor kan een bepaalde geur plotseling een oude herinnering oproepen.
Feit
Muziek kan lichamelijke reacties veroorzaken
Muziek kan invloed hebben op emoties en daarmee ook op lichamelijke reacties zoals hartslag, ademhaling en spierspanning.
Feit
Lachen kan verschillende spieren tegelijk activeren
Bij lachen werken meerdere spieren in het gezicht en lichaam samen. Afhankelijk van de intensiteit kunnen ook ademhalingsspieren sterk worden geactiveerd.
Feit
Een geeuw is niet uitsluitend een teken van vermoeidheid
Geeuwen komt vaak voor bij vermoeidheid of slaperigheid, maar kan ook op andere momenten optreden. De precieze biologische functie van geeuwen is niet volledig opgehelderd.
Feit
Je stem verandert gedurende je leven
De stem verandert onder invloed van groei, hormonen, veroudering en veranderingen in de stembanden en andere delen van het spraakapparaat.
Feit
Je stem wordt mede bepaald door de lengte en vorm van je stembanden
Wanneer lucht langs de stembanden stroomt, gaan ze trillen en ontstaat geluid. Hun lengte, massa en spanning beïnvloeden de uiteindelijke toonhoogte.
Feit
Geluid ontstaat door trillingen
Geluid ontstaat wanneer een bron trillingen veroorzaakt in een medium zoals lucht, water of een vaste stof. Die trillingen kunnen vervolgens door het medium worden doorgegeven.
Feit
De menselijke stem kan verschillende frequenties produceren
Door de spanning en vorm van de stembanden te veranderen kunnen mensen verschillende toonhoogten produceren. De stem bevat bovendien veel boventonen die het karakter bepalen.
Feit
Baby's kunnen huilen voordat ze woorden kunnen vormen
Huilen is een van de eerste manieren waarop baby's zich uitdrukken. Het is geen taal in de gebruikelijke zin, maar kan verschillende behoeften en toestanden signaleren.
Feit
Pasgeboren baby's herkennen vertrouwde stemmen
Baby's kunnen al vroeg vertrouwde stemmen onderscheiden. Een stem die tijdens de zwangerschap vaak is gehoord kan daardoor na de geboorte herkenbaar zijn.
Feit
Mensen hebben unieke vingerafdrukken
De patronen van huidrichels op de vingers verschillen van persoon tot persoon. Ze ontstaan tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder en blijven grotendeels hetzelfde.
Feit
Zelfs eeneiige tweelingen hebben verschillende vingerafdrukken
Eeneiige tweelingen hebben vrijwel hetzelfde genetische materiaal, maar de ontwikkeling van vingerafdrukken wordt ook beïnvloed door omstandigheden in de baarmoeder. Daardoor zijn de patronen verschillend.
Feit
Je tongafdruk kan eveneens uniek zijn
De vorm en structuur van de tong verschillen tussen mensen. Hoewel tongafdrukken minder vaak worden gebruikt dan vingerafdrukken, kunnen ze individuele kenmerken vertonen.
Feit
Je oorvorm is bij iedereen verschillend
De vorm van de oorschelp wordt door erfelijke factoren en ontwikkeling bepaald. Daardoor verschillen oren zichtbaar van persoon tot persoon.
Feit
Je iris bevat unieke patronen
De iris bevat een complex patroon van kleuren en structuren. Dit patroon verschilt sterk tussen personen en wordt daarom onder andere gebruikt voor biometrische identificatie.
Feit
Je ogen kunnen miljoenen kleurnuances onderscheiden
Het menselijk visuele systeem kan zeer veel verschillende kleurgradaties onderscheiden wanneer de lichtomstandigheden en het contrast gunstig zijn.
Feit
Het menselijk oog kan zich aanpassen aan verschillende lichtniveaus
Het oog past zich aan veranderende lichtomstandigheden aan door onder andere de pupilgrootte en de gevoeligheid van het netvlies te veranderen.
Feit
Je ogen bewegen voortdurend, zelfs wanneer je denkt dat ze stil staan
De ogen maken kleine onbewuste bewegingen om het beeld op het netvlies stabiel en informatief te houden. Deze bewegingen zijn normaal gesproken nauwelijks merkbaar.
Feit
Je hersenen vullen ontbrekende visuele informatie automatisch aan
De hersenen combineren visuele signalen met verwachtingen en eerdere informatie. Daardoor ervaren we vaak een compleet beeld terwijl delen van de visuele informatie ontbreken.
Feit
Je kunt jezelf moeilijk kietelen
Wanneer je jezelf beweegt, voorspellen je hersenen grotendeels welke beweging en aanraking zal plaatsvinden. Daardoor reageert het kietelgevoel meestal minder sterk.
Feit
Je lichaam reageert op plotselinge geluiden met een schrikreactie
Een onverwacht hard geluid kan automatisch een schrikreactie veroorzaken. Daarbij kunnen spieren aanspannen en kunnen hartslag en ademhaling tijdelijk veranderen.
Feit
Je reukvermogen is nauw verbonden met hersengebieden voor geheugen en emoties
Geurinformatie wordt verwerkt in hersengebieden die sterk verbonden zijn met geheugen en emotionele verwerking. Daarom kunnen geuren bijzonder krachtige herinneringen oproepen.
Feit
Een vogelbekdier is een zoogdier dat eieren legt
Het vogelbekdier is een van de weinige zoogdieren die eieren leggen. Na het uitkomen worden de jongen alsnog met melk gevoed.
Feit
Een vogelbekdier heeft zwemvliezen aan zijn poten
De poten van het vogelbekdier zijn aangepast aan het leven in het water. De zwemvliezen helpen bij het voortbewegen tijdens het zwemmen.
Feit
Een vogelbekdier gebruikt elektrische signalen om prooien te vinden
Het vogelbekdier kan zwakke elektrische signalen waarnemen die ontstaan door spieractiviteit van prooidieren. Deze elektroreceptie helpt bij het zoeken naar voedsel onder water.
Feit
Een axolotl kan verloren lichaamsdelen opnieuw laten aangroeien
Axolotls kunnen verschillende beschadigde of verloren lichaamsdelen regenereren. Dit vermogen maakt de soort bijzonder interessant voor wetenschappelijk onderzoek.
Feit
Een axolotl kan zelfs delen van zijn hart en zenuwstelsel regenereren
Naast ledematen kan een axolotl onder bepaalde omstandigheden ook complexe weefsels herstellen. Onderzoekers bestuderen dit vermogen om regeneratie beter te begrijpen.
Feit
Een zeekomkommer kan sommige van zijn organen naar buiten werken als verdediging
Sommige zeekomkommers kunnen bij gevaar delen van hun inwendige organen naar buiten brengen. Deze strategie kan roofdieren afschrikken en de verloren structuren kunnen later worden hersteld.
Feit
Een pistoolgarnaal kan met zijn schaar een schokgolf veroorzaken
De schaar van een pistoolgarnaal sluit zo snel dat er een cavitatiebel ontstaat. Wanneer deze bel instort, ontstaat een krachtige drukgolf waarmee de garnaal prooien kan verdoven.
Feit
Een bidsprinkhaankreeft kan zijn prooi slaan met een enorme snelheid
De gespecialiseerde voorpoten van sommige bidsprinkhaankreeften kunnen met zeer hoge snelheid naar voren slaan. De klap kan schelpen en andere harde structuren beschadigen.
Feit
Een bidsprinkhaankreeft kan gepolariseerd licht waarnemen
Het visuele systeem van bidsprinkhaankreeften is zeer geavanceerd en kan onder andere polarisatie van licht detecteren. Dit kan helpen bij communicatie en het waarnemen van de omgeving.
Feit
Een narwal heeft een lange tand die eruitziet als een hoorn
De opvallende slagtand van een narwal is eigenlijk een sterk verlengde tand. Hij groeit meestal aan de linkerkant van de bovenkaak en kan ver uitsteken.
Feit
De tand van een narwal kan enkele meters lang worden
De slagtand van een volwassen mannetje kan enkele meters lang worden. De tand bevat miljoenen zenuwuiteinden en heeft een complexe structuur.
Feit
Een kogelvis kan zichzelf opblazen wanneer hij wordt bedreigd
Bij gevaar kan een kogelvis snel water of lucht opnemen waardoor zijn lichaam sterk groter en ronder wordt. Daardoor wordt hij moeilijker door veel roofdieren in te slikken.
Feit
Sommige kogelvissen bevatten een krachtig gif
Bepaalde kogelvissen bevatten tetrodotoxine, een zeer krachtig neurotoxine. Het gif kan vooral in organen zoals lever en geslachtsklieren voorkomen.
Feit
Een sidderaal is eigenlijk geen echte paling
De naam sidderaal is misleidend: het dier behoort tot een groep zoetwatervissen en niet tot de echte palingen. Het heeft wel een langwerpig palingachtig lichaam.
Feit
Een sidderaal kan elektrische ontladingen produceren
Sidderalen beschikken over gespecialiseerde elektrische organen waarmee ze sterke elektrische ontladingen kunnen produceren. Die worden gebruikt voor jacht, verdediging en oriëntatie.
Feit
Een platvis wordt geboren met één oog aan iedere kant van zijn kop
Jonge platvissen zien er aanvankelijk uit als gewone vissen met aan beide zijden een oog. Tijdens hun ontwikkeling verandert de lichaamsvorm sterk.
Feit
Tijdens de ontwikkeling verplaatst bij een platvis één oog naar de andere kant
Tijdens de metamorfose van een platvis verplaatst één oog naar de andere zijde van de kop. Daardoor kunnen beide ogen uiteindelijk aan dezelfde kant zitten.
Feit
Een zeepaardje kan zijn staart gebruiken om zich aan planten vast te houden
De grijpstaart van een zeepaardje kan zich om waterplanten en andere structuren wikkelen. Zo kan het dier zich tijdens stroming op zijn plaats houden.
Feit
Een zeepaardje kan met zijn staart verrassend sterke grip hebben
De staart van een zeepaardje bestaat uit veel kleine benige segmenten en is zeer flexibel. Hierdoor kan het dier zich stevig vastgrijpen zonder een gewone grijphand te hebben.
Feit
Een vrouwelijke octopus kan duizenden eieren bewaken
Een vrouwtjesoctopus kan grote aantallen eieren leggen en bewaakt deze gedurende de ontwikkeling. Bij veel soorten blijft ze bij het legsel en beschermt ze de eieren.
Feit
Sommige octopussen kunnen zichzelf vermommen als andere zeedieren
Bepaalde octopussen kunnen kleur, patroon en lichaamsvorm veranderen om op andere dieren of hun omgeving te lijken. Deze camouflage helpt bij jagen en verdediging.
Feit
Een sepia kan zijn huidpatroon razendsnel veranderen
Sepia's beschikken over gespecialiseerde pigmentcellen en reflecterende structuren in de huid. Daarmee kunnen ze kleur en patroon zeer snel aanpassen.
Feit
Een sepia heeft W-vormige pupillen
De pupillen van veel sepia's hebben een karakteristieke W-vorm. Deze bijzondere oogstructuur helpt bij het verwerken van licht en contrast onder water.
Feit
Een nautilus heeft een schelp met meerdere kamers
De schelp van een nautilus is verdeeld in kamers die met elkaar verbonden zijn. De oudste kamers liggen verder naar binnen en de nieuwste kamer bevat het levende dier.
Feit
Een nautilus gebruikt zijn kamers om zijn drijfvermogen te regelen
Door de hoeveelheid vloeistof en gas in de schelpkamers te reguleren kan een nautilus zijn drijfvermogen aanpassen. Hierdoor kan het dier in het water op verschillende dieptes bewegen.
Feit
Een sprinkhaan heeft oren op zijn achterlijf
Bij veel sprinkhanen bevinden de gehoororganen zich aan de zijkant van het eerste achterlijfsegment. Daarmee kunnen ze geluiden en vooral signalen van soortgenoten waarnemen.
Feit
Een krekel hoort met organen aan de voorkant van zijn poten
Krekels hebben gehoororganen aan de voorpoten, dicht bij de knieën. Daarmee kunnen ze geluiden van soortgenoten en mogelijke vijanden waarnemen.
Feit
Een vlinder heeft smaakreceptoren op zijn poten
Vlinders kunnen met zintuigcellen op hun poten chemische stoffen waarnemen. Zo kunnen vrouwtjes bijvoorbeeld geschikte planten herkennen om eieren op te leggen.
Feit
Sommige vlinders drinken tranen van schildpadden
In sommige tropische gebieden zijn vlinders waargenomen die zich rond de ogen van schildpadden verzamelen. Ze drinken het vocht om onder andere zouten en mineralen binnen te krijgen.
Feit
Een libel kan prooien tijdens de vlucht onderscheppen
Libellen zijn zeer behendige vliegers en kunnen vliegende insecten in de lucht onderscheppen. Hun ogen en hersenen helpen bewegingen van prooien snel te volgen.
Feit
Libellen behoren tot de meest succesvolle jagers in de insectenwereld
Libellen hebben een zeer hoog jachtsucces bij het onderscheppen van prooien. Hun grote samengestelde ogen, snelle vlucht en wendbaarheid maken ze effectieve luchtjagers.
Feit
Een vrouwelijke puff-adder kan meer dan honderd jongen tegelijk krijgen
De puff-adder is een Afrikaanse slangensoort die levende jongen ter wereld brengt. Grote vrouwtjes kunnen uitzonderlijk grote nesten krijgen.
Feit
Sommige slangen kunnen weken of maanden zonder voedsel
Slangen hebben vaak een relatief lage stofwisseling en kunnen na een grote maaltijd lange tijd zonder nieuw voedsel. Hoe lang dit duurt hangt af van soort, temperatuur en omstandigheden.
Feit
Een slang gebruikt zijn tong om geurdeeltjes uit de omgeving op te pikken
Een slang steekt zijn gevorkte tong uit om chemische deeltjes uit de lucht en omgeving te verzamelen. Het orgaan van Jacobson helpt deze informatie vervolgens analyseren.
Feit
Een slang kan niet knipperen omdat hij geen bewegende oogleden heeft
Slangen hebben geen beweeglijke oogleden zoals mensen. Hun ogen worden beschermd door een transparante schub die over het oog ligt.
Feit
Een krokodil kan zijn tong niet uitsteken zoals een mens
De tong van een krokodil is stevig verbonden met structuren in de bek en kan daardoor niet vrij naar buiten worden gestoken zoals de menselijke tong.
Feit
Een krokodil kan zijn kaken enorm krachtig sluiten
Krokodillen beschikken over zeer krachtige sluitspieren in hun kaken. Daarmee kunnen ze prooien stevig vastgrijpen en kraken.
Feit
De aarde is ongeveer 4,54 miljard jaar oud
Wetenschappers schatten de leeftijd van de aarde op ongeveer 4,54 miljard jaar. Deze schatting is gebaseerd op onder andere radiometrische datering van meteorieten en aardse gesteenten.
Feit
Ongeveer 71 procent van het aardoppervlak bestaat uit water
Oceanen, zeeën, meren en rivieren bedekken samen ongeveer 71 procent van het aardoppervlak. Het grootste deel daarvan bestaat uit zout water in de oceanen.
Feit
De Stille Oceaan is groter dan alle continenten samen
De Stille Oceaan is de grootste oceaan op aarde. Het oppervlak is zo groot dat het groter is dan het totale oppervlak van alle continenten samen.
Feit
De Atlantische Oceaan wordt ieder jaar iets breder
Langs de Midden-Atlantische Rug komt voortdurend nieuwe oceaanbodem bij. Daardoor bewegen de tektonische platen aan weerszijden langzaam uit elkaar.
Feit
Afrika ligt op vier verschillende halfronden
De evenaar en de nulmeridiaan lopen beide door Afrika. Daardoor ligt het continent zowel op het noordelijke als zuidelijke en oostelijke als westelijke halfrond.
Feit
De evenaar loopt door dertien landen
De evenaar doorkruist verschillende landen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. In totaal loopt de geografische evenaar door dertien landen of territoria, afhankelijk van de gehanteerde indeling.
Feit
De evenaar is ongeveer 40.075 kilometer lang
De omtrek van de aarde rond de evenaar bedraagt ongeveer 40.075 kilometer. De aarde is daar iets breder dan wanneer de omtrek via de polen wordt gemeten.
Feit
De Noordpool ligt niet op vast land
De geografische Noordpool ligt midden in de Noordelijke IJszee. Daar bevindt zich drijvend zee-ijs bovenop oceaanwater en geen vast continent.
Feit
De Zuidpool ligt op een continent
De geografische Zuidpool bevindt zich op Antarctica. De pool ligt bovenop een kilometers dikke ijskap die het Antarctische continent bedekt.
Feit
Antarctica is het droogste continent
Ondanks de enorme hoeveelheid ijs valt er op Antarctica weinig neerslag. Grote delen van het binnenland hebben een extreem droog klimaat en worden soms als poolwoestijn beschouwd.
Feit
Antarctica is ook het koudste continent
Antarctica kent de laagste gemiddelde temperaturen van alle continenten. Vooral het hooggelegen binnenland kan extreem koud worden.
Feit
Antarctica bevat het grootste deel van het zoete water op aarde
Het grootste deel van het zoete water op aarde is opgeslagen in de enorme Antarctische ijskap. Dit water zit grotendeels vast in de vorm van ijs.
Feit
De Sahara is de grootste hete woestijn ter wereld
De Sahara beslaat een enorm gebied in Noord-Afrika en is de grootste hete woestijn op aarde. Het landschap bestaat niet alleen uit zandduinen maar ook uit rotsen, grind en bergen.
Feit
De Sahara was duizenden jaren geleden veel groener
Tijdens eerdere klimaatomstandigheden kende delen van de Sahara veel meer regen. Daardoor waren er meren, graslanden en savanneachtige landschappen waar nu woestijn ligt.
Feit
De Atacama is een van de droogste plaatsen op aarde
De Atacama in Zuid-Amerika behoort tot de droogste niet-polaire gebieden ter wereld. Sommige gebieden ontvangen jarenlang nauwelijks meetbare regen.
Feit
Sommige delen van de Atacama krijgen jarenlang vrijwel geen regen
Door de ligging, oceaanstromingen en omliggende geografie kan de neerslag in bepaalde delen van de Atacama uitzonderlijk laag zijn. Sommige meetstations registreren zeer lange droge perioden.
Feit
De grootste woestijn op aarde is Antarctica
Een woestijn wordt bepaald door zeer weinig neerslag en niet door hoge temperaturen. Antarctica voldoet aan die definitie en is daardoor de grootste woestijn op aarde.
Feit
Woestijnen kunnen zowel heet als ijskoud zijn
Woestijnen worden gekenmerkt door weinig neerslag. Daardoor kunnen zowel hete gebieden zoals de Sahara als koude gebieden zoals Antarctica woestijnen zijn.
Feit
De Amazone voert meer water af dan iedere andere rivier
De Amazonerivier heeft wereldwijd de grootste gemiddelde waterafvoer. Het enorme stroomgebied ontvangt veel regen en omvat duizenden zijrivieren.
Feit
De Amazone heeft honderden zijrivieren
Het Amazonebekken bestaat uit een uitgebreid netwerk van grote en kleine rivieren. Veel zijrivieren leveren water aan de hoofdstroom.
Feit
De Nijl behoort tot de langste rivieren ter wereld
De Nijl loopt door een groot deel van Noordoost-Afrika. De precieze rangorde van de langste rivier hangt mede af van hoe de bron en het beginpunt van een rivier worden bepaald.
Feit
De Donau stroomt door meer landen dan welke andere rivier ook
De Donau stroomt door of langs meer Europese landen dan iedere andere rivier. De rivier verbindt grote delen van Midden- en Zuidoost-Europa.
Feit
Het Baikalmeer is het diepste zoetwatermeer ter wereld
Het Baikalmeer in Siberië heeft een maximale diepte van ongeveer 1.642 meter. Het is daarmee het diepste bekende zoetwatermeer.
Feit
Het Baikalmeer bevat ongeveer een vijfde van het niet-ijzige zoete oppervlaktewater
Door zijn enorme diepte bevat het Baikalmeer een zeer groot volume zoet water. Het vormt een aanzienlijk deel van het vloeibare zoetwater aan het aardoppervlak.
Feit
Het Titicacameer ligt op meer dan 3.800 meter hoogte
Het Titicacameer ligt hoog in de Andes op de grens van Peru en Bolivia. Daarmee behoort het tot de hoogst gelegen grote bevaarbare meren ter wereld.
Feit
Het Victoriameer is het grootste meer van Afrika
Het Victoriameer is qua oppervlakte het grootste meer van Afrika. Het ligt tussen onder andere Tanzania, Oeganda en Kenia.
Feit
De Dode Zee ligt honderden meters onder zeeniveau
De Dode Zee bevindt zich in een diepe laagte tussen Israël, de Westelijke Jordaanoever en Jordanië. Het wateroppervlak ligt honderden meters onder het niveau van de wereldzeeën.
Feit
De Dode Zee is eigenlijk een meer
Ondanks zijn naam is de Dode Zee een zout meer en geen echte zee. Het water heeft een zeer hoge zoutconcentratie doordat er geen open verbinding met de oceaan is.
Feit
De aarde is niet perfect bolvormig
Door de draaiing van de aarde is de planeet bij de evenaar iets naar buiten geduwd. Daardoor is de aarde beter te beschrijven als een afgeplatte bol.
Feit
De aarde is bij de evenaar iets dikker dan bij de polen
De draaiing van de aarde veroorzaakt een kleine uitstulping rond de evenaar. De polaire straal is daardoor kleiner dan de straal aan de evenaar.
Feit
De rotatie van de aarde vertraagt zeer langzaam
Door onder andere getijdenwerking wordt de rotatie van de aarde op zeer lange tijdschalen langzaam afgeremd. Het effect is klein maar meetbaar.
Feit
Een dag was in het verre verleden korter dan 24 uur
De aarde draaide in het verre verleden sneller om haar as. Daardoor duurde een volledige omwenteling toen minder lang dan tegenwoordig.
Feit
De maan helpt de rotatie van de aarde langzaam af te remmen
Getijdenkrachten tussen aarde en maan veroorzaken wrijving in de oceanen en andere effecten. Hierdoor wordt de rotatie van de aarde zeer langzaam afgeremd.
Feit
Getijden worden vooral veroorzaakt door de zwaartekracht van de maan
De maan oefent zwaartekracht uit op de aarde en haar oceanen. Hierdoor ontstaan getijden, waarbij ook de positie van de zon een belangrijke aanvullende rol speelt.
Feit
De zon veroorzaakt eveneens getijden
Ook de zwaartekracht van de zon beïnvloedt de oceanen. Wanneer zon, aarde en maan gunstig ten opzichte van elkaar staan, kunnen de getijden sterker worden.
Feit
Springtij heeft niets met het voorjaar te maken
Springtij verwijst naar extra hoge hoogwaterstanden en lage laagwaterstanden wanneer zon, aarde en maan ongeveer op één lijn staan. Het woord heeft dus niets met de lente te maken.
Feit
Een vulkaan kan nieuw land vormen
Uitbarstingen kunnen lava en ander vulkanisch materiaal afzetten boven of onder water. Na verloop van tijd kan hierdoor nieuw land ontstaan.
Feit
Onderzeese vulkanen vormen nieuwe oceaanbodem
Bij mid-oceanische ruggen komt magma omhoog en stolt het tot nieuwe oceaanbodem. Dit proces is onderdeel van de beweging van tektonische platen.
Feit
De meeste vulkanische activiteit op aarde vindt onder water plaats
Een groot deel van de vulkanische activiteit vindt plaats langs onderzeese spreidingszones. Veel van deze uitbarstingen zijn vanaf het aardoppervlak niet zichtbaar.
Feit
De aardkorst bestaat uit verschillende tektonische platen
De aardkorst en het bovenste deel van de mantel zijn verdeeld in grote en kleine tektonische platen. Deze bewegen zeer langzaam ten opzichte van elkaar.
Feit
Bliksem kan heter zijn dan het oppervlak van de zon
Het plasma in een bliksemkanaal kan kortstondig temperaturen van ongeveer 30.000 graden Celsius bereiken. Het zichtbare oppervlak van de zon is ongeveer 5.500 graden Celsius.
Feit
Donder ontstaat door de snelle uitzetting van door bliksem verhitte lucht
De extreem snelle verhitting van lucht langs een bliksemkanaal veroorzaakt een plotselinge uitzetting. De daardoor ontstane drukgolf horen we als donder.
Feit
Je kunt bliksem zien voordat je de bijbehorende donder hoort
Licht beweegt veel sneller door de atmosfeer dan geluid. Daarom bereikt de lichtflits je ogen vrijwel direct, terwijl het geluid er langer over doet.
Feit
De snelheid van licht is veel groter dan die van geluid
In vacuüm beweegt licht met ongeveer 300.000 kilometer per seconde. Geluid beweegt in lucht bij kamertemperatuur met ongeveer 343 meter per seconde.
Feit
Hagel ontstaat in krachtige onweersbuien
Sterke stijgende luchtstromen kunnen waterdruppels hoog in een onweerswolk houden. Daar bevriezen ze en groeien ze door extra lagen ijs aan.
Feit
Hagelstenen kunnen meerdere keren omhoog en omlaag worden gevoerd in een buienwolk
Sterke luchtstromen kunnen een groeiende hagelsteen opnieuw omhoog voeren. Iedere cyclus kan een nieuwe laag ijs toevoegen.
Feit
Sneeuwvlokken hebben meestal zes armen
De zesvoudige symmetrie ontstaat door de kristalstructuur van ijs. Tijdens de groei kunnen de zes armen allerlei verschillende vormen ontwikkelen.
Feit
Geen twee sneeuwkristallen hoeven exact hetzelfde patroon te hebben
Kleine verschillen in temperatuur en vochtigheid tijdens de vorming beïnvloeden het patroon. Daardoor kunnen sneeuwkristallen bijzonder complex en verschillend zijn.
Feit
Sneeuw werkt als een goede isolatielaag voor de bodem
Verse sneeuw bevat veel stilstaande lucht. Daardoor kan een sneeuwlaag warmte uit de bodem relatief goed vasthouden en planten en dieren tegen extreme kou beschermen.
Feit
Sneeuw is niet altijd wit
Sneeuw kan door lichtomstandigheden, vervuiling, schaduwen of algen andere kleuren aannemen. Zuivere sneeuw ziet er meestal wit uit doordat het licht breed wordt verstrooid.
Feit
Verse sneeuw kan blauwachtig lijken
Dikke sneeuw- en ijslagen absorberen sommige golflengten van licht sterker dan andere. Daardoor kan veel opgehoopt ijs of sneeuw blauwachtig lijken.
Feit
Rijp ontstaat wanneer waterdamp direct bevriest op een oppervlak
Bij rijp gaat waterdamp rechtstreeks over naar ijs zonder eerst vloeibaar water te vormen. Dit gebeurt wanneer een oppervlak voldoende koud is.
Feit
Mist bestaat uit zeer kleine waterdruppeltjes
Mist ontstaat wanneer vochtige lucht voldoende afkoelt zodat water condenseert tot microscopisch kleine druppeltjes. Deze druppeltjes blijven vlak boven de grond zweven.
Feit
Wolken bestaan uit waterdruppeltjes, ijskristallen of beide
Afhankelijk van temperatuur en hoogte kan een wolk vloeibare waterdruppeltjes, ijskristallen of beide bevatten. De deeltjes zijn meestal zeer klein.
Feit
Een wolk kan miljoenen kilogram water bevatten
Hoewel een wolk licht lijkt, kan de totale hoeveelheid water enorm zijn. Het water is verdeeld over een groot volume en bestaat grotendeels uit zeer kleine druppeltjes.
Feit
De meeste wolken drijven niet omdat ze lichter zijn dan lucht
Wolken bestaan uit kleine water- en ijsdeeltjes die worden gedragen door luchtstromingen. De wolk als geheel is geen massief object dat simpelweg in de lucht blijft hangen door een lagere dichtheid.
Feit
Warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht
Hoe warmer lucht is, hoe groter de maximale hoeveelheid waterdamp die zij kan bevatten. Bij afkoeling kan waterdamp daardoor condenseren tot wolken of neerslag.
Feit
Relatieve luchtvochtigheid is afhankelijk van temperatuur
Relatieve luchtvochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp aanwezig is ten opzichte van de maximale hoeveelheid die lucht bij die temperatuur kan bevatten. Daarom verandert de relatieve luchtvochtigheid wanneer de temperatuur verandert.
Feit
Regenbogen zijn cirkels, maar vanaf de grond zie je meestal slechts een deel ervan
Een regenboog vormt geometrisch een volledige cirkel. Vanaf de grond wordt het onderste deel meestal door de horizon aan het zicht onttrokken.
Feit
Vanuit een vliegtuig kun je soms een volledige regenboog zien
Wanneer je hoog genoeg boven de grond bent, kan de horizon het onderste deel van de regenboog niet meer blokkeren. Onder geschikte omstandigheden is daardoor een vrijwel volledige cirkel zichtbaar.
Feit
Een dubbele regenboog ontstaat door twee reflecties van licht in regendruppels
Bij een dubbele regenboog wordt licht in regendruppels op een andere manier intern gereflecteerd. Daardoor ontstaat een tweede, zwakkere boog met omgekeerde kleurvolgorde.
Feit
Een maanboog is een regenboog die door maanlicht ontstaat
Een maanboog ontstaat wanneer maanlicht door regendruppels wordt gebroken en gereflecteerd. Omdat maanlicht zwakker is dan zonlicht zijn de kleuren vaak minder duidelijk zichtbaar.
Feit
Een halo rond de zon wordt veroorzaakt door ijskristallen
Hoge, koude wolken kunnen zeshoekige ijskristallen bevatten. Licht dat door deze kristallen gaat, wordt gebroken en kan een ring rond de zon veroorzaken.
Feit
Een halo kan ook rond de maan verschijnen
Dezelfde ijskristallen die een zonnehalo veroorzaken kunnen ook maanlicht breken. Daardoor kan 's nachts een vergelijkbare ring rond de maan zichtbaar worden.
Feit
Een luchtspiegeling kan ervoor zorgen dat een object op een andere plaats lijkt te staan
Door temperatuurverschillen in de lucht verandert de manier waarop licht zich door de atmosfeer beweegt. Hierdoor kan een ver verwijderd object hoger, lager of vervormd lijken.
Feit
Een luchtspiegeling ontstaat door verschillen in luchttemperatuur
Warme en koude luchtlagen hebben verschillende dichtheden en brekingsindices. Licht kan daardoor worden afgebogen en een vertekend beeld veroorzaken.
Feit
Orkanen draaien op het noordelijk en zuidelijk halfrond in tegengestelde richting
Door het Corioliseffect krijgen grote roterende stormsystemen op beide halfronden een tegengestelde draairichting. Op het noordelijk halfrond draaien orkanen meestal tegen de klok in.
Feit
Orkanen kunnen niet ontstaan precies op de evenaar
Vlak bij de evenaar is het Corioliseffect te zwak om een tropische cycloon voldoende draaiing te geven. Daarom ontstaan orkanen vrijwel nooit direct op de evenaar.
Feit
Warm zeewater levert energie aan tropische cyclonen
Warm oceaanwater zorgt voor sterke verdamping. De vrijgekomen waterdamp stijgt op en geeft bij condensatie warmte af, waardoor de storm energie kan winnen.
Feit
Een tornado kan meerdere keren van richting veranderen
De bewegingsrichting van een tornado wordt bepaald door de storm waarin hij ontstaat. Veranderingen in de structuur en beweging van die storm kunnen ervoor zorgen dat de tornado van koers verandert.
Feit
Niet iedere tornado heeft de bekende trechtervorm
De zichtbare trechter bestaat uit gecondenseerd water en is niet altijd volledig zichtbaar. Sommige tornado's hebben daardoor een minder duidelijke of zelfs nauwelijks zichtbare trechter.
Feit
Wind ontstaat door verschillen in luchtdruk
Lucht beweegt onder invloed van drukverschillen. Gebieden met verschillende luchtdruk zorgen ervoor dat lucht van het ene gebied naar het andere gaat stromen.
Feit
De Beaufortschaal werd oorspronkelijk ontwikkeld om windkracht op zee te beschrijven
De Beaufortschaal werd ontwikkeld om windsterkte aan de hand van zichtbare effecten, vooral op zee, te classificeren. Tegenwoordig wordt de schaal ook algemeen gebruikt om windkracht te beschrijven.
Feit
Een zeebries ontstaat doordat land sneller opwarmt dan water
Overdag warmt land meestal sneller op dan de zee. De warme lucht boven land stijgt, waarna koelere lucht vanaf zee richting land stroomt.
Feit
Een landbries ontstaat doordat land sneller afkoelt dan water
In de nacht koelt land doorgaans sneller af dan water. Daardoor kan de lucht boven het water relatief warmer zijn en ontstaat een stroming vanaf land richting zee.
Feit
Dauw ontstaat wanneer een oppervlak voldoende afkoelt
Wanneer een oppervlak afkoelt tot rond het dauwpunt kan waterdamp uit de lucht condenseren. De kleine druppeltjes vormen dan dauw op bijvoorbeeld gras en bladeren.
Feit
Vorst kan ontstaan zonder dat er sneeuw valt
Vorst betekent dat de temperatuur laag genoeg is voor ijsvorming of temperaturen onder het vriespunt. Daarvoor is geen sneeuw nodig.
Feit
Sommige planten kunnen hun bladeren beschermen tegen extreme kou
Planten kunnen verschillende fysiologische mechanismen gebruiken om vorstschade te beperken. Sommige soorten passen de samenstelling van hun cellen aan wanneer de temperatuur daalt.
Feit
Bomen kunnen door hun wortels water uit diepere bodemlagen bereiken
Veel bomen ontwikkelen wortelstelsels die water uit verschillende bodemlagen kunnen opnemen. De diepte en vorm van het wortelstelsel verschillen sterk per soort en bodem.
Feit
De zon bevat het grootste deel van de massa van het zonnestelsel
De zon bevat ongeveer 99,8 procent van de totale massa van het zonnestelsel. De planeten, manen en andere objecten vormen samen slechts een klein deel.
Feit
De zon is een ster
De zon is een relatief gewone ster van het type G. Zij produceert haar energie door kernfusie in haar hete binnenste.
Feit
De zon staat ongeveer 150 miljoen kilometer van de aarde
De gemiddelde afstand tussen aarde en zon bedraagt ongeveer 149,6 miljoen kilometer. Deze afstand wordt ook wel één astronomische eenheid genoemd.
Feit
Zonlicht doet ongeveer acht minuten over de reis naar de aarde
Licht beweegt met ongeveer 300.000 kilometer per seconde. Daardoor duurt de reis van zonlicht naar de aarde gemiddeld ongeveer 8 minuten en 20 seconden.
Feit
De maan staat gemiddeld ongeveer 384.400 kilometer van de aarde
De baan van de maan is niet perfect cirkelvormig. Daardoor varieert de afstand tussen aarde en maan gedurende een omloop, met ongeveer 384.400 kilometer als gemiddelde.
Feit
De maan draait in ongeveer dezelfde tijd om haar as als om de aarde
De maan doet ongeveer 27,3 dagen over een rotatie om haar eigen as en een omloop rond de aarde. Daardoor blijft vrijwel dezelfde zijde naar de aarde gericht.
Feit
Daardoor zien we vanaf de aarde vrijwel steeds dezelfde maanhelft
Omdat de rotatietijd van de maan gelijk is aan haar omlooptijd, zien we vanaf de aarde steeds ongeveer dezelfde helft. Dit verschijnsel heet synchrone rotatie.
Feit
De maan heeft geen eigen zichtbaar licht
De maan produceert niet zelf het zichtbare licht dat we vanaf de aarde zien. Het grootste deel van het maanlicht is zonlicht dat door het maanoppervlak wordt teruggekaatst.
Feit
De maan reflecteert zonlicht
Het oppervlak van de maan weerkaatst een deel van het zonlicht. De verschillende maanfasen ontstaan doordat we steeds een ander verlicht deel van de maan zien.
Feit
De maan heeft geen atmosfeer zoals de aarde
De maan heeft slechts een uiterst ijle exosfeer. Deze is veel te dun om zich te gedragen als de atmosfeer van de aarde.
Feit
Voetafdrukken op de maan kunnen zeer lang zichtbaar blijven
De maan heeft vrijwel geen atmosfeer, wind of stromend water. Daardoor worden voetafdrukken niet op dezelfde manier weggeblazen of weggespoeld als op aarde.
Feit
Op de maan is geen wind die voetafdrukken wegwaait
Door het vrijwel ontbreken van een atmosfeer zijn er op de maan geen normale weersverschijnselen zoals wind. Daardoor kunnen voetafdrukken zeer lang behouden blijven.
Feit
De maan veroorzaakt ook gedeeltelijke zonsverduisteringen
Wanneer de maan tussen de aarde en de zon komt, kan zij een deel van het zonlicht blokkeren. Dit veroorzaakt een gedeeltelijke zonsverduistering wanneer de uitlijning niet volledig is.
Feit
Een totale zonsverduistering is alleen mogelijk doordat de zon en maan vanaf de aarde ongeveer even groot lijken
De zon is veel groter dan de maan, maar staat ook veel verder weg. Daardoor hebben beide aan de hemel ongeveer dezelfde schijnbare grootte, waardoor de maan de zon soms volledig kan bedekken.
Feit
De maan wordt ieder jaar gemiddeld enkele centimeters verder van de aarde verwijderd
Door getijdenkrachten wordt langzaam rotatie-energie van de aarde overgedragen aan de baan van de maan. Daardoor neemt de gemiddelde afstand tussen aarde en maan geleidelijk toe.
Feit
Mars heeft twee kleine natuurlijke manen
Mars heeft twee kleine manen: Phobos en Deimos. Beide zijn veel kleiner dan onze maan en hebben onregelmatige vormen.
Feit
De grootste vulkaan van het zonnestelsel staat op Mars
Olympus Mons op Mars is de grootste bekende vulkaan in het zonnestelsel. Hij is veel breder en hoger dan de grootste vulkanen op aarde.
Feit
Olympus Mons is een schildvulkaan
Olympus Mons bestaat uit brede, relatief flauwe hellingen die kenmerkend zijn voor een schildvulkaan. De vulkaan is opgebouwd uit vele lagen gestolde lava.
Feit
Mars heeft een veel dunnere atmosfeer dan de aarde
De atmosfeer van Mars is zeer ijl vergeleken met die van de aarde. Ze bestaat voornamelijk uit koolstofdioxide en biedt weinig bescherming tegen de omstandigheden in de ruimte.
Feit
De lucht op Mars bevat veel koolstofdioxide
Koolstofdioxide vormt het grootste deel van de dunne atmosfeer van Mars. Slechts een klein gedeelte bestaat uit stikstof, argon en andere gassen.
Feit
Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel
Jupiter is zowel qua diameter als massa de grootste planeet in ons zonnestelsel. De planeet bestaat voornamelijk uit waterstof en helium.
Feit
Jupiter heeft een zeer sterke magnetosfeer
Jupiter heeft een krachtig magnetisch veld dat een enorme magnetosfeer creëert. Deze magnetosfeer is veel groter en sterker dan die van de aarde.
Feit
De Grote Rode Vlek op Jupiter is een enorme storm
De Grote Rode Vlek is een langdurige storm in de atmosfeer van Jupiter. De storm is groter dan de aarde geweest, hoewel hij in de loop van de tijd kleiner is geworden.
Feit
Saturnus heeft een uitgebreid ringenstelsel
De opvallende ringen van Saturnus bestaan uit talloze afzonderlijke deeltjes. Ze variëren in grootte van kleine stofdeeltjes tot grotere brokken ijs en gesteente.
Feit
De ringen van Saturnus bestaan grotendeels uit ijsdeeltjes
Het materiaal in de ringen bestaat voor een groot deel uit waterijs. Het ijs reflecteert veel zonlicht, waardoor de ringen bijzonder helder zichtbaar zijn.
Feit
Uranus draait vrijwel op zijn kant
De rotatie-as van Uranus staat sterk gekanteld ten opzichte van zijn baanvlak. Daardoor lijkt de planeet vrijwel op zijn kant rond de zon te rollen.
Feit
Uranus heeft een blauwgroene kleur door methaan in de atmosfeer
Methaan in de atmosfeer van Uranus absorbeert vooral rood licht. Het overgebleven blauwe en groene licht wordt daardoor sterker zichtbaar.
Feit
Neptunus heeft extreem krachtige winden
Neptunus kent enkele van de snelste atmosferische winden in het zonnestelsel. Ondanks de grote afstand tot de zon heeft de planeet een zeer dynamische atmosfeer.
Feit
Venus draait in tegengestelde richting van de meeste planeten
Venus draait om haar as in tegengestelde richting van de meeste planeten. Daardoor komt de zon daar in tegengestelde richting op en onder ten opzichte van de aarde.
Feit
Een dag op Venus duurt langer dan een jaar op Venus
Een volledige rotatie van Venus om haar as duurt ongeveer 243 aardse dagen, terwijl een omloop rond de zon ongeveer 225 aardse dagen duurt.
Feit
Venus is de heetste planeet van het zonnestelsel
Hoewel Mercurius dichter bij de zon staat, is Venus gemiddeld heter. De extreem dichte koolstofdioxideatmosfeer veroorzaakt een sterk broeikaseffect.
Feit
Mercurius heeft vrijwel geen atmosfeer
Mercurius heeft geen dichte atmosfeer zoals de aarde. Rond de planeet bevindt zich slechts een zeer ijle exosfeer.
Feit
Mercurius heeft grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht
Door de zeer ijle atmosfeer kan Mercurius warmte nauwelijks vasthouden. Daardoor zijn de verschillen tussen dag- en nachttemperaturen zeer groot.
Feit
De planetoïdengordel ligt voornamelijk tussen Mars en Jupiter
Tussen de banen van Mars en Jupiter bevindt zich een grote verzameling rotsachtige objecten. Samen vormen deze objecten de belangrijkste planetoïdengordel van ons zonnestelsel.
Feit
Pluto behoort tot de dwergplaneten
Pluto werd in 2006 opnieuw geclassificeerd als dwergplaneet. Het is nog steeds een groot en interessant object in de verre buitengebieden van het zonnestelsel.
Feit
Pluto heeft vijf bekende manen
Rond Pluto zijn vijf bekende natuurlijke satellieten ontdekt. De grootste daarvan is Charon.
Feit
De grootste maan van Pluto heet Charon
Charon is de grootste maan van Pluto en heeft een opvallend grote omvang ten opzichte van zijn planeet. Het systeem wordt daarom soms als een dubbel dwergplaneetsysteem beschreven.
Feit
Charon is relatief groot ten opzichte van Pluto
Charon heeft ongeveer de helft van de diameter van Pluto. Het massamiddelpunt van het systeem bevindt zich daardoor buiten het centrum van Pluto.
Feit
Een jaar op Pluto duurt ongeveer 248 aardse jaren
Pluto staat gemiddeld zeer ver van de zon en heeft daardoor een lange omlooptijd. Eén volledige baan om de zon duurt ongeveer 248 aardse jaren.
Feit
Kometen bestaan uit ijs, stof en gesteente
Kometen bestaan uit een mengsel van bevroren stoffen, stof en gesteente. Wanneer ze de zon naderen kan een coma en een lange staart ontstaan.
Feit
Sterren ontstaan uit enorme wolken van gas en stof
Sterren vormen zich wanneer delen van grote wolken van gas en stof onder hun eigen zwaartekracht samentrekken. Uiteindelijk kunnen druk en temperatuur hoog genoeg worden voor kernfusie.
Feit
De meeste sterren bestaan voornamelijk uit waterstof en helium
Waterstof en helium zijn de meest voorkomende elementen in sterren. Zwaardere elementen komen meestal in veel kleinere hoeveelheden voor.
Feit
Een ster kan miljarden jaren energie produceren
Hoe lang een ster blijft bestaan hangt sterk af van haar massa. Kleine sterren kunnen extreem lang blijven stralen, terwijl zeer zware sterren relatief snel hun brandstof verbruiken.
Feit
De kleur van een ster hangt samen met haar oppervlaktetemperatuur
De kleur van een ster geeft informatie over de temperatuur van haar zichtbare oppervlak. Blauwe sterren zijn gemiddeld heter dan rode sterren.
Feit
Blauwe sterren zijn gemiddeld heter dan rode sterren
Een blauwachtige ster heeft doorgaans een hogere oppervlaktetemperatuur dan een roodachtige ster. De kleur ontstaat door de verdeling van uitgezonden licht over verschillende golflengten.
Feit
De zon is een relatief gemiddelde ster
De zon is een hoofdreeksster van middelmatige massa en temperatuur. Vergeleken met de enorme variatie aan sterren is de zon geen uitzonderlijk grote of zware ster.
Feit
Sterrenbeelden bestaan uit sterren die vanaf de aarde toevallig dicht bij elkaar lijken te staan
De sterren van een sterrenbeeld kunnen in werkelijkheid enorme afstanden van elkaar hebben. Het patroon ontstaat doordat we ze vanaf de aarde in ongeveer dezelfde richting zien.
Feit
De sterren in één sterrenbeeld kunnen enorme afstanden van elkaar hebben
Een sterrenbeeld is vooral een perspectiefpatroon. De afzonderlijke sterren kunnen zich op totaal verschillende afstanden van de aarde bevinden.
Feit
Het licht van verre sterren kan duizenden jaren onderweg zijn
Licht reist met een eindige snelheid door de ruimte. Wanneer we zeer verre sterren bekijken, zien we daarom hoe ze er duizenden of soms miljoenen jaren geleden uitzagen.
Feit
Als je naar de sterren kijkt, kijk je letterlijk terug in de tijd
Het licht dat onze ogen bereikt heeft een bepaalde reistijd gehad. Hoe verder een ster weg staat, hoe verder we terugkijken in haar verleden.
Feit
De Melkweg is een sterrenstelsel
De Melkweg is het sterrenstelsel waarin ons zonnestelsel zich bevindt. Het bevat enorme hoeveelheden sterren, gas en stof.
Feit
De zon bevindt zich in de Melkweg
Ons zonnestelsel bevindt zich in een spiraalvormig deel van de Melkweg, ver van het galactische centrum. De zon draait samen met de rest van het zonnestelsel rond het centrum.
Feit
De Melkweg bevat honderden miljarden sterren
Astronomen schatten dat de Melkweg honderden miljarden sterren bevat. Het exacte aantal is moeilijk vast te stellen omdat stof delen van het sterrenstelsel aan het zicht onttrekt.
Feit
De Melkweg is een spiraalstelsel
De Melkweg heeft een centrale balk met daaromheen spiraalarmen. Ons zonnestelsel bevindt zich in een van de buitenste delen van deze structuur.
Feit
Het zonnestelsel bevindt zich niet in het centrum van de Melkweg
De zon bevindt zich ver buiten het galactische centrum, ongeveer 26.000 lichtjaar van het centrum. Ze draait samen met het zonnestelsel rond de kern van het sterrenstelsel.
Feit
Het centrum van de Melkweg bevat een superzwaar zwart gat
In het centrum van de Melkweg bevindt zich Sagittarius A*, een superzwaar zwart gat met een massa van ongeveer vier miljoen zonnen.
Feit
Een zwart gat is niet letterlijk een gat in de ruimte
Een zwart gat is een gebied waar materie extreem sterk is samengedrukt en de ruimtetijd sterk is gekromd. Het woord 'gat' verwijst dus niet naar een leeg gat zoals in een oppervlak.
Feit
Een zwart gat kan ontstaan uit het instorten van een massieve ster
Wanneer een zeer zware ster aan het einde van haar leven instort, kan onder bepaalde omstandigheden een zwart gat ontstaan. Niet iedere ster eindigt echter als een zwart gat.
Feit
De zwaartekracht van een zwart gat kan zelfs licht gevangenhouden
Binnen de waarnemingshorizon van een zwart gat is de ruimtetijd zo sterk gekromd dat niets meer naar buiten kan ontsnappen, zelfs licht niet.
Feit
Een zwart gat kan zelf niet rechtstreeks zichtbaar worden
Omdat licht niet uit de waarnemingshorizon kan ontsnappen, kunnen we een zwart gat zelf niet rechtstreeks als een lichtgevende bol zien. De omgeving kan wel zichtbaar zijn.
Feit
Astronomen kunnen zwarte gaten indirect waarnemen
Zwarte gaten kunnen worden opgespoord door hun invloed op omringende sterren, gas en licht. Ook kunnen de effecten van botsingen van zwarte gaten worden gemeten via zwaartekrachtsgolven.
Feit
Neutronensterren zijn extreem compacte resten van zware sterren
Een neutronenster kan ontstaan nadat een zware ster haar buitenlagen heeft afgestoten bij een supernova. De overgebleven kern wordt extreem dicht samengedrukt.
Feit
Een theelepel neutronenstermaterie zou op aarde enorm zwaar zijn
Neutronenstermaterie heeft een extreem hoge dichtheid. Een klein volume daarvan zou, als het hypothetisch op aarde zou kunnen bestaan, een enorme massa hebben.
Feit
Pulsars zijn snel ronddraaiende neutronensterren
Een pulsar is een neutronenster die snel roteert en bundels elektromagnetische straling kan uitzenden. Wanneer zo'n bundel regelmatig langs de aarde komt, lijkt het signaal te pulseren.
Feit
Sommige pulsars draaien honderden keren per seconde
Bepaalde millisecondepulsars draaien honderden keren per seconde rond hun as. Dat maakt ze tot enkele van de snelst roterende objecten die we kennen.
Feit
Supernova's kunnen zwaardere elementen in de ruimte verspreiden
Bij supernova's worden grote hoeveelheden materie de ruimte in geslingerd. Daarbij kunnen zware elementen worden verspreid die later onderdeel kunnen worden van nieuwe sterren en planeten.
Feit
Veel elementen in ons lichaam zijn ooit in sterren gevormd
Elementen zoals koolstof, zuurstof en ijzer zijn in eerdere generaties sterren gevormd of tijdens extreme kosmische gebeurtenissen ontstaan. De materie waaruit ons lichaam bestaat heeft daardoor een kosmische geschiedenis.
Feit
Goud en andere zware elementen kunnen ontstaan bij extreme kosmische gebeurtenissen
Zware elementen kunnen ontstaan tijdens zeer energierijke processen, waaronder botsingen van neutronensterren. Materiaal uit zulke gebeurtenissen kan later in nieuwe sterrenstelselsystemen terechtkomen.
Feit
Een sterrenstelsel kan met een ander sterrenstelsel botsen
Sterrenstelsels kunnen door hun onderlinge zwaartekracht naar elkaar toe bewegen en uiteindelijk samensmelten. Zo'n gebeurtenis duurt vaak honderden miljoenen jaren.
Feit
Botsingen tussen sterrenstelsels betekenen niet dat sterren automatisch tegen elkaar botsen
De afstanden tussen sterren zijn enorm vergeleken met hun afmetingen. Daardoor kunnen twee sterrenstelsels elkaar overlappen zonder dat veel individuele sterren daadwerkelijk botsen.
Feit
Het heelal dijt uit
Op grote schaal neemt de afstand tussen veel sterrenstelsels toe. Dit wordt beschreven als de uitdijing van het heelal.
Feit
Hoe verder een sterrenstelsel van ons staat, hoe sneller het gemiddeld van ons lijkt weg te bewegen
Door de uitdijing van het heelal neemt de recessiesnelheid van verre sterrenstelsels gemiddeld toe met hun afstand. Dit verband staat bekend als de wet van Hubble-Lemaître.
Feit
De kosmische achtergrondstraling is een overblijfsel van het vroege heelal
De kosmische microgolfachtergrond is straling die afkomstig is uit een zeer vroeg stadium van het heelal. Ze vormt een belangrijke aanwijzing voor de ontwikkeling van het vroege heelal.
Feit
Het heelal is ongeveer 13,8 miljard jaar oud
Metingen van onder andere de kosmische achtergrondstraling wijzen erop dat het heelal ongeveer 13,8 miljard jaar geleden is ontstaan.
Feit
Het waarneembare heelal is veel groter dan ons zonnestelsel
Het zonnestelsel vormt slechts een minuscuul deel van het waarneembare heelal. Het waarneembare heelal omvat miljarden sterrenstelsels en strekt zich over tientallen miljarden lichtjaren uit.
Feit
Er zijn waarschijnlijk meer sterren dan zandkorrels op veel aardse stranden
Een exacte vergelijking is onmogelijk, maar schattingen laten zien dat het aantal sterren in het waarneembare heelal enorm is. Het kan de hoeveelheid zandkorrels op veel stranden ruimschoots overtreffen.
Feit
Ruimteschepen kunnen zonder brandstof blijven versnellen zolang er geen kracht is die ze afremt
Volgens de bewegingswetten van Newton blijft een object met constante snelheid bewegen wanneer er geen netto kracht op werkt. Brandstof is vooral nodig om snelheid of richting te veranderen.
Feit
In de ruimte is geen geluid zoals op aarde omdat geluid een medium nodig heeft
Geluid bestaat uit trillingen die zich door een medium verspreiden. In het vrijwel lege vacuüm van de ruimte ontbreekt daarvoor voldoende materie.
Feit
Astronauten kunnen in een baan om de aarde gewichtloos lijken
Astronauten en hun ruimtevaartuig vallen voortdurend om de aarde heen. Daardoor ervaren ze een toestand van microzwaartekracht waarin ze gewichtloos lijken.
Feit
Gewichtloosheid betekent niet dat er geen zwaartekracht aanwezig is
In een baan om de aarde is de zwaartekracht nog steeds aanzienlijk. Astronauten voelen zich gewichtloos omdat zij en hun ruimtevaartuig voortdurend samen in vrije val zijn.
Feit
Geiten hebben rechthoekige pupillen
De horizontaal langgerekte pupillen van geiten helpen bij een breed gezichtsveld. Dit is nuttig voor dieren die hun omgeving moeten bewaken terwijl ze grazen.
Feit
Geiten kunnen voedsel herkauwen
Geiten zijn herkauwers en hebben een gespecialiseerd spijsverteringsstelsel. Ze slikken voedsel eerst gedeeltelijk door en brengen het later terug naar de mond om verder te kauwen.
Feit
Koeien hebben vier magen of vier maagafdelingen
Een koe heeft één maag die uit vier afdelingen bestaat: pens, netmaag, boekmaag en lebmaag. Deze indeling helpt bij het verwerken van vezelrijk plantaardig voedsel.
Feit
Koeien kunnen niet gemakkelijk hun bovenlip onafhankelijk bewegen zoals mensen
De bouw van de mond van een koe is aangepast aan grazen. De tong en lippen werken samen om gras en andere planten op te nemen.
Feit
Paarden kunnen vrijwel niet door hun mond ademen
Paarden zijn zogenaamde obligate neusademhalers. Hun anatomie zorgt ervoor dat ze onder normale omstandigheden voornamelijk via de neus ademen.
Feit
Paarden slapen zowel staand als liggend
Paarden kunnen staand lichte slaapfasen doormaken dankzij hun bijzondere beenmechanisme. Voor bepaalde diepere slaapfasen gaan ze wel liggen.
Feit
Zebra's hebben unieke streeppatronen
Het patroon van de zwarte en witte strepen verschilt per zebra. Net als een vingerafdruk kan het patroon helpen om individuele dieren van elkaar te onderscheiden.
Feit
De strepen van een zebra helpen bij individuele herkenning
Zebra's kunnen elkaar waarschijnlijk mede herkennen aan het specifieke patroon van de strepen. De exacte functies van het streeppatroon zijn echter veelzijdig en worden nog onderzocht.
Feit
Giraffen hebben evenveel nekwervels als mensen
Net als mensen hebben giraffen meestal zeven nekwervels. Het verschil is dat de afzonderlijke wervels bij een giraffe uitzonderlijk lang zijn.
Feit
Een giraf heeft een extreem lange tong
De tong van een giraffe kan ongeveer 45 tot 50 centimeter lang worden. Daarmee kan het dier bladeren bereiken die met de lippen moeilijk bereikbaar zijn.
Feit
Giraffen kunnen met hun tong bladeren tussen doorns vandaan halen
De lange, beweeglijke tong helpt giraffen bladeren van onder andere acaciabomen te verzamelen. De tong is bovendien relatief stevig en aangepast aan het eten van doornige planten.
Feit
Olifanten kunnen communiceren met zeer lage geluiden
Olifanten gebruiken onder andere infrageluid met zeer lage frequenties. Deze geluiden kunnen over grote afstanden worden verspreid.
Feit
Olifanten kunnen trillingen via de grond waarnemen
Olifanten kunnen trillingen in de bodem waarnemen via hun poten en mogelijk ook via structuren in hun lichaam. Dit kan informatie geven over bewegingen en geluiden op afstand.
Feit
Olifanten gebruiken hun slurf om te ruiken
De slurf is een zeer gevoelig verlengstuk van neus en bovenlip. Olifanten gebruiken hem onder andere om geuren op te nemen en voedsel te onderzoeken.
Feit
De slurf van een olifant combineert neus en bovenlip
De slurf is anatomisch opgebouwd uit verlengde neus- en lipstructuren. Hij dient zowel voor ademhaling en ruiken als voor grijpen, voelen en drinken.
Feit
Een olifant kan water met zijn slurf opzuigen
Een olifant kan water met de slurf opnemen en vervolgens in zijn mond spuiten. De slurf werkt daarbij als een zeer flexibele zuig- en grijpinrichting.
Feit
Neushoorns hebben haren op hun staart
Hoewel een neushoorn grotendeels kaal lijkt, zitten er op verschillende plaatsen haren. Vooral de staart eindigt in een opvallende bundel haren.
Feit
Nijlpaarden kunnen verrassend snel rennen
Ondanks hun zware lichaam kunnen nijlpaarden op korte afstanden een hoge snelheid bereiken. Ze kunnen daarbij zo snel bewegen dat mensen ze niet gemakkelijk kunnen ontlopen.
Feit
Nijlpaarden produceren een roodachtige huidafscheiding
De huid van nijlpaarden scheidt een roodachtige vloeistof af die helpt bij bescherming van de huid. De kleur heeft bijgedragen aan de bijnaam 'bloedzweet', hoewel het geen bloed en geen zweet is.
Feit
Kangoeroes gebruiken hun staart als steun tijdens het bewegen
De krachtige staart van een kangoeroe helpt bij balans en voortbeweging. Bij langzaam bewegen kan de staart zelfs als extra steunpunt worden gebruikt.
Feit
Kangoeroes kunnen niet gemakkelijk achteruit lopen
De bouw van de grote achterpoten en sterke staart maakt achteruit bewegen lastig. De anatomie is vooral aangepast aan vooruit bewegen en springen.
Feit
Koala's hebben zeer sterke klauwen
Koala's hebben scherpe en sterke klauwen waarmee ze zich stevig aan boomstammen kunnen vasthouden. Dit is belangrijk voor een dier dat een groot deel van zijn leven in bomen doorbrengt.
Feit
Koala's eten voornamelijk eucalyptusbladeren
Eucalyptusbladeren vormen het belangrijkste voedsel van koala's. Deze bladeren bevatten relatief weinig energie en bevatten stoffen die voor veel andere dieren ongeschikt zijn.
Feit
Panda's hebben een aangepaste polsbeentje dat als een extra duim werkt
Reuzenpanda's hebben een vergroot polsbot dat samen met andere structuren als een soort extra duim functioneert. Hiermee kunnen ze bamboestengels stevig vastpakken.
Feit
Reuzenpanda's kunnen uren per dag eten
Omdat bamboe relatief weinig voedingsstoffen bevat, besteden panda's een groot deel van hun dag aan eten. Ze kunnen vele uren per dag bezig zijn met het zoeken en eten van bamboe.
Feit
Wasberen hebben zeer gevoelige voorpoten
De voorpoten van wasberen bevatten veel tastzintuigen. Hierdoor kunnen ze voorwerpen en voedsel nauwkeurig onderzoeken.
Feit
Wasberen kunnen voedsel met hun voorpoten onderzoeken
Wasberen gebruiken hun gevoelige voorpoten actief bij het zoeken en manipuleren van voedsel. In water kunnen ze door aanraking informatie over voedsel verkrijgen.
Feit
Beverdammen kunnen de stroming van water veranderen
Wanneer bevers takken en modder gebruiken om een dam te bouwen, wordt de waterstroom afgeremd of omgeleid. Hierdoor kunnen nieuwe vijvers en natte leefgebieden ontstaan.
Feit
Bevers hebben oranje tanden door ijzerrijke tandglazuur
Het glazuur van bevertanden bevat relatief veel ijzer, waardoor de tanden oranje tot roodbruin kunnen lijken. Het maakt de tanden bovendien zeer sterk.
Feit
Otters kunnen hun favoriete steen gebruiken om schelpen te openen
Zeeotters kunnen stenen als gereedschap gebruiken om harde schelpen van bijvoorbeeld mosselen en andere prooidieren open te breken.
Feit
Zeeotters houden zich tijdens het slapen soms aan elkaar vast
Zeeotters kunnen tijdens het rusten elkaars poten vasthouden. Hierdoor kunnen ze minder gemakkelijk uit elkaar drijven terwijl ze op het water liggen.
Feit
Luiaards verteren voedsel zeer langzaam
Het voedsel van luiaards bestaat voornamelijk uit moeilijk verteerbare bladeren. Hun lage stofwisseling en gespecialiseerde spijsvertering zorgen ervoor dat het verteringsproces langzaam verloopt.
Feit
Luiaards kunnen goed zwemmen
Hoewel luiaards voornamelijk in bomen leven, kunnen ze verrassend goed zwemmen. Hun drijfvermogen en langzame zwembewegingen helpen hen bij het oversteken van water.
Feit
Miereneters hebben geen tanden
Miereneters hebben geen normale tanden omdat ze hun voedsel niet hoeven te kauwen. Ze gebruiken hun lange tong om mieren en termieten op te nemen.
Feit
Miereneters gebruiken hun lange tong om insecten te verzamelen
De lange, kleverige tong van een miereneter kan diep in nesten van mieren en termieten worden gestoken. Daarmee verzamelt het dier grote aantallen kleine insecten.
Feit
Gordeldieren kunnen hun adem lange tijd inhouden
Gordeldieren kunnen hun adem lange tijd inhouden en sommige soorten kunnen daardoor korte afstanden onder water afleggen. Dit helpt hen soms bij het oversteken van water.
Feit
Gordeldieren zijn verwant aan luiaards en miereneters
Gordeldieren, luiaards en miereneters behoren tot dezelfde grote zoogdiergroep, de Xenarthra. Ze delen verschillende bijzondere anatomische kenmerken.
Feit
Stokstaartjes houden soms gezamenlijk de omgeving in de gaten
In een groep kunnen stokstaartjes verschillende taken verdelen. Terwijl andere dieren voedsel zoeken, kan één dier op een verhoogde plek de omgeving in de gaten houden.
Feit
Hyena's behoren tot de orde van de roofdieren
Hyena's behoren taxonomisch tot de orde Carnivora, waartoe ook katten en honden behoren. Ondanks hun uiterlijk zijn ze nauwer verwant aan katachtigen dan aan honden.
Feit
Struisvogels zijn de grootste nog levende vogels
De struisvogel is de grootste levende vogelsoort. Hij kan meer dan twee meter hoog worden en heeft een zeer groot en zwaar lichaam.
Feit
Struisvogels kunnen niet vliegen
Struisvogels hebben vleugels maar hun zware lichaam en aangepaste bouw maken vliegen onmogelijk. De vleugels spelen wel een rol bij balans en gedrag.
Feit
Struisvogels hebben zeer lange poten
De lange, krachtige poten zijn vooral aangepast aan hardlopen. Ze helpen de struisvogel snelheden van tientallen kilometers per uur te bereiken.
Feit
Struisvogels kunnen snel rennen
Een struisvogel kan korte tijd snelheden van ongeveer 60 tot 70 kilometer per uur bereiken. Zijn lange passen maken hem tot een zeer snelle landvogel.
Feit
Emoes kunnen niet vliegen
Emoes zijn grote loopvogels uit Australië. Hun vleugels zijn klein en hun zware lichaam is aangepast aan hardlopen in plaats van vliegen.
Feit
Pinguïns zijn vogels die niet kunnen vliegen
Pinguïns zijn echte vogels maar hun vleugels zijn geëvolueerd tot stijve vinachtige structuren. Daarmee zijn ze zeer goed aangepast aan zwemmen.
Feit
Pinguïns gebruiken hun vleugels als vinnen
Onder water bewegen pinguïns hun vleugels op een manier die lijkt op het gebruik van vinnen. Daardoor kunnen ze snel en wendbaar zwemmen.
Feit
Keizerspinguïns broeden tijdens de Antarctische winter
Keizerspinguïns broeden tijdens de extreem koude Antarctische winter. Hierdoor komen hun jongen uit op een moment dat de zee en omgeving zeer koud zijn.
Feit
Albatrossen kunnen enorme afstanden over de oceaan afleggen
Albatrossen zijn uitstekende zweefvliegers die gebruikmaken van wind en luchtstromingen. Daardoor kunnen ze duizenden kilometers over de oceaan afleggen.
Feit
Albatrossen kunnen lange tijd zweven zonder veel met hun vleugels te slaan
Door gebruik te maken van windgradiënten kunnen albatrossen lange tijd zweven met weinig vleugelslagen. Dit bespaart veel energie tijdens lange vluchten.
Feit
Kolibries kunnen achteruit vliegen
Kolibries zijn uitzonderlijke vliegers en kunnen hun vleugels zo bewegen dat ze niet alleen vooruit maar ook achteruit kunnen vliegen. Ze behoren tot de weinige vogels met deze mogelijkheid.
Feit
Kolibries kunnen hun vleugels extreem snel bewegen
Kolibries kunnen hun vleugels tientallen keren per seconde bewegen. Hierdoor kunnen ze stil in de lucht blijven hangen en zeer precies manoeuvreren.
Feit
Sommige kolibries kunnen tijdelijk in een toestand van sterk verlaagde stofwisseling raken
Bij koude nachten kunnen sommige kolibries in torpor gaan. Hun lichaamstemperatuur, hartslag en stofwisseling dalen dan sterk om energie te besparen.
Feit
Uilen kunnen hun kop ver draaien dankzij bijzondere aanpassingen in hun nek en bloedvaten
Uilen kunnen hun kop ongeveer 270 graden draaien. Speciale kenmerken van hun halswervels en bloedvaten helpen voorkomen dat de bloedtoevoer naar de hersenen wordt afgesneden.
Feit
Uilen hebben vaak asymmetrisch geplaatste oren
Bij verschillende uilensoorten zitten de ooropeningen niet exact op dezelfde hoogte. Deze asymmetrie helpt bij het bepalen van de richting en hoogte van geluiden.
Feit
Door die asymmetrie kunnen sommige uilen geluid zeer nauwkeurig lokaliseren
De hersenen vergelijken kleine verschillen in het moment waarop geluid beide oren bereikt. Daardoor kunnen uilen prooien lokaliseren, zelfs wanneer ze die nauwelijks kunnen zien.
Feit
Flamingo's worden roze door pigmenten uit hun voedsel
Flamingo's krijgen hun roze en roodachtige kleur door carotenoïden uit hun voedsel. Deze pigmenten worden onder andere verkregen uit algen en kleine waterdieren.
Feit
Flamingo's filteren voedsel uit water met hun snavel
Een flamingosnavel is aangepast aan filtervoeding. Met behulp van lamellen kunnen kleine voedseldeeltjes uit water en modder worden gefilterd.
Feit
Toekans gebruiken hun grote snavel om warmte kwijt te raken
De grote snavel van een toekan bevat veel bloedvaten. Door de bloeddoorstroming kan de snavel helpen bij het afvoeren van overtollige lichaamswarmte.
Feit
Spechten hebben een speciaal aangepast tongbeen
Het tongbeen van een specht is sterk verlengd en loopt bij sommige soorten ver rond de schedel. Dit ondersteunt de lange tong waarmee voedsel uit hout wordt gehaald.
Feit
Een specht kan met zijn snavel tegen hout tikken zonder zichzelf normaal gesproken te verwonden
Spechten hebben verschillende anatomische en gedragsmatige aanpassingen die de krachten tijdens het hakken opvangen. Hun schedel, nekspieren en snavel zijn aangepast aan herhaalde klappen.
Feit
Kraaien kunnen gereedschappen gebruiken
Sommige kraaiachtigen gebruiken stokjes, bladeren of andere voorwerpen om voedsel te bereiken. Dit laat zien dat bepaalde vogelsoorten complexe probleemoplossende vaardigheden hebben.
Feit
Kraaien kunnen menselijke gezichten onderscheiden
Onderzoek heeft laten zien dat kraaien individuele menselijke gezichten kunnen leren herkennen. Ze kunnen bovendien langdurig reageren op mensen die ze als bedreigend hebben ervaren.
Feit
Eksters behoren tot de kraaiachtigen
Eksters behoren tot dezelfde vogelfamilie als onder andere kraaien en raven. Ze delen verschillende eigenschappen zoals hoge leer- en probleemoplossende vermogens.
Feit
Papegaaien kunnen menselijke spraakgeluiden imiteren
Papegaaien hebben een bijzonder goed ontwikkeld vermogen om geluiden uit hun omgeving na te bootsen. Sommige soorten kunnen menselijke woorden en zinnen verrassend nauwkeurig imiteren.
Feit
Sommige papegaaien kunnen voorwerpen herkennen
Papegaaien kunnen leren verschillende objecten van elkaar te onderscheiden. Sommige soorten laten daarbij opvallende leer- en probleemoplossende vaardigheden zien.
Feit
Duiven kunnen leren onderscheid te maken tussen verschillende visuele patronen
Duiven beschikken over een goed ontwikkeld visueel systeem. Onderzoek heeft aangetoond dat ze complexe patronen en afbeeldingen kunnen leren onderscheiden.
Feit
Duiven kunnen hun weg over lange afstanden vinden
Postduiven beschikken over opmerkelijke navigatievaardigheden. Ze gebruiken waarschijnlijk meerdere signalen, waaronder landschap, zon, geuren en het aardmagnetisch veld.
Feit
Zwaluwen brengen een groot deel van hun leven in de lucht door
Sommige zwaluwsoorten zijn zeer goed aangepast aan een leven in de lucht. Ze vangen vliegende insecten tijdens het vliegen en kunnen lange afstanden afleggen.
Feit
Gierzwaluwen kunnen tijdens de vlucht slapen
Gierzwaluwen brengen zeer veel tijd in de lucht door en kunnen waarschijnlijk korte slaapmomenten tijdens het vliegen hebben. Hun lichaam is sterk aangepast aan langdurige vlucht.
Feit
Kippen kunnen meer dan honderd verschillende geluiden maken
Kippen gebruiken veel verschillende geluiden voor communicatie. De geluiden kunnen onder andere voedsel, gevaar, contact en sociale situaties aangeven.
Feit
Kippen kunnen verschillende individuen herkennen
Kippen kunnen onderscheid maken tussen soortgenoten en leren sociale relaties binnen hun groep herkennen.
Feit
Eendenveren hebben een waterafstotende laag
Eenden verspreiden olie over hun veren tijdens het poetsen. Daardoor blijft de verenstructuur beter waterafstotend en blijft de huid eronder relatief droog.
Feit
Eenden produceren olie die hun veren helpt beschermen
Een klier bij de staartbasis produceert olie die eenden tijdens het poetsen over hun veren verdelen. Deze olie helpt de veren waterafstotend en soepel te houden.
Feit
Zwanen hebben meer nekwervels dan mensen
Waar mensen meestal zeven nekwervels hebben, hebben zwanen veel meer nekwervels. Hierdoor kunnen ze hun lange nek flexibel bewegen.
Feit
Kerkuilen hebben een hartvormig gezicht
De karakteristieke gezichtsschijf van een kerkuil heeft een duidelijke hartvorm. Deze vorm helpt geluiden naar de oren te leiden.
Feit
Pauwenveren bevatten structuren die iriserende kleuren veroorzaken
De opvallende kleuren van pauwenveren ontstaan niet alleen door pigmenten. Microscopische structuren in de veren beïnvloeden hoe licht wordt teruggekaatst en veroorzaken iriserende kleuren.
Feit
Vogelveertjes zijn niet allemaal bedoeld voor vliegen
Veren hebben verschillende functies. Sommige veren helpen bij isolatie, waterafstoting, communicatie, camouflage of het aantrekken van een partner.
Feit
Mieren kunnen vele malen hun eigen lichaamsgewicht dragen
Door hun kleine formaat en sterke spieren kunnen mieren relatief grote lasten verplaatsen. De verhouding tussen spierkracht en lichaamsgewicht is bij kleine dieren gunstiger.
Feit
Mieren gebruiken geurstoffen om informatie uit te wisselen
Mieren communiceren onder andere met feromonen. Met geursporen kunnen ze voedselbronnen, routes en gevaar signaleren aan andere kolonieleden.
Feit
Sommige mieren houden bladluizen voor hun honingdauw
Bepaalde mierensoorten beschermen bladluizen omdat deze suikerrijke honingdauw produceren. De mieren kunnen de bladluizen zelfs naar geschikte planten verplaatsen.
Feit
Bladluizen kunnen zich onder bepaalde omstandigheden zonder mannetjes voortplanten
Veel bladluizen kunnen tijdens gunstige omstandigheden ongeslachtelijk nakomelingen produceren. Daardoor kan een populatie zeer snel groeien.
Feit
Honingbijen kunnen ultraviolet licht waarnemen
Bijen kunnen ultraviolet licht zien, dat voor mensen onzichtbaar is. Veel bloemen hebben patronen in het ultraviolet die bestuivers naar nectar en stuifmeel leiden.
Feit
Honingbijen kunnen bloemen herkennen aan patronen die mensen niet zien
Bloemen kunnen ultraviolet patronen bevatten die voor bijen zichtbaar zijn. Deze patronen kunnen als een soort wegwijzers naar het voedsel in de bloem functioneren.
Feit
Bijen gebruiken de zonnestand om zich te oriënteren
Honingbijen kunnen de positie van de zon gebruiken als onderdeel van hun navigatiesysteem. Zelfs wanneer de zon niet direct zichtbaar is, kunnen ze bepaalde informatie over gepolariseerd licht benutten.
Feit
Een honingbijenkolonie kan uit tienduizenden bijen bestaan
Een sterke honingbijenkolonie kan uit tienduizenden werksters, darren en één koningin bestaan. De precieze omvang varieert sterk met seizoen en omstandigheden.
Feit
Werksters zijn vrouwelijke honingbijen
De werksters zijn vrouwelijke honingbijen die hun hele leven verschillende taken uitvoeren. Ze kunnen onder andere voedsel verzamelen, larven verzorgen en de kast verdedigen.
Feit
Darren zijn mannelijke honingbijen
Mannelijke honingbijen worden darren genoemd. Hun belangrijkste biologische functie is het paren met koninginnen.
Feit
De koningin is de belangrijkste eierleggende bij in een kolonie
In een normale honingbijenkolonie is de koningin de belangrijkste eierleggende vrouwelijke bij. Ze kan grote aantallen eieren produceren om de kolonie in stand te houden.
Feit
Hommelkolonies zijn meestal kleiner dan honingbijenkolonies
Een hommelkolonie bestaat doorgaans uit veel minder individuen dan een grote honingbijenkolonie. De omvang verschilt per soort en seizoen.
Feit
Sommige hommels kunnen hun lichaam laten trillen om stuifmeel los te maken
Bij bepaalde bloemen gebruiken hommels zogenaamde buzz pollination. Door hun vliegspieren snel te laten trillen kunnen ze stuifmeel uit bloemen losmaken.
Feit
Muggenmannetjes drinken geen bloed
Mannelijke muggen voeden zich voornamelijk met nectar en andere plantaardige suikers. Alleen vrouwtjes van bepaalde soorten gebruiken bloed als bron van voedingsstoffen voor de ontwikkeling van eieren.
Feit
Alleen vrouwelijke muggen van bepaalde soorten gebruiken bloed voor de ontwikkeling van eieren
Bloed is geen gewone voedselbron voor vrouwelijke muggen, maar levert eiwitten en andere voedingsstoffen die bij bepaalde soorten nodig zijn voor de ontwikkeling van eieren.
Feit
Vliegen proeven met receptoren op hun poten
Vliegen hebben chemische zintuigreceptoren op hun poten. Hierdoor kunnen ze informatie over voedsel krijgen zodra ze ergens op landen.
Feit
Vliegen hebben samengestelde ogen
Een samengesteld oog bestaat uit veel kleine optische eenheden die samen een breed gezichtsveld geven. Hierdoor kunnen vliegen bewegingen snel detecteren.
Feit
Een vlieg kan duizenden afzonderlijke oogfacetten hebben
Afhankelijk van de soort kunnen samengestelde ogen uit honderden tot duizenden afzonderlijke facetten bestaan. Elk facet vangt een deel van het licht op.
Feit
Sommige kevers kunnen onder water ademen via lucht die onder hun dekschild wordt vastgehouden
Waterkevers kunnen een luchtvoorraad meenemen wanneer ze onder water duiken. De lucht wordt bijvoorbeeld onder het dekschild vastgehouden en kan tijdelijk voor ademhaling dienen.
Feit
Gloeiwormen produceren licht door bioluminescentie
Gloeiwormen kunnen licht produceren via een chemische reactie die bioluminescentie wordt genoemd. Het licht wordt vaak gebruikt om prooien te lokken of partners te vinden.
Feit
Vuurvliegjes gebruiken licht om soortgenoten te vinden
Vuurvliegjes gebruiken specifieke lichtsignalen om partners van dezelfde soort te herkennen. Het patroon en de timing van de lichtflitsen kunnen per soort verschillen.
Feit
De lichtkleur van verschillende vuurvliegsoorten kan verschillen
Bioluminescente signalen van vuurvliegjes kunnen verschillende tinten hebben. De kleur hangt onder andere af van de soort en de chemische omstandigheden in het lichtorgaan.
Feit
Sommige motten kunnen ultrasone geluiden van vleermuizen waarnemen
Vleermuizen gebruiken ultrasoon geluid om prooien op te sporen. Sommige motten hebben gehoororganen waarmee ze deze signalen kunnen detecteren en tijdig kunnen ontwijken.
Feit
Sommige motten maken geluiden om vleermuizen te misleiden
Bepaalde motten kunnen ultrasone signalen produceren wanneer ze door vleermuizen worden aangevallen. Dit kan de echolocatie verstoren of een waarschuwing geven dat de mot onaangenaam is.
Feit
Bladpootinsecten kunnen sterk op bladeren lijken
Bladpootinsecten hebben lichaamsvormen en kleuren die lijken op bladeren of plantendelen. Deze camouflage maakt het voor roofdieren moeilijker om ze te ontdekken.
Feit
Takjesinsecten gebruiken camouflage om roofdieren te ontwijken
Wandelende takken lijken sterk op takjes van planten. Door stil te blijven en hun lichaamsvorm aan te passen kunnen ze vrijwel onzichtbaar worden.
Feit
Sommige wandelende takken kunnen verloren ledematen regenereren tijdens vervellingen
Bij jonge wandelende takken kunnen beschadigde of verloren poten tijdens volgende vervellingen gedeeltelijk of volledig terug groeien. Dit vermogen neemt af naarmate het dier volwassen wordt.
Feit
Spinnen zijn geen insecten
Spinnen behoren tot de spinachtigen en niet tot de insecten. Ze hebben onder andere acht poten, terwijl volwassen insecten zes poten hebben.
Feit
Spinnen hebben acht poten
Een volwassen spin heeft normaal gesproken vier paar poten. Daarnaast hebben spinnen nog andere aanhangsels zoals tasters die niet als poten worden beschouwd.
Feit
Insecten hebben zes poten
Volwassen insecten hebben drie paar poten die aan het borststuk vastzitten. Sommige insectenlarven kunnen andere aantallen zichtbare aanhangsels hebben.
Feit
Schorpioenen behoren tot de spinachtigen
Schorpioenen zijn nauw verwant aan spinnen en behoren tot de klasse Arachnida. Ze hebben net als spinnen acht poten.
Feit
Schorpioenen kunnen ultraviolet licht waarnemen
De buitenste laag van veel schorpioenen kan fluoresceren onder ultraviolet licht. Schorpioenen beschikken bovendien over ogen die gevoelig zijn voor licht en donker.
Feit
Duizendpoten hebben niet letterlijk duizend poten
De naam duizendpoot verwijst naar het grote aantal poten, maar de meeste soorten hebben er veel minder dan duizend. Het aantal verschilt sterk per soort.
Feit
Miljoenpoten kunnen meer dan duizend poten hebben
Sommige miljoenpoten hebben uitzonderlijk veel poten. Eén soort heeft zelfs meer dan duizend poten en was daarmee de eerste officieel beschreven soort die deze grens overschreed.
Feit
Oorwormen hebben geen speciale relatie met menselijke oren
De naam oorworm verwijst naar een oude mythe dat deze insecten in menselijke oren zouden kruipen. Daar is geen bijzondere biologische relatie voor.
Feit
Kakkerlakken bestaan al veel langer dan de mens
Kakkerlakachtige insecten komen al honderden miljoenen jaren in het fossielenbestand voor. Hun evolutionaire geschiedenis gaat daarmee veel verder terug dan die van de moderne mens.
Feit
Sommige kakkerlakken kunnen maanden zonder voedsel overleven
Kakkerlakken hebben een relatief lage stofwisseling en kunnen daardoor lange perioden zonder voedsel doorstaan. Zonder water houden ze het meestal veel minder lang vol.
Feit
Termieten zijn sociale insecten
Termieten leven in georganiseerde kolonies met verschillende kasten. Arbeiders, soldaten en voortplantingsdieren hebben ieder hun eigen functies.
Feit
Termieten kunnen grote ondergrondse gangenstelsels bouwen
Kolonies van termieten kunnen uitgebreide nesten en tunnelsystemen maken. Deze structuren helpen bij voedsel zoeken, bescherming en het regelen van temperatuur en vochtigheid.
Feit
Bomen produceren zuurstof tijdens fotosynthese
Tijdens fotosynthese gebruiken groene planten lichtenergie om onder andere koolstofdioxide en water om te zetten in organische stoffen. Daarbij komt zuurstof vrij.
Feit
Planten gebruiken koolstofdioxide als grondstof voor fotosynthese
Koolstofdioxide uit de lucht levert de koolstof die planten gebruiken om suikers en andere organische stoffen op te bouwen.
Feit
Fotosynthese vindt vooral plaats in bladeren
Bladeren bevatten veel chloroplasten waarin fotosynthese plaatsvindt. De platte vorm van bladeren helpt bovendien bij het opvangen van licht en opnemen van koolstofdioxide.
Feit
Chlorofyl geeft veel bladeren hun groene kleur
Chlorofyl absorbeert bepaalde delen van het zichtbare licht sterk, maar reflecteert relatief veel groen licht. Daardoor lijken veel bladeren groen.
Feit
Niet alle bladeren zijn groen
Naast chlorofyl kunnen bladeren andere pigmenten bevatten die geel, rood of paars zichtbaar maken. Bij sommige planten overheersen deze pigmenten over het groen.
Feit
Sommige bladeren zijn rood door pigmenten
Rode bladeren kunnen relatief veel anthocyanen bevatten. Deze pigmenten kunnen bijdragen aan de kleur van bladeren, bijvoorbeeld in bepaalde seizoenen.
Feit
Planten kunnen lichtsterkte waarnemen
Planten beschikken over lichtgevoelige moleculen waarmee ze de hoeveelheid en kwaliteit van licht kunnen detecteren. Deze informatie beïnvloedt onder andere groei en bloei.
Feit
Planten kunnen de richting van licht volgen
Veel planten vertonen fototropisme, waarbij scheuten en bladeren hun groei aanpassen aan de richting van het licht. Hierdoor kunnen ze efficiënter licht opvangen.
Feit
Zonnebloemen volgen tijdens de groei de beweging van de zon
Jonge zonnebloemen kunnen hun bloemhoofdjes gedurende de dag met de zon meedraaien. Dit gedrag wordt heliotropisme genoemd.
Feit
Volgroeide zonnebloemen staan vaak voornamelijk naar het oosten gericht
Wanneer zonnebloemen volwassen worden, stopt het dagelijkse meedraaien grotendeels. De bloemhoofden staan dan vaak naar het oosten gericht en profiteren van het ochtendlicht.
Feit
Bamboe behoort tot de grassen
Bamboe ziet er door zijn houtachtige stengels uit als een boom, maar botanisch behoort het tot de grassenfamilie. Er bestaan duizenden bamboesoorten.
Feit
Sommige bamboesoorten kunnen zeer snel groeien
Bepaalde bamboesoorten behoren tot de snelst groeiende planten ter wereld. Onder ideale omstandigheden kunnen sommige soorten tientallen centimeters per dag groeien.
Feit
Bamboe kan meerdere tientallen meters hoog worden
Sommige tropische bamboesoorten kunnen uitgroeien tot zeer hoge planten. De grootste soorten kunnen tientallen meters hoog worden.
Feit
De reuzenwaterlelie heeft enorme drijvende bladeren
De bladeren van sommige reuzenwaterlelies kunnen zeer groot worden en op het wateroppervlak drijven. De onderzijde heeft stevige nerven die het blad ondersteunen.
Feit
Waterlelies kunnen hun bladeren met de onderkant op het water laten rusten
De bladeren van waterlelies zijn aangepast aan een leven op het wateroppervlak. Lange bladstelen verbinden ze met de plant die onder water groeit.
Feit
De grootste bloemen ter wereld behoren tot het geslacht Rafflesia
Rafflesia-soorten produceren extreem grote bloemen. Sommige exemplaren behoren tot de grootste individuele bloemen die bekend zijn.
Feit
Rafflesia-planten hebben geen gewone groene bladeren
Rafflesia is sterk gespecialiseerd en leeft als parasiet op andere planten. De plant heeft daardoor geen normale bladeren, stengels of wortels zoals de meeste planten.
Feit
Rafflesia ruikt naar rottend vlees
De bloemen van Rafflesia verspreiden een sterke geur die aan rottend vlees doet denken. Deze geur helpt aasvliegen aantrekken die voor bestuiving zorgen.
Feit
Die geur trekt bepaalde bestuivers aan
Aasvliegen worden aangetrokken door geuren die lijken op rottend organisch materiaal. Rafflesia gebruikt deze insecten vervolgens om stuifmeel van de ene bloem naar de andere over te brengen.
Feit
Vleesetende planten halen voedingsstoffen uit gevangen dieren
Vleesetende planten vangen kleine dieren om extra voedingsstoffen te verkrijgen, vooral stikstof en fosfor. Dit is nuttig op voedselarme bodems.
Feit
Venusvliegenvangers kunnen hun bladeren zeer snel sluiten
Wanneer geschikte prikkels worden gedetecteerd, kunnen de vangbladeren van een Venusvliegenvanger in korte tijd dichtklappen. Zo wordt een insect tussen de bladdelen opgesloten.
Feit
Een Venusvliegenvanger gebruikt kleine haartjes om aanraking te detecteren
Aan de binnenkant van de vangbladeren zitten gevoelige triggerhaartjes. Meerdere aanrakingen binnen korte tijd kunnen het sluitmechanisme activeren.
Feit
Zonnedauwplanten hebben kleverige tentakels
Zonnedauwsoorten hebben bladeren met kleverige tentakels waarop kleine insecten blijven plakken. De plant kan vervolgens enzymen gebruiken om voedingsstoffen uit de prooi vrij te maken.
Feit
Bekerplanten gebruiken vloeistof in hun bekers om prooien te verteren
De bekervormige bladeren van bekerplanten bevatten vloeistof waarin gevangen insecten kunnen verdrinken. Enzymen en micro-organismen helpen vervolgens bij de afbraak.
Feit
Maretak is een halfparasitaire plant
Maretak kan zelf fotosynthese uitvoeren maar haalt water en mineralen uit een gastheerboom. Daarom wordt hij een halfparasiet of hemiparasiet genoemd.
Feit
Klavertjes met vier blaadjes zijn natuurlijke variaties van klaver
De meeste klavers hebben drie blaadjes, maar genetische en omgevingsfactoren kunnen ervoor zorgen dat sommige exemplaren vier of meer blaadjes ontwikkelen.
Feit
Koffiebonen zijn eigenlijk zaden uit vruchten
De zogenaamde koffiebonen zijn de zaden die in de vruchten van de koffieplant zitten. De vruchten worden vaak koffiebessen genoemd.
Feit
Aardbeien zijn botanisch gezien geen echte bessen
Het rode vruchtvlees van een aardbei ontstaat grotendeels uit het bloemweefsel. De kleine zaadachtige puntjes aan de buitenkant zijn botanisch gezien de eigenlijke vruchten.
Feit
Bananen zijn botanisch gezien wel bessen
Botanisch gezien ontwikkelen bananen zich uit één bloem met één vruchtbeginsel en voldoen ze aan de definitie van een bes. De bekende banaan is daardoor botanisch een bes.
Feit
Tomaten zijn botanisch gezien vruchten
Een tomaat ontstaat uit het vruchtbeginsel van een bloem en bevat zaden. Daarom wordt hij botanisch als vrucht beschouwd, hoewel hij culinair vaak als groente wordt gebruikt.
Feit
Komkommers zijn botanisch gezien vruchten
Komkommers ontwikkelen zich uit bloemen en bevatten zaden. Botanisch behoren ze tot een type vrucht dat bij de komkommerfamilie veel voorkomt.
Feit
Pompoenen zijn botanisch gezien vruchten
Een pompoen ontstaat uit een bloem en bevat zaden. Botanisch is het een vrucht, ook al wordt hij in de keuken meestal als groente gebruikt.
Feit
Pinda's zijn peulvruchten
Pinda's behoren botanisch tot de vlinderbloemenfamilie en zijn verwant aan bonen en erwten. De peulen ontwikkelen zich onder de grond.
Feit
Cashewnoten groeien aan de onderkant van een cashewappel
De cashewvrucht bestaat uit een verdikte vruchtsteel, de cashewappel, met daaronder de echte vrucht waarin de cashewnoot zit.
Feit
Ananas groeit uit een samengestelde bloeiwijze
Een ananas ontstaat uit veel afzonderlijke bloemen die tijdens de ontwikkeling met elkaar vergroeien. Daardoor lijkt de uiteindelijke vrucht uit één geheel te bestaan.
Feit
Een ananasplant kan jaren nodig hebben om vrucht te produceren
Een ananasplant groeit relatief langzaam. Afhankelijk van ras en omstandigheden kan het geruime tijd duren voordat de plant een vrucht ontwikkelt.
Feit
Kaneel is afkomstig van boomschors
Kaneel wordt gemaakt van de binnenste schors van bepaalde kaneelbomen. De geoogste schors droogt op en krult daarbij op tot de bekende kaneelstokjes.
Feit
Kruidnagels zijn gedroogde bloemknoppen
Kruidnagels zijn de gedroogde, nog niet geopende bloemknoppen van de kruidnagelboom. Ze bevatten veel aromatische olie.
Feit
Saffraan bestaat uit gedroogde delen van een krokusbloem
Saffraan wordt gewonnen uit de gedroogde stempels van de saffraankrokus. Iedere bloem levert maar een klein aantal van deze draadachtige delen.
Feit
Chocolade wordt gemaakt van cacaobonen
Cacaobonen worden uit de vruchten van de cacaoboom gehaald, gefermenteerd, gedroogd en geroosterd. Daarna worden ze verwerkt tot cacaomassa en uiteindelijk chocoladeproducten.
Feit
Cacaobonen groeien aan de stam en dikke takken van de cacaoboom
De vruchten van de cacaoboom groeien opvallend vaak rechtstreeks aan de stam of dikke takken. In de vruchten zitten de zaden die later tot cacaobonen worden verwerkt.
Feit
Witte chocolade bevat geen cacaomassa
Witte chocolade wordt gemaakt met cacaoboter, suiker en meestal melkbestanddelen. In tegenstelling tot melk- en pure chocolade bevat ze normaal gesproken geen cacaomassa.
Feit
Donkere chocolade bevat doorgaans meer cacaobestanddelen dan melkchocolade
Pure of donkere chocolade bevat doorgaans een hoger percentage cacaobestanddelen en minder melkbestanddelen dan melkchocolade. Het exacte percentage verschilt per product.
Feit
Vanille komt van een orchidee
Vanille wordt gewonnen uit de vruchten van vanilleplanten. Deze planten behoren tot de orchideeënfamilie en zijn daarmee verwant aan veel sierorchideeën.
Feit
Vanillepeulen zijn eigenlijk vruchten
De lange vanillepeulen zijn botanisch gezien vruchten die ontstaan uit de bestoven bloem van de vanilleplant. Binnenin zitten duizenden kleine zaadjes.
Feit
De meeste vanille wordt wereldwijd met de hand bestoven
Vanillebloemen bloeien kort en hebben in veel teeltgebieden geen natuurlijke bestuiver die betrouwbaar genoeg is. Daarom worden de bloemen vaak handmatig bestoven.
Feit
Peper en paprika behoren tot dezelfde plantenfamilie
Zwarte peper komt van Piper nigrum, terwijl paprika tot het geslacht Capsicum behoort. Ze behoren dus niet tot dezelfde plantenfamilie, maar worden culinair wel beide als specerij gebruikt.
Feit
Zwarte, witte en groene peper kunnen van dezelfde plant afkomstig zijn
Zwarte, witte en groene peper kunnen allemaal afkomstig zijn van Piper nigrum. Het verschil ontstaat vooral door het rijpheidsstadium en de manier waarop de peperkorrels worden verwerkt.
Feit
Zwarte peper wordt gemaakt van gedroogde onrijpe peperkorrels
Voor zwarte peper worden onrijpe groene pepervruchten geoogst en gedroogd. Tijdens het drogen verschrompelen en verkleuren ze donker.
Feit
Witte peper wordt gemaakt van rijpe peperkorrels waarvan de buitenlaag is verwijderd
Witte peper wordt gemaakt van rijpe peperkorrels. De buitenste vruchtlaag wordt verwijderd voordat de zaden worden gedroogd.
Feit
Nootmuskaat is een zaad
Nootmuskaat is het zaad van de vrucht van de nootmuskaatboom. Het zaad wordt gedroogd en vervolgens als specerij gebruikt.
Feit
Foelie is het gedroogde omhulsel rond de nootmuskaatzaad
Rond de nootmuskaatzaad bevindt zich een roodachtig netwerk dat arillus wordt genoemd. Gedroogd staat dit bekend als foelie en wordt het als specerij gebruikt.
Feit
Mosterd wordt gemaakt van mosterdzaad
Mosterd wordt bereid uit de zaden van verschillende mosterdplantensoorten. De zaden worden gemalen en gemengd met bijvoorbeeld water, azijn en kruiden.
Feit
Wasabi behoort tot dezelfde plantenfamilie als kool
Echte wasabi behoort tot de kruisbloemenfamilie, waartoe ook kool, broccoli en radijs behoren. De scherpe smaak komt uit vergelijkbare zwavelhoudende verbindingen.
Feit
Echte wasabi is moeilijker te kweken dan gewone mierikswortel
Echte wasabi groeit onder specifieke omstandigheden en heeft schoon, stromend water en een geschikt klimaat nodig. Daarom wordt veel commercieel verkochte 'wasabi' gemaakt met mierikswortel.
Feit
Olijfolie wordt gemaakt van vruchten
Olijfolie wordt geperst uit de vruchten van de olijfboom. Daarmee verschilt olijfolie bijvoorbeeld van veel zaadoliën.
Feit
Kokosolie wordt uit kokosvlees gewonnen
Kokosolie wordt gemaakt uit het vetrijke vruchtvlees van kokosnoten. Het vruchtvlees kan worden gedroogd of vers worden verwerkt.
Feit
Kokosnoten zijn botanisch gezien steenvruchten
Een kokosnoot heeft botanisch een vezelige buitenlaag en een harde binnenlaag rond het zaad. Daarmee valt de vrucht onder de steenvruchtachtige vruchten.
Feit
Kaas wordt gemaakt door melk te laten stremmen
Bij de kaasbereiding worden melkeiwitten samengebracht door verzuring en vaak door stremsel. De vaste wrongel wordt vervolgens gescheiden van de vloeibare wei.
Feit
Yoghurt ontstaat door melkzuurbacteriën
Bij yoghurt zetten specifieke melkzuurbacteriën lactose om in melkzuur. Daardoor daalt de zuurgraad en ontstaat de kenmerkende dikke structuur en zure smaak.
Feit
Zuurdesem gebruikt micro-organismen voor het rijzen van brood
Zuurdesem bevat een gemeenschap van gisten en melkzuurbacteriën. De gisten produceren koolstofdioxide, waardoor het deeg kan rijzen, terwijl bacteriën zuren produceren.
Feit
Gist is een eencellige schimmel
Gisten zijn schimmels die meestal als afzonderlijke cellen leven. Sommige soorten kunnen suikers omzetten in koolstofdioxide en alcohol.
Feit
Brood kan oud worden door veranderingen in zetmeel
Tijdens het oud worden van brood verandert de structuur van het zetmeel. Daardoor wordt de kruim harder en droger, zelfs wanneer het brood niet daadwerkelijk vocht verliest.
Feit
Popcorn ontstaat doordat water in een maïskorrel onder druk komt te staan
Een popcornkorrel bevat een kleine hoeveelheid water binnenin een harde schil. Bij verhitting wordt het water stoom, waardoor de druk oploopt en de korrel uiteindelijk openbarst.
Feit
Niet iedere maïsvariëteit is geschikt voor popcorn
Popcornmaïs heeft een bijzondere verhouding tussen harde buitenlaag, zetmeel en vocht. Gewone zoete maïs gedraagt zich bij verhitting anders en popt meestal niet op dezelfde manier.
Feit
Honing kan onder goede omstandigheden zeer lang houdbaar blijven
Door het lage watergehalte en de zure omgeving kunnen veel micro-organismen moeilijk in honing groeien. Goed afgesloten honing kan daardoor zeer lang houdbaar blijven.
Feit
Honing bestaat grotendeels uit suikers en water
De belangrijkste bestanddelen van honing zijn verschillende suikers en water. Daarnaast bevat honing kleine hoeveelheden mineralen, organische zuren en andere stoffen.
Feit
Ahornsiroop wordt gemaakt van het sap van esdoorns
In het voorjaar wordt sap uit bepaalde esdoornbomen verzameld. Door het sap in te koken verdampt water en ontstaat de geconcentreerde ahornsiroop.
Feit
Koffie bevat van nature cafeïne
Cafeïne is een natuurlijke stof die door de koffieplant wordt aangemaakt. Het kan insecten beïnvloeden en heeft bij mensen een stimulerend effect.
Feit
Thee bevat eveneens cafeïne
De theeplant maakt van nature cafeïne aan. De hoeveelheid in een kop thee hangt onder andere af van soort, hoeveelheid bladeren en bereidingstijd.
Feit
Groene en zwarte thee komen van dezelfde plant
Zowel groene als zwarte thee wordt gemaakt van Camellia sinensis. Het verschil zit vooral in de verwerking en mate van oxidatie van de bladeren.
Feit
Rooibos komt niet van de theeplant
Rooibos wordt gemaakt van de plant Aspalathus linearis uit Zuid-Afrika. Het is daardoor botanisch geen echte thee, hoewel het wel als thee wordt gedronken.
Feit
Kombucha ontstaat door fermentatie
Kombucha ontstaat wanneer gezoete thee wordt gefermenteerd door een gemeenschap van gisten en bacteriën. Daarbij ontstaan onder andere zuren en koolzuur.
Feit
Zuurkool ontstaat door fermentatie van kool
Bij de productie van zuurkool wordt fijngesneden kool door melkzuurbacteriën gefermenteerd. Hierdoor ontstaat de kenmerkende zure smaak en kan het product langer worden bewaard.
Feit
Chilipepers bevatten capsaïcine
Capsaïcine is een stof die vooral voorkomt in chilipepers en verantwoordelijk is voor het brandende gevoel. De hoeveelheid verschilt sterk per soort en ras.
Feit
Capsaïcine activeert warmtereceptoren in het lichaam
Capsaïcine activeert onder andere de receptor TRPV1, die ook reageert op hitte en bepaalde pijnprikkels. Daardoor ervaren we pittig eten als brandend of heet, hoewel de temperatuur niet daadwerkelijk stijgt.
Feit
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam
De huid bedekt vrijwel het hele lichaam en vormt een belangrijke beschermende barrière tegen uitdroging, beschadiging, ziekteverwekkers en invloeden van buitenaf.
Feit
De huid bestaat uit meerdere lagen
De huid bestaat hoofdzakelijk uit de opperhuid, de lederhuid en het onderhuidse bindweefsel, die ieder hun eigen functies hebben.
Feit
De opperhuid bevat geen bloedvaten
De opperhuid krijgt zuurstof en voedingsstoffen vanuit kleine bloedvaten in de onderliggende lederhuid, omdat er in de opperhuid zelf geen bloedvaten aanwezig zijn.
Feit
Nagels groeien vanuit een gebied onder de huid aan de nagelbasis
Nieuwe nagelcellen worden gevormd in de nagelmatrix, die grotendeels onder de huid aan de basis van de nagel ligt.
Feit
Vingernagels groeien gemiddeld sneller dan teennagels
Vingernagels groeien gemiddeld enkele millimeters per maand en meestal sneller dan teennagels, onder andere door verschillen in doorbloeding en belasting.
Feit
Haar groeit vanuit haarzakjes
Elk haar ontstaat in een haarzakje in de huid, waar speciale cellen zich delen en nieuwe haarcellen vormen.
Feit
Haar bestaat grotendeels uit keratine
Keratine is een sterk eiwit dat het belangrijkste bestanddeel vormt van de schacht van het haar en zorgt voor stevigheid.
Feit
Keratine is ook een belangrijk bestanddeel van nagels
Nagels bestaan voornamelijk uit harde keratine, waardoor ze stevig genoeg zijn om de uiteinden van vingers en tenen te beschermen.
Feit
Tanden zijn geen botten
Tanden lijken op botten, maar verschillen sterk in opbouw en ontwikkeling en kunnen zichzelf niet op dezelfde manier herstellen als botweefsel.
Feit
Tandglazuur is het hardste weefsel in het menselijk lichaam
Tandglazuur bestaat voor een groot deel uit sterk gemineraliseerde stoffen en vormt de harde buitenlaag die tanden beschermt tegen slijtage en zuren.
Feit
Het dijbeen is het langste bot van het menselijk lichaam
Het dijbeen, ook wel femur genoemd, loopt van de heup naar de knie en is bij volwassenen het langste en een van de sterkste botten.
Feit
Het kleinste bot bevindt zich in het middenoor
Het kleinste bot van het menselijk lichaam bevindt zich in het middenoor en maakt deel uit van de keten die geluidstrillingen naar het binnenoor doorgeeft.
Feit
De stijgbeugel is een botje in het middenoor
De stijgbeugel is een van de drie gehoorbeentjes en brengt trillingen vanuit het middenoor over naar het binnenoor.
Feit
Het menselijk skelet bevat bij volwassenen meestal 206 botten
Een volwassen mens heeft meestal 206 afzonderlijk getelde botten, hoewel kleine anatomische variaties tussen mensen kunnen voorkomen.
Feit
Baby's hebben meer afzonderlijke botten dan volwassenen
Baby's worden geboren met meer afzonderlijke botten, omdat sommige botten nog niet met elkaar zijn vergroeid.
Feit
Sommige botten groeien later aan elkaar vast
Tijdens de groei kunnen bepaalde afzonderlijke botten met elkaar vergroeien, waardoor het totale aantal botten bij volwassenen lager is.
Feit
Het hart heeft vier kamers
Het hart bestaat uit twee boezems en twee kamers, die samen het bloed door de longen en de rest van het lichaam laten circuleren.
Feit
De linkerhartkamer pompt bloed naar de grote bloedsomloop
De linkerhartkamer pompt zuurstofrijk bloed via de aorta naar vrijwel alle delen van het lichaam.
Feit
De rechterhartkamer pompt bloed naar de longen
De rechterhartkamer pompt zuurstofarm bloed via de longslagader naar de longen, waar het bloed opnieuw zuurstof opneemt.
Feit
Rode bloedcellen vervoeren zuurstof
Rode bloedcellen bevatten hemoglobine en vervoeren daarmee zuurstof vanuit de longen naar de weefsels en een deel van de koolstofdioxide terug.
Feit
Hemoglobine geeft bloed zijn rode kleur
Hemoglobine is een ijzerhoudend eiwit in rode bloedcellen en zorgt samen met de kleur van het bloedplasma voor de kenmerkende rode bloedkleur.
Feit
Witte bloedcellen spelen een rol in het afweersysteem
Witte bloedcellen helpen het lichaam beschermen tegen ziekteverwekkers en andere lichaamsvreemde stoffen en maken deel uit van het immuunsysteem.
Feit
Bloedplaatjes helpen bij de bloedstolling
Bloedplaatjes verzamelen zich bij beschadigde bloedvaten en helpen samen met stollingsfactoren een stolsel te vormen dat bloedverlies beperkt.
Feit
De lever is een van de grootste inwendige organen
De lever ligt rechtsboven in de buik en vervult veel functies, waaronder het verwerken van voedingsstoffen en het afbreken van bepaalde stoffen.
Feit
De lever kan beschadigd weefsel gedeeltelijk regenereren
De lever heeft een bijzonder groot vermogen om na beschadiging verloren gegane massa gedeeltelijk terug te vormen, zolang voldoende gezond leverweefsel overblijft.
FFeit
De nieren filteren afvalstoffen uit het bloed
De nieren verwijderen onder andere afvalstoffen en overtollige stoffen uit het bloed en verwerken deze tot urine.
Feit
De nieren helpen de waterhuishouding van het lichaam regelen
De nieren passen de hoeveelheid water en zouten in het lichaam aan door meer of minder daarvan via de urine uit te scheiden.
Feit
De longen hebben miljoenen kleine longblaasjes
De longen bevatten zeer veel kleine longblaasjes, waardoor een enorm oppervlak beschikbaar is voor de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide.
Feit
Gaswisseling vindt plaats in de longblaasjes
In de longblaasjes gaat zuurstof vanuit de ingeademde lucht naar het bloed en gaat koolstofdioxide vanuit het bloed naar de uitgeademde lucht.
Feit
De rechterlong is doorgaans groter dan de linkerlong
De rechterlong heeft doorgaans drie longkwabben en is groter dan de linkerlong, die door het hart minder ruimte heeft.
Feit
De linkerlong heeft ruimte voor het hart
Aan de binnenzijde van de linkerlong bevindt zich een inkeping die ruimte laat voor het hart.
Feit
Het middenrif speelt een belangrijke rol bij ademhaling
Het middenrif trekt samen en beweegt naar beneden bij het inademen, waardoor de borstkas groter wordt en lucht de longen instroomt.
Feit
De maagwand produceert maagzuur
Klieren in de maagwand produceren maagzuur, dat helpt bij de vertering van voedsel en het onschadelijk maken van veel micro-organismen.
Feit
De alvleesklier produceert onder andere insuline
De alvleesklier maakt hormonen zoals insuline en produceert daarnaast verteringsenzymen die in de dunne darm worden afgegeven.
Feit
De galblaas slaat gal op
De lever maakt gal en de galblaas slaat deze vloeistof tijdelijk op totdat deze tijdens de spijsvertering aan de darm wordt afgegeven.
Feit
De dunne darm is langer dan de dikke darm
De dunne darm is bij een volwassene enkele meters lang en is daarmee aanzienlijk langer dan de dikke darm.
Feit
De meeste voedingsstoffen worden in de dunne darm opgenomen
De wand van de dunne darm heeft plooien en darmvlokken die het opnameoppervlak sterk vergroten.
Feit
De dikke darm onttrekt onder andere water aan de darminhoud
In de dikke darm wordt water terug opgenomen en wordt de overgebleven darminhoud verder ingedikt.
Feit
De appendix is verbonden met de dikke darm
De appendix, ook wel blindedarmaanhangsel genoemd, is een smalle uitstulping die verbonden is met het begin van de dikke darm.
Feit
Het menselijk lichaam bevat meer bacteriële cellen dan vroeger vaak werd beweerd, maar de verhouding ligt ongeveer in dezelfde orde als het aantal menselijke cellen
De huidige schattingen wijzen erop dat bacteriële en menselijke cellen in het lichaam qua aantallen ongeveer dezelfde orde van grootte hebben.
Feit
Het menselijk lichaam bestaat voor een groot deel uit water
Bij volwassenen bestaat gemiddeld ongeveer de helft tot twee derde van het lichaamsgewicht uit water, afhankelijk van onder andere leeftijd en lichaamssamenstelling.
Feit
De hersenen gebruiken een aanzienlijk deel van de energie van het lichaam
Hoewel de hersenen maar een klein deel van het lichaamsgewicht vormen, gebruiken ze voortdurend veel energie om zenuwcellen actief te houden.
Feit
De hersenen bevatten miljarden zenuwcellen
Het menselijk brein bevat tientallen miljarden neuronen die samen complexe netwerken vormen voor onder andere waarneming, beweging en denken.
Feit
Zenuwcellen kunnen elektrische signalen doorgeven
Neuronen kunnen elektrische impulsen over hun uitlopers geleiden en via verbindingen signalen aan andere cellen doorgeven.
Feit
De hersenen zijn verdeeld in verschillende functionele gebieden
Verschillende delen van de hersenen zijn gespecialiseerd in functies zoals beweging, taal, geheugen, waarneming en het verwerken van zintuiglijke informatie.
Feit
De linker- en rechterhersenhelft zijn via zenuwvezels met elkaar verbonden
De twee hersenhelften communiceren voortdurend met elkaar via grote bundels zenuwvezels, waarvan de corpus callosum de belangrijkste is.
Feit
De ooglens verandert van vorm om scherp te stellen
Bij het scherpstellen verandert de ooglens van kromming, zodat beelden van objecten op verschillende afstanden scherp op het netvlies worden afgebeeld.
Feit
De pupil bepaalt hoeveel licht het oog binnenkomt
De pupil is de opening in het midden van de iris en wordt groter of kleiner om de hoeveelheid binnenkomend licht te regelen.
Feit
De iris bepaalt de kleur van het oog
De hoeveelheid en verdeling van pigment in de iris bepalen samen met de structuur ervan de zichtbare oogkleur.
Feit
Het netvlies bevat lichtgevoelige cellen
Het netvlies bevat staafjes en kegeltjes die licht omzetten in signalen die via zenuwcellen naar de hersenen worden geleid.
Feit
Staafjes helpen vooral bij zien bij weinig licht
Staafjes zijn zeer gevoelig voor licht en spelen daardoor vooral een rol bij het zien in schemering en duisternis.
Feit
Kegeltjes zijn belangrijk voor kleurwaarneming
Kegeltjes werken vooral bij voldoende licht en maken gedetailleerd zicht en kleurwaarneming mogelijk.
Feit
De mens heeft drie typen kegeltjes voor normale kleurwaarneming
De meeste mensen hebben drie typen kegeltjes die vooral gevoelig zijn voor verschillende delen van het zichtbare lichtspectrum.
Feit
Kleurenblindheid kan ontstaan door afwijkingen in kegeltjes
Wanneer een of meer typen kegeltjes ontbreken of anders functioneren, kan iemand bepaalde kleuren anders of minder goed onderscheiden.
Feit
De oogzenuw brengt informatie van het oog naar de hersenen
De oogzenuw bestaat uit zenuwvezels die signalen van het netvlies naar de hersenen vervoeren.
Feit
Op de plaats waar de oogzenuw het oog verlaat zit de blinde vlek
Op deze plek ontbreken lichtgevoelige cellen omdat de zenuwvezels het oog daar verlaten.
Feit
Je hersenen vullen informatie uit de blinde vlek automatisch aan
De hersenen combineren informatie uit beide ogen en omliggende beelden waardoor de ontbrekende informatie meestal niet wordt opgemerkt.
Feit
Je kunt je eigen blinde vlek normaal gesproken niet bewust zien
Omdat het andere oog en de hersenen ontbrekende informatie grotendeels aanvullen, valt de blinde vlek tijdens normaal kijken niet op.
Feit
Het oor speelt zowel een rol bij horen als bij evenwicht
Het binnenoor bevat zowel het slakkenhuis voor het gehoor als structuren die informatie over beweging en evenwicht leveren.
Feit
Het binnenoor bevat het slakkenhuis
Het slakkenhuis is een opgerolde structuur in het binnenoor waarin geluidstrillingen worden omgezet in zenuwsignalen.
Feit
Het slakkenhuis bevat haarcellen die geluidstrillingen omzetten in zenuwsignalen
Beweging van vloeistof in het slakkenhuis zorgt ervoor dat haarcellen worden geprikkeld en signalen naar de hersenen sturen.
Feit
Het evenwichtsorgaan bevindt zich eveneens in het binnenoor
Het evenwichtsorgaan bestaat uit meerdere structuren die bewegingen en de stand van het hoofd registreren.
Feit
De neus bevat geurreceptoren
In het bovenste deel van de neusholte bevinden zich gespecialiseerde zenuwcellen die verschillende geurstoffen kunnen herkennen.
Feit
Geurinformatie wordt rechtstreeks naar gespecialiseerde hersengebieden verwerkt
Signalen van geurreceptoren worden via zenuwbanen naar hersengebieden geleid die betrokken zijn bij geurverwerking.
Feit
Geuren kunnen sterke herinneringen oproepen
Geurverwerking is nauw verbonden met hersengebieden die betrokken zijn bij emoties en geheugen, waardoor bepaalde geuren sterke herinneringen kunnen oproepen.
Feit
De tong bevat smaakreceptoren
Smaakreceptoren bevinden zich vooral in smaakknoppen die onder andere op de tong aanwezig zijn.
Feit
De klassieke basissmaken zijn zoet, zuur, zout, bitter en umami
Deze vijf basissmaken worden door verschillende smaakreceptoren waargenomen en kunnen samen complexe smaakervaringen vormen.
Feit
Umami wordt onder andere geassocieerd met glutamaat
Umami is een hartige smaak die onder andere wordt veroorzaakt door glutamaat en bepaalde verwante stoffen.
Feit
Smaak en geur werken nauw samen bij het ervaren van voedsel
Tijdens het eten combineren de hersenen signalen van smaakreceptoren en geurreceptoren tot één complexe voedselervaring.
Feit
Veel van wat je als smaak ervaart komt eigenlijk uit je reukvermogen
Wanneer je eet, bereiken geurstoffen ook via de achterkant van de mond de neus, waardoor aroma's sterk bijdragen aan wat je als smaak ervaart.
Feit
De huid bevat verschillende soorten tastzintuigen
In de huid bevinden zich verschillende receptoren die onder andere aanraking, druk, trilling en rek kunnen waarnemen.
Feit
Sommige zenuwen reageren vooral op temperatuur
Speciale zenuwuiteinden kunnen veranderingen in warmte en koude waarnemen en deze informatie naar het zenuwstelsel sturen.
Feit
Andere zenuwen reageren vooral op druk of aanraking
Verschillende typen mechanoreceptoren reageren op aanraking, druk, rek en trillingen van de huid.
Feit
Pijnreceptoren waarschuwen het lichaam voor mogelijke schade
Pijnreceptoren reageren op prikkels die weefsel kunnen beschadigen en helpen het lichaam beschermende reacties te starten.
Feit
Het evenwichtsorgaan helpt de hersenen de stand van het hoofd te bepalen
Het binnenoor registreert onder andere versnellingen en draaiingen van het hoofd, waarna de hersenen deze informatie gebruiken voor evenwicht.
Feit
Je hersenen verwerken voortdurend signalen uit meerdere zintuigen tegelijk
Informatie uit bijvoorbeeld ogen, oren, huid en evenwichtsorgaan wordt voortdurend gecombineerd om een samenhangend beeld van de omgeving te vormen.
Feit
Optische illusies laten zien dat waarneming geen exacte kopie van de werkelijkheid is
Bij optische illusies kan de interpretatie van de hersenen afwijken van wat er fysiek op het netvlies wordt afgebeeld.
Feit
De hersenen kunnen ontbrekende visuele informatie automatisch aanvullen
Wanneer visuele informatie ontbreekt, kunnen de hersenen op basis van omliggende patronen een waarschijnlijke interpretatie maken.
Feit
Het menselijk brein kan patronen herkennen in zeer beperkte informatie
De hersenen zijn bijzonder goed in het herkennen van vormen, gezichten en andere patronen, zelfs wanneer slechts een deel zichtbaar is.
Feit
De eerste steden ontstonden duizenden jaren geleden
De eerste stedelijke gemeenschappen ontstonden in verschillende delen van de wereld toen landbouw en permanente bewoning zich verder ontwikkelden.
Feit
Schrift ontstond onafhankelijk in verschillende delen van de wereld
Verschillende beschavingen ontwikkelden eigen schrijfsystemen, waaronder die in Mesopotamië, Egypte, China en Midden-Amerika.
Feit
Spijkerschrift werd gebruikt in het oude Mesopotamië
Spijkerschrift ontstond in Mesopotamië en werd met een rietstift in kleitabletten gedrukt.
Feit
Hiërogliefen werden gebruikt in het oude Egypte
Egyptische hiërogliefen waren een uitgebreid schrift dat onder andere op monumenten, tempels en graven werd gebruikt.
Feit
Papyrus werd in het oude Egypte gebruikt als schrijfmateriaal
Papyrus werd gemaakt van de stengels van de papyrusplant en was eeuwenlang een belangrijk schrijfmateriaal in Egypte.
Feit
De Egyptenaren bouwden de piramides van Gizeh duizenden jaren geleden
De piramides van Gizeh werden gebouwd tijdens het Oude Rijk van Egypte, meer dan vierduizend jaar geleden.
Feit
De Grote Piramide was lange tijd het hoogste door mensen gemaakte bouwwerk ter wereld
De Grote Piramide van Gizeh bleef waarschijnlijk duizenden jaren het hoogste door mensen gebouwde bouwwerk.
Feit
De Romeinen bouwden uitgebreide wegenstelsels
Het Romeinse Rijk beschikte over een uitgebreid netwerk van wegen dat steden, militaire posten en handelsgebieden met elkaar verbond.
Feit
Veel Romeinse wegen waren opgebouwd uit meerdere lagen
Romeinse wegen konden bestaan uit verschillende lagen steen, grind en andere materialen voor stevigheid en afwatering.
Feit
Romeinen gebruikten aquaducten om water te transporteren
Aquaducten brachten water vanuit bronnen naar steden, vaak over lange afstanden en met behulp van zorgvuldig aangelegde hellingen.
Feit
Romeinse aquaducten konden water over grote afstanden vervoeren
Sommige Romeinse aquaductsystemen voerden water tientallen kilometers of zelfs verder naar stedelijke gebieden.
Feit
Het Colosseum in Rome werd gebruikt voor grote openbare evenementen
Het Colosseum bood plaats aan grote menigten en werd gebruikt voor verschillende openbare spektakels in het Romeinse Rijk.
Feit
De Vikingen gebruikten schepen met zeer geringe diepgang
Vikingschepen hadden een relatief geringe diepgang, waardoor ze ook in ondiep kustwater en rivieren konden varen.
Feit
Vikingschepen konden daardoor rivieren en kustgebieden bereiken
Door hun ontwerp konden sommige Vikingschepen dicht bij stranden komen en relatief ver rivieren opvaren.
Feit
Het kompas werd eeuwen geleden in China ontwikkeld
Vroege vormen van het magnetische kompas werden in China ontwikkeld en werden later ook voor navigatie gebruikt.
Feit
Papier werd eveneens in China ontwikkeld
Papier werd in China ontwikkeld en verspreidde zich later via andere gebieden naar de rest van de wereld.
Feit
De boekdrukkunst met losse letters werd in Europa beroemd door Gutenberg
Johannes Gutenberg speelde in de vijftiende eeuw een belangrijke rol bij de verspreiding van de drukpers met losse metalen letters in Europa.
Feit
De oudste bekende universiteiten bestaan al vele eeuwen
Sommige onderwijsinstellingen die tot de oudste universiteiten worden gerekend, ontstonden al in de middeleeuwen.
Feit
De Universiteit van Bologna wordt vaak gerekend tot de oudste universiteiten van Europa
De Universiteit van Bologna werd in de middeleeuwen opgericht en wordt traditioneel tot de oudste nog bestaande universiteiten gerekend.
Feit
De Magna Carta werd in 1215 uitgevaardigd
De Magna Carta werd in 1215 in Engeland uitgevaardigd en werd later belangrijk in de ontwikkeling van ideeën over recht en bestuur.
Feit
De Zwarte Dood trof Europa in de veertiende eeuw
De pestpandemie bereikte Europa in de veertiende eeuw en veroorzaakte daar enorme aantallen slachtoffers.
Feit
De pest werd veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis
De bacterie Yersinia pestis kan verschillende vormen van pest veroorzaken en werd in verband gebracht met de historische pestpandemieën.
Feit
De eerste Olympische Spelen van de moderne tijd vonden plaats in 1896
De moderne Olympische Spelen werden in 1896 opnieuw georganiseerd naar inspiratie van de sporttradities uit het oude Griekenland.
Feit
De eerste moderne Olympische Spelen werden gehouden in Athene
Athene was in 1896 de gaststad van de eerste editie van de moderne Olympische Spelen.
Feit
De Eiffeltoren werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1889
De Eiffeltoren werd gebouwd als opvallend bouwwerk voor de Exposition Universelle in Parijs van 1889.
Feit
De Eiffeltoren was oorspronkelijk bedoeld als tijdelijke constructie
De toren was aanvankelijk niet bedoeld om permanent te blijven staan, maar werd uiteindelijk behouden.
Feit
De Titanic zonk in 1912
De Titanic zonk op 15 april 1912 nadat het schip tijdens zijn eerste reis een ijsberg had geraakt.
Feit
De Titanic was op haar eerste reis van Europa naar Noord-Amerika
De Titanic voer tijdens haar eerste reis van Southampton via onder andere Cherbourg en Queenstown richting New York.
Feit
De eerste gemotoriseerde vlucht van de gebroeders Wright vond plaats in 1903
Orville en Wilbur Wright voerden in 1903 bij Kitty Hawk succesvolle gemotoriseerde vluchten uit met hun vliegtuig.
Feit
De eerste succesvolle vlucht duurde minder dan een minuut
De eerste vlucht van de Wright Flyer in 1903 duurde ongeveer twaalf seconden en legde slechts enkele tientallen meters af.
Feit
De eerste televisie-uitzendingen waren zwart-wit
De vroege televisie werkte zonder kleurweergave en gebruikte beeldtechnieken die alleen grijstinten konden tonen.
Feit
De eerste kunstmatige satelliet heette Spoetnik 1
Spoetnik 1 was de eerste kunstmatige satelliet die succesvol in een baan om de aarde werd gebracht.
Feit
Spoetnik 1 werd in 1957 gelanceerd
De Sovjet-Unie lanceerde Spoetnik 1 op 4 oktober 1957, waarmee het ruimtetijdperk voor satellieten begon.
Feit
De eerste mens in de ruimte was Joeri Gagarin
De Sovjetkosmonaut Joeri Gagarin werd in 1961 de eerste mens die een ruimtevlucht maakte.
Feit
Joeri Gagarin maakte in 1961 één baan om de aarde
Tijdens de Vostok 1-missie maakte Gagarin één volledige omloop rond de aarde voordat hij terugkeerde.
Feit
De eerste mens op de maan was Neil Armstrong
Neil Armstrong werd de eerste mens die voet op het oppervlak van de maan zette.
Feit
Neil Armstrong zette in 1969 voet op de maan
Armstrong stapte op 20 juli 1969 tijdens de Apollo 11-missie uit de maanlander op het maanoppervlak.
Feit
De eerste menselijke maanlanding vond plaats tijdens Apollo 11
Apollo 11 bracht Neil Armstrong en Buzz Aldrin naar het maanoppervlak terwijl Michael Collins in een baan om de maan bleef.
Feit
De eerste e-mail werd in de jaren zeventig via een computernetwerk verzonden
Ray Tomlinson wordt algemeen geassocieerd met de eerste netwerk-e-mail en het gebruik van het apenstaartje in e-mailadressen.
Feit
De eerste mobiele telefoons waren veel groter dan moderne smartphones
Vroege mobiele telefoons waren vaak groot, zwaar en voorzien van een relatief grote accu en antenne.
Feit
De eerste commerciële mobiele telefoons waren zeer duur
De eerste commerciële mobiele telefoons kostten veel geld en waren daardoor voor lange tijd voor een beperkt publiek beschikbaar.
Feit
De term smartphone kwam pas veel later in algemeen gebruik
Hoewel vroege apparaten al functies van telefoons en computers combineerden, werd de term smartphone pas later algemeen gebruikt.
Feit
Een QR-code werd oorspronkelijk ontwikkeld voor de auto-industrie
QR-codes werden in Japan ontwikkeld door Denso Wave om onderdelen in de auto-industrie snel te kunnen identificeren en volgen.
Feit
QR staat voor Quick Response
De naam QR verwijst naar Quick Response en beschrijft de snelle manier waarop de code kan worden uitgelezen.
Feit
De eerste computer-muizen hadden een mechanisch ontwerp
De eerste computermuizen gebruikten mechanische onderdelen om bewegingen van de muis om te zetten in signalen.
Feit
De eerste computermuizen gebruikten een bal om beweging te registreren
Bij klassieke mechanische muizen draaide een balletje tegen rollen aan die horizontale en verticale beweging registreerden.
Feit
Een toetsenbordindeling kan veel ouder zijn dan de computer waarop het wordt gebruikt
Veel moderne toetsenborden gebruiken indelingen die oorspronkelijk voor mechanische typemachines werden ontworpen.
Feit
De QWERTY-indeling werd oorspronkelijk voor typemachines ontwikkeld
De QWERTY-indeling werd ontwikkeld voor typemachines en werd later de standaard voor veel computer- en telefoontoetsenborden.
Feit
De eerste harde schijven waren enorm groot
De eerste harde schijven waren zeer groot en zwaar vergeleken met moderne opslagapparaten.
Feit
De eerste harde schijf werd in 1956 geïntroduceerd
IBM introduceerde in 1956 de IBM 350, een vroeg systeem met magnetische schijfopslag.
Feit
Een moderne USB-stick kan vele malen meer gegevens opslaan dan vroege harde schijven
Een kleine moderne USB-stick kan tegenwoordig tientallen of honderden gigabytes opslaan, terwijl vroege schijven veel minder capaciteit hadden.
Feit
Een byte bestaat uit acht bits
Een byte bestaat in moderne computers uit acht bits en kan daarmee 256 verschillende waarden voorstellen.
Feit
Een bit kan twee toestanden weergeven
Een bit heeft twee mogelijke waarden, meestal weergegeven als 0 en 1.
Feit
Een kilobyte is in computers niet altijd exact duizend bytes
In technische context kan kilobyte 1.000 bytes betekenen, terwijl 1.024 bytes traditioneel ook vaak als kilobyte werd aangeduid.
Feit
Een megabyte kan afhankelijk van de context 1.000.000 of 1.048.576 bytes betekenen
Fabrikanten gebruiken meestal de decimale definitie van 1.000.000 bytes, terwijl sommige computersystemen de binaire waarde gebruiken.
Feit
Een pixel is een klein beeldpunt
Een pixel is een afzonderlijk element van een digitaal beeld en bevat informatie over onder andere kleur en helderheid.
Feit
Digitale foto's bestaan uit miljoenen afzonderlijke beeldpunten
Een digitale foto wordt opgebouwd uit pixels, waarbij moderne camera's vaak beelden met miljoenen pixels produceren.
Feit
Een touchscreen registreert aanraking met elektrische of andere sensortechnieken
Touchscreens kunnen aanraking detecteren met bijvoorbeeld capacitieve of resistieve technologie.
Feit
Bluetooth is genoemd naar een Deense koning
De naam Bluetooth verwijst naar de bijnaam van de Deense koning Harald Blauwtand, die bekendstond om het verbinden van gebieden.
Feit
Bluetooth gebruikt radiogolven voor draadloze communicatie
Bluetooth verstuurt gegevens draadloos via radiosignalen over relatief korte afstanden.
Feit
Wifi is geen afkorting voor Wireless Fidelity
Wi-Fi is een handelsnaam en wordt officieel niet beschouwd als een afkorting van Wireless Fidelity.
Feit
GPS gebruikt signalen van meerdere satellieten
Een GPS-ontvanger vergelijkt signalen van meerdere satellieten om de eigen positie op aarde te berekenen.
Feit
GPS kan zonder mobiele telefoonverbinding een positie bepalen
Een GPS-ontvanger ontvangt de benodigde signalen rechtstreeks van satellieten en heeft daarvoor geen mobiele internetverbinding nodig.
Feit
Een GPS-ontvanger moet signalen van meerdere satellieten combineren om een positie te berekenen
Door de aankomsttijden van signalen van meerdere satellieten te vergelijken kan de ontvanger zijn positie en tijd nauwkeurig bepalen.
Feit
Het internet en het World Wide Web zijn niet hetzelfde
Het internet is de wereldwijde infrastructuur van verbonden netwerken, terwijl het World Wide Web een dienst is die daarop draait.
Feit
Het World Wide Web werd ontwikkeld door Tim Berners-Lee
Tim Berners-Lee ontwikkelde de basis van het World Wide Web bij CERN, waaronder HTML, HTTP en URL's.
Feit
De eerste website werd in 1991 beschikbaar
De eerste website van Tim Berners-Lee werd in 1991 beschikbaar en legde uit wat het World Wide Web was.
Feit
E-mail bestaat al langer dan het World Wide Web
Netwerk-e-mail werd al gebruikt voordat het World Wide Web begin jaren negentig breed beschikbaar kwam.
Feit
De eerste computernetwerken bestonden voordat het internet voor consumenten populair werd
Onderzoeks- en academische computernetwerken bestonden al voordat internettoegang in de jaren negentig breed beschikbaar werd voor consumenten.
Feit
Glasvezel transporteert informatie met licht
In glasvezelkabels worden gegevens omgezet in lichtsignalen die door dunne glas- of kunststofvezels worden gestuurd.
Feit
Glasvezelkabels kunnen grote hoeveelheden gegevens vervoeren
Glasvezel kan zeer grote hoeveelheden digitale informatie met hoge snelheid over lange afstanden transporteren.
Feit
Een laser produceert zeer gericht licht
Laserlicht is sterk gericht en heeft eigenschappen waardoor het over relatief lange afstanden een smalle lichtbundel kan vormen.
Feit
Het woord laser is een acroniem
LASER is gevormd uit de Engelse woorden Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation.
Feit
Een 3D-printer bouwt objecten laag voor laag op
Een 3D-printer maakt een driedimensionaal object door materiaal volgens een digitaal ontwerp in opeenvolgende lagen aan te brengen.
Feit
Een barcode bevat informatie die door een scanner kan worden gelezen
Een barcode gebruikt patronen van lijnen of andere markeringen om gegevens op een machineleesbare manier vast te leggen.
Feit
De eerste barcodes werden ontwikkeld voor geautomatiseerde productidentificatie
Barcodes werden onder andere ontwikkeld om producten sneller en automatisch te kunnen identificeren bij bijvoorbeeld winkels en distributie.
Feit
Een zonnepaneel zet lichtenergie om in elektrische energie
Fotovoltaïsche cellen in een zonnepaneel zetten een deel van de energie van zonlicht rechtstreeks om in elektrische energie.
Feit
Een elektrische motor zet elektrische energie om in beweging
Een elektromotor gebruikt elektromagnetische krachten om elektrische energie om te zetten in mechanische beweging.
Feit
Water zet uit wanneer het bevriest
Bij het vormen van de kristalstructuur van ijs nemen watermoleculen meer ruimte in dan in vloeibaar water.
Feit
Daardoor is ijs minder dicht dan vloeibaar water
Omdat dezelfde hoeveelheid water in vaste toestand meer volume inneemt, heeft ijs een lagere dichtheid dan vloeibaar water.
Feit
IJs drijft daarom op vloeibaar water
IJs heeft een lagere dichtheid dan vloeibaar water en blijft daardoor aan het oppervlak drijven.
Feit
Water bereikt zijn grootste dichtheid rond 4 graden Celsius
Zuiver water heeft bij ongeveer 4 graden Celsius zijn maximale dichtheid onder normale atmosferische omstandigheden.
Feit
Geluid plant zich sneller voort in water dan in lucht
De eigenschappen van water zorgen ervoor dat geluidsgolven er aanzienlijk sneller doorheen bewegen dan door lucht.
Feit
Geluid plant zich sneller voort in vaste stoffen dan in lucht
In veel vaste stoffen kunnen geluidstrillingen sneller worden doorgegeven dan in lucht.
Feit
Licht heeft geen medium zoals lucht nodig om zich voort te planten
Licht is elektromagnetische straling en kan zich ook door een vacuüm voortplanten.
Feit
Een vacuüm bevat geen normale lucht
Een ideaal vacuüm bevat geen materie, terwijl een praktisch vacuüm altijd nog een zeer kleine hoeveelheid gas kan bevatten.
Feit
Druk neemt af wanneer je in de atmosfeer hoger komt
Hoe hoger je in de atmosfeer komt, hoe minder lucht er boven je zit en hoe lager de luchtdruk wordt.
Feit
Water kookt op grotere hoogte bij een lagere temperatuur
Door de lagere luchtdruk op grote hoogte bereikt water het kookpunt bij een lagere temperatuur dan op zeeniveau.
Feit
Een snelkookpan verhoogt de druk waardoor water bij een hogere temperatuur kookt
Door de hogere druk in een snelkookpan kan water warmer worden dan het normale kookpunt zonder direct te koken.
Feit
Zout kan het vriespunt van water verlagen
Opgelost zout verstoort de vorming van ijskristallen, waardoor zout water bij een lagere temperatuur bevriest.
Feit
Zout wordt daarom gebruikt om ijs op wegen te bestrijden
Zout verlaagt het vriespunt van water en kan daardoor onder geschikte omstandigheden ijsvorming op wegen verminderen.
Feit
Metaal zet meestal uit wanneer het wordt verwarmd
Bij hogere temperaturen bewegen de atomen in metalen sterker, waardoor het materiaal doorgaans iets uitzet.
Feit
Een bimetaalstrip gebruikt verschillende uitzettingen van twee metalen
Een bimetaalstrip bestaat uit twee metalen die verschillend uitzetten en daardoor bij temperatuurverandering kromtrekken.
Feit
Thermometers kunnen gebruikmaken van uitzetting van vloeistoffen
Bij traditionele thermometers zorgt temperatuurverandering ervoor dat een vloeistof uitzet of krimpt en daardoor langs een schaal beweegt.
Feit
Kwik was vroeger veelgebruikt in thermometers
Kwik zette voorspelbaar uit bij temperatuurveranderingen en werd daarom lange tijd gebruikt in thermometers.
Feit
Elektrische stroom is een beweging van elektrische lading
Elektrische stroom ontstaat wanneer elektrische lading zich door een materiaal of ander medium verplaatst.
Feit
Spanning is een verschil in elektrische potentiaal
Elektrische spanning beschrijft het verschil in elektrische potentiaal tussen twee punten en kan stroom laten lopen.
Feit
Weerstand belemmert de stroom van elektrische lading
Elektrische weerstand maakt het moeilijker voor elektrische lading om door een materiaal te bewegen.
Feit
Koper is een goede elektrische geleider
Koper heeft een relatief lage elektrische weerstand en wordt daarom veel gebruikt in elektrische bedrading.
Feit
Rubber is een slechte elektrische geleider
Rubber geleidt elektrische lading zeer slecht en wordt daarom vaak gebruikt als isolatiemateriaal.
Feit
Diamant is een zeer harde vorm van koolstof
In diamant zijn koolstofatomen verbonden in een zeer sterke driedimensionale structuur, waardoor diamant extreem hard is.
Feit
Grafiet bestaat eveneens uit koolstof
Grafiet bestaat net als diamant uit koolstof, maar de atomen zijn in lagen gerangschikt waardoor de eigenschappen sterk verschillen.
Feit
Diamant en grafiet hebben verschillende eigenschappen ondanks dat beide uit koolstof bestaan
De verschillende rangschikking van de koolstofatomen zorgt ervoor dat diamant hard en isolerend is terwijl grafiet zacht en elektrisch geleidend is.
Feit
Roest ontstaat door reacties waarbij ijzer en zuurstof betrokken zijn
Roestvorming ontstaat wanneer ijzer reageert met zuurstof en water, waarbij verschillende ijzeroxiden en hydroxiden ontstaan.
Feit
Zuurstof ondersteunt verbranding
Zuurstof is zelf geen brandstof, maar maakt veel verbrandingsreacties mogelijk en zorgt ervoor dat vuur kan blijven branden.
Feit
Waterstof is het lichtste chemische element
Waterstof heeft van alle elementen de kleinste atoommassa en is het meest voorkomende element in het heelal.
Feit
Helium is lichter dan lucht
Helium heeft een veel lagere dichtheid dan gewone lucht en kan daardoor bijvoorbeeld ballonnen laten opstijgen.
Feit
Helium is een edelgas
Helium behoort tot de edelgassen en reageert onder normale omstandigheden nauwelijks met andere elementen.
Feit
Edelgassen reageren relatief weinig met andere stoffen
Edelgassen hebben een zeer stabiele elektronenconfiguratie en vormen daardoor onder normale omstandigheden weinig chemische verbindingen.
Feit
Goud is een chemisch element
Goud is het element met het symbool Au en atoomnummer 79.
Feit
Zilver is een chemisch element
Zilver heeft het symbool Ag en is een metaal dat onder andere bekendstaat om zijn goede elektrische geleiding.
Feit
Kwik is bij kamertemperatuur vloeibaar
Kwik is een van de weinige metalen die onder normale kamertemperatuur vloeibaar zijn.
Feit
Broom is eveneens een vloeibaar element bij kamertemperatuur
Broom is een roodbruine vloeistof en is het enige niet-metallische element dat onder normale omstandigheden vloeibaar is.
Feit
Koolstofdioxide is een gas
Koolstofdioxide is een kleurloos gas dat onder andere ontstaat bij verbranding en door ademhaling wordt geproduceerd.
Feit
Koolstofdioxide is zwaarder dan lucht
Koolstofdioxide heeft onder dezelfde omstandigheden een hogere dichtheid dan gewone lucht.
Feit
Droogijs is vaste koolstofdioxide
Droogijs is de vaste vorm van koolstofdioxide en heeft een temperatuur van ongeveer -78 graden Celsius bij normale druk.
Feit
Droogijs smelt niet bij normale luchtdruk maar sublimeert
Bij normale luchtdruk gaat droogijs rechtstreeks van vaste toestand over naar gas zonder eerst vloeibaar te worden.
Feit
Het alfabet bestaat in verschillende vormen en talen
Talen gebruiken verschillende alfabetten en schrijfsystemen, afhankelijk van hun historische en culturele ontwikkeling.
Feit
Niet iedere taal gebruikt een alfabet
Sommige talen gebruiken andere schrijfsystemen, zoals logografische of syllabische systemen, in plaats van een alfabet.
Feit
Chinees schrift gebruikt duizenden verschillende karakters
Het Chinese schrift gebruikt duizenden karakters waarvan een groot aantal nodig is om teksten goed te kunnen lezen.
Feit
Arabisch wordt van rechts naar links geschreven
Het Arabische schrift wordt doorgaans van rechts naar links geschreven, hoewel cijfers binnen teksten anders kunnen worden weergegeven.
Feit
Hebreeuws wordt eveneens van rechts naar links geschreven
Het Hebreeuwse schrift wordt van rechts naar links gelezen en geschreven.
Feit
Arabische cijfers worden in veel verschillende landen gebruikt
De cijfers 0 tot en met 9 zijn via een lange historische ontwikkeling wereldwijd in gebruik geraakt.
Feit
Het Latijnse alfabet wordt wereldwijd in veel talen gebruikt
Het Latijnse alfabet wordt gebruikt voor onder andere Nederlands, Engels, Duits, Frans en veel andere talen.
Feit
Het Nederlandse alfabet heeft 26 letters
Het moderne Nederlandse alfabet gebruikt dezelfde 26 basisletters als het Latijnse alfabet.
Feit
De lettercombinatie ij wordt in het Nederlands vaak als één geheel behandeld, maar bestaat uit twee letters
De ij heeft in het Nederlands een bijzondere positie en wordt in sommige situaties als een afzonderlijke lettercombinatie behandeld.
Feit
Het langste woord in een taal hangt af van de regels die voor woordvorming worden gebruikt
Vooral talen waarin woorden gemakkelijk kunnen worden samengesteld kunnen theoretisch zeer lange woorden vormen.
Feit
Sommige talen kunnen zeer lange samengestelde woorden maken
Door meerdere woorden samen te voegen kunnen talen zoals Nederlands en Duits zeer lange samenstellingen vormen.
Feit
Duits gebruikt veel samengestelde zelfstandige naamwoorden
In het Duits kunnen verschillende zelfstandige naamwoorden tot één nieuw woord worden gecombineerd.
Feit
In het Nederlands kunnen eveneens zeer lange samenstellingen worden gevormd
Ook het Nederlands maakt gemakkelijk nieuwe samenstellingen door bestaande woorden aan elkaar te koppelen.
Feit
Het woord alfabet is afkomstig van de eerste twee letters van het Griekse alfabet
Het woord alfabet is afgeleid van de namen alfa en bèta, de eerste twee letters van het Griekse alfabet.
Feit
De eerste Griekse letters heten alfa en bèta
Alfa en bèta zijn de eerste twee letters van het Griekse alfabet en vormden samen de basis voor het woord alfabet.
Feit
Het woord et cetera komt uit het Latijn
Et cetera is een Latijnse uitdrukking die letterlijk ongeveer betekent: en de overige dingen.
Feit
Et cetera betekent ongeveer en de rest
De uitdrukking wordt gebruikt wanneer een opsomming niet volledig wordt uitgeschreven.
Feit
Het woord karaoke komt uit het Japans
Karaoke is een Japans woord dat is opgebouwd uit woorden die verwijzen naar een leeg of afwezig orkest.
Feit
Karaoke betekent ongeveer leeg orkest
Het Japanse woord combineert kara, leeg, met een verkorte vorm van het woord voor orkest.
Feit
Het woord robot komt uit het Tsjechisch
Het woord robot is afkomstig uit het Tsjechisch en is internationaal onderdeel geworden van het moderne vocabulaire.
Feit
Het woord robot werd bekend door een toneelstuk uit 1920
De term robot werd internationaal bekend door het Tsjechische toneelstuk R.U.R. van Karel Čapek.
Feit
Het woord safari komt via het Swahili uit het Arabisch
Safari is via het Swahili verspreid en is uiteindelijk verwant aan een Arabisch woord voor reis.
Feit
Het woord algebra is afkomstig uit het Arabisch
Het woord algebra is afgeleid van de Arabische titel van een wiskundig werk van al-Khwarizmi.
Feit
Het woord alcohol is eveneens van Arabische oorsprong
Alcohol is via het Arabisch in Europese talen terechtgekomen en had oorspronkelijk een andere betekenis dan tegenwoordig.
Feit
Het woord katoen is via verschillende talen terug te voeren op een oude handelsnaam
Het Nederlandse woord katoen is via meerdere talen verbonden met oude handels- en productnamen voor de vezel.
Feit
Het woord chocolade heeft een oorsprong in talen van Midden-Amerika
Het woord chocolade is waarschijnlijk afkomstig uit inheemse talen van Midden-Amerika en verspreidde zich later via het Spaans.
Feit
Het woord pyjama komt via het Hindi en Urdu uit het Perzisch
Het woord pyjama is via Zuid-Aziatische talen in Europese talen terechtgekomen en gaat uiteindelijk terug op het Perzisch.
Feit
Het woord bungalow komt uit het Hindi
Bungalow is afgeleid van een Hindi-woord dat verwees naar een huis in een bepaalde regionale bouwstijl.
Feit
Het woord shampoo komt eveneens uit het Hindi
Het Engelse woord shampoo is afkomstig van een Hindi-woord dat oorspronkelijk verwees naar masseren of kneden.
Feit
Het woord jungle komt uit het Sanskriet
Jungle is via talen van het Indiase subcontinent afkomstig van een woord dat naar onbewoond of woest land verwees.
Feit
Het woord zero is verwant aan Arabische woorden voor nul
Het woord zero is via Europese talen terug te voeren op vormen die uiteindelijk samenhangen met het Arabische woord voor nul.
Feit
Nul was een belangrijke ontwikkeling voor het moderne rekensysteem
Het gebruik van nul als getal en als plaatsaanduiding maakte het positionele rekensysteem veel krachtiger.
Feit
Romeinse cijfers bevatten oorspronkelijk geen symbool voor nul
Het klassieke Romeinse cijfersysteem had geen afzonderlijk symbool voor nul zoals dat in het moderne positionele systeem wordt gebruikt.
Feit
Het symbool % betekent procent
Het procentteken geeft aan dat een getal wordt uitgedrukt als een deel van honderd.
Feit
Procent betekent per honderd
Een percentage geeft aan hoeveel een hoeveelheid bedraagt wanneer het totaal op honderd wordt gesteld.
Feit
Een palindroom kan van voren naar achteren en omgekeerd hetzelfde worden gelezen
Een palindroom blijft hetzelfde wanneer de volgorde van de letters of cijfers achterstevoren wordt gelezen.
Feit
Een anagram ontstaat door de letters van een woord anders te rangschikken
Bij een anagram worden dezelfde letters in een andere volgorde geplaatst om een nieuw woord of een nieuwe woordgroep te vormen.
Feit
Een oxymoron combineert woorden die elkaar op het eerste gezicht tegenspreken
Een oxymoron is een stijlfiguur waarin tegenstrijdige begrippen bewust met elkaar worden gecombineerd.
Feit
Onomatopeeën zijn woorden die geluiden nabootsen
Woorden zoals zoem, miauw en boem proberen het geluid waarnaar ze verwijzen taalkundig na te bootsen.
Feit
Taal kan veranderen doordat nieuwe woorden en betekenissen ontstaan
Talen veranderen voortdurend door maatschappelijke ontwikkelingen, contact met andere talen en veranderingen in uitspraak en betekenis.
Feit
Rusland strekt zich uit over Europa en Azië
Het grondgebied van Rusland ligt zowel in het Europese als het Aziatische deel van het Euraziatische continent.
Feit
Turkije ligt eveneens in Europa en Azië
Het grootste deel van Turkije ligt in Azië, terwijl een kleiner deel ten westen van de Bosporus in Europa ligt.
Feit
Egypte ligt grotendeels in Afrika
Het grootste deel van Egypte ligt in Noord-Afrika, terwijl het Sinaï-schiereiland geografisch in Azië ligt.
Feit
De Sinaï ligt geografisch in Azië
Het Sinaï-schiereiland ligt ten oosten van het Suezkanaal en wordt geografisch tot Azië gerekend.
Feit
Indonesië bestaat uit duizenden eilanden
Indonesië is een enorme eilandstaat met duizenden eilanden verspreid over de Indische en Grote Oceaan.
Feit
Japan bestaat uit duizenden eilanden
Japan bestaat uit vier grote hoofdeilanden en duizenden kleinere eilanden.
Feit
De Filipijnen bestaan uit duizenden eilanden
De Filipijnen vormen een uitgestrekte eilandengroep in Zuidoost-Azië met duizenden eilanden.
Feit
Groenland is het grootste eiland ter wereld
Groenland is het grootste eiland dat niet als continent wordt beschouwd en is grotendeels bedekt met een enorme ijskap.
Feit
Australië is zowel een land als een continent
Australië is zowel de naam van een onafhankelijk land als van het continent waarop dat land grotendeels ligt.
Feit
Papoea-Nieuw-Guinea ligt op het eiland Nieuw-Guinea
Het oostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea vormt grotendeels het grondgebied van Papoea-Nieuw-Guinea.
Feit
Nieuw-Guinea is het op één na grootste eiland ter wereld
Na Groenland is Nieuw-Guinea het grootste eiland ter wereld.
Feit
Madagaskar is het op drie na grootste eiland ter wereld
Madagaskar behoort tot de grootste eilanden ter wereld en ligt voor de oostkust van Afrika.
Feit
IJsland ligt op de Mid-Atlantische Rug
IJsland ligt boven een deel van de Mid-Atlantische Rug, waar tektonische platen uit elkaar bewegen.
Feit
IJsland heeft veel vulkanische activiteit
De ligging boven een plaatgrens en een hotspot zorgt ervoor dat IJsland veel vulkanen en geothermische activiteit heeft.
Feit
Noorwegen heeft duizenden eilanden langs zijn kust
De Noorse kust is sterk versnipperd en bevat duizenden eilanden en rotseilandjes.
Feit
Zweden heeft eveneens duizenden eilanden
Langs de Zweedse kust liggen duizenden eilanden, waaronder veel kleine rotsachtige eilanden.
Feit
Finland wordt het land van de duizend meren genoemd
De bijnaam verwijst naar het grote aantal meren in Finland en benadrukt het waterrijke landschap.
Feit
Finland heeft in werkelijkheid veel meer dan duizend meren
Finland telt volgens verschillende definities vele tienduizenden meren, dus de bijnaam is een sterke vereenvoudiging.
Feit
Nederland ligt grotendeels onder of rond zeeniveau
Een aanzienlijk deel van Nederland ligt laag ten opzichte van de zeespiegel en wordt beschermd door dijken, duinen en waterwerken.
Feit
Nederland heeft veel land gewonnen door inpoldering
Door water uit meren en zeegebieden weg te pompen en te houden, heeft Nederland in de loop der eeuwen nieuw land gecreëerd.
Feit
De Afsluitdijk scheidt het IJsselmeer van de Waddenzee
De Afsluitdijk werd aangelegd om de voormalige Zuiderzee af te sluiten en vormt nu de scheiding tussen het IJsselmeer en de Waddenzee.
Feit
De Waddenzee strekt zich uit langs meerdere landen
Het internationale Waddengebied loopt langs de kust van Nederland, Duitsland en Denemarken.
Feit
De Waddeneilanden bewegen langzaam door natuurlijke processen
Wind, water, zandtransport en zeestromingen veranderen voortdurend de vorm en ligging van delen van de Waddeneilanden.
Feit
België heeft drie officiële landstalen
België heeft Nederlands, Frans en Duits als officiële talen.
Feit
Zwitserland heeft vier nationale talen
Zwitserland erkent Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans als nationale talen.
Feit
Canada heeft twee officiële federale talen
Op federaal niveau zijn Engels en Frans de officiële talen van Canada.
Feit
India heeft geen nationale taal op federaal niveau
India heeft op federaal niveau geen enkele taal die juridisch als nationale taal is aangewezen; Hindi en Engels hebben belangrijke officiële functies.
Feit
Zuid-Afrika heeft meerdere officiële talen
De Zuid-Afrikaanse grondwet erkent meerdere officiële talen, waaronder isiZulu, isiXhosa, Afrikaans en Engels.
Feit
Bolivia heeft tientallen officieel erkende talen
Bolivia erkent Spaans en een groot aantal inheemse talen als officiële talen.
Feit
Papoea-Nieuw-Guinea heeft meer talen dan welk ander land ook
Papoea-Nieuw-Guinea kent een uitzonderlijk grote taalkundige diversiteit met honderden verschillende talen.
Feit
Vaticaanstad is het kleinste land ter wereld
Vaticaanstad is zowel qua oppervlakte als inwonertal de kleinste internationaal erkende onafhankelijke staat.
Feit
Vaticaanstad ligt volledig binnen Rome
Vaticaanstad vormt een kleine onafhankelijke enclave binnen de Italiaanse hoofdstad Rome.
Feit
Monaco is een van de kleinste landen ter wereld
Monaco is een zeer kleine onafhankelijke staat aan de Middellandse Zee, aan de Franse Rivièra.
Feit
Mongolië is een van de dunst bevolkte landen ter wereld
Mongolië heeft een zeer groot landoppervlak en relatief weinig inwoners, waardoor de bevolkingsdichtheid bijzonder laag is.
Feit
Nepal heeft de vorm van een onregelmatige vierhoek
De landsgrenzen van Nepal vormen op een kaart grofweg een langgerekte, onregelmatige vierhoek tussen India en China.
Feit
Bhutan ligt in de Himalaya
Bhutan is een bergachtig land in de oostelijke Himalaya, ingeklemd tussen India en China.
Feit
Nepal ligt tussen India en China
Nepal ligt in de Himalaya en grenst in het noorden aan China en aan de andere zijden voornamelijk aan India.
Feit
Mount Everest ligt op de grens van Nepal en China
De top van de Mount Everest ligt op de internationale grens tussen Nepal en de Tibetaanse regio van China.
Feit
De exacte hoogte van Mount Everest is meerdere keren opnieuw gemeten
De hoogte van de Mount Everest is door verschillende landmeetkundige onderzoeken opnieuw bepaald en kan door meetmethoden en natuurlijke veranderingen licht verschillen.
Feit
De Sahara strekt zich over meerdere Afrikaanse landen uit
De Sahara beslaat een enorm gebied in Noord-Afrika en loopt over het grondgebied van meerdere landen.
Feit
Het grootste deel van de oceaan is nog relatief weinig onderzocht
Grote delen van de diepe oceaan zijn moeilijk toegankelijk en zijn veel minder gedetailleerd onderzocht dan het landoppervlak.
Feit
De diepste bekende oceaandiepte ligt in de Marianentrog
In de Marianentrog bevindt zich de Challenger Deep, het diepst bekende punt van de oceaan.
Feit
De Marianentrog ligt in de westelijke Stille Oceaan
De Marianentrog ligt ten oosten van de Marianeneilanden in het westelijke deel van de Stille Oceaan.
Feit
De diepste delen van de oceaan ontvangen geen zonlicht
Zonlicht dringt slechts beperkt diep door in zeewater, waardoor de diepste oceaangebieden permanent donker zijn.
Feit
De oceaanbodem bevat enorme bergketens
Onder water bevinden zich uitgestrekte bergketens die op sommige plaatsen groter zijn dan veel berggebieden op het land.
Feit
De Mid-Oceanische Rug is een wereldwijd onderzees gebergtesysteem
De Mid-Oceanische Rug vormt een enorm netwerk van onderzeese bergruggen dat zich over duizenden kilometers uitstrekt.
Feit
Nieuwe oceaanbodem ontstaat bij sommige delen van de Mid-Oceanische Rug
Waar tektonische platen uit elkaar bewegen, kan magma opstijgen en afkoelen tot nieuwe oceanische korst.
Feit
Oceaanwater bevat opgelost zout
Zeewater bevat verschillende opgeloste zouten en mineralen die grotendeels afkomstig zijn uit verwering en processen op de zeebodem.
Feit
Zeewater bevriest bij een lagere temperatuur dan zoet water
Door het opgeloste zout ligt het vriespunt van zeewater lager dan dat van zuiver zoet water.
Feit
De kleur van de oceaan wordt beïnvloed door absorptie en verstrooiing van licht
Water absorbeert sommige kleuren sterker dan andere en verstrooit licht, waardoor helder oceaanwater vaak blauw lijkt.
Feit
Blauw licht dringt relatief diep door in helder water
Water absorbeert rood licht relatief snel, terwijl blauw licht onder gunstige omstandigheden dieper kan doordringen.
Feit
Koraalriffen worden gebouwd door kleine dieren
Koraalriffen ontstaan door kolonies van kleine koraalpoliepen die kalkhoudende structuren vormen.
Feit
Koralen behoren tot de neteldieren
Koralen behoren tot de stam van de neteldieren, waartoe ook kwallen en zeeanemonen behoren.
Feit
Koraalpoliepen leven vaak samen met algen
Veel rifkoralen leven in symbiose met microscopische algen die in hun weefsel wonen.
Feit
Die algen leveren een deel van de energie aan het koraal
De algen maken door fotosynthese energierijke stoffen die een belangrijke bijdrage leveren aan de energievoorziening van het koraal.
Feit
Koraalriffen behoren tot de soortenrijkste ecosystemen op aarde
Ondanks hun relatief kleine oppervlakte bieden koraalriffen leefgebied aan een zeer groot aantal soorten.
Feit
Mangrovebossen groeien in gebieden waar land en zee elkaar ontmoeten
Mangroven groeien in kustgebieden waar zout of brak water en getijden een belangrijke rol spelen.
Feit
Mangroven kunnen kustlijnen beschermen tegen erosie
De wortels van mangroven houden sediment vast en kunnen de kracht van golven en stroming langs de kust verminderen.
Feit
Zeegrasvelden zijn belangrijke leefgebieden voor veel zeedieren
Zeegrasvelden bieden voedsel, schuilplaatsen en kraamkamers voor veel soorten vissen, schaaldieren en andere zeedieren.
Feit
Kelp is een soort grote bruine alg
Kelp behoort tot de bruine algen en kan onder geschikte omstandigheden grote onderwaterbossen vormen.
Feit
Kelp kan zeer snel groeien
Sommige kelpsoorten kunnen onder gunstige omstandigheden tientallen centimeters per dag groeien.
Feit
Walvissen behoren tot de zoogdieren
Walvissen zijn warmbloedige zoogdieren die lucht ademen en hun jongen met melk voeden.
Feit
Walvissen ademen lucht met longen
Hoewel walvissen volledig in water leven, moeten ze regelmatig naar het oppervlak om atmosferische lucht in te ademen.
Feit
Dolfijnen moeten regelmatig naar het wateroppervlak om adem te halen
Dolfijnen ademen met longen en kunnen niet zoals vissen zuurstof rechtstreeks uit water halen.
Feit
Zeehonden kunnen hun adem lange tijd inhouden
Zeehonden kunnen tijdens het duiken hun hartslag en bloedstroom aanpassen en daardoor lange tijd onder water blijven.
Feit
Zeeleeuwen kunnen hun achtervinnen gebruiken om over land te bewegen
Zeeleeuwen kunnen hun achterflippers onder hun lichaam draaien en zich daardoor redelijk efficiënt over land bewegen.
Feit
Zeekoeien zijn planteneters
Zeekoeien eten voornamelijk waterplanten en besteden een groot deel van hun tijd aan het zoeken en grazen van voedsel.
Feit
Zeekoeien behoren tot de orde van de zeekoeien
Zeekoeien behoren tot de zoogdierenorde Sirenia, waartoe ook de doejong behoort.
Feit
Sponzen behoren tot de oudste groepen meercellige dieren
Sponzen behoren tot zeer oude diergroepen en hebben een eenvoudige lichaamsbouw zonder echte organen.
Feit
Sponzen hebben geen hersenen
Sponzen beschikken niet over hersenen of een centraal zenuwstelsel.
Feit
Sponzen kunnen water door hun lichaam filteren
Water stroomt door openingen en kanaaltjes in het sponslichaam, waarbij voedseldeeltjes en zuurstof uit het water worden gehaald.
Feit
Kwallen hebben geen hersenen
Kwallen hebben geen centraal brein maar beschikken over een eenvoudig netwerk van zenuwcellen.
Feit
Kwallen hebben een eenvoudig zenuwnetwerk
Hun zenuwnetwerk helpt onder andere bij het waarnemen van prikkels en het coördineren van bewegingen.
Feit
Zeeschildpadden leggen eieren op land
Vrouwelijke zeeschildpadden komen aan land om kuilen te graven waarin ze hun eieren leggen.
Feit
Zeeschildpadden kunnen honderden kilometers migreren
Veel zeeschildpadden leggen tijdens hun leven grote afstanden af tussen voedselgebieden en voortplantingsplaatsen.
Feit
Sommige vissen leven in extreem koude poolwateren
Bepaalde vissoorten zijn aangepast aan temperaturen rond het vriespunt van zeewater.
Feit
Antivrieseiwitten helpen sommige poolvissen om niet te bevriezen
Antivrieseiwitten kunnen voorkomen dat zich in lichaamsvloeistoffen van bepaalde poolvissen schadelijke ijskristallen vormen.
Feit
Vissen gebruiken hun kieuwen om zuurstof uit water te halen
Water stroomt langs de kieuwen, waar opgeloste zuurstof via dunne weefsels in het bloed kan worden opgenomen.
Feit
Niet alle vissen leggen eieren; sommige soorten brengen levende jongen voort
Naast eierleggende vissen bestaan er soorten waarbij de jongen zich in of bij het moederlichaam ontwikkelen en levend worden geboren.
Feit
Haaien bestaan al honderden miljoenen jaren
Haaiachtige dieren bestaan al honderden miljoenen jaren en verschenen lang voordat de eerste dinosauriërs leefden.
Feit
Glas is een vaste stof en geen vloeistof die langzaam naar beneden stroomt
Gewoon glas wordt in de natuurkunde als een amorfe vaste stof beschouwd; het stroomt bij normale temperaturen niet merkbaar.
Feit
Een spiegel keert niet letterlijk links en rechts om
Een spiegel draait het beeld niet simpelweg horizontaal om, maar keert de richting loodrecht op het spiegeloppervlak om.
Feit
Een spiegel keert de richting voor-achter om
Wat vóór de spiegel staat wordt optisch achter het spiegelvlak afgebeeld, waardoor een spiegelbeeld ontstaat.
Feit
Een schaduw kan sneller bewegen dan het object dat de schaduw veroorzaakt
Een schaduw is geen materieel object en kan onder bepaalde geometrische omstandigheden zeer snel over een oppervlak bewegen.
Feit
Een schaduw heeft geen eigen massa
Een schaduw ontstaat doordat licht wordt tegengehouden en is geen zelfstandig object met massa.
Feit
Een regenjas houdt vooral vloeibaar water tegen
Het materiaal van een regenjas is ontworpen om vloeibaar water buiten te houden terwijl waterdamp bij ademende materialen wel kan ontsnappen.
Feit
Een paraplu maakt je niet volledig onzichtbaar voor regen
Een paraplu houdt veel regendruppels tegen, maar wind en opspattend water kunnen ervoor zorgen dat je toch nat wordt.
Feit
Zeep helpt water vet en vuil beter verwijderen
Zeepmoleculen kunnen zich verbinden met zowel water als vetachtige stoffen, waardoor vuil gemakkelijker met water kan worden weggespoeld.
Feit
Warm water kan vet gemakkelijker losmaken dan koud water
Warmte maakt veel vetten vloeibaarder en kan daardoor helpen om vet en vuil gemakkelijker los te maken.
Feit
Bubbels in kokend water bestaan uit waterdamp
Wanneer water kookt, ontstaan belletjes waarin waterdamp zit die vanuit het vloeibare water opstijgt.
Feit
Bellen in bruiswater bevatten voornamelijk koolstofdioxide
De belletjes in koolzuurhoudend water bestaan voornamelijk uit opgelost koolstofdioxide dat uit de vloeistof ontsnapt.
Feit
Koolzuurhoudend water verliest koolstofdioxide wanneer het warmer wordt
Warmer water houdt minder opgelost koolstofdioxide vast, waardoor het gas gemakkelijker uit het water ontsnapt.
Feit
Een metalen lepel kan in hete vloeistof warmte geleiden
Metalen geleiden warmte relatief goed, waardoor een metalen lepel in hete vloeistof snel warm kan worden.
Feit
Hout geleidt warmte veel slechter dan metaal
De structuur van hout maakt het veel minder efficiënt in het geleiden van warmte dan de meeste metalen.
Feit
Lucht isoleert goed wanneer deze opgesloten zit
Stilstaande lucht geleidt warmte relatief slecht en wordt daarom gebruikt als isolerende laag in bijvoorbeeld kleding en gebouwen.
Feit
Een thermosfles werkt onder andere door warmteoverdracht te beperken
Een thermosfles beperkt geleiding, convectie en straling, waardoor warme of koude inhoud langer op temperatuur blijft.
Feit
Donkere oppervlakken absorberen doorgaans meer zichtbaar licht dan lichte oppervlakken
Donkere oppervlakken reflecteren meestal minder zichtbaar licht en absorberen daardoor meer stralingsenergie.
Feit
Witte kleding kan in fel zonlicht koeler aanvoelen dan zwarte kleding
Witte stoffen reflecteren doorgaans meer zichtbaar zonlicht dan zwarte stoffen, waardoor ze onder bepaalde omstandigheden minder stralingswarmte opnemen.
Feit
Een rubberen elastiek kan warmer worden wanneer het snel wordt uitgerekt
Door het uitrekken verandert de moleculaire structuur van rubber en kan warmte vrijkomen of worden opgenomen.
Feit
Een bal stuit minder hoog als energie verloren gaat aan vervorming en warmte
Bij een botsing wordt een deel van de bewegingsenergie omgezet in warmte, geluid en vervorming, waardoor de bal minder hoog terugstuitert.
Feit
Een fiets blijft niet alleen rechtop door de draaiing van de wielen
De stabiliteit van een fiets ontstaat door een combinatie van geometrie, stuurgedrag, beweging en voortdurende correcties van de fietser.
Feit
Bandenspanning beïnvloedt het energieverbruik van een fiets
Een te lage bandenspanning vergroot doorgaans de rolweerstand, waardoor meer energie nodig is om de fiets vooruit te bewegen.
Feit
Luchtbanden verminderen de rolweerstand
Luchtbanden kunnen zich tijdens het rijden vervormen en zorgen onder geschikte omstandigheden voor een lagere rolweerstand dan veel massieve oplossingen.
Feit
Een ijsblokje kan aan de buitenkant nat lijken door condensatie
Waterdamp uit de omringende lucht kan op het koude oppervlak van een ijsblokje condenseren en daar vloeibaar water vormen.
Feit
Condensatie ontstaat wanneer waterdamp weer vloeibaar wordt
Wanneer vochtige lucht voldoende afkoelt, kunnen watermoleculen uit de gasfase overgaan naar vloeibaar water.
Feit
Een raam kan aan de binnenkant beslaan wanneer warme vochtige lucht afkoelt
Als warme vochtige lucht tegen een koud raamoppervlak komt, kan de waterdamp condenseren tot kleine waterdruppeltjes.
Feit
Spiegels kunnen beslaan door condensatie
Warme vochtige lucht kan op een koude spiegel afkoelen, waardoor waterdamp als kleine druppeltjes op het oppervlak neerslaat.
Feit
Zout lost sneller op in warmer water
Bij hogere temperaturen bewegen watermoleculen sneller, waardoor veel vaste stoffen zoals zout sneller oplossen.
Feit
Suiker lost sneller op in warmer water
Warmer water kan suiker doorgaans sneller opnemen doordat de moleculen sneller bewegen en het oplossingsproces wordt versneld.
Feit
Roeren versnelt het oplossen van veel stoffen
Door te roeren wordt voortdurend vers water langs de stof gebracht, waardoor het oplossen sneller kan verlopen.
Feit
Een opgeloste stof verdwijnt niet maar wordt verdeeld in de vloeistof
De deeltjes van de opgeloste stof verspreiden zich tussen de moleculen van het oplosmiddel.
Feit
Water kan tegelijkertijd als ijs, vloeistof en damp voorkomen
Onder bepaalde temperatuur- en drukomstandigheden kunnen de drie fasen van water tegelijk aanwezig zijn.
Feit
Dit gebeurt bij een bepaalde combinatie van temperatuur en druk
Bij het zogenaamde tripelpunt kunnen ijs, vloeibaar water en waterdamp thermodynamisch tegelijk bestaan.
Feit
Een snel bewegende ventilator maakt lucht niet letterlijk kouder
Een ventilator verlaagt de luchttemperatuur niet rechtstreeks, maar verhoogt de luchtbeweging langs de huid.
Feit
Een ventilator versnelt de verdamping van zweet
Bewegende lucht voert vochtige lucht bij de huid weg, waardoor zweet sneller kan verdampen.
Feit
Verdamping kost energie en zorgt daardoor voor verkoeling
Bij verdamping hebben watermoleculen energie nodig om de vloeistof te verlaten, waardoor warmte aan het oppervlak wordt onttrokken.
Feit
Een koelkast maakt niet alleen kou maar verplaatst warmte
Een koelkast haalt warmte uit de binnenruimte en geeft die warmte via de achterkant of zijkanten af aan de omgeving.
Feit
Een warmtepomp werkt eveneens door warmte te verplaatsen
Een warmtepomp transporteert warmte van een bron naar een andere plaats met behulp van een koelkringloop.
Feit
Een vriezer produceert warmte aan de achterkant
Een vriezer onttrekt warmte aan de binnenkant en geeft die samen met de gebruikte elektrische energie aan de omgeving af.
Feit
Een koelkast kan een kamer uiteindelijk iets opwarmen als de deur open blijft
Een open koelkast verplaatst warmte binnen dezelfde ruimte en voegt daarnaast de gebruikte elektrische energie als warmte aan de kamer toe.
Feit
Een magneet heeft altijd een noord- en zuidpool
Elke gewone permanente magneet heeft twee magnetische polen; het losmaken van een magneet levert opnieuw twee polen op.
Feit
Twee gelijknamige magnetische polen stoten elkaar af
Noord-noord en zuid-zuid veroorzaken een afstotende magnetische kracht.
Feit
Tegengestelde magnetische polen trekken elkaar aan
Een noordpool en een zuidpool oefenen onder normale omstandigheden een aantrekkende magnetische kracht op elkaar uit.
Feit
Een kompasnaald reageert op het aardmagnetisch veld
De gemagnetiseerde naald van een kompas richt zich ongeveer langs de lokale richting van het aardmagnetisch veld.
Feit
Het aardmagnetisch veld wordt mede veroorzaakt door bewegingen in de buitenkern
Bewegingen van elektrisch geleidend vloeibaar metaal in de aardse buitenkern dragen bij aan het ontstaan van het aardmagnetisch veld.
Feit
De aardkern bestaat voornamelijk uit ijzer en nikkel
De aardkern bestaat hoofdzakelijk uit ijzer, met onder andere nikkel en kleinere hoeveelheden andere elementen.
Feit
De binnenkern is vast ondanks de hoge temperatuur door de enorme druk
De enorme druk in het centrum van de aarde houdt het materiaal van de binnenkern in vaste toestand ondanks de zeer hoge temperatuur.
Feit
De buitenkern is vloeibaar
De buitenkern bestaat uit zeer heet vloeibaar metaal en ligt rondom de vaste binnenkern.
Feit
De buitenkern bestaat uit gesmolten metaal
De vloeibare buitenkern bestaat hoofdzakelijk uit ijzer en nikkel en is belangrijk voor het aardmagnetisch veld.
Feit
Aardbevingen kunnen door seismometers worden geregistreerd
Seismometers meten de trillingen die door aardbevingen en andere seismische gebeurtenissen door de aarde worden veroorzaakt.
Feit
Seismische golven kunnen door de aarde reizen
Een aardbeving veroorzaakt verschillende soorten golven die zich door de aardkorst en het binnenste van de aarde kunnen verspreiden.
Feit
P-golven kunnen door vaste en vloeibare stoffen bewegen
Primaire of P-golven zijn drukgolven die door zowel vaste stoffen als vloeistoffen kunnen reizen.
Feit
S-golven kunnen niet door vloeistoffen bewegen
Secundaire of S-golven zijn afschuivingsgolven die zich niet door vloeistoffen kunnen voortplanten.
Feit
Wetenschappers gebruiken aardbevingsgolven om het binnenste van de aarde te bestuderen
Door te kijken hoe seismische golven worden versneld, vertraagd of afgebogen kunnen wetenschappers eigenschappen van de aardlagen afleiden.
Feit
Een tsunami is geen gewone windgolf
Een tsunami ontstaat door een grote verplaatsing van water en verschilt daardoor van golven die voornamelijk door wind worden veroorzaakt.
Feit
Tsunami's worden vaak veroorzaakt door plotselinge verplaatsing van zeewater
Onderzeese aardbevingen zijn een belangrijke oorzaak, maar ook onderzeese aardverschuivingen en vulkanische gebeurtenissen kunnen tsunami's veroorzaken.
Feit
Een tsunami kan op open zee relatief laag zijn
Op grote diepte kan een tsunami een zeer lange golflengte hebben en relatief weinig boven het wateroppervlak uitsteken.
Feit
Een tsunami kan dichter bij de kust sterk hoger worden
Wanneer een tsunami ondieper water bereikt, neemt de snelheid af en kan de golfhoogte sterk toenemen.
Feit
Getijden en tsunami's zijn verschillende verschijnselen
Getijden worden vooral veroorzaakt door zwaartekrachtsinvloeden van de maan en de zon, terwijl tsunami's ontstaan door plotselinge waterverplaatsingen.
Feit
Aardverschuivingen kunnen worden veroorzaakt door waterverzadigde grond
Veel regen of smeltwater kan de samenhang van grond verminderen en het gewicht ervan vergroten, waardoor een helling instabiel kan worden.
Feit
Gletsjers bewegen langzaam door zwaartekracht en ijsvervorming
Gletsjers stromen onder hun eigen gewicht langzaam naar beneden of over het landschap doordat het ijs vervormt en over de ondergrond beweegt.
Feit
Gletsjerijs kan blauw lijken
Dicht oud ijs absorbeert relatief veel rood licht, waardoor het overgebleven licht een blauwe kleur kan geven.
Feit
Blauw ijs absorbeert meer rood licht dan blauw licht
In dicht gletsjerijs wordt rood licht relatief sterk geabsorbeerd, terwijl blauw licht dieper kan doordringen en terugkaatsen.
Feit
IJsbergen bestaan uit zoet water
IJsbergen bestaan uit samengeperst sneeuw- en gletsjerijs dat oorspronkelijk uit neerslag afkomstig is en daardoor vrijwel zoet water bevat.
Feit
Zee-ijs ontstaat uit bevroren zeewater
Zee-ijs vormt zich wanneer zeewater afkoelt en bevriest; tijdens dit proces wordt een groot deel van het zout uit het ijs uitgesloten.
Feit
Smeltend zee-ijs heeft een ander effect op zeespiegel dan smeltend landijs
Zee-ijs drijft al in het water en veroorzaakt bij smelten weinig directe verandering van het zeeniveau, terwijl landijs extra water aan de oceaan toevoegt.
Feit
Permafrost is grond die minstens twee opeenvolgende jaren bevroren blijft
Permafrost is permanent bevroren grond of sediment waarvan de temperatuur gedurende minimaal twee opeenvolgende jaren onder het vriespunt blijft.
Feit
Permafrost kan enorme hoeveelheden koolstof bevatten
In permafrost ligt veel organisch materiaal opgeslagen dat onder koude omstandigheden slechts langzaam afbreekt.
Feit
Bodem is een ecosysteem vol micro-organismen
Bodem bevat bacteriën, schimmels, kleine dieren en andere organismen die betrokken zijn bij de afbraak en kringloop van voedingsstoffen.
Feit
Een handvol gezonde bodem kan miljarden micro-organismen bevatten
Een kleine hoeveelheid vruchtbare bodem kan enorme aantallen bacteriën, schimmels en andere microscopische organismen bevatten.
Feit
Schimmels vormen netwerken van microscopische draden
Veel schimmels groeien als dunne draadvormige structuren die samen een uitgebreid netwerk kunnen vormen.
Feit
Deze draden worden hyfen genoemd
De afzonderlijke draadvormige structuren van veel schimmels heten hyfen.
Feit
Een netwerk van schimmeldraden heet mycelium
Een mycelium bestaat uit een netwerk van hyfen waarmee een schimmel door de omgeving kan groeien.
Feit
Mycorrhiza's zijn samenwerkingen tussen schimmels en plantenwortels
Bij mycorrhiza leven schimmels in nauwe samenwerking met plantenwortels en wisselen beide organismen voedingsstoffen uit.
Feit
Veel planten hebben mycorrhiza-relaties
Mycorrhiza komt bij een groot aantal plantensoorten voor en kan de opname van water en mineralen ondersteunen.
Feit
Schimmels zijn evolutionair dichter verwant aan dieren dan aan planten
Genetisch onderzoek laat zien dat schimmels en dieren een recentere gemeenschappelijke voorouder hebben dan schimmels en planten.
Feit
Gist behoort tot de schimmels
Gisten zijn eencellige schimmels die onder andere suikers kunnen omzetten en worden gebruikt bij het bakken en brouwen.
Feit
Korstmossen bestaan uit een samenwerking tussen schimmels en fotosynthetische organismen
Een korstmos bestaat uit een schimmel die samenleeft met een alg of cyanobacterie die door fotosynthese energie kan produceren.
Feit
Korstmossen kunnen op kale rots groeien
Korstmossen kunnen leven op oppervlakken waar weinig voedingsstoffen beschikbaar zijn en helpen bij de geleidelijke verwering van gesteente.
Feit
Sommige korstmossen groeien extreem langzaam
Bepaalde korstmossen groeien slechts zeer langzaam, waardoor ze lange tijd nodig kunnen hebben om een bepaalde omvang te bereiken.
Feit
Wetenschappers gebruiken korstmossen soms om de leeftijd van oppervlakken te schatten
De groeisnelheid van bepaalde korstmossen kan onder geschikte omstandigheden worden gebruikt bij onderzoek naar de ouderdom van oppervlakken.
Feit
Een fossiel kan bestaan uit versteend bot, hout, schelp of afdrukken
Fossielen kunnen bestaan uit bewaard gebleven lichaamsdelen, versteende materialen of afdrukken en sporen van vroegere organismen.
Feit
Niet ieder fossiel bestaat uit het oorspronkelijke materiaal van het organisme
Tijdens fossilisatie kunnen oorspronkelijke lichaamsmaterialen worden vervangen door mineralen.
Feit
Fossilisatie gebeurt meestal onder bijzondere omstandigheden
Snelle begraving en beperkte afbraak vergroten de kans dat resten of sporen lang genoeg bewaard blijven om te fossiliseren.
Feit
De meeste dode organismen worden nooit fossiel
Afbraak, aaseters, erosie en andere processen vernietigen de meeste resten voordat fossilisatie kan plaatsvinden.
Feit
Fossielen kunnen miljoenen jaren oud zijn
Veel fossielen zijn miljoenen jaren oud en vormen daardoor belangrijke bronnen van informatie over vroegere ecosystemen.
Feit
Sommige fossielen zijn ouder dan 500 miljoen jaar
Er zijn fossielen en fossiele structuren bekend die meer dan een half miljard jaar oud zijn.
Feit
Stromatolieten behoren tot de oudste bekende sporen van leven
Stromatolieten zijn gelaagde structuren die door micro-organismen kunnen worden gevormd en behoren tot zeer oude sporen van biologisch leven.
Feit
Stromatolieten worden gevormd door micro-organismen
Vooral cyanobacteriën kunnen door groei en het vastleggen van sediment gelaagde stromatolieten vormen.
Feit
Sommige stromatolieten bestaan al miljarden jaren
Fossiele stromatolieten zijn miljarden jaren oud en behoren tot de oudste aanwijzingen voor leven op aarde.
Feit
Cyanobacteriën speelden een belangrijke rol bij de toename van zuurstof op aarde
Cyanobacteriën produceerden door fotosynthese zuurstof en droegen op lange termijn bij aan de zuurstofrijke atmosfeer.
Feit
De eerste bekende levensvormen waren microscopisch klein
De oudste aanwijzingen voor leven op aarde hebben betrekking op microscopische organismen of structuren die daarmee verband houden.
Feit
Complexe meercellige dieren verschenen veel later dan de eerste micro-organismen
Eenvoudige levensvormen bestonden al miljarden jaren voordat complexe meercellige dieren in grote aantallen verschenen.
Feit
De eerste dieren ontstonden honderden miljoenen jaren geleden
De vroegste dieren verschenen honderden miljoenen jaren geleden, waarschijnlijk eerst als eenvoudige meercellige organismen in zee.
Feit
Sponzen behoren tot de vroegste groepen dieren
Sponzen hebben een zeer eenvoudige lichaamsbouw en behoren tot de vroegst afgesplitste dierlijke groepen.
Feit
Dinosauriërs verschenen meer dan 200 miljoen jaar geleden
De eerste dinosauriërs verschenen tijdens het Trias, meer dan 200 miljoen jaar geleden.
Feit
Vogels zijn evolutionair gezien levende afstammelingen van dinosauriërs
Moderne vogels zijn de enige nog levende dinosauriërs en stammen af van theropode dinosauriërs.
Feit
Niet alle dinosauriërs waren gigantisch
Dinosauriërs varieerden sterk in grootte en sommige soorten waren niet groter dan moderne vogels of kleine zoogdieren.
Feit
Sommige dinosauriërs waren kleiner dan een moderne kip
Er bestonden zeer kleine dinosauriërs, sommige ongeveer ter grootte van een kleine vogel.
Feit
Tyrannosaurus rex leefde miljoenen jaren na de eerste dinosauriërs
Tyrannosaurus rex leefde pas aan het einde van het Krijt, tientallen miljoenen jaren nadat de eerste dinosauriërs verschenen.
Feit
Stegosaurus leefde miljoenen jaren vóór Tyrannosaurus rex
Stegosaurus leefde in het Laat-Jura, terwijl Tyrannosaurus rex pas tientallen miljoenen jaren later in het Laat-Krijt leefde.
Feit
Triceratops leefde aan het einde van het dinosaurustijdperk
Triceratops leefde tijdens het Laat-Krijt, kort voor de massa-extinctie ongeveer 66 miljoen jaar geleden.
Feit
De mens leefde niet tegelijkertijd met Tyrannosaurus rex
Tyrannosaurus rex stierf ongeveer 66 miljoen jaar geleden uit, terwijl Homo sapiens pas veel later ontstond.
Feit
De laatste niet-vogelachtige dinosauriërs verdwenen ongeveer 66 miljoen jaar geleden
Een grote massa-extinctie aan het einde van het Krijt maakte ongeveer 66 miljoen jaar geleden een einde aan de niet-vogelachtige dinosauriërs.
Feit
De uitsterving van de dinosauriërs betekende niet het einde van alle dinosauriërs
Vogels zijn levende dinosauriërs en overleefden de massa-extinctie aan het einde van het Krijt.
Feit
Vogels worden wetenschappelijk tot de dinosauriërs gerekend
Binnen de moderne evolutiebiologie worden vogels beschouwd als een levende tak van de theropode dinosauriërs.
Feit
Pterosauriërs waren geen dinosauriërs maar vliegende reptielen
Pterosauriërs waren een aparte groep vliegende reptielen die niet tot de dinosauriërs behoorden.
Feit
Ichthyosauriërs waren zeereptielen en geen dinosauriërs
Ichthyosauriërs waren volledig aan het water aangepaste reptielen die in zee leefden, maar geen dinosauriërs waren.
Feit
Mosasaurs waren grote mariene reptielen
Mosasaurs waren grote roofzuchtige zeereptielen die tijdens het Laat-Krijt in oceanen leefden.
Feit
Ammonieten waren zeedieren met een spiraalvormige schelp
Ammonieten waren uitgestorven zeedieren die verwant waren aan moderne inktvissen, octopussen en nautilussen.
Feit
Trilobieten leefden lang voordat dinosauriërs verschenen
Trilobieten leefden in zeeën tijdens het Paleozoïcum, honderden miljoenen jaren voordat de eerste dinosauriërs ontstonden.
Feit
Trilobieten hadden gelede lichamen
Het lichaam van een trilobiet bestond uit meerdere segmenten en was bedekt met een hard uitwendig skelet.
Feit
Sommige fossielen bewaren alleen sporen van beweging
Fossielen kunnen ook bestaan uit voetafdrukken, kruipsporen, graafgangen en andere sporen van gedrag.
Feit
Voetafdrukken kunnen belangrijke informatie geven over uitgestorven dieren
Fossiele voetafdrukken kunnen informatie geven over lichaamsgrootte, loopwijze en soms zelfs bewegingsrichting.
Feit
Fossiele nesten kunnen informatie geven over voortplanting
Nesten en eieren kunnen aanwijzingen geven over het broedgedrag en de voortplanting van uitgestorven dieren.
Feit
Fossiele eieren zijn op verschillende plaatsen gevonden
Op meerdere continenten zijn fossiele eieren van onder andere dinosauriërs en andere uitgestorven dieren gevonden.
Feit
Amber kan kleine organismen miljoenen jaren bewaren
Organismen die in hars worden ingesloten kunnen soms uitzonderlijk gedetailleerd worden bewaard en later als fossiel amber worden teruggevonden.
Feit
Insecten zijn soms volledig in amber ingesloten geraakt
Insecten kunnen tijdens hun leven in kleverige boomhars terechtkomen, waarna de hars uiteindelijk kan verharden en fossiliseren.
Feit
Amber is versteende hars van oude bomen
Amber ontstaat uit fossiele plantaardige hars die gedurende zeer lange tijd chemisch verandert en verhardt.
Feit
Niet alle amber is even oud
Amber komt uit verschillende geologische perioden en kan daarom sterk verschillen in ouderdom.
Feit
Fossiele planten kunnen informatie geven over vroegere klimaten
Plantenfossielen kunnen aanwijzingen geven over vroegere temperaturen, neerslag en leefomstandigheden.
Feit
Wetenschappers gebruiken fossielen om evolutionaire veranderingen te bestuderen
Door fossielen uit verschillende tijdlagen te vergelijken kunnen wetenschappers veranderingen in lichaamsbouw en verspreiding door de tijd onderzoeken.
Feit
De fossielenwereld bevat nog veel soorten die nooit gevonden zijn
De fossielen die we kennen vormen slechts een deel van alle organismen die ooit hebben geleefd, omdat fossilisatie en vondst zeldzaam zijn.
Feit
De menselijke soort behoort tot de primaten
Homo sapiens behoort tot de orde van de primaten, waartoe ook apen, mensapen en lemuren behoren.
Feit
Mensen zijn evolutionair verwant aan andere mensapen
Mensen delen gemeenschappelijke voorouders met andere mensapen en zijn onderdeel van dezelfde evolutionaire groep.
Feit
Chimpansees en mensen delen een gemeenschappelijke voorouder
De evolutionaire lijnen van mensen en chimpansees splitsten zich miljoenen jaren geleden van een gemeenschappelijke voorouder.
Feit
De mens en de chimpansee zijn niet rechtstreeks van elkaar afstammend
Mensen zijn niet ontstaan uit moderne chimpansees; beide soorten stammen af van een oudere gemeenschappelijke voorouder.
Feit
Australopithecus liep waarschijnlijk rechtop
Fossielen van Australopithecus laten kenmerken zien die wijzen op een vorm van rechtop lopen, hoewel deze vroege mensachtigen ook goed konden klimmen.
Feit
Australopithecus leefde miljoenen jaren geleden in Afrika
Verschillende Australopithecus-soorten leefden miljoenen jaren geleden in Afrika.
Feit
Homo habilis wordt in verband gebracht met vroege stenen werktuigen
Homo habilis wordt traditioneel verbonden met vroege stenen werktuigen, hoewel het gebruik ervan niet uitsluitend tot deze soort beperkt was.
Feit
Homo erectus verspreidde zich buiten Afrika
Homo erectus en nauw verwante vroege mensen verspreidden zich vanuit Afrika naar delen van Azië en later Europa.
Feit
Neanderthalers leefden in Europa en delen van Azië
Neanderthalers leefden gedurende lange perioden in Europa en delen van West- en Centraal-Azië.
Feit
Neanderthalers maakten werktuigen
Archeologische vondsten laten zien dat Neanderthalers verschillende soorten stenen werktuigen maakten en gebruikten.
Feit
Neanderthalers gebruikten vuur
Archeologische resten wijzen erop dat Neanderthalers vuur konden gebruiken en waarschijnlijk ook konden onderhouden.
Feit
Neanderthalers begroeven sommige doden
Op sommige archeologische vindplaatsen zijn menselijke resten gevonden die mogelijk bewust door Neanderthalers zijn begraven.
Feit
Moderne mensen en Neanderthalers hebben genetische verwantschap
Veel mensen buiten Afrika dragen een klein percentage DNA dat afkomstig is van oude vermenging tussen Homo sapiens en Neanderthalers.
Feit
Denisovanen zijn bekend uit zowel fossiele als genetische gegevens
Denisovanen werden onder andere geïdentificeerd door genetisch onderzoek aan menselijke resten uit Siberië en Tibet.
Feit
Denisovanen waren een andere menselijke populatie dan Neanderthalers
Denisovanen vormden een aparte oude menselijke populatie, hoewel ze genetisch nauw verwant waren aan Neanderthalers.
Feit
De menselijke evolutie verliep niet als een rechte lijn
De menselijke evolutie bestond uit meerdere vertakkingen waarbij verschillende mensachtigen naast elkaar leefden.
Feit
Meerdere menselijke soorten leefden in het verleden naast elkaar
In verschillende perioden bestonden meerdere soorten en populaties van het geslacht Homo tegelijkertijd.
Feit
Homo sapiens ontstond in Afrika
De soort Homo sapiens ontstond in Afrika en verspreidde zich later over de rest van de wereld.
Feit
De oudste bekende Homo sapiens-fossielen zijn honderdduizenden jaren oud
Fossiele vondsten uit Afrika laten zien dat anatomisch moderne mensen al meer dan 200.000 jaar geleden bestonden.
Feit
Mensen gebruikten al zeer lang stenen werktuigen
Stenen werktuigen behoren tot de oudste archeologische aanwijzingen voor menselijke activiteit en zijn miljoenen jaren oud.
Feit
Vuur veranderde de manier waarop vroege mensen voedsel konden verwerken
Het gecontroleerd gebruik van vuur maakte koken mogelijk en bood daarnaast warmte, licht en bescherming.
Feit
Koken maakt veel voedingsmiddelen gemakkelijker verteerbaar
Door verhitting worden sommige structuren in voedsel afgebroken, waardoor bepaalde voedingsstoffen gemakkelijker beschikbaar worden.
Feit
De menselijke hand heeft een bijzonder beweeglijke duim
De beweeglijke duim kan tegenover de vingers worden geplaatst, waardoor mensen nauwkeurige grijpen en manipuleren mogelijk is.
Feit
De menselijke voet is aangepast aan langdurig lopen
De menselijke voet heeft onder andere een stevige structuur en voetbogen die helpen bij efficiënt lopen en het opvangen van krachten.
Feit
Rechtop lopen maakt de handen vrij voor andere taken
Doordat mensen op twee benen lopen, kunnen de handen worden gebruikt voor bijvoorbeeld het dragen, maken en gebruiken van voorwerpen.
Feit
Menselijke schouders zijn geschikt voor grote bewegingsvrijheid
De bouw van het menselijke schoudergewricht maakt een zeer grote bewegingsvrijheid van de armen mogelijk.
Feit
De menselijke schedel beschermt de hersenen
De harde botten van de schedel vormen een beschermende omhulling rond de kwetsbare hersenen.
Feit
De vorm van de menselijke schedel veranderde tijdens de evolutie
Door de menselijke evolutie veranderden onder andere de vorm en verhoudingen van de schedel en hersenpan.
Feit
Menselijke tanden kunnen informatie geven over vroegere voeding
Slijtage, chemische kenmerken en beschadigingen van tanden kunnen aanwijzingen geven over het voedsel dat vroegere mensen aten.
Feit
Tanden kunnen onder bepaalde omstandigheden duizenden jaren bewaard blijven
Het harde tandglazuur en tandweefsel kunnen archeologisch zeer lang intact blijven.
Feit
DNA kan soms uit zeer oude menselijke resten worden gehaald
Onder gunstige omstandigheden kan oud DNA uit botten, tanden of andere menselijke resten worden gewonnen.
Feit
Oude DNA-onderzoeken kunnen migraties uit het verleden reconstrueren
Door genetische overeenkomsten en verschillen te onderzoeken kunnen wetenschappers historische verwantschappen en migratiepatronen bestuderen.
Feit
Archeologen gebruiken werktuigen om menselijke geschiedenis te onderzoeken
Werktuigen, gebouwen, graven en andere voorwerpen geven archeologen informatie over hoe vroegere mensen leefden.
Feit
Botten kunnen sporen van oude verwondingen bewaren
Genezen botweefsel kan aanwijzingen bevatten voor breuken, beschadigingen en andere verwondingen die iemand tijdens het leven opliep.
Feit
Tandsteen kan informatie over vroegere voeding bevatten
Verhard tandplak kan microscopische resten van planten en andere voedingsmiddelen bevatten die informatie geven over vroegere eetgewoonten.
Feit
Haar kan onder bepaalde omstandigheden zeer lang bewaard blijven
Onder droge, koude of zuurstofarme omstandigheden kan menselijk haar eeuwen of zelfs langer relatief goed bewaard blijven.
Feit
Voetafdrukken kunnen informatie geven over vroegere menselijke groepen
Oude voetafdrukken kunnen aanwijzingen geven over lichaamsbouw, looprichting en soms de groepssamenstelling van mensen uit het verleden.
Feit
Grotkunst is op verschillende continenten gevonden
Prehistorische schilderingen, gravures en andere vormen van rotskunst zijn op verschillende plaatsen over de wereld gevonden.
Feit
Sommige prehistorische schilderingen zijn tienduizenden jaren oud
Sommige grotschilderingen en andere afbeeldingen zijn ouder dan 30.000 jaar en behoren tot de oudste bekende kunstuitingen.
Feit
Prehistorische mensen gebruikten verschillende soorten pigmenten
Voor schilderingen werden onder andere oker, houtskool en mineralen gebruikt om verschillende kleuren te verkrijgen.
Feit
Rode oker werd door mensen al zeer lang als pigment gebruikt
Rode oker is een natuurlijk ijzermineraal dat al zeer lang wordt gebruikt voor schilderingen, lichaamsversiering en andere toepassingen.
Feit
Sommige prehistorische mensen maakten sieraden
Archeologische vondsten van kralen, schelpen en andere versieringen laten zien dat mensen al vroeg persoonlijke sieraden maakten en droegen.
Feit
Schelpen werden in de prehistorie als versiering gebruikt
Doorboorde schelpen zijn op verschillende archeologische vindplaatsen gevonden en werden waarschijnlijk onder andere als kralen of sieraden gebruikt.
Feit
Mensen voeren al duizenden jaren handel over grote afstanden
Archeologische vondsten tonen aan dat grondstoffen en voorwerpen al duizenden jaren over aanzienlijke afstanden werden uitgewisseld.
Feit
De eerste boeren verbouwden planten en hielden dieren
De overgang naar landbouw betekende dat mensen planten gingen telen en dieren gingen houden in plaats van uitsluitend van jacht en verzamelen te leven.
Feit
Landbouw ontstond onafhankelijk op meerdere plaatsen
Landbouw ontwikkelde zich op verschillende momenten en plaatsen, waaronder het Nabije Oosten, China, Meso-Amerika en delen van Zuid-Amerika.
Feit
Graan behoort tot de oudste belangrijke landbouwgewassen
Granen zoals tarwe en gerst werden al vroeg door landbouwgemeenschappen verbouwd en vormden belangrijke voedselbronnen.
Feit
Tarwe werd duizenden jaren geleden al verbouwd
Tarwe werd duizenden jaren geleden gedomesticeerd en werd een van de belangrijkste gewassen van vroege landbouwsamenlevingen.
Feit
Gerst behoort eveneens tot oude landbouwgewassen
Gerst werd al in de vroege landbouwperiode verbouwd en speelde een belangrijke rol als voedsel- en later ook als grondstof voor dranken.
Feit
Rijst werd duizenden jaren geleden in Azië verbouwd
Rijst werd in Azië duizenden jaren geleden gedomesticeerd en groeide uit tot een van de belangrijkste voedselgewassen ter wereld.
Feit
Maïs werd in Amerika gedomesticeerd
Maïs werd duizenden jaren geleden door mensen in Meso-Amerika uit wilde grassoorten ontwikkeld tot een belangrijk landbouwgewas.
Feit
Aardappelen werden oorspronkelijk in Zuid-Amerika geteeld
De aardappel werd oorspronkelijk in het Andesgebied van Zuid-Amerika gedomesticeerd en verspreidde zich later over de wereld.
Feit
Tomaten komen oorspronkelijk uit Amerika
De wilde voorouders van de tomaat komen uit Zuid- en Midden-Amerika en werden later wereldwijd als landbouwgewas verspreid.
Feit
Chilipepers komen oorspronkelijk uit Amerika
Chilipepers werden in Amerika gedomesticeerd en verspreidden zich na de Europese contacten over grote delen van de wereld.
Feit
Cacao werd al vóór de Europese kolonisatie gebruikt in Midden-Amerika
Inheemse culturen in Midden-Amerika gebruikten cacao al eeuwen vóór de komst van Europeanen voor dranken en andere toepassingen.
Feit
Kalkoenen werden in Amerika gedomesticeerd
Inheemse volkeren in Noord- en Midden-Amerika domesticeerden wilde kalkoenen voor voedsel en andere doeleinden.
Feit
Lama's werden in Zuid-Amerika gedomesticeerd
Lama's werden in het Andesgebied gedomesticeerd en werden onder andere gebruikt als lastdieren en voor wol.
Feit
Paarden werden duizenden jaren geleden gedomesticeerd
Paarden werden duizenden jaren geleden door mensen gedomesticeerd en werden belangrijk voor transport, landbouw en later oorlogvoering.
Feit
Honden behoren tot de vroegst gedomesticeerde dieren
Archeologisch en genetisch onderzoek wijst erop dat honden al tienduizenden jaren met mensen verbonden zijn.
Feit
Schapen werden duizenden jaren geleden gedomesticeerd
Schapen werden in het Nabije Oosten gedomesticeerd en werden belangrijke dieren voor wol, vlees en melk.
Feit
Geiten behoren eveneens tot de oudste gedomesticeerde landbouwhuisdieren
Geiten werden duizenden jaren geleden gedomesticeerd en konden goed worden gehouden in verschillende leefomstandigheden.
Feit
Varkens werden op meerdere plaatsen onafhankelijk gedomesticeerd
Genetisch onderzoek wijst erop dat varkens op verschillende plaatsen afzonderlijk van wilde zwijnen werden gedomesticeerd.
Feit
Katten leefden al dicht bij menselijke nederzettingen voordat ze volledig gedomesticeerd waren
Wilde katten werden aangetrokken door knaagdieren rond menselijke voedselvoorraden en raakten zo steeds nauwer met mensen verbonden.
Feit
Landbouw veranderde de manier waarop mensen woonden
Door landbouw konden mensen langer op één plaats blijven wonen en voedselvoorraden opbouwen.
Feit
Permanente nederzettingen werden belangrijker door landbouw
Akkerbouw en veeteelt stimuleerden de ontwikkeling van dorpen en later grotere permanente nederzettingen.
Feit
Opslag van graan maakte voedselvoorraden mogelijk
Gedroogd graan kan relatief lang worden bewaard en vormde daardoor een belangrijke voedselreserve.
Feit
Graanschuren moesten voedsel beschermen tegen vocht en dieren
Goede opslag moest graan beschermen tegen schimmels, vocht, insecten en knaagdieren.
Feit
Irrigatie maakte landbouw in droge gebieden mogelijk
Door water naar landbouwgrond te leiden konden gewassen worden verbouwd waar natuurlijke regenval onvoldoende was.
Feit
De eerste grote beschavingen ontstonden vaak bij rivieren
Rivieren leverden water, vruchtbare grond en mogelijkheden voor transport en handel.
Feit
Mesopotamië lag tussen de Tigris en de Eufraat
De naam Mesopotamië verwijst naar het gebied tussen deze twee grote rivieren in het huidige Irak en omliggende gebieden.
Feit
De Nijl speelde een grote rol in het oude Egypte
De jaarlijkse overstromingen van de Nijl leverden water en vruchtbare sedimenten voor de landbouw.
Feit
De Indusbeschaving ontwikkelde grote stedelijke nederzettingen
Steden zoals Harappa en Mohenjodaro beschikten over opvallend geplande straten en uitgebreide voorzieningen.
Feit
De beschaving rond de Indus gebruikte een nog niet volledig ontcijferd schrift
De tekens van het Indusschrift zijn bekend uit archeologische vondsten, maar hun precieze betekenis blijft onzeker.
Feit
De Maya's ontwikkelden een complex schrift
Het Mayaschrift combineerde tekens voor klanken en betekenissen en behoort tot de best bestudeerde precolumbiaanse schriften.
Feit
De Maya's gebruikten een geavanceerd kalendersysteem
Maya's gebruikten meerdere kalendercycli om tijd, rituelen en gebeurtenissen bij te houden.
Feit
De Maya's bouwden grote steden
Mayasteden konden grote tempelcomplexen, pleinen, paleizen en andere monumentale bouwwerken bevatten.
Feit
De Azteken bouwden hun hoofdstad Tenochtitlan op eilanden en verhoogde terreinen
De stad werd gebouwd in het Texcocomeer en maakte gebruik van verhoogde landbouwgronden en dijken.
Feit
Tenochtitlan lag op de plaats waar tegenwoordig Mexico-Stad ligt
Het historische centrum van het huidige Mexico-Stad bevindt zich grotendeels op de plek van de voormalige Azteekse hoofdstad.
Feit
De Inca's bouwden een uitgebreid wegennet
Het Incarijk beschikte over duizenden kilometers aan wegen die verschillende delen van het rijk met elkaar verbonden.
Feit
Het Incarijk strekte zich over een groot deel van de Andes uit
Het rijk strekte zich uit langs grote delen van de westelijke Andes in Zuid-Amerika.
Feit
De Inca's gebruikten geen alfabetisch schrift zoals Europese beschavingen
Voor administratieve informatie gebruikten zij onder andere quipu's, terwijl informatie ook mondeling werd doorgegeven.
Feit
Quipu's werden door de Inca's gebruikt voor informatieverwerking
Quipu's bestonden uit geknoopte koorden en konden onder andere numerieke en administratieve informatie vastleggen.
Feit
De oude Egyptenaren gebruikten verschillende soorten kalenderberekeningen
Kalenders hielpen bij het volgen van landbouwseizoenen, religieuze gebeurtenissen en de jaarlijkse cyclus van de Nijl.
Feit
De oude Egyptenaren gebruikten hiërogliefen
Hiërogliefen werden vooral gebruikt voor monumentale en religieuze teksten, naast andere schriftvormen.
Feit
De Egyptische samenleving kende gespecialiseerde ambachten
Ambachtslieden werkten onder andere als pottenbakker, metaalbewerker, steenbewerker, timmerman of juwelier.
Feit
Egyptische ambachtslieden maakten glasachtige materialen
In het oude Egypte werden glas en glasachtige materialen gemaakt voor onder andere kralen, sieraden en voorwerpen.
Feit
Egyptenaren gebruikten cosmetica
Cosmetica werd gebruikt voor verzorging, versiering en mogelijk ook bescherming tegen zonlicht.
Feit
Egyptische oogmake-up had ook praktische toepassingen
Donkere oogmake-up kon naast decoratie ook helpen tegen fel licht en mogelijk bepaalde infecties.
Feit
Papyrus groeide in het oude Egypte langs water
De papyrusplant groeide vooral in vochtige gebieden langs de Nijl en andere wateren.
Feit
Papyrus werd gebruikt voor onder andere schrijven
Uit papyrusstengels werden vellen gemaakt waarop teksten konden worden geschreven.
Feit
De oude Egyptenaren maakten ook boten van papyrus
Bundels van gedroogde papyrusstengels konden worden samengebonden tot lichte boten.
Feit
Egyptische mummies werden niet alleen van farao's gemaakt
Ook andere mensen werden gemummificeerd, afhankelijk van hun status, periode en beschikbare middelen.
Feit
Mummificatie was bedoeld om het lichaam te bewaren
Het behoud van het lichaam speelde een belangrijke rol in de Egyptische opvattingen over het hiernamaals.
Feit
Egyptische graven konden uitgebreide muurschilderingen bevatten
Grafdecoraties toonden onder andere goden, rituelen, voedsel, werk en scènes die met het hiernamaals verband hielden.
Feit
De piramides waren niet allemaal bedoeld als graven
Hoewel veel Egyptische piramides als koninklijke grafmonumenten werden gebouwd, hadden piramidecomplexen ook religieuze en symbolische functies.
Feit
De meeste piramides van Egypte zijn veel ouder dan de Romeinse tijd
De bekendste piramides werden duizenden jaren vóór de Romeinse overheersing van Egypte gebouwd.
Feit
De oude Grieken gebruikten zonnewijzers
Zonnewijzers gebruikten de schaduw van een staaf of ander onderdeel om het tijdstip van de dag aan te geven.
Feit
Griekse wetenschappers bestudeerden de beweging van hemellichamen
Oude Griekse astronomen ontwikkelden modellen om de bewegingen van zon, maan en planeten te beschrijven.
Feit
Eratosthenes berekende de omtrek van de aarde met schaduwen
Hij vergeleek de schaduwhoek op verschillende plaatsen en gebruikte het verschil om de grootte van de aarde te schatten.
Feit
Archimedes bestudeerde drijfkracht
Archimedes beschreef hoe een voorwerp in een vloeistof een opwaartse kracht ondervindt.
Feit
Archimedes onderzocht ook hefbomen
Hij bestudeerde de werking van hefbomen en beschreef hoe kracht en afstand elkaar daarbij beïnvloeden.
Feit
Pythagoras leefde duizenden jaren geleden
Pythagoras leefde in de zesde eeuw voor Christus en wordt vooral geassocieerd met de naar hem genoemde stelling.
Feit
De oude Grieken gebruikten mechanische apparaten
Griekse uitvinders ontwikkelden onder andere katrollen, pompen, tandwielen en andere mechanische constructies.
Feit
De Antikythera-machine is een oud mechanisch astronomisch instrument
Het apparaat werd gebruikt om astronomische cycli te berekenen en geldt als een bijzonder geavanceerd mechanisme uit de oudheid.
Feit
De Antikythera-machine bevatte tientallen tandwielen
De gevonden fragmenten tonen een complex systeem van tandwielen waarmee verschillende astronomische bewegingen konden worden berekend.
Feit
De Romeinen gebruikten beton
Romeinse bouwers gebruikten verschillende betonachtige mengsels voor gebouwen, wegen, havens en andere constructies.
Feit
Sommige Romeinse betonconstructies zijn nog steeds zichtbaar
Resten van Romeinse gebouwen, havens, bruggen en andere constructies zijn na ongeveer tweeduizend jaar nog aanwezig.
Feit
Romeins beton kon onder bepaalde omstandigheden zeer duurzaam zijn
Sommige Romeinse betonmengsels konden in vochtige omstandigheden bijzonder lang standhouden.
Feit
Romeinen gebruikten vloerverwarming
Via een hypocaustum werd warme lucht onder vloeren en soms door muren geleid.
Feit
Romeinse vloerverwarming heet hypocaustum
Een hypocaustum was een systeem waarbij een verhoogde vloer door warme lucht werd verwarmd.
Feit
Romeinse badhuizen hadden verschillende temperatuurzones
Badcomplexen konden ruimtes bevatten met verschillende temperaturen, van koelere tot zeer warme badruimtes.
Feit
Romeinen gebruikten aquaducten
Aquaducten brachten water vanuit bronnen naar steden, soms over zeer lange afstanden.
Feit
Romeinse wegen konden zeer recht worden aangelegd
Romeinse landmeters gebruikten technieken waarmee lange en relatief rechte wegtrajecten konden worden uitgezet.
Feit
Romeinse mijlpalen gaven afstanden aan
Mijlpalen langs wegen konden informatie geven over afstanden en soms over de aanleg of het onderhoud van een weg.
Feit
Romeinen gebruikten openbare toiletten
In Romeinse steden waren openbare latrines aanwezig die vaak door meerdere mensen tegelijk werden gebruikt.
Feit
Romeinse steden hadden rioleringssystemen
Sommige steden beschikten over uitgebreide afwaterings- en rioleringswerken, waaronder de beroemde Cloaca Maxima in Rome.
Feit
Het Romeinse rijk gebruikte meerdere talen
Naast Latijn waren onder andere Grieks en lokale talen belangrijk in verschillende delen van het rijk.
Feit
Latijn bleef eeuwenlang belangrijk in Europa
Latijn bleef na het Romeinse Rijk belangrijk in kerk, wetenschap, bestuur en onderwijs.
Feit
Veel moderne Europese talen zijn deels uit het Latijn ontstaan
Romaanse talen zoals Frans, Spaans, Italiaans, Portugees en Roemeens ontwikkelden zich grotendeels uit gesproken vormen van Latijn.
Feit
Het alfabet dat wij gebruiken heeft historische verbindingen met het Latijnse alfabet
Het moderne Latijnse alfabet ontwikkelde zich via oudere schrifttradities die teruggaan tot onder andere het Griekse alfabet.
Feit
Middeleeuwse kloosters bewaarden en kopieerden veel teksten
Monniken kopieerden in scriptoria religieuze en klassieke teksten, waardoor veel werken bewaard zijn gebleven.
Feit
Middeleeuwse manuscripten werden vaak met de hand geschreven
Voor de boekdrukkunst werden boeken letter voor letter met de hand gekopieerd.
Feit
Sommige middeleeuwse boeken bevatten miniatuurschilderingen
Handschriften konden rijk versierde initialen, illustraties en kleurrijke miniaturen bevatten.
Feit
Perkament wordt gemaakt van dierenhuiden
Perkament werd meestal gemaakt van zorgvuldig behandelde huid van onder andere kalveren, schapen of geiten.
Feit
Papier werd vanuit Azië naar andere delen van de wereld verspreid
Papierproductie ontstond in China en verspreidde zich in de eeuwen daarna via Azië naar het Midden-Oosten en Europa.
Feit
Papierproductie veranderde de verspreiding van informatie
Papier was relatief licht en geschikt voor het maken en bewaren van grote hoeveelheden geschreven informatie.
Feit
De boekdrukkunst maakte het produceren van veel identieke teksten eenvoudiger
Met druktechnieken konden veel exemplaren van dezelfde tekst aanzienlijk sneller worden gemaakt dan met handschrift.
Feit
Gutenbergs drukpers gebruikte losse metalen letters
Johannes Gutenberg maakte in Europa gebruik van afzonderlijke metalen letters die opnieuw konden worden gerangschikt.
Feit
De eerste gedrukte boeken werden niet uitsluitend in Europa gemaakt
In Oost-Azië bestonden al eeuwen vóór Gutenberg druktechnieken met blokdruk en later losse tekens.
Feit
Houtsneden werden al vóór de Europese boekdrukkunst gebruikt
Bij houtsnede werd een afbeelding of tekst uit een houten blok gesneden en vervolgens afgedrukt.
Feit
Chinese drukkers gebruikten al eeuwen eerder druktechnieken
In China werden al vroeg houten drukblokken en later andere druktechnieken gebruikt.
Feit
Korea kende al vroeg metalen losse drukletters
In Korea werden al vóór Gutenberg metalen losse letters gebruikt voor het drukken van teksten.
Feit
Boekdrukkunst hielp kennis sneller verspreiden
Gedrukte boeken maakten teksten toegankelijker en konden veel sneller in meerdere exemplaren worden verspreid.
Feit
De Reformatie werd mede versneld door de verspreiding van gedrukte teksten
Drukwerk maakte het mogelijk religieuze teksten, pamfletten en vertalingen op grote schaal te verspreiden.
Feit
Kastelen werden niet allemaal van steen gebouwd
Vroege kastelen werden vaak van hout en aarde gemaakt voordat steenbouw op grote schaal werd toegepast.
Feit
Veel vroege kastelen hadden houten verdedigingswerken
Houten palissaden en torens konden relatief snel worden gebouwd en boden bescherming tegen aanvallers.
Feit
Een motte-en-bailey-kasteel bestaat uit een kunstmatige heuvel en een omheinde nederzetting
De motte was de versterkte heuvel en de bailey was het omheinde terrein ernaast.
Feit
Middeleeuwse steden hadden vaak stadsmuren
Stadsmuren boden bescherming en konden tegelijk de toegangen tot een stad controleren.
Feit
Stadspoorten konden 's nachts worden gesloten
Poorten vormden belangrijke controlepunten en konden bij gevaar of 's nachts worden afgesloten.
Feit
Markten waren belangrijke handelsplaatsen
Op markten werden voedsel, grondstoffen, ambachtelijke producten en andere goederen verhandeld.
Feit
Gilden regelden bepaalde ambachten
Gilden waren organisaties van ambachtslieden die onder andere opleiding, kwaliteit en beroepsregels konden regelen.
Feit
Een middeleeuwse smid werkte met hoge temperaturen
Metaal moest sterk worden verhit voordat het door hameren en andere technieken kon worden gevormd.
Feit
Hoefijzers werden belangrijker naarmate paarden vaker als werkdieren werden gebruikt
Hoefijzers beschermden de hoeven van paarden tegen slijtage, vooral op harde ondergronden.
Feit
Paarden speelden een grote rol in middeleeuws transport
Paarden werden gebruikt voor reizen, landbouw, transport en militaire doeleinden.
Feit
Postduiven werden al lang voor moderne communicatie gebruikt
Getrainde duiven konden berichten over relatief grote afstanden terugbrengen naar hun vaste verblijfplaats.
Feit
Zeelieden gebruikten sterren voor navigatie
Sterren hielpen zeelieden om richting en positie op zee te bepalen wanneer herkenningspunten ontbraken.
Feit
De Poolster staat dicht bij de noordelijke hemelpool
Daardoor lijkt de Poolster vrijwel op dezelfde plaats aan de noordelijke hemel te blijven staan.
Feit
De Poolster staat niet precies boven de geografische Noordpool
De positie van Polaris ligt een klein beetje naast de exacte noordelijke hemelpool.
Feit
Astrolabia werden gebruikt voor astronomische metingen
Met een astrolabium konden onder andere de hoogte van hemellichamen en daarmee tijd of positie worden bepaald.
Feit
Kompasnavigatie veranderde de scheepvaart
Een kompas gaf zeelieden een bruikbaar richtingsreferentiepunt, ook wanneer sterren of land niet zichtbaar waren.
Feit
De magnetische noordpool ligt niet op dezelfde plaats als de geografische Noordpool
De magnetische pool wordt bepaald door het aardmagnetisch veld en bevindt zich op een andere locatie dan de geografische pool.
Feit
Magnetische polen verschuiven in de loop van de tijd
Veranderingen in het aardmagnetische veld zorgen ervoor dat de magnetische polen voortdurend van positie veranderen.
Feit
De Vikings gebruikten waarschijnlijk verschillende navigatiemethoden
Naast kustkennis konden zij onder andere zon, sterren, wind, golven en mogelijk speciale navigatiemiddelen gebruiken.
Feit
Zonnewijzers werken niet goed zonder zonlicht
Een zonnewijzer heeft een schaduw nodig om de tijd af te lezen en werkt daarom niet normaal bij volledige duisternis.
Feit
Mechanische klokken ontstonden vóór de moderne horloges
De eerste mechanische klokken waren grote apparaten die vooral in kerken en openbare gebouwen werden gebruikt.
Feit
De eerste mechanische klokken waren groot
Door hun omvang en complexe mechaniek waren vroege mechanische klokken niet geschikt om als persoonlijk horloge te dragen.
Feit
Openbare klokken werden belangrijke tijdsaanduiders in Europese steden
Klokken maakten het mogelijk om werktijden, markten en religieuze activiteiten gezamenlijk volgens een tijdschema te organiseren.
Feit
Minuten en seconden zijn afkomstig uit oude onderverdelingen van tijd
De verdeling van uren in kleinere eenheden gaat onder andere terug op oude Babylonische zestigtallige rekenmethoden.
Feit
Een schrikkeljaar compenseert voor het verschil tussen kalenderjaar en zonnejaar
Een extra dag voorkomt dat de kalender na verloop van tijd sterk uit de pas gaat lopen met de seizoenen.
Feit
De Gregoriaanse kalender werd ingevoerd om kalenderafwijkingen te corrigeren
De kalenderhervorming corrigeerde de afwijking die in de loop der eeuwen in de Juliaanse kalender was ontstaan.
Feit
Niet alle landen namen de Gregoriaanse kalender op dezelfde datum over
Verschillende landen stapten op verschillende momenten over, waardoor kalenderdata tijdelijk konden verschillen.
Feit
De Juliaanse kalender ging vooraf aan de Gregoriaanse kalender
De Juliaanse kalender werd ingevoerd tijdens de Romeinse tijd en vormde later de basis voor de Gregoriaanse hervorming.
Feit
Kalenders zijn door verschillende beschavingen ontwikkeld
Beschavingen ontwikkelden kalenders om landbouw, religieuze rituelen, seizoenen en maatschappelijke activiteiten te plannen.
Feit
Een kalender kan gebaseerd zijn op de maan, de zon of beide
Maankalenders volgen maanfasen, zonnekalenders het zonnejaar en lunisolaire kalenders combineren beide.
Feit
De islamitische kalender is een maankalender
De islamitische kalender bestaat uit twaalf maanmaanden en is daardoor korter dan een zonnejaar.
Feit
De Hebreeuwse kalender combineert maan- en zonnecycli
De kalender gebruikt maanmaanden maar voegt regelmatig een extra maand toe om met het zonnejaar in overeenstemming te blijven.
Feit
De oude Egyptische kalender had oorspronkelijk een vast aantal dagen
De burgerlijke Egyptische kalender telde 365 dagen en liep daardoor langzaam ten opzichte van het zonnejaar.
Feit
Maya-kalenders bestonden uit meerdere cycli
Maya's gebruikten verschillende kalenders en cycli voor onder andere religieuze en administratieve doeleinden.
Feit
De eerste bekende kaarten zijn duizenden jaren oud
Al in de oudheid maakten mensen kaarten om gebieden, routes en landschappen vast te leggen.
Feit
Oude kaarten waren niet altijd geografisch nauwkeurig
Kaartenmakers beschikten vaak over beperkte meetgegevens en baseerden zich soms op verhalen van reizigers.
Feit
Kaartmakers gebruikten soms verhalen van reizigers
Reisverslagen konden informatie leveren over plaatsen die de kaartmaker zelf nooit had bezocht.
Feit
Een wereldkaart kan de werkelijkheid vervormen door kaartprojectie
Bij het weergeven van een bolvormige aarde op een plat vlak ontstaan onvermijdelijk vervormingen.
Feit
Geen enkele platte wereldkaart kan de aarde zonder vervorming weergeven
Een boloppervlak kan niet volledig op een vlak worden afgebeeld zonder dat bijvoorbeeld afstanden, vormen of oppervlaktes veranderen.
Feit
De Mercatorprojectie vervormt vooral gebieden bij de polen
Gebieden worden richting de polen steeds groter weergegeven ten opzichte van hun werkelijke oppervlakte.
Feit
Groenland lijkt op sommige kaarten veel groter dan het werkelijk is
Op Mercatorkaarten wordt Groenland sterk vergroot weergegeven door de grote afstand tot de evenaar.
Feit
Kaartprojecties zijn wiskundige manieren om een bol op een vlak weer te geven
Een kaartprojectie bepaalt volgens wiskundige regels hoe geografische coördinaten op een plat kaartoppervlak worden geplaatst.
Feit
Breedtegraden lopen van oost naar west
Breedtecirkels lopen evenwijdig aan de evenaar en geven de afstand ten noorden of zuiden daarvan aan.
Feit
Lengtegraden lopen van noord naar zuid
Lengtelijnen verbinden de geografische polen en geven de positie ten oosten of westen van de nulmeridiaan aan.
Feit
De nulmeridiaan loopt door Greenwich
De internationaal afgesproken nulmeridiaan loopt door Greenwich in Londen en vormt het uitgangspunt voor lengtegraden.
Feit
Alle lengtegraden komen samen bij de polen
Meridianen lopen van de ene pool naar de andere en komen daar allemaal samen.
Feit
De evenaar verdeelt de aarde in een noordelijk en zuidelijk halfrond
De evenaar ligt op nul graden breedte en vormt de grens tussen beide aardhelften.
Feit
De internationale datumgrens volgt niet overal exact een rechte lijn
De grens wijkt op verschillende plaatsen af om eilanden en landen niet onnodig over twee kalenderdagen te verdelen.
Feit
De datumgrens maakt plaatselijke uitzonderingen mogelijk
Door de grillige ligging kunnen sommige eilanden en gebieden aan dezelfde kant van de kalenderdag blijven.
Feit
Tijdzones volgen niet overal exact de lengtegraden
Politieke grenzen en praktische afspraken zorgen ervoor dat tijdzones vaak afwijken van zuivere lijnen van vijftien lengtegraden.
Feit
China gebruikt officieel één tijdzone
Ondanks de grote oost-westafstand gebruikt heel China officieel China Standard Time, UTC+8.
Feit
Rusland gebruikt meerdere tijdzones
Door de enorme oost-westafstand heeft Rusland meerdere officiële tijdzones.
Feit
De Verenigde Staten gebruiken meerdere tijdzones
Het land beslaat meerdere tijdzones, waarbij ook Alaska en Hawaï afzonderlijke tijdzones hebben.
Feit
Australië gebruikt meerdere tijdzones
Door de omvang van het land en de ligging worden meerdere standaardtijdzones gebruikt.
Feit
Nepal gebruikt een tijdzone met een verschil van 45 minuten ten opzichte van UTC
Nepal Standard Time is UTC+5:45 en is daarmee een van de bekende kwartiertijdzones.
Feit
India gebruikt één officiële tijdzone
Het hele land gebruikt Indian Standard Time, UTC+5:30, ondanks de grote geografische omvang.
Feit
Sommige landen gebruiken halve tijdzones
Voorbeelden zijn India en Iran, waar de officiële tijdzone een verschil van dertig minuten met UTC heeft.
Feit
Sommige landen gebruiken kwartier-tijdzones
Nepal gebruikt UTC+5:45 en vormt daarmee een bekend voorbeeld van een tijdzone met een kwartierafwijking.
Feit
De aarde draait van west naar oost
Door deze draairichting komt de zon voor een waarnemer op aarde in het oosten op en gaat zij in het westen onder.
Feit
Daardoor lijkt de zon van oost naar west langs de hemel te bewegen
De dagelijkse schijnbare beweging van de zon wordt veroorzaakt door de draaiing van de aarde.
Feit
De aarde draait niet overal even snel aan het aardoppervlak
De hoeksnelheid is overal vrijwel gelijk, maar de lineaire snelheid is groter bij de evenaar.
Feit
De draaisnelheid aan de evenaar is groter dan bij de polen
Een punt aan de evenaar legt tijdens één omwenteling een grotere afstand af dan een punt dichter bij een pool.
Feit
De aarde draait eenmaal per etmaal om haar as
Ten opzichte van de sterren duurt één volledige omwenteling ongeveer 23 uur en 56 minuten.
Feit
Een sidereische dag is iets korter dan een gemiddelde zonnedag
Een siderische dag wordt gemeten ten opzichte van verre sterren en duurt ongeveer 23 uur en 56 minuten.
Feit
Een zonnejaar duurt niet exact 365 dagen
Het tropische jaar duurt ongeveer 365,2422 dagen, waardoor kalendercorrecties nodig zijn.
Feit
Daarom zijn schrikkeljaren nodig
Een schrikkeldag helpt het kalenderjaar in overeenstemming te houden met de seizoenen.
Feit
De baan van de aarde rond de zon is licht elliptisch
De aardbaan is geen perfecte cirkel maar een zeer licht uitgerekte ellips.
Feit
De aarde staat niet het hele jaar even ver van de zon
De afstand varieert doordat de aardbaan licht elliptisch is.
Feit
Seizoenen ontstaan vooral door de schuine stand van de aardas
De helling van de aardas verandert gedurende het jaar de invalshoek en duur van het zonlicht.
Feit
De zomer op het noordelijk halfrond valt niet samen met de kleinste afstand tot de zon
De aarde staat rond begin januari juist dichter bij de zon dan rond de zomer op het noordelijk halfrond.
Feit
Mercurius heeft kraters die naar beroemde kunstenaars zijn genoemd
Veel kraters op Mercurius dragen namen van bekende kunstenaars, schrijvers, componisten en andere culturele figuren.
Feit
Venus heeft meer vulkanen dan welke andere planeet ook die intensief is gekarteerd
Op Venus zijn zeer veel vulkanische structuren gevonden, mede dankzij radarwaarnemingen door dichte wolken heen.
Feit
Mars heeft een canyon die Valles Marineris heet
Valles Marineris is een enorm systeem van canyons dat een groot deel van de Martiaanse evenaar beslaat.
Feit
Valles Marineris is duizenden kilometers lang
Het canyonstelsel strekt zich over ongeveer vierduizend kilometer uit.
Feit
Mars heeft poolkappen
Aan beide polen bevinden zich permanente afzettingen van waterijs en, seizoensgebonden, koolstofdioxide-ijs.
Feit
Een deel van de poolkap van Mars bestaat uit bevroren koolstofdioxide
Koolstofdioxide bevriest tijdens de koude Martiaanse winter en vormt dan droogijs.
Feit
Jupiter heeft tientallen bekende manen
Door nieuwe ontdekkingen is het aantal bekende Jupiter-manen sterk toegenomen en het blijft veranderen.
Feit
De vier grootste manen van Jupiter werden door Galileo waargenomen
Galileo Galilei observeerde Io, Europa, Ganymedes en Callisto in 1610.
Feit
De vier grote Galileïsche manen zijn Io, Europa, Ganymedes en Callisto
Deze vier grote manen zijn bijzonder interessant omdat ze sterk van elkaar verschillen.
Feit
Ganymedes is groter dan de planeet Mercurius
Ganymedes heeft een grotere diameter dan Mercurius, hoewel Mercurius veel meer massa heeft.
Feit
Europa heeft een ijsoppervlak
Het oppervlak van Europa bestaat grotendeels uit waterijs en vertoont veel scheuren en ijsstructuren.
Feit
Onder het ijs van Europa bevindt zich waarschijnlijk een zoute oceaan
Wetenschappelijke metingen wijzen op een diepe ondergrondse oceaan van vloeibaar water onder de ijskorst.
Feit
Io is het vulkanisch actiefste grote hemellichaam in het zonnestelsel
De sterke getijdenkrachten van Jupiter en nabije manen produceren veel warmte in het binnenste van Io.
Feit
Callisto heeft een sterk bekraterd oppervlak
Het oppervlak van Callisto bevat zeer veel inslagkraters en behoort tot de oudste oppervlakken in het zonnestelsel.
Feit
Saturnus heeft een maan met een dichte atmosfeer
Titan bezit een dikke atmosfeer die voornamelijk uit stikstof bestaat.
Feit
Titan heeft meren en zeeën van vloeibare koolwaterstoffen
Aan het oppervlak van Titan komen meren en zeeën voor die voornamelijk methaan en ethaan bevatten.
Feit
Titan heeft een waterijsachtige korst
Waterijs vormt een belangrijk onderdeel van de buitenste vaste lagen van Titan.
Feit
Enceladus heeft geisers die materiaal de ruimte in spuiten
Via scheuren nabij de zuidpool wordt waterdamp en ander materiaal vanuit het binnenste de ruimte in geblazen.
Feit
Enceladus heeft een ondergrondse oceaan
Onder de ijskorst bevindt zich waarschijnlijk een wereldwijde of vrijwel wereldwijde oceaan van vloeibaar water.
Feit
Uranus heeft ringen
Rond Uranus bevinden zich meerdere smalle en relatief donkere ringen.
Feit
Uranus heeft tientallen bekende manen
De planeet heeft een groot aantal bekende manen met uiteenlopende afmetingen en eigenschappen.
Feit
Neptunus heeft een grote maan die Triton heet
Triton is verreweg de grootste maan van Neptunus.
Feit
Triton draait in tegengestelde richting rond Neptunus
De retrograde baan wijst erop dat Triton waarschijnlijk een gevangen object uit de Kuipergordel is.
Feit
Triton heeft een actief oppervlak met geisers
Voyager 2 observeerde pluimen die vanaf het oppervlak van Triton omhoog kwamen.
Feit
Pluto heeft een hartvormig gebied
Het opvallende lichte gebied werd in 2015 gefotografeerd door de New Horizons-missie.
Feit
Het hartvormige gebied van Pluto heet Tombaugh Regio
De naam verwijst naar Clyde Tombaugh, de ontdekker van Pluto.
Feit
Pluto heeft bergen van waterijs
Bij de zeer lage temperaturen van Pluto gedraagt waterijs zich hard genoeg om als gesteente te functioneren.
Feit
Waterijs gedraagt zich op Pluto als gesteente
Door de extreem lage temperaturen is waterijs daar veel stijver dan op aarde.
Feit
Ceres is de grootste bekende planetoïde in de hoofdgordel
Ceres is het grootste object in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter.
Feit
Ceres wordt ook als dwergplaneet geclassificeerd
Ceres is zowel het grootste object in de hoofdgordel als een officieel erkende dwergplaneet.
Feit
Ceres heeft heldere afzettingen in kraters
De opvallende heldere plekken bestaan voornamelijk uit zouten en werden onder andere door de Dawn-missie onderzocht.
Feit
De planetoïde Vesta is een van de grootste objecten in de hoofdgordel
Vesta is een van de grootste en meest massieve objecten in de planetoïdengordel.
Feit
Asteroïden zijn geen planeten
Asteroïden zijn kleinere rotsachtige of metaalrijke hemellichamen die niet voldoen aan de definitie van een planeet.
Feit
Meteoroïden zijn kleinere objecten in de ruimte
Meteoroïden zijn kleinere brokstukken die door de ruimte bewegen en vaak afkomstig zijn van asteroïden of kometen.
Feit
Een meteoor is het lichtverschijnsel dat ontstaat wanneer materiaal de atmosfeer binnendringt
De lichtende streep ontstaat door de verhitting en ionisatie van gas en materiaal rond het binnendringende object.
Feit
Een meteoriet is het deel dat de grond bereikt
Wanneer een deel van een meteoroïde de tocht door de atmosfeer overleeft en het oppervlak bereikt, heet het een meteoriet.
Feit
Niet iedere meteoroïde wordt een meteoriet
Veel kleine objecten verbranden of verdampen grotendeels voordat ze het aardoppervlak bereiken.
Feit
De meeste kleine meteoroïden verbranden of verdampen grotendeels in de atmosfeer
Door de hoge snelheid en interactie met de atmosfeer kunnen kleine objecten sterk verhitten en uiteenvallen.
Feit
Kometen kunnen lange staarten ontwikkelen wanneer ze dichter bij de zon komen
Zonnewarmte laat ijs en andere vluchtige stoffen verdampen, waardoor gas en stof uit de kern vrijkomen.
Feit
Een komeetstaart wijst over het algemeen van de zon af
Zonnewind en stralingsdruk duwen gas en stof van de zon weg.
Feit
Een komeet heeft een vaste kern
De kern bestaat voornamelijk uit ijs, stof en gesteente en vormt het vaste centrale deel van de komeet.
Feit
De coma rond een komeet ontstaat wanneer ijs en andere stoffen verdampen
Wanneer een komeet de zon nadert, ontstaat rond de kern een wolk van gas en stof die de coma wordt genoemd.
Feit
De zon heeft geen vast oppervlak zoals de aarde
De zon bestaat voornamelijk uit plasma en gas en heeft geen vaste aardachtige buitenlaag.
Feit
De zichtbare laag van de zon heet de fotosfeer
De fotosfeer is de laag waar het grootste deel van het zichtbare zonlicht vandaan komt.
Feit
Boven de fotosfeer bevindt zich de chromosfeer
De chromosfeer is een relatief dunne laag van de zonneatmosfeer boven de fotosfeer.
Feit
De buitenste atmosfeer van de zon heet de corona
De corona is de zeer ijle buitenste laag van de zonneatmosfeer en strekt zich miljoenen kilometers uit.
Feit
De corona is tijdens een totale zonsverduistering zichtbaar
Wanneer de heldere fotosfeer door de maan wordt bedekt, kan de veel zwakkere corona zichtbaar worden.
Feit
De corona is veel heter dan de zichtbare zonneoppervlakte
De temperatuur van de ijle corona kan miljoenen graden bereiken, terwijl de fotosfeer ongeveer 5.500 graden Celsius is.
Feit
De zon produceert energie door kernfusie
In de kern van de zon worden waterstofkernen onder hoge druk en temperatuur samengevoegd.
Feit
Bij kernfusie worden waterstofkernen omgezet in helium
In de zon leidt een reeks kernreacties uiteindelijk tot de vorming van helium uit waterstof.
Feit
De zon heeft een magnetisch veld
Bewegingen van elektrisch geladen plasma in de zon wekken en veranderen haar magnetische veld.
Feit
Het magnetische veld van de zon verandert voortdurend
De bewegingen van plasma veroorzaken voortdurende veranderingen in de structuur van het zonneveld.
Feit
De zonneactiviteit kent ongeveer elfjarige cycli
Het aantal zonnevlekken en andere vormen van zonneactiviteit varieert volgens een cyclus van gemiddeld ongeveer elf jaar.
Feit
Zonnevlekken zijn relatief koelere gebieden op het zonneoppervlak
Sterke magnetische velden remmen daar convectie, waardoor deze gebieden donkerder en koeler lijken.
Feit
Zonnevlekken kunnen groter zijn dan de aarde
Sommige zonnevlekken zijn enorme gebieden die vele malen groter zijn dan onze planeet.
Feit
Zonnevlammen kunnen grote hoeveelheden energie vrijmaken
Bij een zonnevlam komt in korte tijd zeer veel magnetische energie vrij.
Feit
De zonnewind bestaat uit geladen deeltjes
De zon zendt voortdurend vooral protonen en elektronen de ruimte in.
Feit
De zonnewind beïnvloedt het magnetisch veld van de aarde
De stroom van geladen deeltjes kan het aardmagnetisch veld samendrukken en verstoren.
Feit
Sterke zonneactiviteit kan poollicht versterken
Tijdens krachtige zonne-uitbarstingen bereiken meer geladen deeltjes de omgeving van de aarde.
Feit
Poollicht komt voor op beide polen
Poollicht ontstaat vooral in hoge breedtegraden rond zowel de magnetische noord- als zuidpool.
Feit
Poollicht ontstaat hoog in de atmosfeer
De lichtverschijnselen ontstaan wanneer geladen deeltjes botsen met gassen in de hoge atmosfeer.
Feit
De kleuren van poollicht hangen samen met verschillende gassen en hoogtes
Zuurstof en stikstof kunnen verschillende kleuren uitzenden afhankelijk van de hoogte en de energie van de botsingen.
Feit
Groen poollicht is vaak afkomstig van zuurstof
Zuurstofatomen op ongeveer honderd kilometer hoogte kunnen de kenmerkende groene kleur veroorzaken.
Feit
Rood poollicht kan eveneens door zuurstof ontstaan
Op grotere hoogten kan aangeslagen zuurstof rood licht uitzenden.
Feit
Blauw poollicht wordt onder andere met stikstof in verband gebracht
Stikstofmoleculen en -ionen kunnen bijdragen aan blauwe en paarse kleuren in poollicht.
Feit
Satellieten kunnen worden beïnvloed door ruimteweer
Sterke zonneactiviteit kan elektronica, communicatie en de atmosfeer rond satellieten beïnvloeden.
Feit
Ruimteweer kan radiosignalen verstoren
Veranderingen in de ionosfeer kunnen radiocommunicatie tijdelijk verstoren.
Feit
Ruimteweer kan navigatiesystemen beïnvloeden
Sterke verstoringen in de ionosfeer kunnen de nauwkeurigheid van satellietnavigatie verminderen.
Feit
Ruimteweer kan elektrische infrastructuur beïnvloeden
Sterke geomagnetische stormen kunnen elektrische stromen in lange geleiders zoals hoogspanningsnetten veroorzaken.
Feit
De aarde wordt beschermd door haar magnetosfeer
Het aardmagnetisch veld vormt een beschermende omgeving die een groot deel van de geladen zonnedeeltjes afbuigt.
Feit
De magnetosfeer houdt een groot deel van de zonnewind op afstand
De magnetosfeer vormt een soort schild rond de aarde, hoewel een deel van de zonnedeeltjes wel kan binnendringen.
Feit
Een raket werkt ook in de ruimte omdat hij massa naar achteren uitstoot
Volgens de derde wet van Newton krijgt de raket een tegengestelde impuls wanneer uitlaatgassen naar achteren worden uitgestoten.
Feit
Een raket heeft geen lucht nodig om voortstuwing te produceren
Een raket draagt de benodigde brandstof en oxidator mee en kan daardoor ook in het vrijwel lege heelal werken.
Feit
Raketmotoren verbranden brandstof en oxidator
Bij veel raketmotoren reageren brandstof en oxidator waarbij hete gassen met hoge snelheid worden uitgestoten.
Feit
Een raket draagt daarom vaak zijn eigen oxidator mee
Buiten de atmosfeer is nauwelijks zuurstof beschikbaar, waardoor raketten hun oxidator zelf moeten meenemen.
Feit
De meeste vliegtuigmotoren gebruiken zuurstof uit de atmosfeer
Straalmotoren halen lucht uit de atmosfeer en gebruiken de aanwezige zuurstof voor de verbranding.
Feit
Raketten kunnen daardoor buiten de atmosfeer werken
Omdat raketten hun oxidator meenemen, zijn ze niet afhankelijk van atmosferische zuurstof.
Feit
Een meertrapsraket laat lege onderdelen tijdens de vlucht vallen
Door lege brandstoftanks en motoren af te werpen hoeft de raket die nutteloze massa niet verder mee te nemen.
Feit
Door die onderdelen af te werpen wordt massa bespaard
Een lichtere raket kan efficiënter versnellen en meer nuttige lading naar een baan brengen.
Feit
De eerste kunstmatige satelliet heette Spoetnik 1
De Sovjet-Unie lanceerde Spoetnik 1 op 4 oktober 1957 als eerste kunstmatige satelliet.
Feit
Spoetnik 1 zond radiosignalen uit
De satelliet zond eenvoudige radiosignalen uit die vanaf de aarde konden worden ontvangen.
Feit
De eerste Amerikaanse satelliet heette Explorer 1
Explorer 1 werd in 1958 gelanceerd en ontdekte onder andere de Van Allen-gordels.
Feit
De eerste satellieten waren veel eenvoudiger dan moderne satellieten
Vroege satellieten hadden beperkte instrumenten en communicatiemogelijkheden vergeleken met moderne ruimtevaartuigen.
Feit
Satellieten kunnen aardobservaties uitvoeren
Satellieten maken beelden en metingen van onder andere land, zee, atmosfeer, vegetatie en ijs.
Feit
Satellieten kunnen weersystemen volgen
Weersatellieten verzamelen gegevens over wolken, temperatuur, vocht en stormsystemen.
Feit
Satellieten kunnen communicatiesignalen doorgeven
Communicatiesatellieten kunnen signalen tussen verschillende gebieden op aarde doorsturen.
Feit
Satellieten worden gebruikt voor navigatie
Navigatiesystemen zoals GPS bepalen posities met behulp van signalen van satellieten.
Feit
Satellieten kunnen de hoogte van zeeniveau meten
Radarhoogtemeters aan boord van satellieten kunnen kleine veranderingen in het zeeniveau wereldwijd meten.
Feit
De Hubble-ruimtetelescoop draait om de aarde
Hubble bevindt zich in een baan rond de aarde en kan daardoor buiten een groot deel van de atmosfeer waarnemen.
Feit
Hubble heeft beelden gemaakt van zeer verre sterrenstelsels
De telescoop heeft diepe beelden gemaakt waarin sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand zichtbaar zijn.
Feit
De James Webb-ruimtetelescoop werkt vooral in infrarood
JWST is ontworpen om voornamelijk infrarood licht te onderzoeken en draait rond de zon nabij het tweede Lagrangepunt.
Feit
Infraroodlicht kan door bepaalde stofwolken beter worden waargenomen dan zichtbaar licht
Infraroodstraling wordt minder sterk tegengehouden door sommige kosmische stofwolken dan zichtbaar licht.
Feit
Astronomen gebruiken verschillende soorten telescopen
Afhankelijk van het soort straling gebruiken astronomen onder andere optische, radio-, infrarood-, röntgen- en gammastralingstelescopen.
Feit
Radiotelescopen vangen radiogolven op
Radiotelescopen registreren radiostraling uit de ruimte en kunnen daarmee objecten onderzoeken die niet zichtbaar zijn in gewoon licht.
Feit
Röntgentelescopen worden buiten de atmosfeer gebruikt
De aardatmosfeer houdt vrijwel alle kosmische röntgenstraling tegen, waardoor waarneming vanuit de ruimte nodig is.
Feit
De aardatmosfeer houdt een deel van het elektromagnetische spectrum tegen
De atmosfeer blokkeert onder andere vrijwel alle röntgen- en gammastraling en een groot deel van het ultraviolet.
Feit
Daarom worden sommige telescopen in de ruimte geplaatst
Ruimtetelescopen kunnen straling waarnemen die vanaf het aardoppervlak niet of nauwelijks door de atmosfeer heen komt.
Feit
Astronauten dragen ruimtepakken voor bescherming
Een ruimtepak beschermt tegen het vacuüm, extreme temperaturen, straling en andere gevaren van de ruimte.
Feit
Een ruimtepak levert onder andere zuurstof
Het pak voorziet de astronaut van ademgas en voert uitgeademde koolstofdioxide af.
Feit
Een ruimtepak helpt ook de lichaamstemperatuur te regelen
Koelsystemen in het pak voeren lichaamswarmte af om oververhitting te voorkomen.
Feit
Ruimtepakken moeten tegen een bijna-vacuüm beschermen
Zonder druk zou lichaamsvocht bij lage omgevingsdruk gevaarlijk kunnen gaan verdampen.
Feit
Astronauten kunnen tijdens ruimtewandelingen tientallen meters van een ruimtestation verwijderd zijn
Tijdens een ruimtewandeling kunnen astronauten zich met veiligheidsvoorzieningen op enige afstand van het ruimtestation bevinden.
Feit
Een veiligheidslijn kan astronauten met een ruimtevaartuig verbinden
Een veiligheidslijn voorkomt dat een astronaut door kleine krachten van het ruimtevaartuig wegdrijft.
Feit
Sommige ruimtepakken hebben een klein voortstuwingssysteem als noodvoorziening
Een systeem zoals SAFER kan een astronaut bij een noodgeval helpen terugkeren naar het ruimtevaartuig.
Feit
Het internationale ruimtestation draait rond de aarde
Het ISS beweegt met hoge snelheid rond de aarde en voltooit meerdere omwentelingen per dag.
Feit
Het ISS bevindt zich in een lage baan om de aarde
Het ruimtestation draait op enkele honderden kilometers hoogte boven het aardoppervlak.
Feit
Het ISS heeft zonnepanelen voor energievoorziening
Grote zonnepanelen zetten zonlicht om in elektriciteit voor de systemen van het ruimtestation.
Feit
Astronauten kunnen in het ISS ongeveer zestien zonsopkomsten per etmaal meemaken
Omdat het ISS ongeveer iedere negentig minuten rond de aarde draait, ziet de bemanning veel dag-nachtwisselingen.
Feit
Het ISS is opgebouwd uit onderdelen die door meerdere landen zijn geleverd
Het ruimtestation is een internationaal project met belangrijke bijdragen van onder andere de Verenigde Staten, Rusland, Europa, Japan en Canada.
Feit
Haaien hebben geen botten zoals mensen
Het skelet van haaien bestaat voornamelijk uit kraakbeen, dat lichter en flexibeler is dan bot.
Feit
Het skelet van haaien bestaat voornamelijk uit kraakbeen
Kraakbeen geeft haaien ondersteuning en flexibiliteit zonder de massa van een volledig benig skelet.
Feit
Haaien hebben meerdere rijen tanden
Achter de functionele tanden bevinden zich bij veel soorten meerdere rijen vervangende tanden.
Feit
Haaitanden worden voortdurend vervangen
Wanneer een tand verloren gaat, kan een nieuwe tand uit een achterliggende rij naar voren schuiven.
Feit
Sommige haaiensoorten kunnen duizenden tanden gedurende hun leven vervangen
Door voortdurende tandvervanging kunnen sommige haaien tijdens hun leven zeer veel tanden produceren.
Feit
Haaien kunnen elektrische signalen van prooien waarnemen
Speciale elektroreceptoren rond de kop kunnen zeer zwakke elektrische velden detecteren.
Feit
Haaien hebben een zeer gevoelig reukvermogen
Hun reukorgaan kan zeer lage concentraties van bepaalde stoffen in water waarnemen.
Feit
Haaien bestonden al vóór de dinosauriërs
De oudste bekende haaiachtige dieren verschenen honderden miljoenen jaren geleden, vóór de eerste dinosauriërs.
Feit
Roggen zijn verwant aan haaien
Haaien en roggen behoren beide tot de kraakbeenvissen en zijn evolutionair nauw verwant.
Feit
Roggen hebben een afgeplat lichaam
Hun brede lichaam is aangepast aan een leven op of nabij de zeebodem bij veel soorten.
Feit
Elektrische roggen kunnen elektrische schokken produceren
Speciale elektrische organen kunnen sterke elektrische ontladingen produceren voor verdediging en het uitschakelen van prooien.
Feit
Zwaardvissen hebben een langwerpige bovenkaak
De lange snuit geeft de vis zijn kenmerkende zwaardachtige uiterlijk.
Feit
Zwaardvissen gebruiken hun snuit bij het jagen
Ze kunnen met hun snuit door een groep vissen slaan en daarna gewonde of verdoofde prooien eten.
Feit
Zeepaardjes behoren tot de vissen
Ondanks hun bijzondere uiterlijk zijn zeepaardjes echte beenvissen binnen de familie van de zeenaalden.
Feit
Bij zeepaardjes draagt het mannetje de ontwikkelende jongen
Het vrouwtje brengt de eitjes over naar de broedbuidel van het mannetje, waar ze zich verder ontwikkelen.
Feit
Pijlvissen kunnen waterstralen afschieten
Deze vissen richten een straal water op insecten boven het wateroppervlak.
Feit
Pijlvissen gebruiken waterstralen om insecten te raken
Door de straal precies te richten kunnen zij insecten van planten of andere oppervlakken laten vallen.
Feit
Klimbaar water kan door sommige vissen buiten het water worden overleefd
Sommige vissoorten kunnen korte of langere tijd buiten het water overleven dankzij aanpassingen aan hun ademhaling.
Feit
Kogelvissen behoren tot de familie van de Tetraodontidae
Tetraodontidae is de wetenschappelijke familie waartoe veel bekende kogelvissen behoren.
Feit
Zeeduivels gebruiken bij sommige soorten een lichtgevend lokorgaan
Bij diepzeesoorten kan een lichtgevend uiteinde aan een aanhangsel worden gebruikt om prooien dichterbij te lokken.
Feit
Lantaarnvissen produceren bioluminescent licht
Veel lantaarnvissen beschikken over lichtorganen waarmee ze blauwachtig licht kunnen produceren.
Feit
Veel diepzeedieren gebruiken bioluminescentie
In de donkere diepzee is zelf geproduceerd licht een belangrijke manier om te communiceren, jagen of zich te verdedigen.
Feit
Bioluminescentie kan dienen om prooien te lokken
Sommige roofdieren gebruiken licht om nieuwsgierige of aangetrokken prooien binnen bereik te brengen.
Feit
Bioluminescentie kan ook worden gebruikt voor communicatie
Lichtsignalen kunnen soortgenoten herkennen, partners aantrekken of andere dieren waarschuwen.
Feit
Sommige diepzeevissen hebben zeer grote ogen
Grote ogen kunnen helpen om het schaarse licht in de diepzee beter te benutten.
Feit
Andere diepzeedieren hebben juist sterk gereduceerde ogen
Bij soorten die nauwelijks afhankelijk zijn van zicht kunnen de ogen klein of grotendeels verdwenen zijn.
Feit
Diepzeedieren zijn aangepast aan enorme waterdruk
Hun lichaamsbouw en biochemie zijn aangepast aan de zeer hoge druk die op grote diepte heerst.
Feit
De druk in de diepzee kan honderden keren hoger zijn dan aan het oppervlak
Op enkele kilometers diepte kan de waterdruk honderden atmosfeer bedragen.
Feit
Reuzeninktvissen hebben enorme ogen
Grote ogen helpen deze dieren waarschijnlijk om in de donkere diepzee zwakke lichtsignalen te detecteren.
Feit
De ogen van een reuzeninktvis behoren tot de grootste dierenogen
De ogen kunnen tientallen centimeters groot worden en behoren daarmee tot de grootste bekende ogen van dieren.
Feit
Inktvissen hebben een interne schelpachtige structuur die een gladius wordt genoemd
De gladius is een stevige interne structuur die het lichaam van veel inktvissen ondersteunt.
Feit
Nautilussen hebben een uitwendige schelp
De bekende spiraalvormige schelp beschermt het lichaam en helpt bij het regelen van drijfvermogen.
Feit
Nautilussen behoren tot de koppotigen
Nautilussen zijn verwant aan octopussen, pijlinktvissen en sepia's.
Feit
Koppotigen hebben tentakels of armen
Hun ledematen rond de mond zijn gespecialiseerd voor onder andere grijpen, bewegen en voedsel verzamelen.
Feit
Octopussen behoren tot de koppotigen
Octopussen zijn weekdieren met acht armen en een zeer ontwikkeld zenuwstelsel.
Feit
Sepia's behoren eveneens tot de koppotigen
Sepia's zijn koppotigen met onder andere een interne kalkachtige structuur, de sepiaschelp.
Feit
Koppotigen kunnen hun huidkleur en patroon veranderen
Speciale pigmentcellen en reflecterende structuren maken snelle veranderingen in kleur en patroon mogelijk.
Feit
Sommige koppotigen gebruiken kleurverandering voor camouflage
Door kleuren en patronen aan hun omgeving aan te passen kunnen ze minder opvallen voor roofdieren en prooien.
Feit
Sommige koppotigen gebruiken kleurpatronen bij communicatie
Kleurveranderingen kunnen informatie geven over dreiging, paring of territoriaal gedrag.
Feit
Zeesterren zijn geen vissen
Zeesterren zijn ongewervelde dieren en behoren tot de stekelhuidigen.
Feit
Zeesterren behoren tot de stekelhuidigen
Tot deze diergroep behoren ook zee-egels, zeekomkommers en slangsterren.
Feit
Zeesterren hebben meestal vijf armen maar sommige soorten hebben er veel meer
Hoewel vijf armen typisch zijn, hebben sommige soorten tientallen of zelfs meer armen.
Feit
Zeesterren kunnen bij sommige soorten verloren armen regenereren
Verschillende soorten kunnen beschadigde of verloren armen gedeeltelijk of volledig opnieuw vormen.
Feit
Zee-egels behoren eveneens tot de stekelhuidigen
Zee-egels zijn nauw verwant aan zeesterren en hebben een kenmerkend radiaal lichaamsplan.
Feit
Zee-egels hebben een harde schaal
Hun kalkachtige skelet vormt een stevige schaal die het zachte lichaam beschermt.
Feit
Zee-egels bewegen met kleine buisvoetjes
De buisvoetjes maken deel uit van hun watervaatstelsel en helpen bij beweging en hechting.
Feit
Kikkers drinken geen water zoals mensen
Veel kikkers nemen water voornamelijk op via hun huid in plaats van het actief te drinken.
Feit
Veel kikkers nemen water op via hun huid
Een goed doorlaatbare huid maakt opname van water vanuit vochtige oppervlakken mogelijk.
Feit
Sommige kikkers kunnen maandenlang in een toestand van sterke uitdroging overleven
Enkele soorten kunnen extreme uitdroging doorstaan en hun lichaamsfuncties sterk vertragen totdat er weer water beschikbaar is.
Feit
De houtkikker kan gedeeltelijk bevriezen tijdens de winter
De houtkikker kan een groot deel van zijn lichaamswater laten bevriezen terwijl beschermende stoffen cellen tegen schade beschermen.
Feit
Een houtkikker kan na ontdooien weer actief worden
Na stijgende temperaturen ontdooit het dier geleidelijk en hervat het zijn normale lichaamsfuncties.
Feit
Sommige kikkers hebben gifstoffen in hun huid
Bepaalde soorten produceren huidstoffen die roofdieren kunnen afschrikken of vergiftigen.
Feit
Gifkikkers krijgen bepaalde gifstoffen via hun dieet
Bij sommige pijlgifkikkers hangen de sterkste gifstoffen samen met stoffen uit hun natuurlijke voedsel.
Feit
Salamanders behoren tot de amfibieën
Samen met kikkers en wormsalamanders vormen salamanders een van de drie hoofdgroepen van amfibieën.
Feit
Axolotls blijven hun hele leven in een larvale lichaamsvorm
Axolotls behouden onder normale omstandigheden hun uitwendige kieuwen en andere larvale kenmerken.
Feit
Axolotls kunnen verschillende lichaamsdelen regenereren
Ze kunnen onder andere ledematen, delen van het ruggenmerg en bepaalde andere weefsels opnieuw vormen.
Feit
Sommige salamanders kunnen ledematen opnieuw laten groeien
Regeneratie van ledematen komt bij verschillende salamandersoorten voor en is een belangrijk onderzoeksgebied.
Feit
Amfibieën hebben meestal een levensfase in water
Veel amfibieën beginnen hun leven als larve in water en ontwikkelen later een landfase.
Feit
Niet alle amfibieën hebben een volledig aquatische jeugd
Bij sommige soorten ontwikkelen de jongen zich grotendeels of volledig buiten open water.
Feit
Kikkervisjes ademen meestal met kieuwen
Kikkervisjes gebruiken aanvankelijk kieuwen om zuurstof uit het water op te nemen.
Feit
Volwassen kikkers gebruiken longen en huid voor ademhaling
Naast longademhaling kan een groot deel van de gaswisseling via de vochtige huid plaatsvinden.
Feit
Sommige salamanders hebben geen longen
Bij bepaalde salamanderfamilies zijn de longen volledig verdwenen.
Feit
De longloze salamanders ademen voornamelijk via hun huid
Hun dunne, vochtige huid neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide af.
Feit
Reptielen hebben schubben
Schubben helpen reptielen hun lichaam tegen uitdroging en beschadiging te beschermen.
Feit
Slangen hebben geen poten
De meeste moderne slangen hebben geen ledematen en bewegen met hun lange gespierde lichaam.
Feit
Sommige slangen hebben nog rudimentaire achterpoten
Bij sommige primitieve slangengroepen zijn kleine restanten van achterpoten aanwezig.
Feit
Pythons hebben kleine rudimentaire ledematen bij de cloaca
Deze kleine uitsteeksels zijn overblijfselen van achterste ledematen uit hun evolutionaire geschiedenis.
Feit
Slangen ruiken deels met hun tong en het vomeronasale orgaan
De tong verzamelt chemische deeltjes die via het orgaan van Jacobson verder worden onderzocht.
Feit
Slangen gebruiken hun tong om geurdeeltjes te verzamelen
Door de gevorkte tong snel in en uit de mond te bewegen verzamelen slangen chemische informatie uit de omgeving.
Feit
Sommige slangen kunnen infrarode straling waarnemen
Warmtegevoelige organen stellen bepaalde slangen in staat temperatuurverschillen van prooien te detecteren.
Feit
Warmtegevoelige groeforganen helpen sommige slangen prooien lokaliseren
Deze organen kunnen kleine verschillen in infrarode warmtestraling waarnemen.
Feit
Kameleons kunnen hun ogen grotendeels onafhankelijk bewegen
Elk oog kan afzonderlijk in verschillende richtingen bewegen, waardoor een groot gezichtsveld ontstaat.
Feit
Kameleons kunnen hun tong zeer snel uitsteken
Hun gespierde en elastische tong kan in zeer korte tijd een prooi bereiken.
Feit
Kameleontongen kunnen langer zijn dan hun lichaam
Bij sommige soorten kan de tong ongeveer anderhalf tot tweemaal de lichaamslengte bereiken.
Feit
Gecko's kunnen tegen gladde oppervlakken lopen
Speciale microscopische structuren op hun tenen zorgen voor sterke hechting.
Feit
Gecko's gebruiken microscopisch kleine structuren onder hun tenen
Duizenden kleine haartjes, setae genoemd, vergroten het contactoppervlak met een ondergrond.
Feit
Krokodillen zijn nauwer verwant aan vogels dan aan hagedissen
Krokodillen en vogels behoren beide tot de archosauriërs en delen een relatief recente gemeenschappelijke voorouder.
Feit
Krokodillen vervangen gedurende hun leven tanden
Een nieuwe tand kan een oude tand vervangen wanneer deze verloren gaat.
Feit
Alligators hebben een bredere snuit dan veel krokodillen
De snuit van veel alligators is breder en meer U-vormig dan die van veel echte krokodillen.
Feit
Schildpadden hebben een schild dat met hun skelet verbonden is
Ribben en wervels zijn tijdens de evolutie onderdeel geworden van de harde schildstructuur.
Feit
Het schild van een schildpad is geen los pantser
Het schild is anatomisch verbonden met het skelet en vormt een onderdeel van het lichaam.
Feit
Sommige schildpadden kunnen jarenlang leven
Verschillende soorten kunnen meerdere tientallen jaren oud worden en sommige zelfs veel ouder.
Feit
Sommige schildpadden kunnen onder water zeer lang hun adem inhouden
Hun stofwisseling kan sterk worden vertraagd, waardoor ze lange tijd weinig zuurstof nodig hebben.
Feit
Schildpadden kunnen via de huid rond de cloaca zuurstof opnemen
Bij sommige soorten vindt aanvullende zuurstofopname plaats via sterk doorbloede weefsels rond de cloaca.
Feit
Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen
Vleermuizen kunnen als enige zoogdieren actief met hun vleugels vliegen; andere zoogdieren kunnen alleen zweven.
Feit
Vliegende eekhoorns kunnen niet echt vliegen
Vliegende eekhoorns zweven van boom naar boom maar kunnen hun beweging niet op dezelfde manier actief sturen als een vliegende vleermuis.
Feit
Vliegende eekhoorns zweven met een huidplooi
Een huidvlies tussen voor- en achterpoten vormt een soort zweefvleugel.
Feit
Vleermuizen gebruiken bij veel soorten echolocatie
Veel insectenetende vleermuizen zenden hoge geluiden uit en gebruiken de echo's om hun omgeving te herkennen.
Feit
Echolocatie gebruikt geluidsgolven
Een dier zendt geluid uit en analyseert de terugkerende echo om afstand, richting en beweging te bepalen.
Feit
Vleermuizen kunnen insecten tijdens de vlucht opsporen
Echolocatie maakt het mogelijk om kleine bewegende prooien in volledige duisternis te lokaliseren.
Feit
Sommige vleermuizen eten fruit
Vruchtetende vleermuizen spelen in veel ecosystemen een rol bij zaadverspreiding.
Feit
Andere vleermuizen eten nectar
Nectar-etende soorten bezoeken bloemen en kunnen daarbij stuifmeel tussen bloemen overbrengen.
Feit
Sommige vleermuizen zijn belangrijke bestuivers
In tropische gebieden bestuiven vleermuizen onder andere bloemen van planten die 's nachts bloeien.
Feit
Vleermuizen verspreiden ook zaden
Vruchtenetende vleermuizen kunnen zaden over grote afstanden verspreiden.
Feit
De kleinste vleermuizen wegen slechts enkele grammen
Sommige vleermuissoorten behoren met een gewicht van slechts enkele grammen tot de kleinste zoogdieren.
Feit
Vleermuizen leven op vrijwel alle continenten behalve Antarctica
Ze komen voor in zeer uiteenlopende klimaten en leefgebieden, maar Antarctica heeft geen inheemse vleermuizen.
Feit
Holen zijn belangrijke schuilplaatsen voor veel vleermuizen
Grotten bieden bescherming en een relatief stabiele temperatuur voor rustende en overwinterende vleermuizen.
Feit
Vleermuizen kunnen in grote kolonies leven
Sommige soorten vormen kolonies met duizenden of zelfs miljoenen dieren.
Feit
Sommige vleermuizen houden een winterslaap
Bij soorten uit gematigde gebieden kan de stofwisseling tijdens de winter sterk worden verlaagd.
Feit
Dolfijnen slapen niet zoals mensen acht uur achter elkaar
Dolfijnen moeten regelmatig naar het wateroppervlak komen om adem te halen en slapen daarom in kortere rustperioden.
Feit
Dolfijnen kunnen één hersenhelft tegelijk laten rusten
Door unihemisferische slaap kan een deel van de hersenen rusten terwijl het andere deel actief blijft.
Feit
Walvissen hebben een blaasgat boven op hun kop
Het blaasgat is de opening waarmee een walvis lucht in- en uitademt.
Feit
Tandwalvissen hebben tanden
Tandwalvissen gebruiken hun tanden vooral om prooien te grijpen in plaats van ze uitgebreid te kauwen.
Feit
Baleinwalvissen gebruiken baleinen om voedsel uit water te filteren
Baleinen zijn platen van keratine waarmee deze walvissen kleine prooidieren zoals krill uit water zeven.
Feit
Blauwe vinvissen zijn de grootste bekende dieren die ooit hebben geleefd
Volwassen blauwe vinvissen kunnen langer dan 25 meter worden en meer dan honderd ton wegen.
Feit
Een blauwe vinvis heeft een hart dat honderden kilo's kan wegen
Het hart van een volwassen blauwe vinvis behoort tot de grootste harten van alle dieren.
Feit
Walvissen communiceren met geluid
Geluid reist goed door water en speelt daardoor een belangrijke rol bij communicatie onder zee.
Feit
Bultruggen maken complexe geluidspatronen
Vooral mannetjes kunnen lange en veranderlijke zangstructuren produceren.
Feit
Bultrugwalvissen staan bekend om hun zang
Hun zang bestaat uit herhaalde patronen die binnen populaties in de loop van de tijd kunnen veranderen.
Feit
Orka's zijn tandwalvissen
Orka's hebben tanden en jagen op een grote variatie aan prooien.
Feit
Orka's behoren tot de dolfijnenfamilie
De orka is de grootste soort binnen de familie Delphinidae.
Feit
Zeeotters gebruiken stenen als gereedschap
Sommige zeeotters gebruiken stenen om schelpen van prooidieren open te breken.
Feit
Zeeotters hebben een zeer dichte vacht
Hun uitzonderlijk dichte vacht helpt een isolerende luchtlaag rond de huid vast te houden.
Feit
De vacht van zeeotters helpt hen warm te blijven in koud water
Omdat zeeotters weinig onderhuids vet hebben, is hun vacht van groot belang voor isolatie.
Feit
Zeeotters hebben geen dikke speklaag zoals zeehonden
Zeeotters vertrouwen vooral op hun dichte vacht en hoge stofwisseling om warm te blijven.
Feit
Zeehonden hebben snorharen die waterbewegingen kunnen waarnemen
Hun gevoelige snorharen kunnen kleine bewegingen in het water registreren die door prooien worden veroorzaakt.
Feit
Zeeleeuwen kunnen hun achterste vinnen onder hun lichaam draaien
Hierdoor kunnen ze zich op het land veel efficiënter voortbewegen dan echte zeehonden.
Feit
Walrussen hebben lange slagtanden
De slagtanden zijn verlengde hoektanden en worden gebruikt bij onder andere verdediging en interactie.
Feit
Walrussen gebruiken hun snorharen om voedsel op de zeebodem te vinden
De gevoelige snorharen kunnen kleine prooien en structuren op de zeebodem detecteren.
Feit
IJsberen zijn uitstekende zwemmers
Ze kunnen lange afstanden zwemmen en zijn sterk aangepast aan een leven rond het Arctische zee-ijs.
Feit
IJsberen hebben zwarte huid onder hun lichte vacht
De donkere huid helpt mogelijk bij het absorberen van zonnestraling.
Feit
De haren van ijsberen zijn grotendeels kleurloos
De haren bevatten weinig pigment en kunnen licht op verschillende manieren verstrooien.
Feit
De lichte kleur van ijsbeervacht ontstaat door lichtverstrooiing
Het haar zelf is grotendeels kleurloos, maar verstrooit licht waardoor de vacht wit of crème lijkt.
Feit
Kamelen kunnen lange tijd zonder direct water drinken
Ze kunnen veel water in korte tijd opnemen en verliezen relatief weinig water onder droge omstandigheden.
Feit
Kamelen slaan water niet simpelweg op in hun bulten
De bulten dienen voornamelijk als opslagplaats voor vet en niet als waterreservoir.
Feit
De bult van een kameel bevat voornamelijk vet
Het opgeslagen vet kan als energiebron worden gebruikt wanneer voedsel schaars is.
Feit
Dromedarissen hebben één bult
De dromedaris is de eenbultige kameelsoort die vooral in droge gebieden van Noord-Afrika en Azië voorkomt.
Feit
Bactrische kamelen hebben twee bulten
De tweebultige kameel is aangepast aan koudere en drogere gebieden van Centraal-Azië.
Feit
Kamelen kunnen hun lichaamswarmte sterk laten variëren
Door hun lichaamstemperatuur meer te laten schommelen kunnen ze onder bepaalde omstandigheden waterverlies beperken.
Feit
Kamelen hebben lange wimpers die helpen tegen zand
De lange wimpers helpen voorkomen dat zand en stof gemakkelijk in de ogen terechtkomen.
Feit
Kamelen hebben neusgaten die deels kunnen worden afgesloten
Door de neusgaten te vernauwen kunnen kamelen zich beter beschermen tegen zandstormen.
Feit
Een slak kan duizenden tanden hebben
Sommige slakken hebben duizenden microscopische tandjes op hun radula, waarmee ze voedsel afschrapen.
Feit
De tanden van sommige slakken zitten op een rasptong
De kleine tandjes staan op een beweegbare structuur waarmee voedsel van oppervlakken wordt geschraapt.
Feit
Die rasptong heet een radula
De radula is een kenmerkend voedingsorgaan van veel weekdieren.
Feit
Slakken kunnen slijm gebruiken om over oppervlakken te bewegen
Het slijm vermindert wrijving en helpt de slak zich vast te hechten aan de ondergrond.
Feit
Naaktslakken zijn weekdieren
Naaktslakken behoren tot de buikpotigen, dezelfde grote groep als slakken met een zichtbare schelp.
Feit
Slakken behoren tot de weekdieren
Slakken zijn buikpotigen binnen de stam van de weekdieren.
Feit
Mosselen zijn eveneens weekdieren
Mosselen behoren tot de tweekleppigen en hebben een schelp die uit twee kleppen bestaat.
Feit
Oesters zijn weekdieren
Oesters behoren eveneens tot de tweekleppigen en leven meestal vastgehecht aan een ondergrond.
Feit
Oesters kunnen parels vormen
Wanneer een vreemd deeltje of irritatie het weefsel prikkelt, kan een oester parelmoer afzetten.
Feit
Parels ontstaan wanneer een irriterend materiaal in het weefsel terechtkomt
De oester kan het irriterende materiaal omgeven met laagjes parelmoer.
Feit
Niet iedere oester produceert een waardevolle parel
De vorm, grootte, kleur en kwaliteit van een parel verschillen sterk en veel gevormde parels hebben weinig commerciële waarde.
Feit
Koralen behoren tot de neteldieren
Koralen zijn verwant aan kwallen en anemonen en beschikken over netelcellen.
Feit
Anemonen behoren eveneens tot de neteldieren
Zeeanemonen zijn neteldieren die meestal vast op een ondergrond leven.
Feit
Kwallen kunnen gifstoffen via netelcellen afgeven
Netelcellen bevatten structuren die gifstoffen kunnen injecteren bij aanraking.
Feit
Netelcellen worden gebruikt om prooien te vangen
Met deze gespecialiseerde cellen kunnen neteldieren prooien verlammen of afschrikken.
Feit
Sponzen filteren water door hun lichaam
Water stroomt door kleine openingen naar binnen en verlaat het lichaam via grotere openingen.
Feit
Sommige sponzen bevatten chemische stoffen die roofdieren afschrikken
Sponzen kunnen verschillende stoffen produceren die bescherming bieden tegen predatie en aangroei.
Feit
Sommige zeekomkommers kunnen delen van hun ingewanden uitstoten
Bij bedreiging kunnen bepaalde soorten organen of kleverige structuren uitstoten om een aanvaller af te schrikken.
Feit
Zeekomkommers behoren tot de stekelhuidigen
Ze zijn verwant aan zeesterren en zee-egels en hebben een typisch stekelhuidigen-watervaatstelsel.
Feit
Zeekomkommers hebben geen armen zoals zeesterren
Hun lichaam is langwerpig en zacht in plaats van opgebouwd uit duidelijk herkenbare armen.
Feit
Kreeften groeien door te vervellen
Omdat hun harde exoskelet niet meegroeit, moeten kreeften het regelmatig afwerpen.
Feit
Een kreeft moet zijn oude pantser afwerpen om groter te worden
Na het vervellen is het nieuwe pantser tijdelijk zacht en kan het dier groeien voordat het uithardt.
Feit
Krabben kunnen hun scharen gebruiken om voedsel te verwerken
De scharen kunnen worden gebruikt om prooien vast te pakken, te breken of te knippen.
Feit
Krabben kunnen bij sommige soorten verloren ledematen regenereren
Na een volgende vervelling kan een verloren poot of schaar gedeeltelijk worden teruggevormd.
Feit
Garnalen behoren tot de kreeftachtigen
Garnalen zijn geleedpotigen binnen de groep van de kreeftachtigen.
Feit
Kreeftachtigen hebben een uitwendig skelet
Het harde exoskelet beschermt het lichaam en biedt steun aan de spieren.
Feit
Rivierkreeften kunnen hun scharen opnieuw laten aangroeien
Na verlies kan een nieuwe schaar zich tijdens volgende vervellingen geleidelijk ontwikkelen.
Feit
Pistoolgarnalen produceren een extreem snelle waterstraal
Met hun speciale schaar creëren ze een krachtige waterstraal die prooien kan verdoven.
Feit
De waterstraal van een pistoolgarnaal kan een cavitatiebel veroorzaken
Door de extreem snelle waterbeweging ontstaat tijdelijk een lage-drukbel die vervolgens instort.
Feit
Cavitatie ontstaat wanneer de druk in een vloeistof plotseling sterk verandert
Bij een snelle drukdaling kunnen dampbellen ontstaan die bij drukherstel weer instorten.
Feit
Bidsprinkhaankreeften behoren tot de krachtigste stootdieren
Hun gespecialiseerde voorpoten kunnen met uitzonderlijk hoge snelheid en kracht worden dichtgeslagen.
Feit
Hun slag kan een cavitatiebel veroorzaken
De zeer snelle beweging van de slag kan lokaal de waterdruk sterk verlagen en cavitatie veroorzaken.
Feit
Sommige kreeftachtigen zien gepolariseerd licht
Speciale fotoreceptoren kunnen informatie uit de polarisatie van licht gebruiken voor oriëntatie en communicatie.
Feit
Kreeftachtigen vervellen om te groeien
Het harde exoskelet moet regelmatig worden vervangen omdat het niet met het dier meegroeit.
Feit
Het exoskelet beschermt het zachte lichaam van een geleedpotige
De harde buitenlaag biedt bescherming, ondersteuning en plaatsen waar spieren aan kunnen vasthechten.
Feit
Geleedpotigen vormen de grootste diergroep
Tot de geleedpotigen behoren onder andere insecten, spinnen en kreeftachtigen en zij omvatten enorm veel soorten.
Feit
Insecten behoren tot de geleedpotigen
Insecten hebben een exoskelet, gelede poten en een gesegmenteerd lichaam.
Feit
Spinachtigen behoren eveneens tot de geleedpotigen
Spinnen, schorpioenen en mijten behoren allemaal tot de geleedpotigen.
Feit
Kreeftachtigen zijn ook geleedpotigen
Kreeften, krabben, garnalen en veel andere soorten delen de typische kenmerken van deze diergroep.
Feit
Duizendpotigen behoren tot de geleedpotigen
Duizendpotigen hebben een gesegmenteerd lichaam en gelede poten en behoren tot de Myriapoda.
Feit
Geleedpotigen hebben een uitwendig skelet
Het exoskelet bestaat uit stevige materialen en beschermt het lichaam.
Feit
Geleedpotigen hebben gelede poten
Hun poten bestaan uit afzonderlijke segmenten die via gewrichten met elkaar verbonden zijn.
Feit
Hun naam verwijst naar hun gelede ledematen
De naam Arthropoda betekent letterlijk ongeveer gelede poten.
Feit
Het exoskelet bestaat bij veel geleedpotigen grotendeels uit chitine
Chitine is een sterk polysacharide dat samen met andere stoffen een stevig en licht exoskelet vormt.
Feit
Sommige planten communiceren via chemische stoffen
Planten kunnen chemische signalen gebruiken om te reageren op aanvallers en veranderingen in hun omgeving.
Feit
Planten kunnen vluchtige stoffen afgeven wanneer ze worden beschadigd
Deze stoffen kunnen naburige planten of dieren signaleren dat er sprake is van vraat of beschadiging.
Feit
Die stoffen kunnen natuurlijke vijanden van planteneters aantrekken
Bepaalde geurstoffen trekken roofdieren of parasieten aan die de planteneters aanvallen.
Feit
Planten kunnen signalen via schimmelnetwerken uitwisselen
Mycorrhizaschimmels verbinden wortels van planten en kunnen onder bepaalde omstandigheden stoffen en signalen tussen planten transporteren.
Feit
Wortels kunnen groeien richting water
Plantenwortels kunnen vochtgradiënten waarnemen en hun groei daarop aanpassen.
Feit
Wortels kunnen reageren op zwaartekracht
De richting waarin wortels groeien wordt mede bepaald door gravitropische reacties.
Feit
Stengels groeien bij veel planten richting licht
Groeiende stengels vertonen vaak positieve fototropie en buigen daardoor richting een lichtbron.
Feit
Dit groeigedrag heet fototropie
Fototropie is de gerichte groeireactie van een plant op licht.
Feit
Wortelgroei reageert onder andere op zwaartekracht
Wortels groeien meestal in de richting van de zwaartekracht, hoewel andere signalen de groei kunnen beïnvloeden.
Feit
Dit heet gravitropie
Gravitropie beschrijft de groeireactie van planten op de richting van de zwaartekracht.
Feit
Sommige planten sluiten bladeren bij aanraking
Bij bepaalde planten kan een snelle beweging van bladeren ontstaan door veranderingen in celdruk.
Feit
Mimosa pudica staat bekend om snelle bladbewegingen
Bij aanraking kunnen de blaadjes van deze plant snel dichtklappen.
Feit
Venusvliegenvangers hebben gespecialiseerde vangbladeren
De bladeren vormen een klepachtige val die bij voldoende prikkels snel kan sluiten.
Feit
Vleesetende planten groeien vaak in voedselarme bodems
Op zulke plaatsen kunnen ze extra voedingsstoffen verkrijgen door kleine dieren te vangen en af te breken.
Feit
Vleesetende planten halen vooral stikstof uit gevangen prooien
Dierlijke prooien leveren mineralen zoals stikstof die in voedselarme bodems beperkt beschikbaar kunnen zijn.
Feit
Sommige planten hebben nectarklieren buiten bloemen
Extraflorale nectariën produceren nectar die niet rechtstreeks voor bestuiving bedoeld hoeft te zijn.
Feit
Mieren kunnen worden aangetrokken door plantennectar
Nectar vormt voor mieren een energierijke voedselbron.
Feit
Sommige planten leven in symbiose met mieren
Planten kunnen mieren voedsel of onderdak bieden terwijl de mieren bescherming tegen planteneters leveren.
Feit
Mieren kunnen planten tegen planteneters beschermen
Agressieve mieren kunnen insecten of andere dieren verjagen die van de plant eten.
Feit
Acacia's kunnen in bepaalde omstandigheden met mieren samenwerken
Sommige acaciasoorten bieden mieren voedsel en huisvesting in ruil voor bescherming.
Feit
Peulvruchten werken samen met stikstofbindende bacteriën
Bacteriën in wortelknolletjes helpen stikstof uit de atmosfeer beschikbaar te maken voor de plant.
Feit
Wortelknolletjes van peulvruchten bevatten vaak stikstofbindende bacteriën
De knolletjes ontstaan door een samenwerking tussen plant en bacteriën die stikstof kunnen vastleggen.
Feit
Die bacteriën zetten stikstof om in vormen die planten kunnen benutten
Via biologische stikstofbinding wordt atmosferische stikstof omgezet in verbindingen die in de stofwisseling van planten kunnen worden gebruikt.
Feit
Stikstof is een belangrijk bestanddeel van eiwitten
Aminozuren, de bouwstenen van eiwitten, bevatten stikstof.
Feit
Stikstof is ook onderdeel van DNA
Stikstof komt voor in de stikstofbasen waaruit DNA en RNA zijn opgebouwd.
Feit
Fotosynthese zet lichtenergie om in chemische energie
Planten gebruiken lichtenergie om uit water en koolstofdioxide energierijke organische stoffen te vormen.
Feit
Planten gebruiken water bij fotosynthese
Water levert onder andere elektronen en waterstof die tijdens fotosynthese worden gebruikt.
Feit
Zuurstof ontstaat als bijproduct van fotosynthese
De zuurstof die planten afgeven ontstaat voornamelijk uit watermoleculen die tijdens de lichtreacties worden gesplitst.
Feit
Planten gebruiken suikers als energiebron en bouwstof
Glucose en andere suikers kunnen worden verbrand voor energie of worden omgezet in andere plantaardige stoffen.
Feit
Bomen kunnen koolstof jarenlang in hout opslaan
Koolstof uit koolstofdioxide wordt tijdens de groei vastgelegd in biomassa zoals hout.
Feit
Groeiringen in bomen kunnen informatie over vroegere omstandigheden bewaren
De breedte en structuur van jaarringen kunnen informatie geven over bijvoorbeeld droogte, temperatuur en groeiseizoenen.
Feit
Smalle jaarringen kunnen samenhangen met moeilijke groeijaren
Droogte, koude, ziekten of andere stressfactoren kunnen de jaarlijkse groei beperken.
Feit
Dendrochronologie gebruikt jaarringen om gebeurtenissen te dateren
Door jaarringpatronen tussen bomen en houtmonsters te vergelijken kunnen onderzoekers ouderdom en vroegere omstandigheden bepalen.
Feit
Sommige bomen kunnen duizenden jaren oud worden
Bepaalde boomsoorten, zoals bristlecone-dennen, kunnen duizenden jaren blijven leven.
Feit
Een van de oudste levende boomsoorten is de bristlecone pine
Bristlecone-dennen behoren tot de oudste individueel levende bomen die wetenschappelijk zijn gedateerd.
Feit
Sequoia's behoren tot de grootste bomen ter wereld
Reuzensequoia's kunnen enorme volumes bereiken en behoren tot de zwaarste levende organismen.
Feit
Reuzensequoia's kunnen enorme stamvolumes bereiken
Door hun grote hoogte en zeer dikke stammen kunnen individuele bomen duizenden kubieke meters hout bevatten.
Feit
Redwoods behoren tot de hoogste bomen ter wereld
Kustsequoia's kunnen hoogtes van meer dan honderd meter bereiken.
Feit
Bomen kunnen via wortels en schimmels stoffen uitwisselen
Mycorrhizaschimmels verbinden wortels en kunnen onder bepaalde omstandigheden water, voedingsstoffen en signaalstoffen transporteren.
Feit
Bladeren verliezen water via huidmondjes
Water verdampt via kleine openingen in het bladoppervlak die huidmondjes worden genoemd.
Feit
Huidmondjes regelen gasuitwisseling
Ze regelen de opname van koolstofdioxide en het verlies van waterdamp en zuurstof.
Feit
Planten kunnen huidmondjes openen en sluiten
De plant kan zo de gasuitwisseling en het waterverlies aanpassen aan de omstandigheden.
Feit
Verdamping via bladeren heet transpiratie
Transpiratie is het verlies van waterdamp door planten, vooral via huidmondjes.
Feit
Diamant is het hardste natuurlijke mineraal op de Mohs-schaal
Diamant heeft een hardheid van 10 op de schaal van Mohs en kan veel andere mineralen krassen.
Feit
Talk is een van de zachtste mineralen op de Mohs-schaal
Talk heeft een hardheid van 1 en kan gemakkelijk met een vingernagel worden bekrast.
Feit
Kwarts is een veelvoorkomend mineraal
Kwarts komt in veel gesteenten voor en is een belangrijk bestanddeel van onder andere zand.
Feit
Kwarts bestaat uit silicium en zuurstof
De chemische formule van kwarts is SiO₂, bestaande uit silicium en zuurstof.
Feit
Amethist is een paarse variëteit van kwarts
De paarse kleur van amethist wordt vooral veroorzaakt door sporen van ijzer en bestraling.
Feit
Citrien is een gele variëteit van kwarts
Natuurlijk citrien is relatief zeldzaam en heeft een gele tot oranje kleur.
Feit
Rozenkwarts is een roze variëteit van kwarts
De roze kleur wordt veroorzaakt door kleine hoeveelheden specifieke elementen en insluitsels.
Feit
Agaat is een variëteit van microkristallijn kwarts
Agaat bestaat uit zeer fijn kristallijn kwarts en vertoont vaak karakteristieke kleurbanden.
Feit
Obsidiaan is vulkanisch glas
Obsidiaan ontstaat wanneer silica-rijke lava zo snel afkoelt dat er nauwelijks kristallen ontstaan.
Feit
Obsidiaan ontstaat wanneer lava snel afkoelt
Door de snelle afkoeling krijgen mineralen onvoldoende tijd om grote kristallen te vormen.
Feit
Puimsteen kan op water drijven
Veel puimsteen bevat zoveel ingesloten gasblaasjes dat de gemiddelde dichtheid lager is dan die van water.
Feit
Puimsteen bevat veel kleine gasblaasjes
Tijdens een explosieve vulkaanuitbarsting kan gas in snel afkoelend magma worden opgesloten.
Feit
Basalt is een veelvoorkomend vulkanisch gesteente
Basalt ontstaat meestal wanneer relatief vloeibare lava aan het aardoppervlak afkoelt.
Feit
Graniet is een stollingsgesteente
Graniet ontstaat wanneer magma langzaam diep onder het aardoppervlak afkoelt en grote kristallen vormt.
Feit
Kalksteen bestaat vaak grotendeels uit calciumcarbonaat
Veel kalksteen bestaat uit calciumcarbonaat afkomstig van onder andere schelpen, skeletmateriaal en chemische neerslag.
Feit
Marmer ontstaat uit kalksteen door metamorfose
Door hoge druk en temperatuur verandert kalksteen in het kristallijne gesteente marmer.
Feit
Leisteen ontstaat uit kleirijke sedimenten onder druk en temperatuur
Metamorfose verandert kleirijke sedimentaire gesteenten in fijnkorrelig leisteen met een duidelijke splijtingsrichting.
Feit
Steenkool ontstaat uit oude plantenresten
Onder druk en bij afwezigheid van voldoende zuurstof kunnen opgehoopte plantenresten gedurende miljoenen jaren in steenkool veranderen.
Feit
Aardolie ontstaat uit organisch materiaal dat gedurende lange tijd is omgezet
Warmte en druk veranderen organisch materiaal in gesteentelagen gedurende miljoenen jaren in koolwaterstoffen.
Feit
Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan
Methaan vormt meestal het grootste bestanddeel van aardgas, hoewel er ook andere gassen in voorkomen.
Feit
Zout kan als mineraal haliet voorkomen
Haliet is de natuurlijke minerale vorm van natriumchloride, het belangrijkste bestanddeel van keukenzout.
Feit
Haliet bestaat uit natriumchloride
De chemische formule van haliet is NaCl, opgebouwd uit natrium en chloor.
Feit
Gips is een mineraal
Gips bestaat uit calciumsulfaat met kristalwater en komt in verschillende kristalvormen voor.
Feit
Gips wordt gebruikt in bouwmaterialen
Gips wordt onder andere verwerkt in gipsplaten, pleisterwerk en verschillende bouwproducten.
Feit
Pyriet wordt ook wel klatergoud genoemd
Pyriet heeft een goudachtige metaalglans en werd daardoor vroeger gemakkelijk voor goud aangezien.
Feit
Pyriet kan metaalachtig glanzen
Het oppervlak van pyriet kan een opvallende messinggele metaalglans vertonen.
Feit
Magnetiet is magnetisch
Magnetiet is een van de belangrijkste natuurlijke magnetische mineralen.
Feit
Magnetiet is een ijzerhoudend mineraal
Het mineraal bestaat hoofdzakelijk uit ijzer en zuurstof en heeft de formule Fe₃O₄.
Feit
Bauxiet is een belangrijke bron van aluminium
Aluminium wordt industrieel vooral uit bauxieterts gewonnen.
Feit
Aluminium komt in de aardkorst veel voor
Aluminium is een van de meest voorkomende elementen in de aardkorst.
Feit
Goud kan als natuurlijk metaal in gesteente voorkomen
Goud komt soms als zuiver of bijna zuiver metaal voor in aders en andere afzettingen.
Feit
Zilver kan eveneens als natuurlijk metaal voorkomen
Hoewel zilver vaak in ertsen voorkomt, kan het ook als natuurlijk metaal worden aangetroffen.
Feit
Koper was een van de eerste metalen die mensen veel gebruikten
Koper kan relatief gemakkelijk worden verwerkt en werd al duizenden jaren geleden gebruikt voor gereedschappen en voorwerpen.
Feit
Brons is een legering van koper en meestal tin
De toevoeging van tin maakt koper harder en geschikt voor veel toepassingen.
Feit
Messing is een legering van koper en zink
Door zink aan koper toe te voegen ontstaat een legering met eigenschappen die verschillen van zuiver koper.
Feit
Staal is een legering waarin ijzer de belangrijkste component is
Staal bestaat hoofdzakelijk uit ijzer en bevat meestal een gecontroleerde hoeveelheid koolstof en soms andere elementen.
Feit
Roestvast staal bevat onder andere chroom
Chroom vormt een beschermende oxidelaag die de weerstand tegen corrosie sterk verhoogt.
Feit
Titanium is sterk en relatief licht
Titanium heeft een hoge sterkte-gewichtsverhouding en is bovendien goed bestand tegen corrosie.
Feit
Titanium wordt gebruikt in luchtvaart en medische toepassingen
Het lage gewicht, de sterkte en goede biocompatibiliteit maken titanium geschikt voor onder andere vliegtuigonderdelen en implantaten.
Feit
Lithium is het lichtste metaal
Lithium heeft de laagste dichtheid van alle metalen en is daardoor uitzonderlijk licht.
Feit
Lithium reageert sterk met water
Lithium reageert met water waarbij onder andere waterstofgas en lithiumhydroxide ontstaan.
Feit
Helium is het op één na lichtste element
Alleen waterstof heeft een kleinere atoommassa en een lagere dichtheid dan helium.
Feit
Waterstof is het lichtste element
Waterstof heeft van alle chemische elementen de kleinste atoommassa en bestaat in zijn meest voorkomende vorm uit één proton en één elektron.
Feit
Uranium is een zwaar natuurlijk element
Uranium behoort tot de zwaarste elementen die van nature in de aardkorst voorkomen en heeft een zeer groot atoomnummer.
Feit
Uranium is radioactief
Alle natuurlijke isotopen van uranium zijn radioactief en vervallen zeer langzaam tot andere elementen.
Feit
Radioactiviteit werd aan het einde van de negentiende eeuw ontdekt
Henri Becquerel ontdekte in 1896 dat uranium spontaan straling uitzond, waarna het onderzoek naar radioactiviteit snel groeide.
Feit
Marie Curie onderzocht radioactieve stoffen
Marie Curie onderzocht radioactieve materialen uitgebreid en ontdekte samen met Pierre Curie onder andere de elementen polonium en radium.
Feit
Pierre Curie werkte samen met Marie Curie
Pierre Curie werkte nauw samen met Marie Curie bij het onderzoek naar radioactiviteit en hun gezamenlijke onderzoek was wetenschappelijk zeer invloedrijk.
Feit
Radioactief verval kan worden gebruikt om ouderdom te bepalen
De bekende snelheid waarmee bepaalde radioactieve isotopen vervallen maakt het mogelijk om materialen te dateren.
Feit
Koolstofdatering wordt gebruikt voor relatief jonge organische resten
Koolstof-14-datering is vooral geschikt voor organisch materiaal dat tot ongeveer tienduizenden jaren oud is.
Feit
Niet ieder archeologisch object kan met koolstof-14 worden gedateerd
Koolstof-14-datering werkt alleen wanneer geschikt koolstofhoudend materiaal aanwezig is dat tijdens het leven koolstof heeft opgenomen.
Feit
Geologen gebruiken verschillende dateringsmethoden voor verschillende ouderdommen
Afhankelijk van materiaal en ouderdom gebruiken geologen bijvoorbeeld radiometrische, stratigrafische en paleomagnetische dateringsmethoden.
Feit
Een regenboog ontstaat door breking, reflectie en dispersie van licht
Zonlicht wordt in regendruppels gebroken, gedeeltelijk intern gereflecteerd en in verschillende kleuren gesplitst.
Feit
Wit zonlicht bevat verschillende kleuren licht
Zonlicht lijkt wit maar bestaat uit een mengsel van verschillende golflengten binnen het zichtbare deel van het spectrum.
Feit
Een prisma kan wit licht in verschillende kleuren splitsen
Een prisma breekt verschillende golflengten in verschillende mate waardoor een spectrum van kleuren zichtbaar wordt.
Feit
Rood licht heeft een langere golflengte dan blauw licht
Binnen zichtbaar licht heeft rood licht een langere golflengte en daardoor een lagere frequentie dan blauw licht.
Feit
Blauw licht heeft een kortere golflengte dan rood licht
Blauw licht heeft binnen het zichtbare spectrum een kortere golflengte en een hogere frequentie dan rood licht.
Feit
Ultraviolet licht is voor mensen onzichtbaar
Ultraviolet licht heeft kortere golflengten dan zichtbaar violet licht en kan daardoor niet rechtstreeks door menselijke ogen worden waargenomen.
Feit
Infrarood licht is eveneens onzichtbaar voor het menselijk oog
Infraroodstraling heeft langere golflengten dan zichtbaar rood licht en wordt door mensen niet als licht gezien.
Feit
Warmtecamera's detecteren infrarode straling
Warmtecamera's meten vooral infrarode straling die objecten uitzenden en zetten verschillen daarin om in een zichtbaar beeld.
Feit
Röntgenstraling heeft veel meer energie dan zichtbaar licht
Röntgenstraling heeft een veel hogere frequentie en daardoor meer energie per foton dan zichtbaar licht.
Feit
Gammastraling heeft zeer hoge energie
Gammastraling bestaat uit elektromagnetische straling met zeer hoge frequentie en behoort tot de meest energetische vormen van licht.
Feit
Radio- en gammastraling behoren beide tot het elektromagnetische spectrum
Radio- en gammastraling zijn verschillende delen van hetzelfde elektromagnetische spectrum en verschillen vooral in golflengte, frequentie en energie.
Feit
Licht kan worden gebroken wanneer het van medium verandert
Wanneer licht bijvoorbeeld van lucht naar glas gaat, verandert de snelheid en kan de richting van de lichtstraal veranderen.
Feit
Een lens gebruikt breking om licht te bundelen of te verspreiden
De gebogen oppervlakken van een lens laten lichtstralen convergeren of divergeren en maken daardoor beeldvorming mogelijk.
Feit
Een vergrootglas is een eenvoudige lens
Een vergrootglas gebruikt meestal een bolle lens om een voorwerp onder de juiste omstandigheden groter te laten lijken.
Feit
Een camera gebruikt een lens om licht op een beeldsensor te projecteren
De lens verzamelt en focust licht zodat een scherp beeld op de sensor kan ontstaan.
Feit
Een ouderwetse fotocamera gebruikte lichtgevoelige film
Analoge camera's registreerden beelden op lichtgevoelige fotografische film die na belichting chemisch werd ontwikkeld.
Feit
Digitale camera's gebruiken beeldsensoren
Digitale camera's zetten licht met elektronische beeldsensoren om in elektrische signalen en uiteindelijk digitale beeldinformatie.
Feit
Een beeldsensor bevat miljoenen lichtgevoelige elementen
Moderne sensoren bestaan vaak uit miljoenen afzonderlijke pixels die informatie over de hoeveelheid en soms kleur van invallend licht verzamelen.
Feit
Een telescoop kan licht verzamelen met een grote spiegel of lens
Een telescoop gebruikt een lens, spiegel of combinatie daarvan om zoveel mogelijk licht te verzamelen en een vergroot beeld te vormen.
Feit
Grotere telescopen kunnen zwakkere objecten waarnemen
Een grotere lichtverzamelende opening kan meer licht opvangen waardoor zwakkere en verder weg gelegen objecten zichtbaar kunnen worden.
Feit
Een microscoop gebruikt lenzen om zeer kleine structuren zichtbaar te maken
Optische microscopen gebruiken lenzen om een vergroot beeld te maken van structuren die met het blote oog niet zichtbaar zijn.
Feit
Elektronenmicroscopen gebruiken elektronen in plaats van zichtbaar licht
Elektronenmicroscopen vormen beelden met een bundel elektronen waardoor veel kleinere structuren kunnen worden onderzocht dan met gewoon zichtbaar licht.
Feit
Elektronen hebben een veel kleinere golflengte dan zichtbaar licht
Elektronen kunnen onder bepaalde omstandigheden een veel kortere golflengte hebben dan zichtbaar licht, wat een hogere resolutie mogelijk maakt.
Feit
Daarom kunnen elektronenmicroscopen zeer kleine structuren onderzoeken
De korte golflengte van elektronen maakt het mogelijk om structuren op veel kleinere schaal zichtbaar te maken dan met lichtmicroscopen.
Feit
Een atoom bestaat uit een kern en elektronen
Een atoom bestaat uit een kleine kern met protonen en meestal neutronen, omgeven door elektronen.
Feit
De kern bestaat uit protonen en neutronen
De atoomkern bevat positief geladen protonen en elektrisch neutrale neutronen, behalve bij het meest voorkomende waterstofatoom.
Feit
Protonen hebben een positieve elektrische lading
Elk proton draagt één positieve elementaire lading en het aantal protonen bepaalt het chemische element.
Feit
Elektronen hebben een negatieve elektrische lading
Elektronen dragen één negatieve elementaire lading en bevinden zich in toestanden rond de atoomkern.
Feit
Neutronen hebben geen elektrische lading
Neutronen zijn elektrisch neutraal maar dragen wel bij aan vrijwel de helft van de massa van veel atoomkernen.
Feit
Het aantal protonen bepaalt welk element een atoom is
Een atoom met één proton is waterstof, terwijl een atoom met zes protonen koolstof is.
Feit
Isotopen hebben hetzelfde aantal protonen maar een verschillend aantal neutronen
Isotopen behoren tot hetzelfde element maar verschillen in massa doordat hun atoomkernen verschillende aantallen neutronen bevatten.
Feit
Waterstof heeft normaal gesproken één proton
De meest voorkomende waterstofisotoop bestaat uit één proton en heeft geen neutronen in de kern.
Feit
Koolstof heeft zes protonen
Elk koolstofatoom heeft precies zes protonen en kan daarnaast verschillende aantallen neutronen bevatten.
Feit
Zuurstof heeft acht protonen
Het aantal van acht protonen maakt een atoom tot zuurstof, ongeacht het aantal neutronen.
Feit
IJzer heeft 26 protonen
Ieder ijzeratoom heeft 26 protonen in zijn kern, terwijl verschillende isotopen verschillende aantallen neutronen kunnen hebben.
Feit
Goud heeft 79 protonen
Een atoom is goud wanneer de kern precies 79 protonen bevat.
Feit
Het periodiek systeem ordent chemische elementen
Het periodiek systeem rangschikt elementen op atoomnummer en groepeert elementen met vergelijkbare eigenschappen.
Feit
Elementen in dezelfde groep hebben vaak vergelijkbare chemische eigenschappen
Elementen in eenzelfde kolom hebben vergelijkbare elektronenconfiguraties en daardoor vaak overeenkomstige chemische eigenschappen.
Feit
Natrium is een zeer reactief metaal
Natrium reageert gemakkelijk met andere stoffen en reageert bijvoorbeeld krachtig met water.
Feit
Chloor is een reactief niet-metaal
Chloor is een halogeen dat gemakkelijk reageert met andere elementen en verbindingen.
Feit
Natriumchloride ontstaat uit natrium en chloor
Bij de vorming van natriumchloride worden natrium- en chloorionen in een ionisch kristalrooster gebonden.
Feit
Keukenzout bestaat voornamelijk uit natriumchloride
Het belangrijkste bestanddeel van gewoon keukenzout is natriumchloride, hoewel sommige soorten kleine hoeveelheden andere stoffen bevatten.
Feit
Een chemische reactie verandert stoffen in andere stoffen
Tijdens een chemische reactie worden bestaande chemische bindingen verbroken en nieuwe bindingen gevormd.
Feit
Een katalysator versnelt een chemische reactie zonder zelf volledig te worden verbruikt
Een katalysator biedt een alternatieve reactieroute met een lagere activeringsenergie en wordt aan het einde grotendeels teruggewonnen.
Feit
Enzymen zijn biologische katalysatoren
Enzymen versnellen specifieke chemische reacties in levende organismen zonder daarbij zelf permanent te worden opgebruikt.
Feit
Veel enzymen zijn eiwitten
De meeste bekende enzymen bestaan uit eiwitten waarvan de ruimtelijke structuur de werking bepaalt.
Feit
DNA bevat genetische informatie
DNA bevat de erfelijke informatie die onder andere instructies bevat voor de opbouw en werking van cellen.
Feit
RNA speelt verschillende rollen in cellen
RNA kan onder meer genetische informatie overbrengen, helpen bij eiwitsynthese en zelf chemische reacties beïnvloeden.
Feit
Eiwitten worden opgebouwd uit aminozuren
Eiwitten bestaan uit ketens van aminozuren die door peptidebindingen met elkaar verbonden zijn.
Feit
Er bestaan twintig standaard aminozuren die in menselijke eiwitten worden gebruikt
Menselijke cellen gebruiken twintig standaard aminozuren als bouwstenen voor de meeste eiwitten.
Feit
Cellen bevatten ribosomen
Ribosomen zijn moleculaire machines die in cellen de instructies uit RNA gebruiken om eiwitten te maken.
Feit
Ribosomen bouwen eiwitten
Tijdens de eiwitsynthese koppelen ribosomen aminozuren in de volgorde die door boodschapper-RNA wordt aangegeven.
Feit
Mitochondriën produceren een groot deel van de bruikbare energie in cellen
Mitochondriën zetten energie uit voedingsstoffen grotendeels om in ATP, een belangrijke energiedrager van cellen.
Feit
Mitochondriën bevatten eigen DNA
Mitochondriën bezitten kleine hoeveelheden eigen DNA, wat past bij hun evolutionaire oorsprong uit vroegere bacteriën.
Feit
Chloroplasten komen voor in planten en algen
Chloroplasten zijn gespecialiseerde organellen waarin bij planten en veel algen fotosynthese plaatsvindt.
Feit
Chloroplasten voeren fotosynthese uit
In chloroplasten wordt lichtenergie gebruikt om onder andere koolstofdioxide en water om te zetten in energierijke organische stoffen.
Feit
DNA bevindt zich in menselijke cellen voornamelijk in de celkern
De meeste DNA van menselijke cellen bevindt zich in de celkern, terwijl mitochondriën daarnaast een kleine eigen hoeveelheid DNA bevatten.
Feit
Menselijke rode bloedcellen hebben normaal gesproken geen celkern
Tijdens hun ontwikkeling verliezen volwassen menselijke rode bloedcellen hun celkern waardoor meer ruimte ontstaat voor hemoglobine.
Feit
Menselijke bloedplaatjes zijn geen volledige cellen
Bloedplaatjes zijn kleine celonderdelen die uit megakaryocyten in het beenmerg ontstaan en belangrijk zijn voor bloedstolling.
Feit
Een menselijke cel kan miljarden moleculen bevatten
Zelfs een relatief kleine menselijke cel bevat enorme aantallen moleculen die voortdurend worden opgebouwd, afgebroken en verplaatst.
Feit
Een volwassen mens knippert gemiddeld meerdere keren per minuut
Mensen knipperen regelmatig om het oogoppervlak met een nieuwe laag traanvocht te bedekken.
Feit
Knipperen helpt het oogoppervlak vochtig te houden
Elke knippering verspreidt traanvocht over het hoornvlies en helpt uitdroging en irritatie voorkomen.
Feit
Een traanfilm bestaat uit meerdere lagen
De traanfilm bevat onder andere een waterige laag en vet- en slijmcomponenten die samen het oogoppervlak beschermen.
Feit
Tranen bevatten onder andere zouten en eiwitten
Traanvocht bestaat voornamelijk uit water maar bevat ook zouten, eiwitten, enzymen en andere opgeloste stoffen.
Feit
Emoties kunnen de hoeveelheid tranen beïnvloeden
Sterke emoties kunnen de traanklieractiviteit verhogen waardoor meer tranen worden geproduceerd.
Feit
De pupil kan kleiner worden wanneer er veel licht is
De iris vernauwt de pupil bij veel licht zodat minder licht het netvlies bereikt.
Feit
De pupil kan groter worden wanneer er weinig licht is
Bij weinig licht wordt de pupil groter zodat meer licht het oog binnenkomt.
Feit
De iris werkt als een soort dia voor het oog
De iris regelt door het veranderen van de pupilgrootte hoeveel licht het oog binnenkomt.
Feit
De oogbol wordt door meerdere oogspieren bewogen
Zes belangrijke uitwendige oogspieren zorgen samen voor de gecontroleerde bewegingen van iedere oogbol.
Feit
Mensen kunnen met beide ogen tegelijk diepte waarnemen
De hersenen combineren beelden van beide ogen waardoor verschillen in kijkhoek informatie over diepte opleveren.
Feit
Dieptewaarneming gebruikt verschillen tussen beide ogen
Omdat beide ogen vanuit een iets andere positie kijken, kunnen de hersenen de verschillen gebruiken om afstand in te schatten.
Feit
Het menselijk gezichtsveld is groter met twee ogen dan met één oog
De twee gezichtsvelden overlappen gedeeltelijk maar vullen elkaar aan waardoor gezamenlijk een breder totaalbeeld ontstaat.
Feit
De oren blijven gedurende het volwassen leven niet exact dezelfde vorm houden
Kraakbeen en huid veranderen met de leeftijd waardoor de vorm en grootte van de uitwendige oren geleidelijk kunnen veranderen.
Feit
Oorlellen bevatten geen bot
De oorlel bestaat voornamelijk uit huid, bindweefsel en vetweefsel en bevat geen kraakbeen of bot.
Feit
Het trommelvlies trilt wanneer geluidsgolven het bereiken
Geluidsgolven laten het trommelvlies meetrillen waarna deze trillingen via het middenoor worden doorgegeven.
Feit
De gehoorbeentjes versterken trillingen in het middenoor
Hamer, aambeeld en stijgbeugel geven trillingen door en versterken de overdracht van geluid naar het binnenoor.
Feit
De buis van Eustachius helpt de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk te houden
De verbinding tussen middenoor en keelholte kan openen zodat drukverschillen rond het trommelvlies worden vereffend.
Feit
Geeuwen kan helpen bij het openen van de buis van Eustachius
Bewegingen tijdens geeuwen en slikken kunnen de buis van Eustachius tijdelijk openen en zo druk in het middenoor helpen aanpassen.
Feit
Je neus verwarmt ingeademde lucht
Het goed doorbloede neusslijmvlies geeft warmte af aan binnenstromende lucht voordat dieper in de luchtwegen bereikt.
Feit
Je neus bevochtigt ingeademde lucht
Vocht uit het neusslijmvlies wordt aan ingeademde lucht toegevoegd waardoor de luchtwegen minder snel uitdrogen.
Feit
Neusharen houden grotere deeltjes tegen
Haren in de neus vangen een deel van grotere stofdeeltjes en andere verontreinigingen uit ingeademde lucht.
Feit
Niezen helpt irriterende stoffen uit de neus verwijderen
Een niesreflex veroorzaakt een krachtige luchtstroom waarmee slijm en irriterende deeltjes uit de neus kunnen worden verwijderd.
Feit
Een nies kan zeer snel lucht verplaatsen
Tijdens een nies ontstaat een korte maar krachtige luchtstroom die slijm en kleine deeltjes kan meevoeren.
Feit
Hoesten beschermt de luchtwegen
Hoesten helpt slijm, stofdeeltjes en andere irriterende stoffen uit de luchtwegen te verwijderen.
Feit
Slijm helpt stof en ziekteverwekkers uit de luchtwegen verwijderen
Slijm vangt deeltjes en micro-organismen waarna trilhaartjes het materiaal richting keel kunnen transporteren.
Feit
De luchtpijp wordt opengehouden door kraakbeenringen
C-vormige kraakbeenringen geven de luchtpijp stevigheid zodat deze tijdens het ademen niet gemakkelijk dichtvalt.
Feit
De slokdarm vervoert voedsel naar de maag
Spierbewegingen in de wand van de slokdarm duwen voedsel vanuit de keel naar de maag.
Feit
Peristaltiek duwt voedsel door het spijsverteringskanaal
Ritmische samentrekkingen van spieren in de darmwand verplaatsen voedsel en darminhoud door het spijsverteringsstelsel.
Feit
Peristaltiek werkt ook wanneer iemand ondersteboven staat
De beweging wordt veroorzaakt door spieren in het spijsverteringskanaal en is daardoor niet afhankelijk van zwaartekracht.
Feit
De maag kan voedsel mechanisch mengen
De spieren van de maagwand trekken samen en mengen voedsel met maagsap tot een halfvloeibare massa.
Feit
Maagzuur helpt eiwitten afbreken
Het zure milieu in de maag activeert enzymen zoals pepsine die bijdragen aan de afbraak van eiwitten.
Feit
De maagwand wordt beschermd tegen het eigen zuur
Een slijmlaag en andere beschermingsmechanismen voorkomen dat maagzuur de maagwand normaal gesproken beschadigt.
Feit
De twaalfvingerige darm ontvangt gal en alvleeskliersap
In het eerste deel van de dunne darm worden gal en enzymrijk alvleeskliersap aan de voedselbrij toegevoegd.
Feit
Gal helpt bij de vertering van vetten
Galzouten verdelen vetten in kleinere druppeltjes waardoor verteringsenzymen ze efficiënter kunnen afbreken.
Feit
De lever produceert gal
Levercellen maken voortdurend gal aan dat via galwegen naar de galblaas en dunne darm wordt vervoerd.
Feit
De alvleesklier produceert verschillende spijsverteringsenzymen
De alvleesklier maakt onder andere enzymen voor de vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten.
Feit
De milt maakt deel uit van het afweersysteem
De milt helpt onder andere bij het filteren van bloed en bij bepaalde afweerreacties tegen ziekteverwekkers.
Feit
De milt helpt oude rode bloedcellen afbreken
Oude of beschadigde rode bloedcellen worden in de milt uit de bloedsomloop verwijderd en afgebroken.
Feit
Het beenmerg maakt bloedcellen
In actief beenmerg ontstaan rode bloedcellen, verschillende typen witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Feit
Rood beenmerg is actief bloedvormend weefsel
Rood beenmerg bevat stamcellen en voorlopercellen waaruit verschillende bloedcellen ontstaan.
Feit
Vetweefsel dient ook als opslagplaats voor energie
Overtollige energie kan in vetcellen worden opgeslagen in de vorm van triglyceriden.
Feit
Vetweefsel kan hormonen produceren
Vetweefsel is biologisch actief en maakt verschillende signaalstoffen en hormonen zoals leptine.
Feit
Spieren produceren warmte wanneer ze werken
Bij spiercontracties wordt een groot deel van de gebruikte chemische energie uiteindelijk omgezet in warmte.
Feit
Rillen is een manier waarop het lichaam warmte kan produceren
Snelle onwillekeurige spiercontracties verhogen de warmteproductie wanneer het lichaam afkoelt.
Feit
De menselijke lichaamstemperatuur is niet de hele dag exact hetzelfde
De lichaamstemperatuur varieert normaal gesproken binnen bepaalde grenzen en wordt beïnvloed door tijdstip en activiteit.
Feit
De lichaamstemperatuur volgt onder normale omstandigheden een dag-nachtritme
De temperatuur is doorgaans lager tijdens de vroege ochtend en hoger later op de dag.
Feit
De hartslag verandert onder invloed van inspanning
Tijdens lichamelijke inspanning moet het hart meer bloed rondpompen waardoor de hartslag meestal stijgt.
Feit
De hartslag kan tijdens slaap dalen
Tijdens bepaalde slaapfasen neemt de activiteit van het autonome zenuwstelsel af waardoor de hartslag vaak lager wordt.
Feit
Ademhaling verandert tijdens lichamelijke inspanning
Bij inspanning hebben spieren meer zuurstof nodig en produceren ze meer koolstofdioxide waardoor de ademhaling versnelt.
Feit
De ademhaling wordt mede geregeld door koolstofdioxide in het bloed
Chemische sensoren registreren onder andere veranderingen in koolstofdioxide en zuurgraad en beïnvloeden daarmee de ademhaling.
Feit
De nieren helpen de zuurgraad van het bloed reguleren
De nieren regelen onder andere de uitscheiding van zuren en het behoud van bicarbonaat.
Feit
De lever helpt bij het afbreken van verschillende stoffen
De lever verwerkt en verandert onder andere voedingsstoffen, geneesmiddelen en andere stoffen die uit het bloed worden opgenomen.
Feit
De huid bevat zweetklieren
Zweetklieren produceren zweet dat via huidporiën aan het oppervlak kan worden afgegeven.
Feit
Zweten helpt het lichaam afkoelen
Wanneer zweet van de huid verdampt, wordt warmte aan het lichaam onttrokken.
Feit
Zweet zelf is grotendeels water
Zweet bestaat voornamelijk uit water en bevat daarnaast onder andere zouten en kleine hoeveelheden andere stoffen.
Feit
De geur van zweet ontstaat vooral door stoffen die huidbacteriën afbreken
Vers zweet ruikt meestal weinig; geur ontstaat vooral wanneer bacteriën bestanddelen van zweet en huidstoffen omzetten.
Feit
Kippenvel ontstaat doordat kleine spiertjes rond haarzakjes samentrekken
De samentrekking van deze spiertjes trekt haren overeind en veroorzaakt de bekende kleine bobbeltjes op de huid.
Feit
Kippenvel is een overblijfsel van een reactie die bij behaarde zoogdieren meer effect heeft
Bij dichtbehaarde dieren kan overeindstaand haar helpen warmte vast te houden of het dier groter te laten lijken.
Feit
Wondgenezing verloopt via verschillende biologische fasen
Bloedstolling, ontsteking, weefselvorming en remodellering volgen elkaar gedeeltelijk overlappend op tijdens genezing.
Feit
Bloedstolling helpt bloedverlies na beschadiging beperken
Bloedplaatjes en stollingsfactoren vormen samen een stolsel dat een beschadigd bloedvat tijdelijk afsluit.
Feit
Littekens bestaan uit nieuw gevormd bindweefsel
Bij genezing wordt beschadigd weefsel gedeeltelijk vervangen door collageenrijk bindweefsel dat een litteken kan vormen.
Feit
Botten zijn levende weefsels
Botten bevatten levende cellen, bloedvaten en zenuwen en kunnen zich voortdurend aanpassen aan belasting.
Feit
Botweefsel wordt voortdurend afgebroken en opnieuw opgebouwd
Botcellen breken oud bot af en bouwen nieuw bot op waardoor het skelet voortdurend wordt vernieuwd.
Feit
Calcium is belangrijk voor botten
Calcium vormt samen met andere mineralen een belangrijk onderdeel van de harde structuur van botweefsel.
Feit
Calcium speelt ook een rol bij spierwerking
Calciumionen zijn essentieel voor het mechanisme waarmee spiervezels kunnen samentrekken.
Feit
Vitamine D helpt bij de opname van calcium
Vitamine D bevordert onder andere de opname van calcium uit de darm en draagt zo bij aan de botgezondheid.
Feit
De huid kan vitamine D aanmaken onder invloed van zonlicht
Ultraviolette B-straling kan in de huid een proces starten waarmee het lichaam vitamine D kan vormen.
Feit
Melanine helpt de huid beschermen tegen ultraviolette straling
Melanine absorbeert een deel van de ultraviolette straling en helpt daardoor cellulaire schade beperken.
Feit
Melanine bepaalt mede de kleur van huid, haar en ogen
De hoeveelheid, soort en verdeling van melanine dragen bij aan verschillen in huid-, haar- en oogkleur.
Feit
Haar kan pigment verliezen naarmate iemand ouder wordt
Haarzakjes kunnen met de leeftijd minder melanine produceren waardoor nieuwe haren grijs of wit kunnen verschijnen.
Feit
Grijs haar ontstaat door vermindering van pigment in haarzakjes
Wanneer haarzakjes minder melanine aan het groeiende haar afgeven, wordt het haar geleidelijk grijs of wit.
Feit
Wenkbrauwen helpen zweet uit de ogen houden
De vorm en ligging van wenkbrauwen kunnen vocht vanaf het voorhoofd gedeeltelijk langs de zijkanten van de ogen leiden.
Feit
Wimpers helpen stofdeeltjes uit de buurt van de ogen houden
Wimpers kunnen kleine deeltjes onderscheppen en prikkels veroorzaken die het oog laten knipperen.
Feit
Oorhaar kan met de leeftijd toenemen
Door hormonale veranderingen kunnen bij sommige mensen opvallendere haren in en rond de oren ontstaan naarmate ze ouder worden.
Feit
Nagelriemen helpen de nagelwortel beschermen
De nagelriem vormt een beschermende afsluiting rond de nagel en helpt binnendringen van vuil en micro-organismen beperken.
Feit
Vingertoppen bevatten zeer veel tastzenuwen
De hoge dichtheid aan tastreceptoren maakt vingertoppen bijzonder geschikt voor het waarnemen van fijne structuren en lichte aanraking.
Feit
De lippen zijn bijzonder gevoelig voor aanraking
De lippen bevatten veel zenuwuiteinden waardoor temperatuur, druk en aanraking er nauwkeurig kunnen worden waargenomen.
Feit
De tong is zowel een spierorgaan als een zintuiglijk orgaan
De tong bestaat grotendeels uit spieren en bevat daarnaast smaak- en tastreceptoren.
Feit
De tong helpt bij slikken
Bewegingen van de tong duwen voedsel naar de keel en helpen de slikbeweging op gang brengen.
Feit
De tong helpt bij het vormen van spraakklanken
Door de positie en beweging van de tong verandert de vorm van de mondholte en ontstaan verschillende spraakklanken.
Feit
De kaakspieren behoren tot de krachtigste spieren die bij kauwen worden gebruikt
Onder andere de kauwspier kan grote krachten ontwikkelen bij het sluiten van de kaak.
Feit
Kauwen begint de mechanische vertering van voedsel
Door voedsel te verkleinen wordt het oppervlak groter waardoor spijsverteringsenzymen er beter op kunnen inwerken.
Feit
Speeksel maakt voedsel gemakkelijker om door te slikken
Speeksel bevochtigt voedsel en vormt het samen met tongbewegingen om tot een beter slikbare voedselmassa.
Feit
Speeksel bevat enzymen die al tijdens het kauwen met de vertering beginnen
Speekselamylase begint bijvoorbeeld met de afbraak van bepaalde koolhydraten terwijl het voedsel in de mond wordt gekauwd.
Feit
Sommige mensen kunnen hun tong genetisch gezien niet in een bepaalde vorm rollen
Het vermogen om de tong in bepaalde vormen te rollen wordt beïnvloed door anatomische en genetische verschillen en is niet simpelweg één erfelijke eigenschap.
Feit
De vorm van de menselijke tong verschilt sterk per persoon
De grootte, vorm en beweeglijkheid van de tong verschillen tussen mensen en worden beïnvloed door anatomie en genetica.
Feit
Mensen hebben unieke vingerafdrukken
De patronen op de vingertoppen zijn zeer individueel en worden daarom gebruikt voor identificatie.
Feit
Ook identieke tweelingen hebben niet exact dezelfde vingerafdrukken
Hoewel identieke tweelingen hetzelfde DNA hebben, ontstaan vingerafdrukken mede onder invloed van omstandigheden in de baarmoeder.
Feit
Vingerafdrukken ontstaan vóór de geboorte
De kenmerkende huidrichels van vingers ontwikkelen zich al tijdens de zwangerschap.
Feit
Vingerafdrukken worden mede beïnvloed door omstandigheden tijdens de ontwikkeling
Naast genetische aanleg spelen onder andere groei, ligging en druk in de baarmoeder een rol bij het uiteindelijke patroon.
Feit
De patronen van vingerafdrukken kunnen levenslang herkenbaar blijven
De huidrichels veranderen normaal gesproken niet van patroon, hoewel beschadiging of slijtage het uiterlijk tijdelijk of blijvend kan beïnvloeden.
Feit
Voetafdrukken kunnen eveneens uniek zijn
Ook de patronen van huidrichels op de voetzolen verschillen tussen personen.
Feit
De menselijke stem wordt gevormd door trillingen van de stembanden
Lucht uit de longen laat de stemplooien trillen waarna de mond- en keelholte het geluid verder vormen.
Feit
De stembanden bevinden zich in het strottenhoofd
De stemplooien liggen in het strottenhoofd en kunnen door trillingen de basis van de stem produceren.
Feit
Het strottenhoofd beschermt de luchtweg tijdens het slikken
Bewegingen van het strottenhoofd en omliggende structuren helpen voorkomen dat voedsel de lagere luchtwegen binnendringt.
Feit
De strotklep helpt voorkomen dat voedsel in de luchtpijp terechtkomt
De epiglottis beweegt tijdens het slikken mee en draagt bij aan de bescherming van de ingang van de luchtweg.
Feit
De menselijke stem verandert tijdens de puberteit
Hormonale veranderingen laten onder andere het strottenhoofd en de stemplooien groeien waardoor de stem verandert.
Feit
De stembanden van volwassenen verschillen gemiddeld in lengte tussen mannen en vrouwen
Gemiddeld zijn de stemplooien bij volwassen mannen langer en dikker, wat bijdraagt aan verschillen in gemiddelde stemhoogte.
Feit
Spraak ontstaat door samenwerking van ademhaling, stembanden, tong, lippen en mond
Spraak vereist een nauwkeurige samenwerking tussen luchtstroom, stemvorming en bewegingen van verschillende delen van mond en keel.
Feit
Fluisteren gebruikt een andere manier van stemgeluid maken dan normaal spreken
Bij fluisteren worden de stemplooien anders gebruikt dan bij normale stemgeving waardoor het geluid ontstaat zonder reguliere stemtrilling.
Feit
Lachen kan de ademhaling tijdelijk veranderen
Tijdens lachen ontstaan korte onderbrekingen en veranderingen in de ademstroom door ritmische samentrekkingen van ademhalingsspieren.
Feit
Hikken ontstaat door onwillekeurige samentrekkingen van het middenrif
Bij een hik trekt het middenrif plotseling samen waarna de stemspleet snel sluit en het typische geluid ontstaat.
Feit
Niezen kan worden uitgelokt door fel licht bij sommige mensen
Bij mensen met een fotische niesreflex kan plotseling fel licht een niesreactie uitlokken.
Feit
Dit verschijnsel heet de fotische niesreflex
De fotische niesreflex is een onwillekeurige niesreactie die bij sommige mensen door plotseling helder licht wordt veroorzaakt.
Feit
Niet iedereen heeft een fotische niesreflex
De reactie komt slechts bij een deel van de bevolking voor en verschilt sterk in gevoeligheid.
Feit
Sommige mensen hebben een zeer sterke niesreactie op fel licht
Bij gevoelige mensen kan een plotselinge overgang naar fel licht meerdere niesreacties achter elkaar veroorzaken.
Feit
Geeuwen komt voor bij mensen en veel andere gewervelde dieren
Ook verschillende zoogdieren en vogels vertonen geeuwgedrag, hoewel de precieze functie niet volledig duidelijk is.
Feit
De precieze functie van geeuwen is nog onderwerp van onderzoek
Er zijn verschillende hypotheses over geeuwen, waaronder mogelijke verbanden met alertheid, sociale signalen en temperatuurregulatie.
Feit
Slaap bestaat uit verschillende fasen
Een normale slaap bestaat uit meerdere fasen van non-REM-slaap en REM-slaap die zich gedurende de nacht herhalen.
Feit
REM-slaap wordt gekenmerkt door snelle oogbewegingen
Tijdens REM-slaap bewegen de ogen snel terwijl de hersenactiviteit relatief hoog is en levendige dromen vaak voorkomen.
Feit
Dromen kunnen tijdens verschillende slaapfasen voorkomen
Droomervaringen zijn niet beperkt tot REM-slaap maar kunnen ook tijdens andere slaapfasen optreden.
Feit
De hersenen zijn tijdens slaap nog steeds actief
Tijdens slaap veranderen hersenactiviteit en informatieverwerking voortdurend in plaats van volledig uit te schakelen.
Feit
Slaap helpt bij verschillende vormen van geheugenverwerking
Tijdens slaap worden bepaalde herinneringen en aangeleerde informatie opnieuw verwerkt en soms beter geconsolideerd.
Feit
Slaap beïnvloedt het immuunsysteem
Voldoende slaap ondersteunt verschillende processen van het afweersysteem en beïnvloedt de werking van immuuncellen.
Feit
Slaaptekort kan de reactiesnelheid verminderen
Te weinig slaap kan aandacht, alertheid en snelheid van reageren negatief beïnvloeden.
Feit
Het lichaam maakt tijdens slaap verschillende hormonen aan
Tijdens slaap veranderen hormoonspiegels en worden onder andere processen voor groei, herstel en stofwisseling gereguleerd.
Feit
De biologische klok bevindt zich in de hersenen
Een klein gebied in de hypothalamus, de suprachiasmatische kern, vormt een belangrijke centrale biologische klok.
Feit
Licht beïnvloedt de biologische klok
Lichtsignalen uit de ogen helpen de biologische klok afstemmen op het dag-nachtritme.
Feit
Melatonine speelt een rol bij het slaap-waakritme
De hoeveelheid melatonine stijgt doorgaans in de avond en helpt het lichaam voorbereiden op de nacht.
Feit
Blauwachtig licht kan de melatonineproductie beïnvloeden
Licht met veel kortgolvige componenten kan de biologische klok beïnvloeden en onder bepaalde omstandigheden de melatonineafgifte onderdrukken.
Feit
Jetlag ontstaat wanneer de biologische klok niet overeenkomt met de lokale tijd
Na snel reizen over meerdere tijdzones loopt het interne ritme tijdelijk niet gelijk met het plaatselijke dag-nachtritme.
Feit
Mensen hebben gemiddeld meerdere slaapcycli per nacht
Een normale nacht bestaat meestal uit meerdere opeenvolgende slaapcycli met verschillende slaapfasen.
Feit
Een slaapcyclus duurt niet iedere nacht exact even lang
De duur van afzonderlijke slaapcycli varieert en verandert bovendien gedurende de nacht.
Feit
Baby's slapen doorgaans anders dan volwassenen
Baby's hebben andere slaapfasen en een ander slaapritme omdat hun hersenen en biologische klok nog volop ontwikkelen.
Feit
Pasgeborenen hebben veel meer slaap nodig dan volwassenen
Pasgeborenen slapen verspreid over dag en nacht veel uren omdat hun groei en ontwikkeling veel energie vragen.
Feit
De hersenen kunnen geluiden herkennen zonder dat je bewust ieder onderdeel analyseert
Het gehoorsysteem verwerkt complexe patronen automatisch waardoor bekende stemmen, woorden en geluiden snel kunnen worden herkend.
Feit
De hersenen kunnen bekende gezichten zeer snel herkennen
Gespecialiseerde visuele netwerken verwerken gezichtsinformatie zeer efficiënt waardoor bekende gezichten vaak snel worden herkend.
Feit
Gezichtsherkenning gebruikt gespecialiseerde hersengebieden
Verschillende gebieden in de hersenen zijn betrokken bij het verwerken en herkennen van gezichten.
Feit
Muziek kan verschillende hersengebieden tegelijk activeren
Muziek kan onder andere gebieden voor gehoor, beweging, verwachting, emotie en geheugen tegelijkertijd beïnvloeden.
Feit
Ritme kan beweging beïnvloeden
De regelmaat van een ritme kan motorische gebieden beïnvloeden en bewegingen helpen synchroniseren.
Feit
Muziek kan herinneringen oproepen
Muziek is sterk verbonden met geheugen en kan soms opvallend levendige herinneringen aan gebeurtenissen oproepen.
Feit
Geuren kunnen herinneringen zeer direct oproepen
Geurinformatie is nauw verbonden met hersengebieden die betrokken zijn bij geheugen en emotionele verwerking.
Feit
Het geheugen is geen perfecte opname van gebeurtenissen
Herinneringen worden telkens opnieuw gereconstrueerd en kunnen daardoor afwijken van wat oorspronkelijk werd waargenomen.
Feit
Herinneringen kunnen veranderen wanneer ze opnieuw worden opgehaald
Het opnieuw ophalen van een herinnering kan ertoe leiden dat deze daarna opnieuw wordt opgeslagen met gewijzigde details.
Feit
De hersenen kunnen informatie vergeten
Vergeten is een normaal onderdeel van geheugenwerking waarbij informatie minder toegankelijk kan worden of verloren gaat.
Feit
Vergeten kan helpen voorkomen dat het geheugen overbelast raakt
Het niet voortdurend beschikbaar houden van onbelangrijke informatie kan efficiëntere verwerking van relevante informatie ondersteunen.
Feit
Aandacht is beperkt
De hersenen kunnen niet onbeperkt veel informatie tegelijk bewust verwerken en verdelen aandacht daarom over relevante prikkels.
Feit
Multitasken betekent vaak snel wisselen tussen taken
Wanneer taken bewuste aandacht vereisen, schakelen mensen vaak snel heen en weer in plaats van ze echt gelijktijdig uit te voeren.
Feit
Taakwisseling kan extra tijd kosten
Bij het overschakelen tussen taken moet de aandacht opnieuw worden ingesteld waardoor prestaties tijdelijk kunnen verminderen.
Feit
De hersenen voorspellen voortdurend wat er waarschijnlijk gaat gebeuren
Waarneming en gedrag worden mede gestuurd door verwachtingen over wat er waarschijnlijk volgt.
Feit
Waarneming wordt beïnvloed door verwachtingen
De hersenen combineren binnenkomende zintuiglijke informatie met eerdere kennis en verwachtingen.
Feit
Een optische illusie kan laten zien dat hersenen context gebruiken
Optische illusies laten zien dat dezelfde visuele informatie anders kan worden geïnterpreteerd afhankelijk van omliggende vormen en omstandigheden.
Feit
De hersenen kunnen ontbrekende delen van een patroon aanvullen
Wanneer informatie ontbreekt, kunnen de hersenen op basis van context een waarschijnlijk geheel construeren.
Feit
Het brein kan beweging waarnemen uit een reeks stilstaande beelden
Een snelle opeenvolging van afzonderlijke beelden wordt door het visuele systeem als beweging ervaren.
Feit
Filmbeelden bestaan uit afzonderlijke beelden
Film en digitale video bestaan uit een reeks afzonderlijke beeldframes die snel achter elkaar worden weergegeven.
Feit
Beweging in film ontstaat door snelle opeenvolging van beelden
De snelle opeenvolging van beelden wekt de indruk van vloeiende beweging doordat het visuele systeem de opeenvolging verwerkt.
Feit
Een zoete smaak kan sterker worden ervaren door de geur van voedsel
Geurinformatie wordt tijdens het eten gecombineerd met smaak en andere zintuiglijke signalen en beïnvloedt zo de totale smaakbeleving.
Feit
De kleur van voedsel kan verwachtingen over de smaak beïnvloeden
De kleur van voedsel kan verwachtingen oproepen over bijvoorbeeld zoetheid, rijpheid of smaakintensiteit.
Feit
Servieskleur kan de waargenomen smaak beïnvloeden
De kleur en vorm van servies kunnen verwachtingen en daarmee de subjectieve beoordeling van voedsel beïnvloeden.
Feit
De vorm van een glas kan invloed hebben op hoe een drank wordt ervaren
Vorm en uiterlijk van een glas kunnen verwachtingen over geur, hoeveelheid en smaak beïnvloeden.
Feit
Mensen kunnen smaken verschillend waarnemen
Smaakwaarneming verschilt tussen mensen door genetische, fysiologische en omgevingsfactoren.
Feit
Genetische verschillen beïnvloeden smaakwaarneming
Verschillen in smaakreceptoren kunnen ervoor zorgen dat mensen dezelfde stof met verschillende intensiteit waarnemen.
Feit
Sommige mensen zijn gevoeliger voor bittere smaken
Genetische verschillen in onder andere bitterreceptoren kunnen ervoor zorgen dat bepaalde mensen bittere stoffen veel sterker proeven.
Feit
Koffie bevat honderden verschillende chemische stoffen
Koffie bevat een zeer groot aantal verbindingen die tijdens het branden en zetten samen geur, smaak en andere eigenschappen bepalen.
Feit
De geur van koffie ontstaat uit vluchtige stoffen
Tijdens het branden ontstaan veel vluchtige verbindingen die via de lucht naar de reukreceptoren worden vervoerd.
Feit
Het aroma van brood ontstaat deels door reacties tijdens het bakken
Tijdens het bakken ontstaan nieuwe vluchtige stoffen door onder andere de Maillardreactie en andere chemische omzettingen.
Feit
De bruine kleur van gebakken brood ontstaat mede door de Maillardreactie
Bij verhitting reageren suikers en aminoverbindingen waardoor bruine pigmenten en veel geur- en smaakstoffen ontstaan.
Feit
De Maillardreactie kan honderden verschillende smaak- en geurstoffen opleveren
De complexe reacties tussen suikers en aminoverbindingen tijdens verhitting kunnen een groot aantal nieuwe verbindingen vormen.
Feit
Karamellisatie is iets anders dan de Maillardreactie
Karamellisatie betreft vooral reacties van suikers door verhitting, terwijl de Maillardreactie ook aminoverbindingen omvat.
Feit
Karamellisatie ontstaat door verhitting van suikers
Bij voldoende verhitting veranderen suikermoleculen en ontstaan nieuwe kleur-, geur- en smaakstoffen.
Feit
De geur van versgebakken brood kan zich door een gebouw verspreiden via de lucht
Vluchtige geurstoffen komen vrij uit warm brood en worden door luchtstromen door de omgeving verspreid.
Feit
Geurmoleculen zijn vaak vluchtige stoffen
Veel stoffen die door het reuksysteem worden waargenomen kunnen gemakkelijk verdampen en de lucht bereiken.
Feit
Een reukreceptor reageert op bepaalde moleculaire eigenschappen
Reukreceptoren herkennen moleculen op basis van hun chemische eigenschappen en sturen signalen naar het reuksysteem.
Feit
Mensen hebben honderden verschillende typen geurreceptoren
Het menselijke reuksysteem gebruikt honderden verschillende receptorvarianten om een zeer groot aantal geurpatronen te onderscheiden.
Feit
Een geur kan uit veel verschillende moleculen bestaan
Complexe geuren zoals koffie of brood bestaan meestal uit mengsels van tientallen tot honderden vluchtige stoffen.
Feit
Een enkel geurmolecuul kan niet altijd een volledige geur verklaren
De uiteindelijke geur ontstaat vaak uit de combinatie en verhouding van veel verschillende vluchtige stoffen.
Feit
De geurbeleving ontstaat uit patronen van receptoractiviteit
De hersenen interpreteren combinaties van signalen uit verschillende reukreceptoren als specifieke geurervaringen.
Feit
Smaakreceptoren bevinden zich niet alleen op de tong
Smaakreceptoren komen ook op andere plaatsen voor, waaronder delen van de keel en het spijsverteringsstelsel.
Feit
Smaakreceptoren komen ook elders in het spijsverteringsstelsel voor
Receptoren die op smaakreceptoren lijken zijn aangetroffen in verschillende delen van het maag-darmkanaal en hebben daar andere functies.
Feit
De smaak van voedsel verandert wanneer je verkouden bent
Een verstopte neus vermindert de bijdrage van geur aan de totale smaakervaring waardoor voedsel vaak minder intens lijkt.
Feit
Een verstopte neus vermindert vooral de retronasale geurwaarneming
Wanneer lucht niet goed vanuit de mond naar de neus kan stromen, bereikt minder geurstof het reukepitheel.
Feit
De geur die tijdens het eten vanuit de mond naar de neus gaat heet retronasale olfactie
Tijdens kauwen komen vluchtige geurstoffen via de keelholte naar het reukgebied in de neus.
Feit
Daarom kan voedsel flauwer smaken bij een verstopte neus
Wanneer retronasale geurwaarneming wordt beperkt, blijft vooral de basissmaak over en lijkt het voedsel vaak minder complex.
Feit
Bomen hebben geen hersenen
Bomen beschikken niet over een centraal brein zoals dieren, maar hebben wel complexe systemen voor signalering en reactie.
Feit
Bomen hebben geen zenuwstelsel zoals dieren
Planten hebben geen dierlijk zenuwstelsel maar kunnen wel elektrische en chemische signalen door hun weefsels verspreiden.
Feit
Toch kunnen planten reageren op veranderingen in hun omgeving
Planten detecteren onder andere licht, aanraking, temperatuur, waterbeschikbaarheid en chemische signalen en passen hun groei daarop aan.
Feit
Planten kunnen lichtsterkte detecteren
Lichtsensoren stellen planten in staat de hoeveelheid, richting en samenstelling van licht te herkennen.
Feit
Planten kunnen zwaartekracht waarnemen
Gespecialiseerde cellen helpen planten de richting van de zwaartekracht te detecteren en hun groei daarop af te stemmen.
Feit
Planten kunnen aanraking detecteren
Mechanische prikkels kunnen groeireacties en andere veranderingen in planten veroorzaken.
Feit
Planten kunnen temperatuurveranderingen waarnemen
Planten beschikken over mechanismen waarmee ze veranderingen in temperatuur detecteren en hun groei en stofwisseling aanpassen.
Feit
Planten kunnen veranderingen in vochtigheid waarnemen
Waterbeschikbaarheid beïnvloedt wortelgroei, huidmondjes en verschillende andere processen in planten.
Feit
Wortels kunnen groeirichtingen aanpassen
Wortels reageren op onder andere zwaartekracht, vocht en voedingsstoffen en kunnen daardoor hun groeirichting veranderen.
Feit
Bladeren kunnen zich naar licht richten
Veel planten kunnen bladeren en stengels zodanig laten groeien of bewegen dat ze efficiënter licht opvangen.
Feit
Sommige bloemen openen en sluiten op vaste tijdstippen
Bij bepaalde planten worden bloemopeningen gestuurd door een biologisch ritme dat samenhangt met licht en temperatuur.
Feit
Sommige bloemen openen alleen 's nachts
Nachtbloeiende planten zijn vaak aangepast aan bestuivers die vooral in de avond of nacht actief zijn.
Feit
Nachtbloeiende bloemen kunnen door nachtvlinders worden bestoven
Veel nachtvlinders bezoeken geurige bloemen en kunnen daarbij stuifmeel tussen bloemen overbrengen.
Feit
Bloemen produceren nectar om bestuivers aan te trekken
Nectar bevat suikers en andere stoffen die voor veel bestuivers een belangrijke voedselbron vormen.
Feit
Niet iedere bloem gebruikt nectar
Sommige planten trekken bestuivers op andere manieren aan, bijvoorbeeld met geur, pollen, warmte of nabootsing.
Feit
Sommige bloemen bootsen de geur van voedsel of soortgenoten na
Door specifieke geurstoffen te produceren kunnen bloemen bestuivers aantrekken die op zoek zijn naar voedsel of partners.
Feit
Orchideeën hebben zeer uiteenlopende bestuivingsstrategieën
Orchideeën hebben tijdens hun evolutie veel verschillende manieren ontwikkeld om specifieke bestuivers aan te trekken.
Feit
Sommige orchideeën bootsen vrouwelijke insecten na
Bepaalde orchideeën produceren vormen en geurstoffen die lijken op vrouwelijke insecten en daardoor mannetjes aantrekken.
Feit
Mannelijke insecten kunnen hierdoor worden aangetrokken
Mannetjes kunnen de bloem benaderen omdat ze deze verwarren met een potentiële partner en daarbij stuifmeel meenemen.
Feit
Sommige planten gebruiken warmte om bestuivers aan te trekken
Warmte kan geurstoffen beter verspreiden en kan voor bepaalde bestuivers een extra aantrekkelijk signaal vormen.
Feit
De reuzenaronskelk kan warmte produceren
De bloeiwijze van de reuzenaronskelk kan door stofwisselingsprocessen tijdelijk warmer worden dan de omgeving.
Feit
Warmteproductie bij planten heet thermogenese
Thermogenese is het produceren van warmte door stofwisselingsprocessen en komt bij verschillende planten voor.
Feit
Sommige bloemen kunnen meer dan 1 meter hoog worden
Bepaalde plantensoorten ontwikkelen zeer grote bloeiwijzen die ruim boven een meter kunnen uitsteken.
Feit
De reuzenaronskelk kan een zeer grote bloeiwijze ontwikkelen
De reuzenaronskelk behoort tot planten met uitzonderlijk grote bloeiwijzen die uit honderden kleine bloemen bestaan.
Feit
De geur van sommige bloemen lijkt op rottend vlees
Bepaalde bloemen produceren zwavelhoudende en andere geurstoffen die lijken op de geur van rottend organisch materiaal.
Feit
Deze geur trekt aasvliegen aan
Aasvliegen worden door dergelijke geuren aangetrokken omdat ze normaal gesproken rottend organisch materiaal gebruiken voor voedsel of voortplanting.
Feit
Niet alle bestuiving gebeurt door insecten
Ook vogels, vleermuizen, wind, water en andere dieren kunnen stuifmeel tussen bloemen verspreiden.
Feit
Vogels kunnen bloemen bestuiven
Vogels bezoeken bloemen voor nectar en kunnen daarbij stuifmeel aan hun snavel of veren meenemen.
Feit
Vleermuizen kunnen bloemen bestuiven
In tropische gebieden bestuiven sommige vleermuizen grote en sterk geurende bloemen tijdens hun nachtelijke voedselzoektochten.
Feit
Wind kan stuifmeel verspreiden
Windbestuiving komt veel voor bij planten die grote hoeveelheden licht en gemakkelijk verspreidbaar stuifmeel produceren.
Feit
Grassen worden vaak door de wind bestoven
Veel grassoorten produceren grote hoeveelheden licht stuifmeel dat door luchtstromen wordt verspreid.
Feit
Maïs gebruikt de wind voor bestuiving
Maïs is een windbestuiver waarbij stuifmeel vanuit de mannelijke bloeiwijzen naar vrouwelijke draden wordt verspreid.
Feit
Stuifmeelkorrels kunnen zeer klein zijn
De grootte van pollen varieert sterk tussen plantensoorten en sommige korrels zijn microscopisch klein.
Feit
Sommige pollen kunnen tientallen kilometers worden meegevoerd
Wind kan kleine pollen over grote afstanden transporteren, vooral bij droog en winderig weer.
Feit
Bij veel planten komt stuifmeel op de stamper terecht
Wanneer stuifmeel de juiste stamper bereikt, kan het ontkiemen en een pollenbuis richting de zaadknop vormen.
Feit
De stamper is het vrouwelijke voortplantingsorgaan van een bloem
De stamper bestaat doorgaans uit stempel, stijl en vruchtbeginsel en bevat de vrouwelijke voortplantingsstructuren.
Feit
De meeldraden produceren stuifmeel
Meeldraden bestaan uit helmdraden en helmknoppen waarin stuifmeelkorrels worden gevormd.
Feit
Een bloem kan mannelijke en vrouwelijke onderdelen tegelijk hebben
Veel bloemen zijn tweeslachtig en bevatten zowel meeldraden als een stamper.
Feit
Niet alle bloemen zijn tweeslachtig
Bij sommige plantensoorten bevinden mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen zich in afzonderlijke bloemen.
Feit
Sommige planten hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen
Bij eenhuizige planten groeien mannelijke en vrouwelijke bloemen op hetzelfde individu.
Feit
Sommige plantensoorten hebben aparte mannelijke en vrouwelijke individuen
Bij tweehuizige plantensoorten draagt een individu uitsluitend mannelijke of uitsluitend vrouwelijke bloemen.
Feit
Kiwi is een voorbeeld van een plantensoort waarbij mannelijke en vrouwelijke planten voorkomen
Bij de gewone kiwi zijn mannelijke en vrouwelijke bloemen meestal op verschillende planten aanwezig, waardoor beide nodig zijn voor vruchtvorming.
Feit
Een zaad bevat meestal een embryo
Een zaad bevat doorgaans een jong plantenembryo met voedselreserves en een beschermende zaadhuid.
Feit
Sommige zaden kunnen jarenlang inactief blijven
Zaden kunnen onder gunstige opslagomstandigheden lange tijd in een rusttoestand blijven voordat ze ontkiemen.
Feit
Sommige zaden hebben vuur nodig om te ontkiemen
Bij bepaalde planten verbreekt hitte de kiemrust of verandert de zaadhuid waardoor ontkieming na een brand mogelijk wordt.
Feit
Bepaalde planten zijn aangepast aan bosbranden
Sommige soorten kunnen vuur overleven of gebruiken de omstandigheden na een brand om zich voort te planten.
Feit
Sommige dennen openen hun kegels pas na sterke verhitting
Bij bepaalde dennen zorgen hoge temperaturen ervoor dat gesloten kegels opengaan en zaden vrijkomen.
Feit
Mieren kunnen levende bruggen vormen
Sommige mieren verbinden hun lichamen met elkaar om een levende structuur te maken waar andere koloniegenoten overheen kunnen lopen.
Feit
Sommige mieren gebruiken hun lichaam om gaten te overbruggen
Door zich aan elkaar vast te houden kunnen mieren tijdelijke bruggen maken die routes over openingen verkorten.
Feit
Mierenkolonies kunnen uit meerdere koninginnen bestaan
Bij sommige mierensoorten leven meerdere vruchtbare koninginnen binnen dezelfde kolonie.
Feit
Niet iedere mierensoort heeft slechts één koningin
De sociale structuur verschilt per soort en sommige kolonies hebben meerdere koninginnen of helemaal geen permanent dominante koningin.
Feit
Mieren kunnen landbouw bedrijven
Mieren kweken bijvoorbeeld schimmels of beschermen bladluizen om toegang te krijgen tot hun suikerrijke honingdauw.
Feit
Bladsnijmieren kweken schimmels als voedsel
Bladsnijmieren verzamelen plantaardig materiaal dat ze gebruiken als voedingsbodem voor een schimmel die de kolonie eet.
Feit
Bladsnijmieren eten de bladeren die ze verzamelen niet rechtstreeks
De verzamelde bladeren dienen vooral als substraat waarop de voedselzwam van de kolonie kan groeien.
Feit
De bladeren dienen als voedingsbodem voor hun schimmel
De schimmel breekt het verzamelde plantenmateriaal af en vormt vervolgens voedsel voor de mierenkolonie.
Feit
Sommige mieren houden bladluizen voor hun honingdauw
Mieren beschermen bepaalde bladluizen tegen vijanden en verzamelen in ruil de suikerrijke honingdauw die bladluizen uitscheiden.
Feit
Mieren kunnen elkaar herkennen aan geur
Kolonieleden herkennen elkaar onder andere aan een karakteristiek chemisch geurprofiel op hun lichaamsoppervlak.
Feit
Mieren gebruiken feromonen om routes te markeren
Werksters kunnen chemische geursporen achterlaten die andere mieren naar voedselbronnen of nestlocaties leiden.
Feit
Een mierenspoor kan door meerdere individuen worden gevolgd
Wanneer veel mieren dezelfde feromoonroute volgen en versterken, ontstaat een efficiënt geurspoor tussen nest en voedsel.
Feit
Feromonen kunnen ook alarmgedrag veroorzaken
Alarmferomonen kunnen andere mieren waarschuwen voor gevaar en verdediging of vluchtgedrag uitlokken.
Feit
Sommige mieren verdedigen hun kolonie met mierenzuur
Bepaalde mierensoorten kunnen mierenzuur gebruiken als chemisch verdedigingsmiddel tegen vijanden.
Feit
Mieren kunnen samenwerken bij het transporteren van grote objecten
Door hun krachten te combineren kunnen meerdere mieren voorwerpen verplaatsen die voor één mier te zwaar zijn.
Feit
Een mierenkolonie kan voedsel verdelen tussen verschillende individuen
Voedsel kan binnen kolonies worden doorgegeven via uitwisseling van vloeibare voedingsstoffen tussen nestgenoten.
Feit
Bij sommige soorten zijn werksters gespecialiseerd in verschillende taken
Werksters kunnen verschillen in grootte of gedrag en zich meer richten op bijvoorbeeld voedsel zoeken, verdediging of broedzorg.
Feit
De taken van werksters kunnen veranderen afhankelijk van de behoefte van de kolonie
Mieren kunnen hun taak aanpassen aan leeftijd, omstandigheden en de actuele behoeften van de kolonie.
Feit
Honingbijen kunnen leren welke bloemen voedsel opleveren
Individuele bijen kunnen bloemkenmerken leren herkennen en deze informatie gebruiken tijdens volgende voedselvluchten.
Feit
Honingbijen kunnen de richting van voedsel communiceren via dansgedrag
Werksters gebruiken dansgedrag in de kast om informatie over de locatie van voedsel over te brengen.
Feit
De beroemde bijendans wordt de kwispeldans genoemd
De kwispeldans is een herkenbaar onderdeel van de communicatie van honingbijen over voedselbronnen.
Feit
De richting van de dans bevat informatie over de positie van voedsel
De richting van bepaalde bewegingen ten opzichte van de zwaartekracht correspondeert met de richting van de voedselbron ten opzichte van de zon.
Feit
De afstand wordt mede aangegeven door de duur van de dans
Bij honingbijen hangt de duur van het kwispelgedeelte samen met de afstand tot de voedselbron.
Feit
Bijen kunnen ultraviolet licht zien
Honingbijen kunnen ultraviolet licht waarnemen waardoor bloemen voor hen patronen kunnen tonen die mensen niet zien.
Feit
Veel bloemen hebben patronen die alleen voor insecten zichtbaar zijn
Ultraviolette patronen kunnen insecten naar nectar of pollen leiden terwijl ze voor mensen onzichtbaar blijven.
Feit
Die patronen kunnen bestuivers naar nectar leiden
De patronen functioneren vaak als visuele aanwijzingen richting het voedselrijke deel van de bloem.
Feit
Hommels kunnen bij koud weer actief zijn
Hommels kunnen hun vliegspieren op temperatuur brengen waardoor ze bij relatief lage omgevingstemperaturen actief blijven.
Feit
Hommels kunnen hun vliegspieren opwarmen
Door hun vliegspieren snel te laten bewegen kunnen hommels warmte produceren voordat ze daadwerkelijk opstijgen.
Feit
Hommels kunnen hun lichaam laten trillen zonder op te stijgen
Door snelle spiercontracties kunnen hommels hun borststuk sterk opwarmen terwijl de vleugels niet volledig worden gebruikt voor vlucht.
Feit
Dit helpt sommige soorten stuifmeel uit bloemen losmaken
Het trillen van het lichaam kan bij zogenoemde buzz-pollination stuifmeel uit bepaalde bloemen vrijmaken.
Feit
Bij sommige planten is dit noodzakelijk om stuifmeel vrij te krijgen
Sommige bloemen geven pollen alleen efficiënt vrij wanneer een bestuiver de helmknoppen met trillingen stimuleert.
Feit
Muggen gebruiken koolstofdioxide om potentiële gastheren te vinden
Koolstofdioxide uit uitgeademde lucht is een belangrijk signaal waarmee veel vrouwelijke muggen naar dieren en mensen worden geleid.
Feit
Muggen kunnen lichaamswarmte detecteren
Naast koolstofdioxide gebruiken sommige muggen temperatuurverschillen als aanwijzing voor de aanwezigheid van een gastheer.
Feit
Muggen reageren ook op lichaamsgeuren
Stoffen in huidgeur en zweet kunnen muggen helpen bepalen waar een geschikte gastheer zich bevindt.
Feit
Niet alle muggen steken mensen
Alleen bepaalde soorten en vooral vrouwtjes van soorten die bloed nodig hebben voor eiproductie steken mensen.
Feit
Mannetjesmuggen leven voornamelijk van plantaardige vloeistoffen
Mannetjes hebben geen behoefte aan bloed en voeden zich vooral met nectar en andere plantaardige vloeistoffen.
Feit
Vrouwtjesmuggen hebben bij veel soorten bloed nodig voor eiproductie
Eiwitten uit bloed leveren bij veel soorten vrouwelijke muggen voedingsstoffen voor de ontwikkeling van eieren.
Feit
Vliegen kunnen voedsel niet kauwen
Volwassen vliegen hebben geen geschikte kauwmonddelen en nemen daarom vooral vloeibaar of opgelost voedsel op.
Feit
Vliegen lossen voedsel gedeeltelijk op met spijsverteringssappen
Veel vliegen scheiden enzymen uit op voedsel waardoor vaste voedingsstoffen gedeeltelijk worden afgebroken.
Feit
Vliegen nemen vloeibaar voedsel op
Nadat voedsel is opgelost kunnen vliegen het met hun gespecialiseerde monddelen opzuigen.
Feit
Sommige vliegen hebben duizenden kleine oogfacetten
Samengestelde insectenogen bestaan uit vele afzonderlijke facetten die elk een deel van het beeld registreren.
Feit
De ogen van insecten detecteren beweging zeer goed
De snelle verwerking van veranderingen in afzonderlijke oogfacetten maakt veel insecten bijzonder gevoelig voor beweging.
Feit
Veel insecten kunnen ultraviolet licht zien
Verschillende insecten beschikken over fotoreceptoren die ultraviolet licht waarnemen dat voor mensen onzichtbaar is.
Feit
Sommige kevers kunnen over water lopen
Bepaalde kleine insecten kunnen door oppervlaktespanning op het wateroppervlak blijven en zich daar voortbewegen.
Feit
Waterlopers gebruiken oppervlaktespanning om op water te blijven
Hun lange poten verdelen het gewicht over een groot oppervlak en vervormen het wateroppervlak zonder erdoorheen te breken.
Feit
Oppervlaktespanning ontstaat door krachten tussen watermoleculen
Watermoleculen trekken elkaar aan waardoor het oppervlak zich gedraagt alsof er een dun elastisch vlies aanwezig is.
Feit
Een waterdruppel probeert door oppervlaktespanning een compacte vorm aan te nemen
Oppervlaktespanning verkleint het oppervlak van een druppel waardoor een bolvormige vorm wordt bevorderd.
Feit
Sommige spinnen gebruiken wateroppervlakken als leefomgeving
Bepaalde spinnen jagen op of rond het wateroppervlak en kunnen zich daar dankzij hun lichaamsbouw verplaatsen.
Feit
Waterspinnen kunnen onder water leven in een luchtbel
De waterspin bouwt een onderwaterluchtbel waarin hij kan leven en waar hij zuurstof uit de omgeving kan opnemen.
Feit
De waterspin wordt ook wel duikerspin genoemd
De Europese waterspin staat bekend als duikerspin omdat het dier een luchtbel onder water gebruikt als leefruimte.
Feit
Spinnen produceren zijde
Spinnen maken zijde met speciale klieren en gebruiken die onder andere voor webben, schuilplaatsen, eierzakken en veiligheid.
Feit
Spinnenzijde kan zeer sterk zijn voor zijn gewicht
Sommige soorten spinnenzijde combineren een hoge treksterkte met een zeer laag gewicht.
Feit
Niet alle spinnen gebruiken webben om prooien te vangen
Veel spinnen jagen actief of gebruiken andere technieken in plaats van een klassiek vangweb.
Feit
Springende spinnen jagen actief
Springende spinnen zoeken hun prooi actief op en gebruiken hun uitstekende gezichtsvermogen bij het jagen.
Feit
Springende spinnen hebben relatief grote ogen
De voorste ogen van springspinnen zijn groot en zeer scherp voor een geleedpotige van hun formaat.
Feit
Sommige spinnen kunnen honderden lichaamslengtes ver springen
Door hun krachtige poten en zijdeveiligheidsdraad kunnen sommige spinnen indrukwekkende afstanden afleggen in verhouding tot hun lichaamslengte.
Feit
Vogelspinnen zijn meestal geen webbouwende jagers
Veel vogelspinnen leven op of in de bodem en wachten actief op geschikte prooien in plaats van een vangweb te bouwen.
Feit
Sommige spinnen gebruiken hun zijde om zich door de lucht te verspreiden
Jonge of kleine spinnen kunnen zijde loslaten die door luchtstromen wordt meegenomen waardoor ze nieuwe gebieden bereiken.
Feit
Jonge spinnen kunnen zich met zijde laten meevoeren door de wind
Dit verspreidingsgedrag maakt het mogelijk om grote afstanden af te leggen zonder actief te vliegen.
Feit
Dit verschijnsel heet ballooning
Bij ballooning laten spinnen fijne zijden draden los die door luchtstromen worden meegenomen.
Feit
Schorpioenen hebben een gifstekel aan het uiteinde van hun staart
Aan het uiteinde van het achterlijf bevindt zich een telson met gifklieren en een angel waarmee prooien kunnen worden verlamd.
Feit
Niet alle schorpioenen zijn gevaarlijk voor mensen
Hoewel alle schorpioenen gif kunnen hebben, vormen slechts sommige soorten een ernstig medisch risico voor mensen.
Feit
Schorpioenen kunnen lang zonder voedsel
Door hun lage stofwisseling kunnen schorpioenen lange tijd met weinig voedsel overleven.
Feit
Sommige schorpioenen kunnen onder ultraviolet licht fluoresceren
Bepaalde stoffen in het uitwendige skelet kunnen ultraviolet licht absorberen en zichtbaar licht uitzenden.
Feit
De oorzaak van deze fluorescentie zit in stoffen in het exoskelet
Fluorescerende verbindingen in de verharde huidlagen van schorpioenen veroorzaken de opvallende gloed onder ultraviolet licht.
Feit
Duizendpoten hebben meestal twee paar poten per lichaamssegment
Bij duizendpoten is het lichaam opgebouwd uit segmenten waarvan de meeste twee paar poten dragen.
Feit
Miljoenpoten hebben bij veel soorten eveneens twee paar poten per zichtbaar lichaamssegment
Bij miljoenpoten zijn veel lichaamssegmenten tijdens de ontwikkeling samengevoegd waardoor zichtbare segmenten vaak twee paar poten dragen.
Feit
De namen duizendpoot en miljoenpoot betekenen niet dat ieder exemplaar letterlijk duizend of een miljoen poten heeft
De Nederlandse namen verwijzen naar het grote aantal poten maar de werkelijke aantallen verschillen sterk per soort.
Feit
De echte aantallen verschillen sterk per soort
Het aantal poten bij duizend- en miljoenpotigen varieert van enkele tientallen tot zeer grote aantallen.
Feit
Sommige miljoenpoten hebben honderden poten
Verschillende miljoenpootsoorten beschikken over honderden poten die over veel lichaamssegmenten zijn verdeeld.
Feit
Een recordaantal poten bij een miljoenpootsoort ligt boven de duizend
De soort Eumillipes persephone werd ontdekt met meer dan duizend poten en heeft daarmee het bijzondere potenrecord onder bekende dieren.
Feit
Insecten hebben maximaal drie paar poten
Volwassen insecten hebben zes poten die aan het borststuk zijn bevestigd.
Feit
Spinnen hebben vier paar poten
Spinnen zijn spinachtigen en hebben als volwassen dieren doorgaans acht looppoten.
Feit
Teken behoren tot de spinachtigen
Teken zijn geen insecten maar behoren samen met onder andere spinnen en mijten tot de spinachtigen.
Feit
Mijten behoren eveneens tot de spinachtigen
Mijten zijn kleine spinachtigen die in zeer uiteenlopende leefomgevingen voorkomen.
Feit
Vlooien kunnen relatief grote sprongen maken
Hun krachtige achterpoten stellen sommige vlooien in staat vele malen hun eigen lichaamslengte te springen.
Feit
Vlooien zijn vleugelloze insecten
Vlooien hebben tijdens hun evolutie hun vleugels verloren en zijn gespecialiseerd in springen en leven op gastheren.
Feit
Vlooien leven als volwassen dier vaak op een gastheer
Volwassen vlooien leven meestal op zoogdieren of vogels waar ze voedsel vinden en zich voortplanten.
Feit
Luizen zijn eveneens vleugelloze insecten
Luizen hebben geen vleugels en zijn sterk aangepast aan het permanente leven op een gastheer.
Feit
Luizen zijn sterk aangepast aan leven op een gastheer
Hun klauwtjes en lichaamsbouw helpen hen zich stevig vast te houden aan haren of veren van hun gastheer.
Feit
Wantsen behoren tot de halfvleugeligen
Wantsen behoren tot de insectenorde Hemiptera, ook wel halfvleugeligen genoemd.
Feit
Sommige wantsen gebruiken zuigende monddelen
Veel wantsen hebben een stekende en zuigende zuigsnuit waarmee ze plantensappen of andere vloeistoffen opnemen.
Feit
Sommige insecten kunnen maandenlang als larve leven
Bij veel insecten duurt de larvale fase aanzienlijk langer dan het volwassen stadium.
Feit
Bij sommige insecten duurt het volwassen stadium slechts enkele dagen
Volwassen dieren van sommige soorten leven kort en richten zich vooral op voortplanting.
Feit
Eendagsvliegen kunnen als volwassen insect slechts kort leven
Volwassen eendagsvliegen leven bij veel soorten slechts uren tot enkele dagen en eten soms helemaal niet.
Feit
De larven van eendagsvliegen leven veel langer in water
Het grootste deel van hun levenscyclus brengen eendagsvliegen als aquatische nimfen in zoet water door.
Feit
Libellen brengen een groot deel van hun leven als larve onder water door
De larven van libellen leven vaak maanden of jaren onder water voordat ze volwassen worden en uitvliegen.
Feit
Kraaien kunnen eenvoudige problemen oplossen
Kraaien kunnen nieuwe situaties onderzoeken en oplossingen vinden waarbij ze eerdere ervaringen gebruiken.
Feit
Sommige kraaien gebruiken meerdere stappen om voedsel te bereiken
Onderzoek laat zien dat bepaalde kraaiachtigen opeenvolgende handelingen kunnen uitvoeren om bij voedsel te komen.
Feit
Kraaien kunnen voorwerpen als gereedschap gebruiken
Sommige kraaien gebruiken bijvoorbeeld stokjes of aangepaste voorwerpen om voedsel uit moeilijk bereikbare plaatsen te halen.
Feit
Kraaiachtigen kunnen zich spiegelen aan eerdere ervaringen
Kraaiachtigen kunnen informatie uit eerdere ervaringen gebruiken bij het oplossen van nieuwe problemen.
Feit
Papegaaien kunnen geluiden uit hun omgeving imiteren
Veel papegaaien kunnen geluiden, menselijke spraak en andere omgevingsgeluiden nauwkeurig nabootsen.
Feit
Sommige papegaaien kunnen eenvoudige hoeveelheden onderscheiden
Onderzoek bij bepaalde papegaaiensoorten laat zien dat ze kleine aantallen en hoeveelheden kunnen onderscheiden.
Feit
Sommige vogels kunnen menselijke gezichten onthouden
Verschillende vogelsoorten kunnen individuele mensen herkennen en onderscheid maken tussen bekende en onbekende personen.
Feit
Duiven kunnen visuele patronen leren onderscheiden
Duiven hebben een goed ontwikkeld visueel systeem en kunnen complexe patronen en categorieën leren herkennen.
Feit
Duiven kunnen magnetische en andere oriëntatiesignalen gebruiken
Duiven combineren verschillende signalen voor navigatie, waaronder landschap, zon, geuren en waarschijnlijk ook magnetische informatie.
Feit
Trekvogels gebruiken verschillende navigatiemethoden
Migrerende vogels combineren vaak meerdere signalen om richting en positie tijdens lange reizen te bepalen.
Feit
Sommige trekvogels gebruiken het aardmagnetisch veld
Bepaalde vogels kunnen informatie uit het aardmagnetische veld gebruiken als onderdeel van hun navigatiesysteem.
Feit
Sommige vogels gebruiken de stand van de zon als kompas
De positie van de zon kan worden gebruikt als richtingaanwijzer wanneer vogels rekening houden met het tijdstip van de dag.
Feit
Vogels kunnen ook sterren gebruiken voor navigatie
Vooral nachttrekkende vogels kunnen patronen aan de sterrenhemel gebruiken om hun vliegrichting te bepalen.
Feit
Jonge vogels kunnen tijdens migratie verschillende routes leren
Migratieroutes kunnen deels aangeboren zijn maar jonge vogels kunnen ook leren van ervaring en sociale informatie.
Feit
Sommige vogels vliegen duizenden kilometers tijdens migratie
Verschillende trekvogels leggen tijdens hun jaarlijkse migratie duizenden kilometers af tussen broed- en overwinteringsgebieden.
Feit
De noordse stern maakt een van de langste migraties van alle dieren
De noordse stern reist jaarlijks tussen het noordpoolgebied en gebieden rond Antarctica en legt daarbij enorme afstanden af.
Feit
De noordse stern reist tussen Arctische en Antarctische gebieden
De soort broedt in het hoge noorden en overwintert in de wateren rond Antarctica.
Feit
Sommige vogels vliegen over oceanen zonder onderweg te landen
Bepaalde trekvogels kunnen tijdens lange oceaanvluchten vele uren of zelfs dagen blijven vliegen.
Feit
Albatrossen gebruiken windstromen om energie te besparen
Door dynamische zweefvlucht kunnen albatrossen energiezuinig grote afstanden boven zee afleggen.
Feit
Albatrossen kunnen jarenlang op zee doorbrengen
Veel albatrossen brengen het grootste deel van hun leven op open zee door en komen vooral voor voortplanting aan land.
Feit
Een albatros kan tijdens een vlucht enorme afstanden afleggen
Dankzij efficiënte zweefvlucht kunnen albatrossen over grote delen van de oceaan reizen zonder voortdurend met hun vleugels te slaan.
Feit
Gierzwaluwen brengen een groot deel van hun leven vliegend door
Gierzwaluwen kunnen tijdens het jagen, drinken en soms zelfs rusten lange tijd in de lucht blijven.
Feit
Sommige gierzwaluwen kunnen maandenlang vrijwel onafgebroken in de lucht blijven
Bepaalde gierzwaluwen brengen buiten het broedseizoen maanden door zonder langdurig op de grond te landen.
Feit
Kolibries kunnen achteruit vliegen
Door hun bijzondere vleugelbeweging kunnen kolibries zowel vooruit als achteruit vliegen.
Feit
Kolibries kunnen stilhangen in de lucht
Hun vleugels maken zeer snelle bewegingen waardoor ze vrijwel op dezelfde plaats kunnen blijven hangen.
Feit
Kolibries hebben een zeer hoge stofwisseling
Door hun kleine lichaam en extreem actieve vliegstijl verbruiken kolibries in verhouding zeer veel energie.
Feit
Kolibries moeten daarom vaak voedsel opnemen
Om hun hoge energieverbruik te compenseren bezoeken kolibries regelmatig bloemen en andere voedselbronnen.
Feit
Nectar levert kolibries snel beschikbare energie
De suikers in nectar kunnen snel worden opgenomen en leveren brandstof voor de intensieve vlucht.
Feit
Kolibries eten ook kleine insecten
Naast nectar eten kolibries kleine insecten en andere geleedpotigen die eiwitten en andere voedingsstoffen leveren.
Feit
Spechten hebben een gespecialiseerde schedel en tongstructuur
Hun schedel, tong en spieren zijn aangepast aan het zoeken naar insecten in hout.
Feit
Spechten kunnen hun tong ver naar buiten steken
De lange gespierde tong kan diep in spleten en gangen worden gestoken om prooien te bereiken.
Feit
De tong van sommige spechten kan rond de schedel lopen
Bij bepaalde spechten loopt een deel van het tongapparaat rond de schedel en kan het daardoor uitzonderlijk lang worden.
Feit
Spechten gebruiken hun snavel om insecten uit hout te halen
Met hun krachtige snavel maken ze gaten en spleten waarin insecten en larven verborgen zitten.
Feit
Sommige spechten gebruiken holtes als slaapplaats
Uitgehakte boomholtes bieden spechten een beschutte plaats om te slapen en soms ook om te broeden.
Feit
Spechtengaten worden later door andere dieren gebruikt
Verlaten nest- en slaapholtes vormen belangrijke schuilplaatsen voor andere vogels, zoogdieren en insecten.
Feit
Vogelnesten verschillen sterk per soort
Vogels bouwen nesten van uiteenlopende materialen en vormen, afhankelijk van soort, omgeving en broedstrategie.
Feit
Sommige vogels bouwen hangende nesten
Bepaalde vogelsoorten maken geweven nesten die aan takken hangen en moeilijk bereikbaar zijn voor roofdieren.
Feit
Andere vogels leggen eieren in bestaande holtes
Holtebroeders gebruiken natuurlijke of door andere dieren gemaakte gaten in bomen, rotsen of gebouwen.
Feit
Koekoeken leggen hun eieren soms in nesten van andere vogelsoorten
Bij broedparasitaire koekoeken wordt het grootbrengen van de jongen grotendeels overgelaten aan een andere vogelsoort.
Feit
Dit gedrag heet broedparasitisme
Bij broedparasitisme legt een vogel zijn eieren in het nest van een andere vogel die vervolgens het jong grootbrengt.
Feit
Een koekoekskuiken kan andere eieren of jongen uit het nest verwijderen
Bij sommige koekoeksoorten duwt het jonge koekoekskuiken concurrenten uit het nest waardoor het vrijwel alle voedsel van de pleegouders krijgt.
Feit
Niet alle koekoeksoorten zijn broedparasieten
Broedparasitisme komt bij verschillende koekoeksoorten voor maar is geen kenmerk van alle koekoekachtigen.
Feit
Struisvogels hebben de grootste eieren van levende vogels
Struisvogeleieren zijn zowel relatief als absoluut uitzonderlijk groot en behoren tot de grootste eieren van levende dieren.
Feit
Kolibries leggen zeer kleine eieren
Door hun geringe lichaamsgrootte behoren kolibrie-eieren tot de kleinste eieren van levende vogels.
Feit
Vogeleieren hebben een poreuze schaal
De kalkschaal bevat microscopische poriën waardoor gasuitwisseling met de omgeving mogelijk is.
Feit
Zuurstof kan door de poriën van een ei naar binnen
Zuurstof diffundeert via de poriën naar het zich ontwikkelende embryo.
Feit
Koolstofdioxide kan door dezelfde poriën naar buiten
Koolstofdioxide dat door de stofwisseling van het embryo ontstaat kan via de poriën ontsnappen.
Feit
De schaal bevat veel calciumcarbonaat
De harde schaal van de meeste vogeleieren bestaat grotendeels uit calciumcarbonaat.
Feit
De luchtkamer in een ei wordt groter naarmate water verdampt
Tijdens de ontwikkeling verliest een ei water via de schaal waardoor de luchtkamer aan het stompe uiteinde groter wordt.
Feit
Vogels hebben een luchtzakkenstelsel
Naast de longen beschikken vogels over luchtzakken die helpen bij een efficiënte luchtstroom door het ademhalingssysteem.
Feit
Luchtzakken helpen bij de efficiënte ademhaling van vogels
De luchtzakken zorgen samen met de longen voor een vrijwel continue luchtstroom door de gaswisselingsgebieden.
Feit
Vogels ademen anders dan zoogdieren
Vogelademhaling maakt gebruik van een systeem met luchtzakken en een grotendeels eenrichtingsgerichte luchtstroom door de longen.
Feit
Kameleons veranderen hun kleur niet uitsluitend om zich te verbergen
Kleurverandering speelt ook een rol bij communicatie, temperatuurregeling en het uitdrukken van opwinding of stress.
Feit
Kleurverandering kan ook worden gebruikt voor communicatie
Kameleons kunnen kleurpatronen veranderen om soortgenoten signalen te geven over bijvoorbeeld territorium, voortplanting of dreiging.
Feit
Kleurverandering bij kameleons wordt beïnvloed door structuren in de huid
Naast pigmenten spelen bij veel kameleons gespecialiseerde huidcellen en nanostructuren een rol bij kleurverandering.
Feit
Sommige hagedissen kunnen hun staart afwerpen
Bij staartautotomie kan een hagedis een deel van zijn staart loslaten wanneer een roofdier hem vastgrijpt.
Feit
Dit heet autotomie
Autotomie is het actief afwerpen van een lichaamsdeel als verdedigingsmechanisme tegen bijvoorbeeld een roofdier.
Feit
Een afgeworpen staart kan roofdieren afleiden
Een losgeraakte staart kan nog enige tijd bewegen waardoor de aandacht van het roofdier van het vluchtende dier wordt afgeleid.
Feit
Een nieuwe staart heeft vaak een andere structuur dan de oorspronkelijke
Bij regeneratie wordt de oorspronkelijke staartstructuur niet volledig teruggevormd en ontstaan vaak ander weefsel en een andere wervelstructuur.
Feit
Sommige hagedissen kunnen verloren staarten gedeeltelijk regenereren
Na autotomie kunnen bepaalde hagedissen een nieuwe staart laten groeien, maar deze is meestal anatomisch anders dan de oorspronkelijke.
Feit
Gecko's kunnen hun staart eveneens verliezen
Veel gekko's kunnen autotomie gebruiken wanneer ze door een roofdier worden aangevallen.
Feit
Sommige gekko's kunnen aan verticale oppervlakken lopen
Hun tenen beschikken over microscopische structuren waarmee ze zich aan gladde oppervlakken kunnen hechten.
Feit
De tenen van gekko's bevatten miljoenen microscopische haarachtige structuren
Deze structuren worden setae genoemd en vergroten het contactoppervlak tussen teen en ondergrond enorm.
Feit
Deze structuren maken gebruik van zwakke intermoleculaire krachten
De microscopische structuren maken vooral gebruik van van der Waalskrachten om contact met oppervlakken te behouden.
Feit
Krokodillen kunnen hun lichaamswarmte niet volledig zelf reguleren
Als ectotherme dieren zijn krokodillen sterk afhankelijk van hun omgeving om hun lichaamstemperatuur te beïnvloeden.
Feit
Krokodillen gebruiken zon en water om hun temperatuur te beïnvloeden
Door zonnebaden, schaduw opzoeken en het water in en uit gaan kunnen ze hun lichaamstemperatuur regelen.
Feit
Krokodillen kunnen lange tijd zonder voedsel
Hun relatief lage stofwisseling en efficiënte energieopslag maken het mogelijk lange periodes zonder voedsel te overleven.
Feit
Sommige krokodillen kunnen stenen inslikken
Krokodillen kunnen stenen inslikken die in de maag terechtkomen en mogelijk helpen bij het verwerken van voedsel of het gewicht in het water.
Feit
Deze stenen kunnen helpen bij het verzwaren van het lichaam in water
Gastrolithen kunnen bijdragen aan het lichaamsgewicht en mogelijk invloed hebben op drijfvermogen en stabiliteit.
Feit
Alligators kunnen hun hartslag sterk verlagen tijdens duiken
Tijdens langdurige onderdompeling kunnen alligators hun hartactiviteit sterk verlagen om zuurstof te sparen.
Feit
Sommige schildpadden kunnen onder water zuurstof opnemen via gespecialiseerde weefsels
Bij bepaalde zoetwaterschildpadden kan gaswisseling plaatsvinden via sterk doorbloede weefsels, onder andere rond de cloaca.
Feit
De schild van een schildpad groeit mee met het dier
Het schild bestaat uit bot en verhoornde schilden die tijdens de groei groter worden.
Feit
Schildpadden kunnen hun kop in hun schild terugtrekken
Veel schildpadden kunnen hun kop gedeeltelijk of volledig in het schild terugtrekken als bescherming.
Feit
Niet alle schildpadden kunnen dat op dezelfde manier
De manier waarop de kop wordt ingetrokken verschilt tussen groepen en sommige soorten kunnen de kop nauwelijks terugtrekken.
Feit
Zeeschildpadden keren vaak terug naar gebieden waar ze zijn geboren om eieren te leggen
Veel zeeschildpadden vertonen natal homing en keren voor de voortplanting terug naar gebieden die overeenkomen met hun geboortegebied.
Feit
Sommige zeeschildpadden gebruiken het aardmagnetisch veld voor navigatie
Magnetische informatie kan zeeschildpadden helpen hun positie en richting tijdens lange oceaanreizen te bepalen.
Feit
Krokodillen en vogels hebben een vierkamerig hart
Beide groepen hebben een volledig gescheiden linker- en rechterharthelft met vier hartkamers.
Feit
Hagedissen hebben vaak een hart met drie kamers
Bij de meeste hagedissen bestaat het hart uit twee boezems en één gedeeltelijk gescheiden kamer, al zijn er uitzonderingen.
Feit
Slangen hebben geen borstbeen zoals mensen
Slangen hebben geen borstbeen dat de ribben aan de voorzijde met elkaar verbindt, waardoor hun borstkas flexibel blijft.
Feit
Slangen kunnen hun ribben bewegen tijdens het ademen
De ribben zijn verbonden met spieren die de borstholte kunnen vergroten en verkleinen tijdens ademhaling.
Feit
Slangen gebruiken hun ribbenkast ook tijdens het bewegen
De flexibele ribbenkast ondersteunt zowel de ademhaling als de beweging van het lichaam tijdens het voortbewegen.
Feit
Sommige slangen kunnen lange tijd zonder voedsel
Door hun lage stofwisseling kunnen sommige grote slangen maandenlang zonder een nieuwe maaltijd overleven.
Feit
Een slang kan voedsel doorslikken dat veel breder is dan zijn kop
De zeer flexibele schedel en beweeglijke kaakverbindingen maken het mogelijk relatief grote prooien door te slikken.
Feit
De onderkaak van een slang is niet aan de voorkant met één bot vastgegroeid
De twee helften van de onderkaak zijn verbonden via flexibel weefsel waardoor de bek sterk kan uitzetten.
Feit
De linker- en rechterhelft van de onderkaak kunnen onafhankelijk bewegen
Tijdens het doorslikken kunnen beide kaakhelften afwisselend naar voren bewegen waardoor een slang grote prooien naar binnen werkt.
Feit
Slangen hebben geen uitwendige oren
Slangen hebben geen zichtbare gehoorgang of uitwendige ooropening maar kunnen wel trillingen waarnemen.
Feit
Slangen kunnen trillingen via de grond waarnemen
Trillingen kunnen via de onderkaak en schedelbeenderen naar het binnenoor worden overgebracht.
Feit
Sommige slangen hebben zeer gespecialiseerde gifklieren
Gifslangen beschikken over gespecialiseerde klieren die gif produceren en via tanden of andere structuren kunnen afgeven.
Feit
Gifslangen gebruiken gif voor prooi of verdediging
Gif kan prooien snel verzwakken of doden en wordt bij sommige soorten ook gebruikt als verdedigingsmiddel.
Feit
Niet iedere slang is giftig
Het grootste deel van de slangensoorten beschikt niet over een systeem waarmee gif effectief wordt geïnjecteerd.
Feit
Sommige niet-giftige slangen bootsen giftige soorten na
Door op giftige soorten te lijken kunnen ongevaarlijke slangen roofdieren afschrikken.
Feit
Dit wordt mimicry genoemd
Mimicry is het verschijnsel waarbij een soort eigenschappen van een andere soort nabootst met een bepaald voordeel.
Feit
Koraalslangen hebben opvallende kleurpatronen
Veel koraalslangen hebben contrasterende rode, gele of witte en zwarte banden die een herkenbaar waarschuwingspatroon vormen.
Feit
Sommige ongevaarlijke slangen lijken op koraalslangen
Verschillende niet-giftige soorten hebben kleurpatronen ontwikkeld die lijken op die van koraalslangen.
Feit
Dit kan roofdieren afschrikken
Een roofdier dat gevaarlijke koraalslangen herkent kan een ongevaarlijke nabootser mogelijk vermijden.
Feit
Beren kunnen op hun achterpoten staan
Beren kunnen tijdelijk rechtop staan om beter te kijken, ruiken of een tegenstander te benaderen.
Feit
IJsberen hebben zwarte huid
De donkere huid onder hun vacht absorbeert zonnestraling en is duidelijk zichtbaar wanneer de vacht nat is.
Feit
IJsberen hebben haren die licht kunnen doorlaten
De haren bevatten weinig pigment en verstrooien licht waardoor de vacht wit lijkt.
Feit
Bruine beren kunnen uitstekende zwemmers zijn
Bruine beren kunnen goed zwemmen en sommige populaties leggen zwemmend aanzienlijke afstanden af.
Feit
Beren kunnen een sterk ontwikkeld reukvermogen hebben
Beren gebruiken hun zeer gevoelige reukzin om voedsel, soortgenoten en mogelijke gevaren op grote afstand te detecteren.
Feit
Panda's behoren tot de orde van de roofdieren
Ondanks hun vrijwel plantaardige dieet behoren reuzenpanda's taxonomisch tot de orde Carnivora.
Feit
Panda's eten voornamelijk bamboe
Reuzenpanda's eten het grootste deel van hun tijd bamboe, hoewel hun spijsverteringsstelsel dat van een roofdierachtige voorouder behoudt.
Feit
Panda's hebben een extra vingerachtige structuur aan hun voorpoot
Een verlengde polsstructuur werkt als een soort extra duim waarmee panda's bamboestengels beter kunnen vasthouden.
Feit
Deze structuur helpt bij het vasthouden van bamboe
De zogenaamde pseudoduim maakt het gemakkelijker om bamboestengels vast te pakken en bladeren en stengels te verwerken.
Feit
Rode panda's zijn geen kleine reuzenpanda's
Rode panda's zijn evolutionair geen kleine versies van reuzenpanda's maar behoren tot een aparte diergroep.
Feit
Rode panda's behoren tot een eigen familie
De rode panda vormt de enige levende soort binnen de familie Ailuridae.
Feit
Wasberen hebben zeer gevoelige voorpoten
Hun voorpoten bevatten veel zenuwuiteinden waardoor ze objecten en voedsel nauwkeurig kunnen onderzoeken.
Feit
Wasberen kunnen voedsel onder water manipuleren
Water kan de gevoeligheid van hun voorpoten verhogen waardoor ze voorwerpen onder water goed kunnen onderzoeken.
Feit
Beverstaarten dienen meerdere functies
De brede staart helpt bij zwemmen, communicatie, vetopslag en het reguleren van warmteverlies.
Feit
De staart van een bever helpt bij zwemmen
De brede, platte staart werkt als een roer waarmee een bever tijdens het zwemmen kan sturen.
Feit
De staart kan ook als vetreserve dienen
In de staart wordt vet opgeslagen dat als energiereserve kan worden gebruikt.
Feit
Bevers kunnen bomen omknagen met hun snijtanden
Hun sterke snijtanden groeien voortdurend en zijn aangepast aan het doorbijten van hout.
Feit
Bevertanden blijven doorgroeien
Door voortdurende slijtage moeten bevers hun snijtanden regelmatig gebruiken om de groei in balans te houden.
Feit
Het oranje van bevertanden komt door ijzerhoudend tandglazuur
IJzerverbindingen in het glazuur maken de tanden oranje en dragen bij aan hun hardheid.
Feit
Bevers veranderen hun omgeving door dammen te bouwen
Met dammen veranderen bevers de waterstroom waardoor vijvers en andere natte leefgebieden kunnen ontstaan.
Feit
Hun dammen kunnen nieuwe wetlands creëren
Door water vast te houden kunnen beverdammen leefgebieden vormen voor planten, insecten, vissen, amfibieën en vogels.
Feit
Otters hebben een zeer dichte vacht
De dichte vacht houdt een isolerende luchtlaag vast en helpt otters warm te blijven in koud water.
Feit
Zeeotters gebruiken stenen om schelpen open te breken
Zeeotters kunnen een steen als gereedschap gebruiken om harde schelpen van prooidieren te openen.
Feit
Zeeotters kunnen voedsel bewaren in een huidplooi onder hun oksel
Een losse huidplooi onder de voorpoot kan tijdelijk als opslagplaats dienen voor voedsel of een favoriete steen.
Feit
Luiaards leven voornamelijk in bomen
Hun lange ledematen en gebogen klauwen zijn aangepast aan een leven hangend in boomkronen.
Feit
Luiaards bewegen langzaam om energie te besparen
Een laag energieverbruik past bij hun voedselarme dieet en helpt de beperkte energievoorraad efficiënt gebruiken.
Feit
Luiaards kunnen goed zwemmen
Ondanks hun trage bewegingen op land kunnen luiaards zich in water verrassend goed voortbewegen.
Feit
Luiaards hebben lange klauwen
De lange gebogen klauwen geven grip op takken en maken het mogelijk langdurig ondersteboven te hangen.
Feit
Luiaards slapen vaak lange perioden
Luiaards rusten veel, hoewel de exacte hoeveelheid slaap per soort en onderzoek verschilt.
Feit
Miereneters hebben een zeer lange tong
Hun lange, kleverige tong kan diep in mierennesten en termietenheuvels worden gestoken om prooien te verzamelen.
Feit
Miereneters hebben geen tanden
Miereneters hebben geen normale tanden en gebruiken hun tong en gespecialiseerde mondstructuur om insecten op te nemen.
Feit
Miereneters kunnen duizenden insecten eten
Een grote miereneter kan tijdens een dag zeer grote aantallen mieren en termieten opnemen.
Feit
Gordeldieren hebben een pantser van beenplaten
Onder de huid liggen benige platen die samen een beschermend pantser vormen.
Feit
Het pantser van gordeldieren bestaat uit keratinebedekte huidbeenderen
De benige huidplaten zijn bedekt met keratineachtige schilden die het pantser aan de buitenzijde versterken.
Feit
Sommige gordeldieren kunnen zich bijna volledig oprollen
Bij bepaalde soorten sluiten de pantserplaten tijdens het oprollen vrijwel alle kwetsbare lichaamsdelen af.
Feit
Armadillo's kunnen hun adem inhouden tijdens het oversteken van water
Sommige gordeldieren kunnen tijdelijk hun adem inhouden en hun lichaam opblazen waardoor ze ondiep water kunnen oversteken.
Feit
Negenbandgordeldieren kunnen meerdere identieke jongen krijgen
Bij deze soort ontstaat een nest jongen uit één bevruchte eicel die zich vervolgens in meerdere embryo's splitst.
Feit
Dit komt doordat één embryo zich splitst
Bij negenbandgordeldieren ontstaat de gebruikelijke worp van genetisch vrijwel identieke jongen door embryonale splitsing.
Feit
Kangoeroes hebben een zeer sterke achterpoten
Hun grote achterpoten zijn aangepast aan krachtig springen en vormen de belangrijkste aandrijving tijdens het voortbewegen.
Feit
Kangoeroes gebruiken hun staart bij het bewegen
De gespierde staart helpt bij balans en kan bij langzaam bewegen ook als extra steunpunt functioneren.
Feit
Kangoeroes kunnen grote sprongen maken
Dankzij elastische pezen en krachtige achterpoten kunnen kangoeroes met grote sprongen efficiënt lange afstanden afleggen.
Feit
Wallaby's zijn kleinere verwanten van kangoeroes
Wallaby is een algemene naam voor verschillende kleinere macropoden die nauw verwant zijn aan kangoeroes.
Feit
Wombats graven uitgebreide tunnels
Met hun krachtige poten en klauwen maken wombats uitgebreide ondergrondse holen waarin ze kunnen rusten en zich beschermen.
Feit
Wombats hebben zeer stevige achterdelen
Hun sterke achterlichaam helpt bij verdediging en beschermt kwetsbare lichaamsdelen wanneer ze hun holen binnengaan.
Feit
Wombats kunnen verrassend snel rennen
Ondanks hun gedrongen bouw kunnen wombats korte afstanden met hoge snelheid afleggen wanneer ze worden bedreigd.
Feit
Koala's hebben vingerafdrukken die sterk op menselijke kunnen lijken
De huidrichels op koalavingers lijken sterk op menselijke vingerafdrukken en kunnen onder vergroting vergelijkbare patronen vertonen.
Feit
Koala's hebben een zeer goed ontwikkelde reukzin
Een sterk reukvermogen helpt koala's bij het beoordelen van voedsel en het herkennen van geuren in hun omgeving.
Feit
Koala's slapen veel uren per dag
Door hun energiearme dieet rusten en slapen koala's een groot deel van de dag.
Feit
Koala's halen veel vocht uit hun voedsel
Eucalyptusbladeren bevatten water waardoor koala's een groot deel van hun vochtbehoefte via hun voedsel binnenkrijgen.
Feit
Eucalyptusbladeren bevatten weinig energie
Eucalyptusbladeren zijn vezelrijk en relatief arm aan beschikbare energie, waardoor koala's aangepast zijn aan een energiezuinige levenswijze.
Feit
Koala's hebben daarom een relatief lage stofwisseling
Een lage stofwisseling helpt koala's energie te besparen bij een dieet dat relatief weinig beschikbare energie levert.
Feit
Paarden kunnen staand slapen
Paarden kunnen zowel staand als liggend slapen, waarbij staand rusten vooral handig is wanneer ze alert willen blijven.
Feit
Paarden hebben een speciaal vergrendelingssysteem in hun ledematen
Door het zogenaamde stay-apparaat kunnen paarden bepaalde gewrichten met weinig spierinspanning stabiel houden.
Feit
Hierdoor kunnen ze langere tijd staand rusten
Het vergrendelingsmechanisme vermindert de spierinspanning waardoor paarden langdurig kunnen rusten zonder te gaan liggen.
Feit
Paarden kunnen niet via de mond ademen
Paarden zijn obligate neusademers en kunnen onder normale omstandigheden niet door hun mond ademen.
Feit
Paarden gebruiken hun lippen zeer nauwkeurig bij het selecteren van voedsel
Met hun gevoelige en beweeglijke lippen kunnen paarden kleine planten en voedseldeeltjes gericht selecteren.
Feit
Paarden hebben een breed gezichtsveld
Door de plaatsing van hun ogen kunnen paarden een zeer groot deel van hun omgeving tegelijkertijd waarnemen.
Feit
De ogen van paarden bevinden zich aan de zijkanten van de kop
Deze laterale oogpositie is kenmerkend voor prooidieren en vergroot het zicht rondom het lichaam.
Feit
Daardoor kunnen paarden veel van hun omgeving tegelijk zien
Een paard kan grotendeels rondom zichzelf kijken, waardoor het snel bewegingen van mogelijke roofdieren kan opmerken.
Feit
Paarden hebben een blinde zone recht voor en achter hun lichaam
Door de vorm en plaatsing van de ogen zijn er kleine gebieden die een paard niet rechtstreeks kan zien.
Feit
Zebra's zijn nauwe verwanten van paarden
Zebra's behoren net als paarden en ezels tot het geslacht Equus binnen de familie van de paardachtigen.
Feit
Elke zebra heeft een uniek strepenpatroon
Het patroon van strepen verschilt per zebra en kan worden gebruikt om individuele dieren van elkaar te onderscheiden.
Feit
Ezels hebben een andere stem dan paarden
Ezels produceren onder andere de karakteristieke balk en hebben daardoor een duidelijk ander geluid dan paarden.
Feit
Ezels kunnen zeer lange tijd zonder overvloedig voedsel overleven
Ezels zijn aangepast aan voedselarme omstandigheden en kunnen met relatief schraal voedsel in leven blijven.
Feit
Geiten hebben horizontale rechthoekige pupillen
De horizontale pupillen helpen geiten een breed blikveld te behouden en bewegingen in hun omgeving snel waar te nemen.
Feit
Geiten kunnen op steile oppervlakken klimmen
Hun gespleten hoeven en sterke balans maken het mogelijk om op rotsachtige en steile ondergronden te bewegen.
Feit
Schapen hebben rechthoekige pupillen
De horizontale pupilvorm helpt schapen een breed gezichtsveld te behouden en roofdieren vroeg op te merken.
Feit
Schapen kunnen een breed gezichtsveld hebben
Door de zijdelingse plaatsing van hun ogen kunnen schapen een groot gebied rondom hun lichaam zien.
Feit
Koeien hebben een complexe maag met meerdere afdelingen
Het spijsverteringsstelsel van runderen bestaat uit vier maagafdelingen die samen vezelrijk voedsel verwerken.
Feit
Koeien herkauwen voedsel
Koeien brengen gedeeltelijk verteerd voedsel opnieuw omhoog om het verder fijn te kauwen.
Feit
Herkauwen maakt plantaardig voedsel beter verteerbaar
Door voedsel opnieuw te kauwen wordt het fijner en kunnen micro-organismen het plantaardige materiaal beter afbreken.
Feit
Koeien kunnen cellulose dankzij micro-organismen benutten
Micro-organismen in de pens breken cellulose af en maken voedingsstoffen beschikbaar voor het rund.
Feit
Cellulose is een belangrijk onderdeel van planten
Cellulose vormt een groot deel van de celwanden van planten en geeft planten stevigheid.
Feit
Termieten kunnen eveneens cellulose verteren dankzij micro-organismen
Micro-organismen in het spijsverteringskanaal van termieten helpen hout en ander cellulosehoudend materiaal af te breken.
Feit
Termieten leven in kolonies
Termieten leven meestal in georganiseerde kolonies waarin verschillende dieren gespecialiseerde taken uitvoeren.
Feit
Termietenkolonies kunnen miljoenen individuen bevatten
Bij sommige soorten kunnen kolonies uitzonderlijk groot worden en uit zeer veel individuen bestaan.
Feit
Termieten kunnen enorme nesten bouwen
Sommige termieten bouwen indrukwekkende bovengrondse heuvels of uitgebreide ondergrondse neststelsels.
Feit
Sommige termietenheuvels hebben ventilatiesystemen
Constructies van bepaalde termieten helpen lucht circuleren en dragen bij aan een stabiel microklimaat in het nest.
Feit
Deze ventilatie helpt temperatuur en gasuitwisseling reguleren
Door openingen en gangen kan warmte worden afgevoerd en kan verse lucht het nest bereiken.
Feit
Mestkevers gebruiken mest als voedsel of broedplaats
Mest levert mestkevers voedsel en kan worden gebruikt om eieren en larven van voedingsstoffen te voorzien.
Feit
Sommige mestkevers rollen mestballen
Een mestkever kan een mestbal maken en deze naar een geschikte plek rollen om ervan te eten of erin eieren te leggen.
Feit
Mestkevers kunnen zich oriënteren op de Melkweg
Sommige mestkevers gebruiken het lichtpatroon van de nachtelijke hemel om tijdens het rollen hun richting te behouden.
Feit
Ze kunnen het patroon van de sterrenhemel gebruiken om een rechte route te houden
Het hemellicht biedt een oriëntatiepunt waarmee mestkevers voorkomen dat ze steeds in cirkels terugkeren.
Feit
Dat is bijzonder omdat ze dit met zeer kleine hersenen doen
Ondanks hun kleine zenuwstelsel kunnen mestkevers complexe visuele informatie uit hun omgeving benutten.
Feit
Vlinders kunnen met hun poten proeven
Zintuigcellen aan de poten kunnen chemische stoffen waarnemen en zo informatie geven over voedselplanten.
Feit
Vlinders gebruiken hun poten om geschikte planten te herkennen
Vooral vrouwtjes kunnen met hun poten controleren of een plant geschikt is om eieren op af te zetten.
Feit
Veel rupsen eten veel meer dan volwassen vlinders
Rupsen bevinden zich in de belangrijkste groeifase en besteden daarom veel tijd aan eten.
Feit
De metamorfose van een vlinder bestaat uit verschillende levensfasen
Een vlinder doorloopt de stadia ei, rups, pop en volwassen vlinder.
Feit
Een rups en een volwassen vlinder hebben sterk verschillende lichaamsvormen
Tijdens de volledige gedaanteverwisseling verandert niet alleen het uiterlijk maar ook de leefwijze en voeding.
Feit
De pop is een overgangsfase
In het popstadium vinden ingrijpende veranderingen plaats waarbij het lichaam van de rups wordt omgevormd tot een volwassen vlinder.
Feit
Niet iedere vlinder heeft dezelfde levensduur
De levensduur verschilt sterk per soort en kan variëren van enkele dagen tot meerdere maanden.
Feit
Sommige vlinders migreren over enorme afstanden
Bepaalde vlinders leggen tijdens hun levenscyclus honderden of zelfs duizenden kilometers af.
Feit
De monarchvlinder staat bekend om zijn lange migratie
Monarchvlinders in Noord-Amerika maken indrukwekkende seizoensmigraties tussen noordelijke gebieden en overwinteringsgebieden.
Feit
Sommige monarchvlinders migreren over meerdere generaties
De jaarlijkse migratiecyclus kan meerdere generaties omvatten doordat geen enkel dier noodzakelijk de volledige cyclus aflegt.
Feit
Een individuele monarchvlinder maakt niet altijd de volledige heen-en-terugreis
Vooral de opeenvolgende generaties zorgen ervoor dat de migratieroute ieder jaar opnieuw wordt afgelegd.
Feit
Libellen kunnen achteruit vliegen
Dankzij hun vier afzonderlijk bewegende vleugels kunnen libellen ook achteruit bewegen.
Feit
Libellen kunnen vrijwel stilhangen
Door hun vleugelbewegingen kunnen libellen korte tijd vrijwel op dezelfde plaats in de lucht blijven.
Feit
Libellen hebben grote samengestelde ogen
Hun samengestelde ogen bestaan uit duizenden kleine facetten waarmee ze bewegingen uitstekend kunnen waarnemen.
Feit
Een groot deel van het hoofd van een libel wordt door de ogen ingenomen
De enorme ogen geven libellen een zeer breed gezichtsveld rondom hun kop.
Feit
Libellen jagen op andere vliegende insecten
Ze zijn actieve roofdieren die onder andere muggen, vliegen en andere kleine insecten tijdens de vlucht vangen.
Feit
Kelpwouden behoren tot zeer productieve mariene ecosystemen
Kelpwouden groeien snel en bieden voedsel en leefruimte aan een grote verscheidenheid aan zeedieren.
Feit
Kelp is geen plant maar een grote alg
Kelp behoort tot de bruinwieren en is evolutionair niet hetzelfde als landplanten.
Feit
Algen behoren niet allemaal tot dezelfde evolutionaire groep
De term alg omvat verschillende organismen die fotosynthese uitvoeren maar niet allemaal nauw verwant zijn.
Feit
Zeewier kan onder water enorme bossen vormen
Grote soorten zeewier zoals kelp kunnen dichte onderwaterbossen vormen die honderden dieren huisvesten.
Feit
Kelp kan tientallen centimeters per dag groeien
Onder gunstige omstandigheden behoren sommige kelpsoorten tot de snelst groeiende organismen in zee.
Feit
Zee-egels kunnen grote hoeveelheden kelp eten
Zee-egels grazen op algen en kunnen bij hoge dichtheden grote delen van een kelpwoud kaal eten.
Feit
Zeeotters kunnen zee-egelpopulaties beïnvloeden
Door op zee-egels te jagen kunnen zeeotters de begrazingsdruk op kelp verminderen.
Feit
Hierdoor kunnen zeeotters indirect kelpwouden beschermen
Minder zee-egels kan ervoor zorgen dat meer kelp blijft groeien en het ecosysteem zich beter ontwikkelt.
Feit
Dit is een voorbeeld van een trofische cascade
Een verandering bij een roofdier kan via meerdere voedselniveaus gevolgen hebben voor planten en het hele ecosysteem.
Feit
Koraalriffen worden gebouwd door kolonies kleine poliepen
Koraalpoliepen scheiden kalk af waardoor gedurende lange tijd grote rifstructuren kunnen ontstaan.
Feit
Koralen leven vaak samen met microscopische algen
Veel rifkoralen leven samen met fotosynthetische algen die energie leveren aan hun gastheer.
Feit
Koraalbleking ontstaat wanneer koralen hun symbiotische algen verliezen
Zonder deze algen verliezen koralen vaak hun kleur en krijgen ze minder energie beschikbaar.
Feit
Warmtestress kan koraalbleking veroorzaken
Bij langdurig te warm zeewater kunnen koralen hun symbiotische algen verliezen.
Feit
Koraalriffen kunnen onder verschillende lichtomstandigheden groeien
De meeste rifkoralen hebben licht nodig, maar sommige soorten zijn aangepast aan diepere of schaduwrijkere omstandigheden.
Feit
Diepzeekoralen kunnen zonder zonlicht leven
Diepzeekoralen zijn niet afhankelijk van fotosynthetische algen en kunnen in volledige duisternis leven.
Feit
Sommige diepzeekoralen leven van voedsel uit het water
Ze vangen kleine voedseldeeltjes en plankton met hun tentakels uit het omringende water.
Feit
Hydrothermale bronnen bevinden zich op de oceaanbodem
Deze bronnen ontstaan vooral in gebieden waar geologische activiteit warmte en mineralen uit de ondergrond naar boven brengt.
Feit
Hydrothermale bronnen kunnen zeer heet water uitstoten
Het water kan direct bij de bron temperaturen bereiken die veel hoger liggen dan normaal oceaanwater.
Feit
Het water van een hydrothermale bron kan door enorme druk vloeibaar blijven bij hoge temperaturen
De hoge druk op grote diepte verhoogt het kookpunt van water waardoor het extreem heet kan zijn zonder direct te koken.
Feit
Rond hydrothermale bronnen leven bijzondere ecosystemen
De chemische stoffen uit de bronnen vormen de basis voor voedselketens die sterk verschillen van ecosystemen aan het oppervlak.
Feit
Deze ecosystemen zijn niet direct afhankelijk van zonlicht
De primaire productie wordt hier voornamelijk aangedreven door chemische energie in plaats van zonlicht.
Feit
Bacteriën gebruiken daar chemische energie
Chemosynthetische bacteriën halen energie uit anorganische stoffen zoals zwavelverbindingen.
Feit
Dit proces heet chemosynthese
Bij chemosynthese wordt energie uit chemische reacties gebruikt om organisch materiaal op te bouwen.
Feit
Reuzenkokerwormen leven bij sommige hydrothermale bronnen
Deze grote wormen komen voor in diepe zeegebieden en leven vaak in dichte kolonies rond bronnen.
Feit
Reuzenkokerwormen hebben geen mond of spijsverteringskanaal zoals veel dieren
Volwassen reuzenkokerwormen zijn afhankelijk van symbiotische bacteriën voor hun voeding en hebben geen normaal spijsverteringsstelsel.
Feit
Bacteriën in hun lichaam leveren voedingsstoffen
Symbiotische bacteriën zetten chemische energie om in organische voedingsstoffen die de worm kan gebruiken.
Feit
Diepzeegigantisme komt bij sommige diergroepen voor
Sommige diepzeesoorten worden aanzienlijk groter dan verwante soorten die in ondieper water leven.
Feit
Sommige diepzeedieren worden groter dan verwante ondiepwatersoorten
Dit verschijnsel wordt onder andere in verband gebracht met lage temperaturen, voedselbeschikbaarheid en evolutionaire aanpassingen.
Feit
De druk op grote diepte is enorm
De waterdruk neemt ongeveer één atmosfeer toe voor iedere tien meter diepte.
Feit
Veel diepzeedieren hebben geen met lucht gevulde holtes
Een met gas gevulde ruimte zou onder hoge druk sterk worden samengedrukt en is daarom onpraktisch.
Feit
Lucht wordt onder druk sterk samengedrukt
Gassen zijn veel beter samendrukbaar dan vloeistoffen, waardoor luchtvolumes onder water snel kleiner worden.
Feit
Daarom hebben diepzeedieren andere lichaamsaanpassingen
Hun weefsels en lichaamsvloeistoffen zijn aangepast aan hoge druk en vaak lage temperaturen.
Feit
De diepzee is vrijwel volledig donker
Zonlicht dringt slechts tot enkele honderden meters diep door en bereikt de diepste oceaangebieden niet.
Feit
Bioluminescentie is daar bijzonder nuttig
Zelf geproduceerd licht kan helpen bij jagen, communiceren, camouflage en het ontwijken van roofdieren.
Feit
Veel diepzeedieren produceren zelf licht
Bioluminescentie komt veel voor bij diepzeevissen, kwallen, kreeftachtigen en andere zeedieren.
Feit
Sommige dieren gebruiken licht om partners te vinden
Lichtsignalen kunnen bij bepaalde soorten een rol spelen bij herkenning en voortplanting.
Feit
Andere gebruiken licht om prooien te lokken
Een lichtgevend orgaan kan prooien aantrekken binnen het bereik van een roofdier.
Feit
Weer andere gebruiken licht om roofdieren af te schrikken
Plotselinge lichtsignalen kunnen een aanvaller verwarren of tijdelijk afleiden.
Feit
Een lichtflits kan een roofdier tijdelijk desoriënteren
Een onverwachte lichtpuls kan de zintuiglijke waarneming van een aanvaller verstoren.
Feit
Sommige dieren kunnen hun lichtproductie uitschakelen
Bioluminescente dieren kunnen hun licht soms regelen door lichtgevende organen af te schermen of chemische processen te beïnvloeden.
Feit
Sommige diepzeevissen hebben zeer grote monden
Een grote bek maakt het mogelijk om relatief grote prooien te grijpen wanneer voedsel schaars is.
Feit
Een grote mond helpt bij het vangen van zeldzame prooien
In voedselarme omgevingen kan het voordeel opleveren wanneer een dier een onverwacht grote prooi kan inslikken.
Feit
Voedsel is op grote diepte vaak schaars
Veel voedsel in de diepzee is afkomstig van organisch materiaal dat vanuit hoger gelegen waterlagen naar beneden zinkt.
Feit
Daarom kunnen sommige diepzeedieren zeer efficiënt omgaan met voedsel
Sommige soorten hebben een lage stofwisseling en kunnen voedsel lange tijd opslaan of zeer efficiënt benutten.
Feit
Water kan onder bepaalde omstandigheden tegelijkertijd vast, vloeibaar en gasvormig aanwezig zijn
Bij het tripelpunt kunnen ijs, vloeibaar water en waterdamp tegelijkertijd in evenwicht voorkomen.
Feit
Dit gebeurt rond het tripelpunt van water
Het tripelpunt ligt bij een specifieke temperatuur en druk waarbij de drie fasen van water samen kunnen bestaan.
Feit
Het kookpunt van water verandert met de luchtdruk
Bij lagere druk kookt water bij een lagere temperatuur en bij hogere druk bij een hogere temperatuur.
Feit
Op hoge bergen kookt water bij een lagere temperatuur
De lagere atmosferische druk op grote hoogte verlaagt het kookpunt van water.
Feit
In een snelkookpan kookt water bij een hogere temperatuur
De verhoogde druk in een snelkookpan zorgt ervoor dat water boven de normale honderd graden Celsius kan worden verhit.
Feit
Waterdamp is onzichtbaar
Zuivere waterdamp is een onzichtbaar gas; de zichtbare witte wolk bestaat uit gecondenseerde kleine druppeltjes.
Feit
De witte wolk boven een kokende pan bestaat voornamelijk uit kleine waterdruppeltjes
De warme waterdamp koelt af en condenseert tot microscopische druppeltjes die zichtbaar worden.
Feit
Stoom kan ernstige brandwonden veroorzaken
Heet water en vooral condenserende waterdamp kunnen zeer veel warmte aan de huid afgeven.
Feit
Water heeft een hoge soortelijke warmte
Er is relatief veel energie nodig om de temperatuur van water aanzienlijk te veranderen.
Feit
Daardoor verandert de temperatuur van grote watermassa's relatief langzaam
Grote hoeveelheden water kunnen veel warmte opnemen en afgeven zonder dat hun temperatuur snel verandert.
Feit
De oceaan helpt het klimaat reguleren door warmte op te slaan
De oceanen nemen grote hoeveelheden warmte op en verspreiden deze via stromingen over de planeet.
Feit
Zeestromingen transporteren warmte over de aarde
Oceaanstromingen verplaatsen warm water richting koelere gebieden en koud water terug richting warmere gebieden.
Feit
De Golfstroom is onderdeel van een groter oceaanstromingssysteem
De Golfstroom maakt deel uit van de Atlantische oceaancirculatie die warmte noordwaarts transporteert.
Feit
Koude en warme oceaanstromingen beïnvloeden het klimaat
Ze kunnen de temperatuur en vochtigheid van kustgebieden en omliggende regio's beïnvloeden.
Feit
Opwellend diepzeewater kan voedingsstoffen naar het oppervlak brengen
Diep water bevat vaak veel voedingsstoffen die door biologische processen uit oppervlaktelagen zijn verwijderd.
Feit
Opwellingsgebieden zijn vaak rijk aan zeeleven
De aangevoerde voedingsstoffen stimuleren de groei van fytoplankton en daarmee hogere voedselniveaus.
Feit
Plankton vormt de basis van veel voedselketens in zee
Veel mariene voedselketens beginnen met microscopische organismen die vervolgens door grotere dieren worden gegeten.
Feit
Fytoplankton doet aan fotosynthese
Fytoplankton gebruikt licht, water en koolstofdioxide om organisch materiaal te produceren.
Feit
Fytoplankton produceert een groot deel van de zuurstof die in de oceanen ontstaat
Fotosynthetisch plankton levert een belangrijk deel van de zuurstofproductie in mariene ecosystemen.
Feit
Zoöplankton bestaat uit kleine dieren en dierlijke organismen
Zoöplankton omvat onder andere kleine kreeftachtigen, larven en andere heterotrofe planktonorganismen.
Feit
Sommige planktonorganismen migreren dagelijks verticaal
Ze bewegen volgens een dag-nachtritme tussen diepere en ondiepere waterlagen.
Feit
Overdag gaan veel soorten dieper het water in
Dieper water biedt bescherming tegen visuele roofdieren en fel zonlicht.
Feit
's Nachts komen ze dichter bij het oppervlak
In het donker kunnen planktondieren naar boven komen om voedselrijk fytoplankton te eten.
Feit
Deze dagelijkse migratie is een van de grootste dierlijke migraties op aarde
Miljarden planktonorganismen verplaatsen zich iedere dag gezamenlijk over grote verticale afstanden.
Feit
Plankton kan door oceaanstromingen over enorme afstanden worden vervoerd
Omdat veel planktonorganismen beperkt kunnen zwemmen, worden ze grotendeels door stromend zeewater meegenomen.
Feit
Dode organismen kunnen naar de diepzee zinken
Dood organisch materiaal kan vanuit de oppervlakte naar de diepe oceaan zakken.
Feit
Dit vormt een belangrijke voedselbron voor diepzeedieren
Veel diepzeedieren zijn afhankelijk van organisch materiaal dat uit hogere waterlagen naar beneden komt.
Feit
Een deel van deze organische koolstof wordt langdurig opgeslagen in de diepzee
Koolstof die naar diepe waterlagen of sedimenten zinkt kan daar lange tijd buiten de atmosfeer blijven.
Feit
Sneeuw in de oceaan bestaat uit langzaam zinkend organisch materiaal
Deeltjes van dood plankton, afval en andere organische resten klonteren samen tot langzaam zinkende vlokken.
Feit
Dit wordt mariene sneeuw genoemd
De term verwijst naar de voortdurende regen van organische en minerale deeltjes door de waterkolom.
Feit
Mariene sneeuw kan kilometers naar beneden zakken
Een deel van het materiaal bereikt uiteindelijk de diepzeebodem en voedt daar organismen.
Feit
De oceaanbodem ontvangt voortdurend kleine deeltjes uit het oppervlaktewater
Langzaam zinkende deeltjes vormen een voortdurende toevoer van materiaal naar de diepzee.
Feit
Gletsjers bevatten het grootste deel van het zoete ijs op aarde
Het grootste deel van het zoete water dat als ijs is opgeslagen bevindt zich in ijskappen en gletsjers.
Feit
Landijs kan bijdragen aan zeespiegelstijging wanneer het smelt
Water afkomstig van landijs komt uiteindelijk in de oceaan terecht en verhoogt daardoor het zeeniveau.
Feit
Zee-ijs ontstaat direct uit zeewater
Wanneer zeewater voldoende afkoelt, bevriest het aan het oceaanoppervlak.
Feit
Zee-ijs bevat minder zout dan het oorspronkelijke zeewater
Bij het bevriezen wordt het grootste deel van het zout uit de vormende ijskristallen uitgesloten.
Feit
Wanneer zee-ijs ontstaat, wordt een deel van het zout uit het ijs uitgesloten
Het zout blijft grotendeels in het omringende zeewater achter, waardoor dat water zouter wordt.
Feit
Hierdoor wordt het omliggende water zouter
De afvoer van zout tijdens ijsvorming kan de dichtheid van het omringende zeewater verhogen.
Feit
IJsbergen bestaan uit landijs
IJsbergen ontstaan wanneer stukken gletsjer- of ijskapijs afbreken en in zee terechtkomen.
Feit
Het grootste deel van een ijsberg bevindt zich onder water
Door de lagere dichtheid van ijs ligt slechts een deel van een ijsberg boven het wateroppervlak.
Feit
IJs is minder dicht dan vloeibaar water
Door de open kristalstructuur van ijs neemt water bij bevriezing meer volume in.
Feit
Daarom drijft een ijsberg
Omdat ijs een lagere dichtheid heeft dan zeewater, blijft een ijsberg gedeeltelijk boven het oppervlak drijven.
Feit
Gletsjers kunnen diepe valleien uitschuren
Bewegend ijs kan gesteente eroderen en brede, diepe dalen uitslijpen.
Feit
U-vormige valleien zijn vaak door gletsjers gevormd
Gletsjers verbreden en verdiepen bestaande rivier- en bergdalen waardoor karakteristieke U-vormen kunnen ontstaan.
Feit
Rivieren vormen vaak V-vormige dalen
Stromend water snijdt vooral verticaal in het landschap en kan daardoor smalle V-vormige dalen creëren.
Feit
Gletsjers kunnen rotsblokken over grote afstanden vervoeren
Rotsmateriaal dat in of onder een gletsjer terechtkomt kan tientallen tot honderden kilometers worden meegenomen.
Feit
Zwerfstenen kunnen door gletsjers worden verplaatst
Grote rotsblokken kunnen tijdens ijstijden door bewegend landijs ver van hun oorspronkelijke gesteente worden vervoerd.
Feit
Gletsjerijs kan honderden meters dik zijn
Veel gletsjers zijn tientallen tot honderden meters dik, terwijl grote ijskappen nog veel dikker zijn.
Feit
Sommige ijskappen zijn kilometers dik
De grootste continentale ijskappen kunnen meerdere kilometers dik zijn.
Feit
Antarctica bevat een enorme ijskap
Bijna het hele continent Antarctica is bedekt met een kilometers dikke ijskap.
Feit
Groenland bevat de op één na grootste ijskap
Na Antarctica is de Groenlandse ijskap de grootste aaneengesloten landijsmassa op aarde.
Feit
Onder sommige ijskappen liggen meren
Door druk, geothermische warmte en isolatie kan water onder dik ijs vloeibaar blijven.
Feit
Het Antarctische ijs bedekt gebieden waar ondergrondse meren voorkomen
Onder de Antarctische ijskap zijn honderden metingen van subglaciale meren gedaan.
Feit
Water kan onder een dikke ijskap vloeibaar blijven
Hoge druk, geothermische warmte en de isolerende werking van ijs kunnen vloeibaar water onder ijs in stand houden.
Feit
Druk en geothermische warmte dragen hieraan bij
Warmte vanuit de aarde en druk onder de ijskap kunnen het vriespunt en de temperatuur van onderliggend water beïnvloeden.
Feit
Gletsjers kunnen langzaam stromen
Een gletsjer gedraagt zich op lange tijdschalen als zeer langzaam stromend ijs.
Feit
Sommige gletsjers bewegen sneller dan andere
De snelheid hangt onder andere af van helling, temperatuur, ijsdikte en de toestand van de ondergrond.
Feit
Een gletsjer kan tijdelijk versnellen
Sommige gletsjers kennen perioden waarin ze aanzienlijk sneller naar beneden stromen.
Feit
Gletsjers kunnen spleten ontwikkelen
Spanningen in bewegend ijs kunnen breuken veroorzaken die als diepe gletsjerspleten zichtbaar worden.
Feit
Spleten kunnen tientallen meters diep zijn
Gletsjerspleten kunnen zeer diep worden, hoewel hun maximale diepte door de eigenschappen van het ijs wordt beperkt.
Feit
Een gletsjer kan ijsbergen afkalven
Aan het uiteinde van een gletsjer die in zee eindigt kunnen grote ijsmassa's losbreken.
Feit
Afkalven is het losbreken van ijs aan een gletsjerrand
Bij afkalving breken stukken ijs van een gletsjer of ijskap af en kunnen ze ijsbergen vormen.
Feit
Gletsjers bevatten luchtbelletjes uit vroegere atmosfeer
Tijdens de vorming van ijs worden kleine hoeveelheden oude lucht in het ijs opgesloten.
Feit
Wetenschappers kunnen oude lucht uit ijs analyseren
Gasbellen in ijs bevatten monsters van de vroegere atmosfeer die voor klimaatonderzoek worden onderzocht.
Feit
IJsboringen leveren informatie over vroegere klimaten
IJsprofielen bevatten informatie over onder andere temperatuur, stof, vulkanische activiteit en atmosferische gassen.
Feit
Sommige ijskernen bevatten honderdduizenden jaren aan klimaatgegevens
Diepe ijskernen uit Antarctica kunnen atmosferische en klimaatinformatie over zeer lange perioden bewaren.
Feit
Stofdeeltjes in ijs kunnen informatie geven over oude vulkaanuitbarstingen
Vulkanisch materiaal dat uit de atmosfeer valt kan als herkenbare laag in ijs worden opgeslagen.
Feit
Aslagen kunnen in ijskernen worden herkend
Vulkanische deeltjes laten soms duidelijke chemische of visuele sporen achter in een ijskern.
Feit
Vulkanische as kan duizenden kilometers worden vervoerd
Bij grote uitbarstingen kunnen fijne asdeeltjes door hoge luchtstromen over enorme afstanden worden verspreid.
Feit
Een grote vulkaanuitbarsting kan tijdelijk het klimaat beïnvloeden
Grote hoeveelheden zwavelhoudende gassen kunnen tijdelijk voor afkoeling zorgen doordat aerosolen zonlicht terugkaatsen.
Feit
Zwaveldioxide uit vulkanen kan aerosolen in de atmosfeer vormen
Zwaveldioxide kan in de atmosfeer worden omgezet in sulfaatdeeltjes die straling beïnvloeden.
Feit
Een vulkaan kan zowel op land als onder water ontstaan
Vulkanische activiteit komt zowel op continenten als op de oceaanbodem voor.
Feit
De meeste vulkanen liggen langs plaatgrenzen
Veel vulkanen bevinden zich bij subductiezones of spreidingszones waar tektonische platen bewegen.
Feit
Sommige vulkanen liggen boven hotspots
Hotspots zijn gebieden met langdurige vulkanische activiteit die niet noodzakelijk direct aan een plaatgrens liggen.
Feit
Hawaï ligt boven een vulkanische hotspot
De Hawaïaanse eilanden zijn gevormd door langdurige vulkanische activiteit terwijl de Pacifische plaat over de hotspot beweegt.
Feit
De eilanden van Hawaï zijn door vulkanische activiteit gevormd
Herhaalde uitbarstingen hebben vulkanisch gesteente opgebouwd totdat eilanden boven de zeespiegel verschenen.
Feit
Nieuwe vulkanische eilanden kunnen ontstaan
Wanneer onderzeese vulkanen genoeg materiaal produceren, kan een nieuwe landmassa boven zeeniveau uitkomen.
Feit
Lava is gesmolten gesteente dat het aardoppervlak bereikt
Magma wordt lava genoemd zodra het uit een vulkaan of andere opening aan het aardoppervlak stroomt.
Feit
Magma bevindt zich onder het aardoppervlak
Magma is gesmolten of gedeeltelijk gesmolten gesteente dat zich onder het aardoppervlak bevindt.
Feit
Lava kan verschillende snelheden hebben
De stroomsnelheid hangt onder andere af van temperatuur, samenstelling, helling en hoeveelheid lava.
Feit
Basaltische lava kan relatief dun vloeibaar zijn
Basaltische lava bevat doorgaans relatief weinig silica en kan daardoor gemakkelijk stromen.
Feit
Riolietische lava is meestal veel stroperiger
Riolietische magma's bevatten veel silica waardoor de lava stroperig en vaak explosiever is.
Feit
Een lavastroom kan een tunnel vormen wanneer de buitenkant afkoelt
De buitenlaag kan stollen terwijl eronder nog hete lava blijft stromen.
Feit
Een lavatunnel kan kilometers lang worden
Als de toevoer van lava aanhoudt kan een afgedekte lavastroom een lange ondergrondse tunnel vormen.
Feit
Vulkanische as bestaat uit zeer kleine deeltjes
Vulkanische as bestaat uit fijne stukjes gesteente, mineralen en vulkanisch glas.
Feit
Vulkanische as is geen gewone as zoals van hout
Het materiaal ontstaat vooral door het uiteenspatten en verpulveren van magma en gesteente tijdens een uitbarsting.
Feit
Vulkanische bommen zijn grotere stukken gestolde lava
Deze stukken worden tijdens een explosieve uitbarsting als gesmolten of halfgesmolten materiaal uitgestoten.
Feit
Een vulkaan kan explosief of relatief rustig uitbarsten
De uitbarstingsstijl hangt onder andere af van de viscositeit van magma, gasgehalte en samenstelling.
Feit
Het gedrag hangt onder andere af van de samenstelling van magma
Magma met veel silica is doorgaans stroperiger en kan meer gas vasthouden.
Feit
Water kan explosieve vulkaanuitbarstingen versterken
Water dat snel in stoom verandert kan zijn volume sterk vergroten en daardoor explosieve processen versterken.
Feit
Een onderzeese uitbarsting kan stoom en vulkanisch materiaal produceren
Wanneer heet magma met zeewater in contact komt, kunnen stoom en vulkanische deeltjes ontstaan.
Feit
Vulkanen kunnen nieuwe mineralen vormen
Tijdens afkoeling en chemische reacties kunnen nieuwe mineralen kristalliseren uit magma en vulkanische vloeistoffen.
Feit
Warmwaterbronnen ontstaan wanneer grondwater door aardwarmte wordt verwarmd
Grondwater kan diep in de aarde doordringen, daar worden verhit en vervolgens weer naar het oppervlak stromen.
Feit
Geisers spuiten periodiek heet water en stoom omhoog
Ondergrondse druk en verwarmd water kunnen bij een geiser leiden tot terugkerende erupties.
Feit
De Old Faithful-geiser bevindt zich in Yellowstone
Old Faithful is een bekende geiser in Yellowstone National Park in de Verenigde Staten.
Feit
Yellowstone ligt boven een groot vulkanisch systeem
Onder Yellowstone bevindt zich een omvangrijk gebied met magmatische activiteit dat de geothermische verschijnselen voedt.
Feit
Yellowstone bevat veel geisers en warmwaterbronnen
Het park heeft duizenden geothermische verschijnselen, waaronder geisers, bronnen en modderpoelen.
Feit
Yellowstone heeft een van de grootste concentraties geothermische activiteit op aarde
De combinatie van warmte, grondwater en geologische structuren zorgt voor een uitzonderlijke concentratie aan thermische verschijnselen.
Feit
Een geiser heeft ondergrondse kanalen nodig
Een geiser heeft een geschikt netwerk van openingen en nauwe passages waarin water en stoom zich kunnen ophopen.
Feit
Drukveranderingen helpen geisers periodiek uitbarsten
Verhitting en drukopbouw kunnen uiteindelijk een plotselinge ontlading van water en stoom veroorzaken.
Feit
Niet iedere warmwaterbron is een geiser
Alleen bronnen met specifieke ondergrondse structuren en drukomstandigheden kunnen periodiek uitbarsten.
Feit
Modderpoelen ontstaan wanneer zuur water gesteente aantast
Zuur geothermisch water kan gesteente afbreken waardoor een mengsel van klei, water en mineralen ontstaat.
Feit
Sommige warmwaterbronnen hebben felgekleurde randen
De kleuren worden vaak veroorzaakt door mineralen en micro-organismen die verschillende temperaturen verdragen.
Feit
Micro-organismen kunnen in extreem heet water leven
Sommige thermofiele en hyperthermofiele organismen kunnen temperaturen verdragen die voor de meeste levensvormen dodelijk zijn.
Feit
Thermofiele micro-organismen houden van hoge temperaturen
Thermofielen zijn organismen waarvan de optimale groei bij relatief hoge temperaturen ligt.
Feit
Sommige bacteriën kunnen in zeer zure omstandigheden leven
Acidofiele micro-organismen zijn aangepast aan milieus met een zeer lage pH.
Feit
Andere micro-organismen leven in extreem zoute omgevingen
Halofiele organismen zijn aangepast aan hoge zoutconcentraties, zoals in sommige zoutmeren.
Feit
Organismen die in extreme omstandigheden leven worden extremofielen genoemd
Extremofielen zijn aangepast aan omstandigheden die voor de meeste organismen ongeschikt zijn.
Feit
Extremofielen komen voor in hete bronnen, zoutmeren en diepe ondergrond
Ze zijn aangetroffen in uiteenlopende extreme omgevingen op land, in zee en diep onder het oppervlak.
Feit
Wetenschappers bestuderen extremofielen ook voor onderzoek naar mogelijk buitenaards leven
Hun aanpassingen geven aanwijzingen over welke omstandigheden elders in het zonnestelsel mogelijk leven zouden kunnen ondersteunen.
Feit
Een aardbeving ontstaat door plotselinge beweging langs een breuk
Wanneer opgebouwde spanning in gesteente plotseling vrijkomt, kunnen seismische golven ontstaan.
Feit
Een breuk is een zone waarin gesteente langs elkaar kan bewegen
Langs een geologische breuk kunnen gesteenteblokken ten opzichte van elkaar verschuiven.
Feit
De meeste aardbevingen vinden plaats langs tektonische plaatgrenzen
De beweging van tektonische platen veroorzaakt daar veel spanning die uiteindelijk kan worden vrijgegeven als aardbeving.
Feit
Aardbevingen kunnen ook binnen platen voorkomen
Ook ver van plaatgrenzen kunnen oude breuken opnieuw actief worden en aardbevingen veroorzaken.
Feit
De plek waar een aardbeving onder de grond begint heet het hypocentrum
Het hypocentrum is het ondergrondse startpunt van de breukbeweging.
Feit
Het punt recht boven het hypocentrum heet het epicentrum
Het epicentrum ligt aan het aardoppervlak direct boven het hypocentrum.
Feit
Een aardbeving kan meerdere soorten seismische golven veroorzaken
De belangrijkste typen zijn onder andere P-golven, S-golven en oppervlaktegolven.
Feit
P-golven zijn sneller dan S-golven
P-golven zijn compressiegolven en bewegen door de aarde sneller dan de meeste andere seismische golven.
Feit
Oppervlaktegolven kunnen sterke bewegingen aan het aardoppervlak veroorzaken
Deze golven bewegen langs het aardoppervlak en kunnen gebouwen en infrastructuur sterk laten schudden.
Feit
Een seismometer registreert grondbewegingen
Seismometers meten kleine bewegingen van de bodem en registreren daarmee aardbevingen.
Feit
De schaal van Richter wordt tegenwoordig minder vaak gebruikt voor grote aardbevingen
Voor moderne aardbevingsmetingen wordt meestal de momentmagnitudeschaal gebruikt omdat deze beter geschikt is voor grote bevingen.
Feit
Momentmagnitude wordt veel gebruikt om aardbevingsgrootte te beschrijven
De momentmagnitude is gebaseerd op onder andere de omvang van de breuk en de hoeveelheid vrijgekomen energie.
Feit
De intensiteit van een aardbeving beschrijft effecten op een bepaalde plaats
Intensiteit gaat over de lokaal ervaren schokken en schade en kan dus per locatie verschillen.
Feit
De magnitude van een aardbeving is één maat voor de vrijgekomen energie
Een magnitude beschrijft de grootte van de aardbeving als bron en is niet hetzelfde als de lokale intensiteit.
Feit
Een aardbeving kan een tsunami veroorzaken
Een krachtige zeebeving kan de zeebodem plotseling verplaatsen en daardoor een tsunami opwekken.
Feit
Niet iedere aardbeving veroorzaakt een tsunami
Voor een grote tsunami is meestal een geschikte onderzeese verplaatsing van water nodig.
Feit
Een onderzeese aardverschuiving kan eveneens een tsunami veroorzaken
Een grote massa die onder water verschuift kan het zeewater plotseling verplaatsen.
Feit
Tsunamigolven kunnen over een oceaan reizen
Tsunami's kunnen zich over duizenden kilometers door oceanen verspreiden.
Feit
In diep water kunnen tsunami's zeer snel bewegen
In diep water kan een tsunami honderden kilometers per uur bereiken.
Feit
Bij de kust neemt de snelheid af doordat het water ondieper wordt
Naarmate de waterdiepte afneemt, vertraagt de golf terwijl energie richting de waterkolom en kust wordt verplaatst.
Feit
De golfhoogte kan daarbij sterk toenemen
Door de afname van snelheid en waterdiepte kan de tsunami aan de kust veel hoger worden.
Feit
Tsunami's kunnen meerdere golven bevatten
Een tsunami bestaat meestal uit een reeks golven die met tussenpozen aankomen.
Feit
De eerste golf is niet altijd de grootste
Latere golven kunnen door lokale omstandigheden en golfinteractie aanzienlijk hoger uitvallen.
Feit
Een aardverschuiving kan door aardbevingen worden veroorzaakt
Het schudden van een aardbeving kan hellingen destabiliseren waardoor gesteente en grond gaan bewegen.
Feit
Aardverschuivingen kunnen ook door hevige regen ontstaan
Langdurige of zeer hevige regen kan de bodem verzadigen en hellingen instabiel maken.
Feit
Vulkanische hellingen zijn gevoelig voor aardverschuivingen
Steile vulkanische hellingen bestaan vaak uit los en zwak materiaal dat gemakkelijk kan verschuiven.
Feit
Modderstromen kunnen zeer snel bewegen
Waterverzadigd sediment kan als een zware stroom met hoge snelheid door dalen bewegen.
Feit
Een modderstroom kan grote rotsblokken meenemen
De hoge dichtheid en snelheid van een modderstroom maken het mogelijk om grote brokken gesteente te transporteren.
Feit
Permafrost kan bij dooi instabiel worden
Wanneer permanent bevroren grond ontdooit, kan de bodem zijn samenhang verliezen en gaan verzakken of schuiven.
Feit
Smeltend ijs kan berghellingen instabiel maken
Het verdwijnen van ijs kan steun wegnemen en water kan bovendien scheuren en breuken binnendringen.
Feit
Gletsjers kunnen rotswanden ondermijnen
Bewegend ijs kan gesteente afslijten en steun aan steile hellingen verminderen.
Feit
Rotslawines kunnen zonder aardbeving ontstaan
Ook verwering, dooi, regen en het geleidelijk verzwakken van gesteente kunnen een rotslawine veroorzaken.
Feit
Erosie verandert voortdurend het aardoppervlak
Water, wind, ijs en zwaartekracht verwijderen en verplaatsen voortdurend materiaal.
Feit
Wind kan gesteente eroderen
Wind kan zanddeeltjes meenemen die gesteente langzaam afslijten.
Feit
Water is een belangrijke oorzaak van erosie
Regen, rivieren en stromend water kunnen bodem en gesteente losmaken en verplaatsen.
Feit
Golven kunnen kustrotsen uitslijten
De voortdurende werking van golven en meegevoerd sediment kan rotskusten langzaam afbreken.
Feit
Zee grotten kunnen door erosie ontstaan
Golven kunnen zwakke plekken in kustgesteente steeds verder uithollen totdat een grot ontstaat.
Feit
Zeebogen kunnen ontstaan wanneer erosie een rotswand doorbreekt
Wanneer een kustgrot door beide zijden heen uitbreekt, kan een natuurlijke boog ontstaan.
Feit
Een zeeboog kan later instorten
Door voortdurende erosie wordt de boog steeds dunner totdat het bovenliggende gesteente kan bezwijken.
Feit
Een stapelvormige rots kan overblijven na instorting
Een geïsoleerde rotszuil voor de kust kan achterblijven nadat een zeeboog instort.
Feit
Rivieren kunnen meanderen
In vlak terrein kunnen rivieren bochten vormen doordat de buitenbocht sneller erodeert en de binnenbocht sediment afzet.
Feit
Meanders kunnen zich steeds verder verplaatsen
Door voortdurende erosie en sedimentafzet kunnen rivierbochten langzaam stroomafwaarts en zijwaarts verschuiven.
Feit
Een afgesneden meander kan een hoefijzermeer vormen
Wanneer een rivier een bocht afsnijdt, kan het oude riviergedeelte als een afzonderlijk meer achterblijven.
Feit
Delta's ontstaan waar rivieren sediment afzetten
Wanneer rivierwater langzamer stroomt bij een monding, kunnen meegevoerde sedimenten zich ophopen.
Feit
De Nijldelta is een groot rivierdelta-gebied
De Nijl heeft door duizenden jaren sedimentafzet een uitgestrekt deltagebied aan de Middellandse Zee gevormd.
Feit
De Rijn vormt eveneens een delta
In Nederland vertakt de Rijn zich samen met andere rivieren in een groot delta- en estuariumsysteem.
Feit
Rivierwater kan enorme hoeveelheden sediment transporteren
Bij hoge afvoer kunnen rivieren grote hoeveelheden zand, klei en slib verplaatsen.
Feit
Woestijnen hebben niet altijd hoge temperaturen
Een woestijn wordt bepaald door droogte en kan zowel heet als zeer koud zijn.
Feit
Een woestijn wordt vooral gekenmerkt door weinig neerslag
Het belangrijkste kenmerk van een woestijn is een zeer lage gemiddelde neerslag.
Feit
Antarctica is een poolwoestijn
Ondanks de enorme hoeveelheid ijs valt er in grote delen van Antarctica maar weinig neerslag.
Feit
De Atacama ligt aan de westkant van Zuid-Amerika
De Atacama ligt voornamelijk in het noorden van Chili en behoort tot de droogste gebieden op aarde.
Feit
Koude oceaanstromingen kunnen bijdragen aan droge kustgebieden
Koud zeewater beperkt verdamping en kan daardoor bijdragen aan een droog klimaat langs sommige kusten.
Feit
De Namibwoestijn ligt langs de Atlantische kust van zuidelijk Afrika
De Namib strekt zich uit langs de kust van Namibië en delen van Angola en Zuid-Afrika.
Feit
Mist kan in sommige woestijnen een belangrijke waterbron zijn
In kustwoestijnen kan mist voldoende vocht leveren voor planten, insecten en andere organismen.
Feit
Bepaalde planten kunnen vocht uit mist halen
Sommige planten verzamelen waterdruppels rechtstreeks op bladeren of andere oppervlakken.
Feit
Vetplanten slaan water op in hun weefsels
Hun verdikte bladeren, stengels of wortels kunnen water opslaan voor droge perioden.
Feit
Cactussen zijn vetplanten
Cactussen hebben verdikte weefsels waarin ze water kunnen opslaan en zijn sterk aangepast aan droge omstandigheden.
Feit
Niet alle vetplanten zijn cactussen
Vetplanten komen in meerdere plantenfamilies voor en cactussen vormen slechts één gespecialiseerde groep.
Feit
Cactussen hebben areolen
Areolen zijn kleine gespecialiseerde structuren waaruit onder andere stekels en nieuwe scheuten kunnen ontstaan.
Feit
Areolen zijn kenmerkend voor cactussen
Deze structuren onderscheiden cactussen van andere planten met stekels.
Feit
De stekels van cactussen zijn gemodificeerde bladeren
Door bladeren tot stekels te veranderen verliezen cactussen minder water en krijgen ze bescherming tegen herbivoren.
Feit
De groene stam van een cactus doet veel fotosynthese
Omdat bladeren sterk zijn gereduceerd, neemt de groene stengel bij veel cactussen de fotosynthese over.
Feit
Cactussen kunnen hun huidmondjes vooral 's nachts openen
Door 's nachts gas uit te wisselen beperken cactussen het waterverlies in de hete, droge omstandigheden van overdag.
Feit
Dit beperkt waterverlies
Een lagere temperatuur en hogere luchtvochtigheid 's nachts maken gasuitwisseling efficiënter met minder verdamping.
Feit
Crassulacean acid metabolism wordt vaak afgekort als CAM
CAM is een vorm van fotosynthese die planten helpt water te besparen.
Feit
CAM-planten nemen veel koolstofdioxide 's nachts op
Tijdens de nacht nemen ze koolstofdioxide op en slaan dit tijdelijk op voordat het overdag voor fotosynthese wordt gebruikt.
Feit
Sommige planten in droge gebieden hebben zeer diepe wortels
Diepe wortels kunnen water bereiken dat in diepere bodemlagen beschikbaar is.
Feit
Andere woestijnplanten hebben juist oppervlakkige wortelnetwerken
Een uitgebreid oppervlakkig wortelstelsel kan snel regenwater opnemen voordat het verdampt.
Feit
Een enkele regenbui kan in een woestijn tijdelijk veel leven activeren
Regen kan slapende zaden laten ontkiemen en veel dieren tijdelijk actiever maken.
Feit
Woestijnzaden kunnen lang in rust blijven
Sommige zaden kunnen jarenlang wachten op voldoende vocht voordat ze ontkiemen.
Feit
Sommige woestijnplanten ontkiemen snel na regen
Door snel te groeien en bloeien kunnen ze korte perioden met voldoende water benutten.
Feit
Woestijndieren zijn vaak vooral 's nachts actief
Nachtelijke activiteit helpt veel dieren extreme hitte en uitdroging overdag te vermijden.
Feit
's Nachts is het in veel woestijnen veel koeler
Droge lucht en een heldere hemel zorgen ervoor dat warmte na zonsondergang snel kan uitstralen.
Feit
Fenneks hebben grote oren
Hun opvallend grote oren helpen bij warmteafvoer en het waarnemen van kleine prooien.
Feit
Grote oren helpen warmte afvoeren
Door een groot oppervlak met bloedvaten kan warmte gemakkelijker aan de omgeving worden afgegeven.
Feit
Kamelen kunnen hun neusgaten gedeeltelijk sluiten
Dit helpt zand buiten te houden tijdens zandstormen en beperkt onder bepaalde omstandigheden vochtverlies.
Feit
Knaagdieren kunnen efficiënt water uit voedsel halen
Veel woestijnknaagdieren hebben een zeer efficiënte waterhuishouding en halen vocht uit zaden en planten.
Feit
Sommige woestijndieren halen vrijwel al hun water uit voedsel
Dieren die droog voedsel eten kunnen daarnaast water produceren tijdens de stofwisseling.
Feit
Dromedarissen kunnen grote hoeveelheden water relatief snel drinken
Na uitdroging kunnen dromedarissen in korte tijd grote hoeveelheden water opnemen.
Feit
Een kameel kan lichaamswater verliezen zonder direct te sterven
Kamelen kunnen een aanzienlijk deel van hun lichaamswater verliezen en blijven functioneren, al heeft uitdroging uiteindelijk ernstige gevolgen.
Feit
Kamelen hebben speciale bloedcellen die extreme uitdroging beter kunnen verdragen
Hun ovale rode bloedcellen kunnen bij uitdroging blijven circuleren en zijn beter bestand tegen grote veranderingen in bloedvolume.
Feit
De rode bloedcellen van kamelen zijn ovaal
Deze vorm helpt de bloedcellen functioneren wanneer het bloed tijdens uitdroging dikker wordt.
Feit
Een oase kan ontstaan waar grondwater dicht bij het oppervlak komt
Wanneer grondwater bereikbaar is voor planten kan in een verder droog gebied een groene oase ontstaan.
Feit
Onder sommige woestijnen bevinden zich grote grondwaterreservoirs
Water kan zich diep onder woestijnen bevinden in poreuze gesteentelagen en sedimenten.
Feit
Grondwater kan duizenden jaren oud zijn
Water dat diep onder de grond zit kan zeer langzaam worden aangevuld en daardoor duizenden jaren oud zijn.
Feit
Fossiel grondwater wordt soms niet snel aangevuld
Sommige diepe waterreservoirs bevatten water dat nauwelijks door moderne neerslag wordt vernieuwd.
Feit
Een aquifer is een ondergrondse laag die water kan bevatten
Een aquifer bestaat uit doorlatend gesteente of sediment waarin grondwater kan worden opgeslagen en verplaatst.
Feit
Niet iedere ondergrondse waterlaag is geschikt als drinkwaterbron
Water kan te zout, vervuild of moeilijk bereikbaar zijn om zonder behandeling als drinkwater te gebruiken.
Feit
Water kan door poreus gesteente bewegen
Grondwater stroomt langzaam door poriën en scheuren in doorlatende bodem- en gesteentelagen.
Feit
Kalksteen kan grote ondergrondse grotten vormen
Water met opgeloste koolstofdioxide kan kalksteen langzaam oplossen en zo grottenstelsels vormen.
Feit
Grotten kunnen door langzaam oplossend water ontstaan
Licht zuur grondwater kan over zeer lange perioden gangen en kamers in oplosbaar gesteente uitslijten.
Feit
Stalactieten groeien vanaf het plafond
Mineralen uit druppelend water kunnen zich aan het plafond van een grot afzetten en naar beneden groeien.
Feit
Stalagmieten groeien vanaf de vloer
Druppels die op de grotgrond vallen kunnen daar mineralen afzetten waardoor een formatie omhoog groeit.
Feit
Stalactieten en stalagmieten kunnen elkaar uiteindelijk raken
Wanneer beide formaties lang genoeg groeien kunnen ze samen een zuil vormen.
Feit
De groei van grotformaties kan extreem langzaam zijn
De groeisnelheid hangt af van wateraanvoer, mineralen en klimaat en kan zeer klein zijn.
Feit
Sommige dieren kunnen extreem lang zonder voedsel
Dieren met een lage stofwisseling of grote energiereserves kunnen soms zeer lange perioden zonder voedsel overleven.
Feit
Slangen kunnen hun stofwisseling sterk verlagen
Tijdens perioden zonder voedsel kunnen slangen hun energieverbruik sterk verminderen.
Feit
Krokodillen kunnen maanden zonder voedsel
Door hun lage stofwisseling kunnen krokodillen zeer lange perioden zonder eten doorstaan.
Feit
Teken kunnen lange perioden zonder gastheer overleven
Vooral bepaalde levensstadia van teken kunnen maanden of zelfs veel langer wachten op een geschikte gastheer.
Feit
Sommige spinnen kunnen lang zonder voedsel
Spinnen hebben vaak een relatief lage stofwisseling en kunnen daardoor langdurig zonder prooi.
Feit
Kikkers kunnen tijdens droogte in rusttoestand gaan
Sommige soorten graven zich in en verminderen hun activiteit tijdens droge perioden sterk.
Feit
Sommige slangen overwinteren ondergronds
Ondergrondse schuilplaatsen beschermen slangen tegen extreme kou tijdens de winter.
Feit
Beren kunnen tijdens winterslaap hun stofwisseling sterk verlagen
Tijdens de winterrust daalt hun energieverbruik aanzienlijk en eten ze lange tijd niet.
Feit
Niet alle beren houden een echte winterslaap
Bij veel beren wordt de winterrust gekenmerkt door een minder diepe fysiologische slaap dan bij echte winterslapers.
Feit
De winterslaap van sommige zoogdieren gaat gepaard met sterke daling van lichaamstemperatuur
Bij echte winterslapers kan de lichaamstemperatuur sterk dalen om energie te besparen.
Feit
Slaapmuizen kunnen hun lichaamstemperatuur sterk laten dalen
Tijdens winterslaap kunnen slaapmuizen hun lichaamstemperatuur en stofwisseling zeer sterk verlagen.
Feit
Vleermuizen kunnen tijdens winterslaap lange tijd niet eten
In winterslaap gebruiken ze opgeslagen lichaamsvet als belangrijkste energiebron.
Feit
Egels kunnen in koude klimaten een winterslaap houden
Tijdens koude perioden kunnen egels hun activiteit en lichaamstemperatuur sterk verlagen.
Feit
Egels verlagen tijdens winterslaap hun lichaamstemperatuur
Door de lagere lichaamstemperatuur besparen ze energie terwijl er weinig voedsel beschikbaar is.
Feit
Eekhoorns houden geen echte winterslaap zoals sommige slaapmuizen
Veel eekhoorns blijven gedurende de winter regelmatig actief en hebben geen langdurige diepe winterslaap.
Feit
Eekhoorns verzamelen voedsel voor de winter
Ze leggen voedselvoorraden aan om perioden met weinig beschikbaar voedsel te overbruggen.
Feit
Sommige eekhoorns verstoppen voedsel op tientallen verschillende plekken
Verspreide voedselvoorraden verkleinen het risico dat één verloren voorraad grote gevolgen heeft.
Feit
Eekhoorns kunnen hun voedselverstopplaatsen gedeeltelijk terugvinden met geur en geheugen
Ze gebruiken zowel ruimtelijk geheugen als geur en herkenningspunten om verborgen voedsel terug te vinden.
Feit
Vogels kunnen vetreserves opslaan vóór lange migraties
Extra lichaamsvet levert de energie die nodig is voor langdurige vluchten.
Feit
Trekvogels kunnen hun lichaamsgewicht sterk laten veranderen voor een migratie
Sommige vogels bouwen vlak voor de trek snel grote vetreserves op.
Feit
Sommige vogels vliegen dagenlang zonder te landen
Bij lange migraties kunnen bepaalde soorten zeer langdurig vliegen voordat ze een geschikte rustplaats bereiken.
Feit
Ganzen kunnen tijdens migratie zeer hoog vliegen
Sommige ganzensoorten kunnen tijdens trekvluchten op grote hoogten vliegen, vooral bij het oversteken van berggebieden.
Feit
Ganzen gebruiken formaties om energie te besparen
Door in een geschikte formatie te vliegen kunnen vogels profiteren van opwaartse luchtstromingen van voorgangers.
Feit
Een V-formatie kan de luchtstroming voor achterliggende vogels verbeteren
De vleugels van een vogel veroorzaken luchtstromingen waarvan vogels achter en schuin naast hem kunnen profiteren.
Feit
Niet alle vogels vliegen in een perfecte V
De precieze formatie hangt af van soort, omstandigheden, groepsgrootte en wind.
Feit
Vogels wisselen soms van positie binnen een formatie
Door posities te veranderen kunnen de inspanning en voordelen van het vliegen worden verdeeld.
Feit
Sommige vogels migreren alleen
Niet iedere trekvogel reist in een grote groep en sommige soorten trekken individueel.
Feit
Andere soorten migreren in grote groepen
Grote groepen kunnen voordelen bieden bij navigatie, bescherming en het zoeken naar voedsel.
Feit
Zwaluwen kunnen grote aantallen insecten tijdens de vlucht vangen
Ze zijn gespecialiseerde vliegende insecteneters die veel prooien direct uit de lucht halen.
Feit
Sommige vogels eten duizenden insecten per dag tijdens het broedseizoen
Ouders kunnen grote hoeveelheden insecten verzamelen om snelgroeiende jongen van energie en eiwitten te voorzien.
Feit
Insectenpopulaties kunnen sterk veranderen door het seizoen
Temperatuur, voedselbeschikbaarheid en voortplanting veroorzaken vaak grote seizoensverschillen.
Feit
Veel insecten brengen de winter door als ei, larve of pop
Deze levensstadia zijn vaak beter bestand tegen koude en voedseltekort dan volwassen insecten.
Feit
Sommige insecten produceren antivriesstoffen
Bepaalde insecten maken stoffen zoals glycerol die de vorming van schadelijke ijskristallen helpen beperken.
Feit
Bepaalde insecten kunnen gedeeltelijk bevriezen en later herstellen
Sommige soorten verdragen gecontroleerde bevriezing doordat hun lichaamsvloeistoffen speciale beschermende stoffen bevatten.
Feit
De poolvlinder kan zeer lage temperaturen verdragen
De poolvlinder is aangepast aan het koude klimaat van het noordpoolgebied en heeft een korte actieve periode.
Feit
Sommige kevers leven in sneeuw
Bepaalde kevers zijn aangepast aan koude omgevingen en kunnen actief zijn in of onder sneeuw.
Feit
Sneeuwvlooien zijn kleine springende geleedpotigen
Sneeuwvlooien zijn kleine springstaartachtigen die bij koud weer op sneeuwoppervlakken kunnen worden aangetroffen.
Feit
Sneeuwvlooien zijn geen echte vlooien
Hoewel ze springen en klein zijn, behoren sneeuwvlooien tot de springstaarten en niet tot de vlooien.
Feit
Tardigraden zijn microscopisch kleine dieren
Tardigraden zijn meestal slechts fracties van een millimeter groot en zijn alleen met vergroting goed zichtbaar.
Feit
Tardigraden worden ook beerdiertjes genoemd
Hun korte lichaam en acht pootjes geven ze het uiterlijk waaraan de Nederlandse naam is ontleend.
Feit
Tardigraden kunnen uitdrogen tot een zeer inactieve toestand
Bij uitdroging kunnen sommige soorten een cryptobiotische toestand binnengaan waarin hun stofwisseling vrijwel stilvalt.
Feit
In die toestand kunnen ze extreme omstandigheden beter verdragen
De sterk verminderde stofwisseling helpt sommige tardigraden tijdelijk extreme droogte, kou en andere omstandigheden te doorstaan.
Feit
Niet iedere tardigrade overleeft iedere extreme omgeving
De weerstand verschilt sterk per soort en extreme omstandigheden kunnen uiteindelijk ook tardigraden doden.
Feit
Tardigraden komen in zoet water, zee en vochtige bodems voor
Ze leven in uiteenlopende vochtige microhabitats, waaronder mos, zoet water, zee en bodem.
Feit
Raderdiertjes zijn eveneens microscopisch kleine dieren
Raderdiertjes zijn kleine meercellige dieren die meestal slechts met een microscoop goed zichtbaar zijn.
Feit
Raderdiertjes kunnen in zoet en zout water leven
Verschillende soorten zijn aangepast aan zoetwatermilieus, zeewater of vochtige bodems.
Feit
Sommige raderdiertjes kunnen uitdroging overleven
Bepaalde soorten kunnen een sterk vertraagde toestand binnengaan wanneer hun leefomgeving uitdroogt.
Feit
Microscopisch leven komt vrijwel overal op aarde voor
Micro-organismen zijn aangetroffen in water, bodem, lucht, ijs, gesteente en diepe ondergrond.
Feit
Micro-organismen leven diep onder de zeebodem
In sedimenten onder de oceaanbodem komen diverse bacteriën en archaea voor.
Feit
Sommige micro-organismen leven kilometers onder het aardoppervlak
Diepe ondergrondse ecosystemen kunnen micro-organismen bevatten die volledig van oppervlakteleven zijn afgescheiden.
Feit
Ondergrondse ecosystemen kunnen vrijwel volledig onafhankelijk zijn van zonlicht
Chemische reacties in gesteente en grondwater kunnen daar als energiebron dienen.
Feit
Bacteriën kunnen energie halen uit anorganische stoffen
Chemolithotrofe bacteriën gebruiken bijvoorbeeld zwavel, ijzer, waterstof of andere anorganische stoffen in hun stofwisseling.
Feit
Sommige bacteriën gebruiken ijzer als onderdeel van hun energiehuishouding
Bepaalde bacteriën kunnen chemische reacties met ijzer gebruiken om energie te verkrijgen.
Feit
Andere bacteriën gebruiken zwavelverbindingen
Zwavelverbindingen kunnen voor verschillende micro-organismen dienen als energiebron of elektronendonor.
Feit
Micro-organismen spelen een belangrijke rol in de koolstofkringloop
Ze zetten koolstofverbindingen om en beïnvloeden daarmee de opslag en uitstoot van koolstof in ecosystemen.
Feit
Micro-organismen breken dood organisch materiaal af
Bacteriën en schimmels zetten complexe organische stoffen om in eenvoudiger verbindingen.
Feit
Zonder afbraak zouden voedingsstoffen veel langzamer worden teruggevoerd naar ecosystemen
Afbrekers maken elementen zoals koolstof, stikstof en fosfor opnieuw beschikbaar voor andere organismen.
Feit
Schimmels zijn geen planten
Schimmels vormen een eigen rijk en zijn evolutionair dichter verwant aan dieren dan aan planten.
Feit
Schimmels hebben geen chlorofyl
Ze kunnen daardoor niet zoals groene planten zelf organisch materiaal maken via fotosynthese.
Feit
Schimmels krijgen voedingsstoffen door organisch materiaal af te breken of samen te werken met andere organismen
Ze nemen opgeloste voedingsstoffen op uit hun omgeving of leven in samenwerking met planten en andere organismen.
Feit
Paddenstoelen zijn voortplantingsstructuren van sommige schimmels
De zichtbare paddenstoel produceert vaak sporen waarmee de schimmel zich verspreidt.
Feit
Het grootste deel van een schimmel kan verborgen in de bodem zitten
Het eigenlijke lichaam bestaat meestal uit een netwerk van microscopisch dunne schimmeldraden.
Feit
Een mycelium kan enorme afstanden beslaan
Schimmeldraden kunnen zich over grote oppervlakken door bodem, hout of ander materiaal verspreiden.
Feit
Sommige schimmelkolonies behoren tot de grootste organismen op aarde
Bepaalde genetisch vrijwel identieke schimmelnetwerken kunnen zich over vele vierkante kilometers uitstrekken.
Feit
Een enkele schimmel kan genetisch vrijwel identieke delen over een groot gebied hebben
Een groot mycelium kan uit genetisch identieke schimmeldraden bestaan die samen één organisme vormen.
Feit
Schimmels kunnen bomen helpen bij de opname van mineralen
Mycorrhizaschimmels vergroten het effectieve opnameoppervlak van boomwortels en leveren mineralen en water.
Feit
Planten kunnen suikers aan schimmels leveren
Bij mycorrhiza leveren planten koolstofrijke verbindingen aan hun schimmelpartners.
Feit
Schimmels kunnen stikstof en fosfor aan planten leveren
Schimmeldraden kunnen voedingsstoffen uit de bodem opnemen en aan plantenwortels doorgeven.
Feit
Deze samenwerking heet mycorrhiza
Mycorrhiza is een symbiose tussen schimmels en plantenwortels waarbij beide partners voordelen kunnen hebben.
Feit
Korstmossen zijn samenlevingen van schimmels met fotosynthetische partners
Een korstmos bestaat meestal uit een schimmel en een alg of cyanobacterie die samenleven.
Feit
Korstmossen groeien op rotsen
Ze kunnen zich vestigen op kale oppervlakken waar veel andere planten moeilijk kunnen groeien.
Feit
Korstmossen kunnen zeer oud worden
Individuele korstmossen kunnen langzaam groeien en onder geschikte omstandigheden zeer lang leven.
Feit
Korstmossen kunnen extreme omstandigheden verdragen
Ze kunnen onder andere uitdroging, kou, hitte en voedselarme omstandigheden doorstaan.
Feit
Sommige schimmels kunnen plasticachtige stoffen afbreken
Bepaalde schimmels produceren enzymen die sommige moeilijk afbreekbare kunststoffen of kunststofachtige verbindingen kunnen aantasten.
Feit
Andere schimmels kunnen hout afbreken
Houtafbrekende schimmels produceren enzymen die cellulose, hemicellulose en soms lignine afbreken.
Feit
Houtrot wordt vaak door schimmels veroorzaakt
Schimmels kunnen de structurele bestanddelen van hout afbreken waardoor het hout zijn sterkte verliest.
Feit
Witte houtrot kan lignine afbreken
Schimmels die witte rot veroorzaken kunnen lignine en vaak ook cellulose afbreken.
Feit
Bruinrot breekt vooral cellulose en hemicellulose af
Bij bruinrot blijft relatief veel lignine achter terwijl cellulose en hemicellulose worden afgebroken.
Feit
Gist kan suiker omzetten in alcohol en koolstofdioxide
Bij alcoholische fermentatie zet gist suikers om waarbij ethanol en koolstofdioxide ontstaan.
Feit
Gist wordt gebruikt bij het maken van brood
Koolstofdioxide uit gistfermentatie zorgt ervoor dat brooddeeg kan rijzen.
Feit
Gist wordt gebruikt bij het maken van bier
Biergist zet suikers uit wort om in alcohol en koolstofdioxide.
Feit
Gist speelt een rol bij sommige wijnproducties
Gisten zetten druivensuikers tijdens de vergisting om in alcohol en andere smaakstoffen.
Feit
Melkzuurbacteriën worden gebruikt bij yoghurtproductie
Ze zetten lactose en andere suikers om in melkzuur waardoor melk verzuurt en dikker wordt.
Feit
Melkzuurbacteriën worden gebruikt bij zuurkool
Tijdens de fermentatie zetten melkzuurbacteriën suikers uit kool om in melkzuur.
Feit
Fermentatie kan voedsel langer houdbaar maken
Zuren, alcohol en andere stoffen die tijdens fermentatie ontstaan kunnen de groei van ongewenste micro-organismen remmen.
Feit
Fermentatie kan ook nieuwe smaken produceren
Micro-organismen maken tijdens fermentatie uiteenlopende zuren, alcoholen en aromastoffen.
Feit
Kaas kan worden gerijpt met behulp van micro-organismen
Bacteriën en schimmels beïnvloeden tijdens het rijpen smaak, geur, structuur en korstvorming.
Feit
Sommige kazen krijgen hun korst door schimmels
Op bepaalde kazen groeien gecontroleerde schimmelculturen die een kenmerkende korst en smaak ontwikkelen.
Feit
Blauwe kaas krijgt zijn karakteristieke uiterlijk door schimmelgroei
Schimmels van het geslacht Penicillium vormen de kenmerkende blauwgroene aders in veel blauwschimmelkazen.
Feit
Niet alle schimmels zijn eetbaar
Sommige soorten zijn giftig of kunnen schadelijke stoffen produceren.
Feit
Sommige schimmels produceren giftige stoffen
Mycotoxinen zijn stoffen van bepaalde schimmels die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier.
Feit
Penicilline werd oorspronkelijk ontdekt als stof uit een schimmel
Penicilline werd ontdekt als antibacteriële stof die door een schimmel van het geslacht Penicillium werd geproduceerd.
Feit
Alexander Fleming beschreef de antibacteriële werking van penicilline
Fleming merkte in 1928 dat bacteriegroei werd geremd rond een schimmelkolonie.
Feit
Penicilline veranderde later de geneeskunde
De ontwikkeling van penicilline als geneesmiddel maakte effectieve behandeling van veel bacteriële infecties mogelijk.
Feit
Antibiotica werken niet tegen virussen
Antibiotica richten zich op structuren of processen van bacteriën en werken daarom niet tegen virale infecties.
Feit
Bacteriën kunnen resistent worden tegen antibiotica
Door genetische veranderingen en selectie kunnen bacteriepopulaties minder gevoelig worden voor bepaalde antibiotica.
Feit
Antibioticaresistentie kan ontstaan door natuurlijke selectie
Antibiotica doden gevoelige bacteriën waardoor resistente varianten relatief meer kans krijgen zich te vermenigvuldigen.
Feit
Micro-organismen kunnen genen uitwisselen
Bacteriën kunnen genetisch materiaal onderling verspreiden via verschillende vormen van horizontale genoverdracht.
Feit
Bacteriën kunnen DNA uitwisselen zonder zich voort te planten
Via processen zoals conjugatie kunnen bacteriën genetisch materiaal rechtstreeks aan andere bacteriën overdragen.
Feit
Virussen zijn geen bacteriën
Virussen en bacteriën verschillen fundamenteel in structuur, voortplanting en biologische organisatie.
Feit
Virussen kunnen zich alleen vermenigvuldigen met behulp van gastheercellen
Een virus gebruikt onderdelen van een levende gastheercel om nieuwe virusdeeltjes te produceren.
Feit
Virussen bestaan uit genetisch materiaal en eiwitten
Een virus bevat genetisch materiaal omgeven door een eiwitstructuur en soms een extra lipidemembraan.
Feit
Sommige virussen hebben daarnaast een lipidemembraan
Dit envelop is meestal afkomstig van membranen van de gastheercel en bevat virale eiwitten.
Feit
Virussen zijn veel kleiner dan de meeste bacteriën
De meeste virussen zijn nanometers groot en daardoor aanzienlijk kleiner dan bacteriën.
Feit
Elektronenmicroscopen zijn vaak nodig om virussen direct zichtbaar te maken
De meeste virussen zijn te klein om met een gewone lichtmicroscoop duidelijk zichtbaar te zijn.
Feit
De maan heeft kraters die miljarden jaren oud kunnen zijn
Omdat de maan weinig erosie en geen actieve plaattektoniek zoals de aarde heeft, blijven zeer oude inslagkraters zichtbaar.
Feit
De maan heeft geen actieve plaattektoniek zoals de aarde
De maan heeft geen systeem van bewegende aardplaten zoals de aarde, hoewel er wel tektonische activiteit voorkomt.
Feit
De maan heeft wel maanbevingen
Seismische bewegingen op de maan kunnen worden veroorzaakt door onder andere getijdenkrachten en thermische uitzetting.
Feit
Maanbevingen kunnen door verschillende oorzaken ontstaan
Wetenschappers onderscheiden meerdere typen maanbevingen met verschillende geologische oorzaken.
Feit
Sommige maanbevingen worden veroorzaakt door getijdenkrachten
De zwaartekracht van de aarde kan spanningen in het binnenste van de maan veroorzaken.
Feit
De maan heeft enorme lavavlaktes
Grote donkere vlaktes op de maan zijn ontstaan doordat oude lavastromen uitgestrekte gebieden bedekten.
Feit
Die donkere vlaktes worden maria genoemd
Maria is het Latijnse woord voor zeeën, een naam die vroege astronomen gebruikten vanwege hun donkere uiterlijk.
Feit
De maria zijn geen zeeën
Het zijn uitgestrekte gebieden van gestolde basaltische lava en bevatten geen vloeibaar water.
Feit
De maria ontstonden door oude vulkanische activiteit
Miljarden jaren geleden stroomde basaltische lava vanuit vulkanische gebieden over delen van het maanoppervlak.
Feit
De maan heeft bergen en kloven
Naast kraters heeft de maan grote bergketens, valleien, breuken en diepe ravijnen.
Feit
De maan heeft permanent beschaduwde kraters bij de polen
Door de lage stand van de zon blijven sommige diepe poolkraters vrijwel voortdurend in volledige schaduw.
Feit
In sommige permanent beschaduwde gebieden is waterijs gevonden
Metingen van ruimtesondes hebben aanwijzingen voor aanzienlijke hoeveelheden waterijs in koude poolgebieden opgeleverd.
Feit
De maan heeft een zeer dunne exosfeer
De maan bezit slechts een uiterst ijle gasomgeving die nauwelijks op een atmosfeer zoals die van de aarde lijkt.
Feit
De maan heeft geen dichte atmosfeer zoals de aarde
De zwaartekracht van de maan is te zwak om een dikke atmosfeer langdurig vast te houden.
Feit
Zonder atmosfeer kan warmte op de maan sterk verschillen tussen dag en nacht
Zonder een dichte atmosfeer is er nauwelijks warmteverdeling waardoor het oppervlak sterk kan opwarmen en afkoelen.
Feit
Mars heeft stofstormen die een groot deel van de planeet kunnen bedekken
Tijdens grote stofstormen kan fijn stof zich over enorme delen van Mars verspreiden.
Feit
Mars heeft seizoenen doordat zijn as gekanteld staat
De gekantelde rotatieas veroorzaakt seizoensveranderingen vergelijkbaar met die op aarde.
Feit
Mars heeft poolkappen
Aan beide polen bevinden zich ijzige afzettingen van vooral waterijs en seizoensgebonden koolstofdioxide-ijs.
Feit
Mars heeft oude rivierbeddingen
Op het oppervlak zijn structuren gevonden die erop wijzen dat in het verleden vloeibaar water over Mars heeft gestroomd.
Feit
Mars heeft mineralen die in aanwezigheid van water kunnen ontstaan
Sommige mineralen, zoals bepaalde kleimineralen en sulfaten, wijzen op vroegere interacties tussen gesteente en water.
Feit
Mars heeft enorme stofduivels
Door sterke temperatuurverschillen bij het oppervlak kunnen draaiende kolommen van lucht en stof ontstaan.
Feit
Stofduivels zijn kleine wervelende kolommen van lucht en stof
Ze ontstaan wanneer warme lucht vanaf het oppervlak snel opstijgt en gaat roteren.
Feit
Sommige stofduivels op Mars zijn kilometers hoog
Marsstofduivels kunnen veel groter worden dan de meeste stofduivels die op aarde voorkomen.
Feit
Jupiter heeft een zeer snelle rotatie
Jupiter draait in minder dan tien uur om zijn as en heeft daarmee een zeer korte dag.
Feit
Een dag op Jupiter duurt minder dan tien uur
Een volledige rotatie van Jupiter duurt ongeveer tien uur.
Feit
Jupiter is voornamelijk opgebouwd uit waterstof en helium
De grootste planeet van het zonnestelsel bestaat grotendeels uit deze lichte elementen.
Feit
Saturnus heeft een zeer lage gemiddelde dichtheid
Saturnus bestaat grotendeels uit lichte elementen en heeft daardoor een uitzonderlijk lage gemiddelde dichtheid.
Feit
De gemiddelde dichtheid van Saturnus is lager dan die van water
Als een theoretische oceaan groot en diep genoeg zou zijn, zou Saturnus gemiddeld een drijfvermogen hebben.
Feit
Saturnus zou theoretisch in een enorm waterbassin kunnen drijven
Dit is een gedachte-experiment dat alleen gebaseerd is op de gemiddelde dichtheid van Saturnus.
Feit
Dit zegt niets over het bestaan van zo'n bassin
Een waterbassin dat groot genoeg is om Saturnus te bevatten bestaat uiteraard niet en kan praktisch niet worden gevormd.
Feit
De ringen van Saturnus zijn relatief dun vergeleken met hun enorme diameter
De ringen strekken zich over een enorme afstand uit maar zijn op veel plaatsen slechts enkele tientallen meters tot kilometers dik.
Feit
De ringen bestaan uit ontelbare afzonderlijke deeltjes
De ringen zijn geen massieve platen maar bestaan uit enorme aantallen ijs- en gesteentedeeltjes.
Feit
Sommige ringdeeltjes zijn kleiner dan zand
Deeltjes in de ringen variëren van zeer fijn stof tot grote brokken ijs en gesteente.
Feit
Andere ringdeeltjes zijn kilometers groot
Naast kleine deeltjes komen ook veel grotere brokken voor, al vormen deze maar een klein deel van de totale massa.
Feit
De ringen van Saturnus zijn niet allemaal even oud
De verschillende ringstructuren hebben verschillende leeftijden en hun precieze ontstaansgeschiedenis wordt nog onderzocht.
Feit
De maan Mimas heeft een opvallend grote krater
De Herschelkrater beslaat een aanzienlijk deel van het oppervlak van Mimas.
Feit
Mimas lijkt daardoor op sommige afbeeldingen op de Death Star
De enorme Herschelkrater geeft Mimas vanaf bepaalde hoeken een opvallende overeenkomst met het fictieve ruimtestation uit Star Wars.
Feit
Titan heeft een dichte stikstofrijke atmosfeer
Titan heeft een dikke atmosfeer die voornamelijk uit stikstof bestaat en bovendien organische verbindingen bevat.
Feit
Titan heeft wolken en regen
In de atmosfeer van Titan vindt een actieve vloeistofkringloop plaats met koolwaterstoffen.
Feit
Op Titan regent het geen water
De oppervlaktetemperatuur van Titan is zo laag dat waterijs er grotendeels als gesteente gedraagt.
Feit
De regen op Titan bestaat uit vloeibare koolwaterstoffen
Vooral methaan en ethaan kunnen op Titan condenseren en als regen op het oppervlak vallen.
Feit
Titan heeft rivieren en meren
Vloeibaar methaan en ethaan kunnen op Titan rivieren, meren en zeeachtige structuren vormen.
Feit
Europa heeft een ijslaag
De maan Europa van Jupiter heeft een oppervlak dat grotendeels uit waterijs bestaat.
Feit
Europa vertoont scheuren in het ijsoppervlak
De beweging van het ijs en getijdenkrachten veroorzaken uitgebreide breuken en richels.
Feit
De zwaartekracht van Jupiter beïnvloedt Europa sterk
De enorme zwaartekracht van Jupiter veroorzaakt samen met andere manen sterke getijdenkrachten op Europa.
Feit
Getijdenkrachten kunnen warmte produceren in het binnenste van manen
Door voortdurende vervorming van een maan kan mechanische energie worden omgezet in warmte.
Feit
Io heeft daardoor veel vulkanische activiteit
Sterke getijdenkrachten van Jupiter en andere manen verwarmen het binnenste van Io.
Feit
Enceladus spuit waterijsdeeltjes de ruimte in
Scheuren rond de zuidpool van Enceladus stoten pluimen van waterdamp en ijsdeeltjes uit.
Feit
Die deeltjes dragen bij aan de E-ring van Saturnus
Materiaal dat uit Enceladus ontsnapt wordt door Saturnus en zijn magnetosfeer verspreid en vormt een belangrijke bron van de E-ring.
Feit
Ganymedes heeft een eigen magnetisch veld
Ganymedes is de enige bekende maan met een intrinsiek magnetisch veld.
Feit
Ganymedes is de grootste maan van het zonnestelsel
Ganymedes is groter in diameter dan de planeet Mercurius, hoewel hij veel minder massa heeft.
Feit
Callisto heeft een zeer oud oppervlak
Het zwaar bekraterde oppervlak wijst op een zeer lange geologische geschiedenis met relatief weinig recente vernieuwing.
Feit
Triton is waarschijnlijk een gevangen object uit de Kuipergordel
De retrograde baan en samenstelling van Triton wijzen erop dat het waarschijnlijk als zelfstandig object werd ingevangen door Neptunus.
Feit
Triton heeft stikstofijs aan het oppervlak
Stikstof kan op het extreem koude oppervlak van Triton als ijs voorkomen.
Feit
Een ster kan zijn leven eindigen als witte dwerg
Sterren met een relatief lage of gemiddelde massa kunnen na hun rode-reuzenfase een compacte witte dwerg achterlaten.
Feit
Een witte dwerg is een zeer compacte stellaire rest
Een witte dwerg bevat ongeveer een stellaire massa samengeperst tot ongeveer de grootte van de aarde.
Feit
Onze zon zal uiteindelijk een witte dwerg worden
Na het verliezen van zijn buitenlagen zal de zon een hete compacte kern achterlaten die langzaam afkoelt.
Feit
De zon zal daarvoor eerst sterk uitzetten als rode reus
Wanneer waterstof in de kern is opgebruikt, zal de zon in een latere levensfase sterk opzwellen.
Feit
Een rode reus kan honderden keren groter zijn dan de oorspronkelijke ster
Tijdens de rode-reuzenfase kunnen sterren hun straal enorm vergroten ten opzichte van hun oorspronkelijke toestand.
Feit
Sterren met veel meer massa kunnen eindigen in supernova's
Massieve sterren kunnen aan het einde van hun leven instorten en daarbij een krachtige supernova veroorzaken.
Feit
Een supernova kan een neutronenster achterlaten
Wanneer een massieve ster instort, kan de overgebleven kern worden samengeperst tot een neutronenster.
Feit
Een nog zwaardere ster kan een zwart gat achterlaten
Bij voldoende zware kernen kan de instorting doorgaan totdat een zwart gat ontstaat.
Feit
Zwarte gaten kunnen botsen
Twee zwarte gaten kunnen in een dubbel systeem naar elkaar toe spiralen en uiteindelijk samensmelten.
Feit
Botsende zwarte gaten kunnen zwaartekrachtsgolven produceren
De snelle beweging van zeer compacte massa's vervormt de ruimtetijd en zendt zwaartekrachtsgolven uit.
Feit
Zwaartekrachtsgolven zijn rimpelingen in de ruimtetijd
Het zijn voortplantende veranderingen in de geometrie van ruimtetijd die door versnellende massa's kunnen worden opgewekt.
Feit
Zwaartekrachtsgolven kunnen met speciale detectoren worden gemeten
Interferometers zoals LIGO meten extreem kleine veranderingen in afstand die door zwaartekrachtsgolven worden veroorzaakt.
Feit
De eerste directe detectie van zwaartekrachtsgolven vond plaats in 2015
LIGO detecteerde in september 2015 voor het eerst rechtstreeks een zwaartekrachtsgolf van samensmeltende zwarte gaten.
Feit
De detectoren LIGO gebruiken kilometerslange armen
De twee loodrechte armen van LIGO zijn kilometers lang en vormen samen een uiterst gevoelige laserinterferometer.
Feit
LIGO gebruikt laserlicht om extreem kleine lengteveranderingen te meten
Laserinterferometrie maakt het mogelijk om minuscule relatieve veranderingen in de lengte van de detectorarmen te detecteren.
Feit
Zwaartekrachtsgolven reizen met de lichtsnelheid
Volgens de algemene relativiteitstheorie verspreiden zwaartekrachtsgolven zich door vacuüm met de lichtsnelheid.
Feit
Een pulsar kan zeer regelmatig radiosignalen uitzenden
Een snel roterende neutronenster kan bundels straling uitzenden die vanaf de aarde als regelmatige pulsen worden waargenomen.
Feit
Sommige pulsars worden gebruikt als kosmische klokken
De zeer regelmatige rotatie van sommige pulsars maakt ze bruikbaar voor uiterst nauwkeurige astronomische metingen.
Feit
Neutronensterren kunnen sneller roteren dan honderden omwentelingen per seconde
Sommige millisecondepulsars draaien honderden keren per seconde om hun as.
Feit
Magnetars hebben extreem sterke magnetische velden
Magnetars behoren tot de sterkst gemagnetiseerde bekende objecten in het heelal.
Feit
Een magnetar is een bijzonder type neutronenster
Een magnetar is een neutronenster waarvan de extreme magnetische activiteit een belangrijk onderdeel van zijn gedrag vormt.
Feit
Quasars behoren tot de helderste objecten in het verre heelal
Quasars kunnen enorme hoeveelheden energie uitstralen vanuit zeer compacte gebieden rond superzware zwarte gaten.
Feit
Een quasar wordt aangedreven door materiaal rond een superzwaar zwart gat
Materiaal dat naar een zwart gat toe valt vormt een heet accretiesysteem dat grote hoeveelheden straling kan produceren.
Feit
Materiaal rond een zwart gat kan extreem heet worden
Door wrijving, compressie en zwaartekracht kan gas in een accretieschijf tot zeer hoge temperaturen worden verhit.
Feit
Een accretieschijf kan grote hoeveelheden energie uitstralen
Bij het naar binnen vallen van materie kan een deel van de zwaartekrachtsenergie worden omgezet in elektromagnetische straling.
Feit
Sterrenstelsels bevatten vaak veel meer donkere materie dan zichtbare materie
De beweging van sterren en gas wijst erop dat sterrenstelsels meestal worden omgeven door veel meer onzichtbare massa.
Feit
Donkere materie zendt voor zover bekend geen zichtbaar licht uit
Donkere materie is niet rechtstreeks waargenomen via licht maar wordt vooral afgeleid uit haar zwaartekrachteffecten.
Feit
Het bestaan van donkere materie wordt onder andere afgeleid uit zwaartekrachteffecten
Sterrenstelsels, clusters en de kosmische achtergrondstraling vertonen effecten die moeilijk uitsluitend met zichtbare materie te verklaren zijn.
Feit
Donkere energie wordt gebruikt als naam voor een onbekende oorzaak van versnelde kosmische uitdijing
De term verwijst naar het verschijnsel dat de uitdijing van het heelal versnelt en waarvan de onderliggende oorzaak onbekend is.
Feit
De aard van donkere energie is nog niet volledig bekend
Astronomen onderzoeken nog steeds of donkere energie een constante, een dynamisch veld of iets anders vertegenwoordigt.
Feit
Het heelal bevat enorme leegtes tussen grote structuren
Tussen clusters en superclusters bevinden zich uitgestrekte gebieden met relatief weinig sterrenstelsels.
Feit
Sterrenstelsels zijn gegroepeerd in clusters
Door zwaartekracht kunnen honderden of duizenden sterrenstelsels samen een cluster vormen.
Feit
Clusters kunnen deel uitmaken van superclusters
Clusters en groepen sterrenstelsels kunnen op grotere schaal onderdeel zijn van complexe superstructuren.
Feit
De Melkweg maakt deel uit van de Lokale Groep
Onze Melkweg behoort samen met onder andere Andromeda en kleinere sterrenstelsels tot de Lokale Groep.
Feit
De Lokale Groep bevat tientallen bekende sterrenstelsels
De groep bestaat uit enkele grote sterrenstelsels en vele kleinere dwergstelsels.
Feit
De Andromedanevel is een groot sterrenstelsel
Andromeda is een groot spiraalstelsel en is het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel van de Melkweg.
Feit
Andromeda is vergelijkbaar met de Melkweg
Beide zijn grote spiraalstelsels met veel sterren, gas, stof en een centrale superzware zwarte massa.
Feit
Andromeda staat ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar van ons vandaan
Het sterrenstelsel bevindt zich op ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar afstand van de aarde.
Feit
Het licht dat we nu van Andromeda zien is miljoenen jaren oud
Het licht heeft ongeveer 2,5 miljoen jaar nodig gehad om van Andromeda naar ons te reizen.
Feit
De Melkweg en Andromeda beïnvloeden elkaar zwaartekrachtmatig
De twee grote sterrenstelsels trekken elkaar aan en bewegen binnen de Lokale Groep ten opzichte van elkaar.
Feit
Hun toekomstige interactie duurt miljarden jaren
Een eventuele fusie van de twee sterrenstelsels is een proces dat zich over zeer lange kosmische tijdschalen voltrekt.
Feit
Een lichtjaar is een afstandseenheid
Een lichtjaar wordt gebruikt om enorme astronomische afstanden uit te drukken en is geen eenheid van tijd.
Feit
Een lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt
Deze afstand bedraagt ongeveer 9,46 biljoen kilometer.
Feit
Een parsec is een andere astronomische afstandseenheid
De parsec wordt veel gebruikt in de astronomie voor afstanden tussen sterren en sterrenstelsels.
Feit
Een parsec is ongeveer 3,26 lichtjaar
Eén parsec komt overeen met ongeveer 3,26 lichtjaar.
Feit
Astronomen gebruiken parallax om afstanden tot nabije sterren te meten
Door de schijnbare positie van een ster vanuit verschillende posities van de aarde te vergelijken kan de afstand worden berekend.
Feit
Parallax ontstaat doordat de aarde gedurende haar baan vanuit verschillende posities kijkt
De beweging van de aarde rond de zon zorgt ervoor dat nabije sterren gedurende het jaar een kleine schijnbare verschuiving vertonen.
Feit
Hoe verder een ster staat, hoe kleiner de parallax
De schijnbare verschuiving neemt af naarmate de afstand tot de ster groter wordt.
Feit
Voor zeer verre sterren worden andere afstandsmethoden gebruikt
Bij grote afstanden is de parallax te klein en worden onder andere standaardkaarsen en roodverschuivingsmetingen gebruikt.
Feit
Cepheïden zijn veranderlijke sterren die als afstandsindicator kunnen dienen
Hun periode van helderheidsverandering hangt samen met hun intrinsieke helderheid waardoor hun afstand kan worden geschat.
Feit
Supernova's van type Ia kunnen eveneens als kosmische afstandsindicator worden gebruikt
Hun vergelijkbare intrinsieke helderheid maakt ze bruikbaar om afstanden over zeer grote kosmische schalen te bepalen.
Feit
Een kano kan worden voortbewogen zonder dat de peddel aan de boot vastzit
Een kanopeddel wordt vrij met de handen bewogen en heeft geen vaste verbinding met de boot.
Feit
Bij kanoën heeft de peddel geen vast draaipunt zoals bij roeien
Bij roeien zijn de riemen aan de boot bevestigd, terwijl een kanopeddel volledig los wordt gebruikt.
Feit
Een kajak gebruikt traditioneel een dubbelbladige peddel
Een kajakpeddel heeft aan beide uiteinden een blad waardoor afwisselend links en rechts kan worden gepeddeld.
Feit
Een Canadese kano wordt traditioneel met een enkelbladige peddel gevaren
De traditionele Canadese kano wordt meestal voortbewogen met een peddel met één blad.
Feit
Sommige traditionele kano's werden uit één boomstam gemaakt
Een uitgeholde boomstam vormt een eenvoudige maar zeer oude constructie voor een boot.
Feit
Uitgeholde boomstamkano's behoren tot de oudste typen boten
Archeologische vondsten laten zien dat mensen al duizenden jaren geleden uitgeholde boomstammen als vaartuig gebruikten.
Feit
Traditionele kano's werden ook gemaakt van boomschors
In verschillende gebieden werden kano's gebouwd met een houten geraamte en een bekleding van boomschors.
Feit
Sommige traditionele kano's werden met dierenhuiden bekleed
In koude gebieden werden vaartuigen gemaakt met frames die met huiden van dieren werden bekleed.
Feit
De vorm van een kano kan sterk verschillen afhankelijk van het gebruik
Vorm, lengte, breedte en stabiliteit worden aangepast aan bijvoorbeeld rivieren, meren, zee of wildwater.
Feit
Een smalle kano heeft doorgaans minder weerstand in het water dan een brede kano
Een smalle romp heeft bij vergelijkbare omstandigheden meestal minder nat oppervlak en waterweerstand.
Feit
Een kano kan lichter zijn dan veel andere typen boten van vergelijkbare lengte
Door eenvoudige rompvormen en lichte materialen kunnen kano's relatief weinig wegen.
Feit
Sommige traditionele kano's waren tientallen meters lang
Vooral grote kano's voor oceaanreizen en vervoer konden uitzonderlijk lang en geschikt voor veel bemanning zijn.
Feit
Kano's werden oorspronkelijk gebruikt voor vervoer over rivieren en meren
Vaartuigen met een kanoachtige constructie maakten vervoer over waterwegen veel gemakkelijker dan vervoer over land.
Feit
Kano's werden door verschillende volkeren gebruikt voor jacht en visserij
Kano's boden toegang tot visrijke wateren en maakten het mogelijk dieren vanaf het water te benaderen.
Feit
Een kano kan door één persoon worden voortbewogen
Een geschikte kano kan met één peddelaar efficiënt worden bestuurd en voortbewogen.
Feit
Een kano kan ook door meerdere peddelaars worden voortbewogen
Grotere kano's kunnen meerdere zitplaatsen hebben zodat verschillende peddelaars gezamenlijk snelheid en kracht leveren.
Feit
Een kajakker kan met één peddel aan beide kanten van de boot peddelen
Door afwisselend aan beide zijden te peddelen kan een kajakker snelheid en koers controleren.
Feit
Een kano kan worden ontworpen voor rustig water of juist voor wildwater
Rompvorm en constructie verschillen afhankelijk van de eisen van het vaargebied.
Feit
Een wildwaterkano is korter en wendbaarder dan veel toerkanos
Een korte romp maakt snelle koerscorrecties en draaien in sterk stromend water gemakkelijker.
Feit
Een zeekano is ontworpen voor varen op groter en ruwer water
Zeekano's hebben doorgaans een langere romp en voorzieningen die geschikt zijn voor open water en langere tochten.
Feit
De peddeltechniek heeft grote invloed op de koers van een kano
De plaats, richting en kracht van iedere peddelslag bepalen mede hoe de kano beweegt.
Feit
Door aan één kant te peddelen kan een kano van richting veranderen
Een asymmetrische peddelkracht veroorzaakt een draaiende beweging van de kano.
Feit
Een kano kan door de peddelaar worden gekanteld om sneller te draaien
Door de kano gecontroleerd op zijn kant te leggen kan de vorm van de romp worden benut om scherper te sturen.
Feit
De stabiliteit van een kano hangt onder andere af van de breedte en rompvorm
Een bredere romp is vaak aanvankelijk stabieler, terwijl een smallere romp andere vaar- en stuurvoordelen kan bieden.
Feit
Een kano kan ook met een zeil worden uitgerust
Sommige kano's zijn ontworpen of aangepast om naast peddelen ook windkracht te benutten.
Feit
Sommige traditionele kano's waren speciaal ontworpen voor lange zeereizen
In verschillende culturen werden kanoachtige vaartuigen ontwikkeld die geschikt waren voor open zee en lange afstanden.
Feit
De kano speelde een belangrijke rol bij vervoer in gebieden met veel waterwegen
Op plaatsen met veel rivieren, meren en kustwateren vormden kano's een efficiënt vervoermiddel.
Feit
Kano's werden gebruikt lang voordat moderne motorboten bestonden
Menselijke vaartuigen werden duizenden jaren voortbewogen met spierkracht, peddels, zeilen en stroming.
Feit
Een uitgeholde boomstam kan door het verwijderen van hout aanzienlijk lichter worden
Door het binnenste van een stam te verwijderen ontstaat een drijvende romp met relatief weinig materiaal.
Feit
Bij traditionele boomstamkano's werd hout met vuur en gereedschap uitgehold
Vuur kon hout verzachten en verwijderen, waarna gereedschap werd gebruikt om de romp verder uit te werken.
Feit
Moderne kano's worden onder andere gemaakt van kunststof
Polyethyleen en andere kunststoffen worden veel gebruikt vanwege hun duurzaamheid en relatief lage onderhoud.
Feit
Moderne kano's kunnen ook van aluminium worden gemaakt
Aluminium kano's zijn sterk, onderhoudsarm en bestand tegen veel mechanische belasting.
Feit
Composietmaterialen worden gebruikt voor lichte en stijve kano's
Materialen zoals glasvezel en koolstofvezel kunnen sterke en relatief lichte rompen opleveren.
Feit
De naam kajak komt uit talen van Inuit en andere Arctische volken
Het woord is via Europese talen afkomstig uit Arctische talen waarin traditionele huidboten werden aangeduid met vergelijkbare woorden.
Feit
Traditionele kajaks werden vaak gemaakt met een houten frame en een waterdichte huid
Houten frames werden onder andere bekleed met zeehondenhuid of andere waterdichte huiden.
Feit
Een traditionele kajak had vaak een gesloten cockpit rond de peddelaar
De gesloten cockpit hielp de peddelaar beschermen tegen koud water en wind.
Feit
Een kano en kajak verschillen vooral in bouw, zitpositie en type peddel
Een kajak heeft traditioneel een dubbelbladige peddel en een lagere zitpositie, terwijl een Canadese kano meestal een enkelbladige peddel gebruikt.
Feit
Een vos behoort tot de familie van de hondachtigen
Vossen behoren tot de familie Canidae, waartoe ook honden, wolven, jakhalzen en andere hondachtigen behoren.
Feit
De rode vos is een van de meest wijdverspreide soorten hondachtigen
De rode vos komt van nature voor in grote delen van het noordelijk halfrond en is daarnaast op andere plaatsen geïntroduceerd.
Feit
Rode vossen kunnen zich aanpassen aan stedelijke gebieden
Ze kunnen voedsel en schuilplaatsen vinden in parken, tuinen en andere menselijke omgevingen.
Feit
Een vos eet niet uitsluitend vlees
Vossen zijn omnivoren en kunnen naast dierlijk voedsel ook plantaardig materiaal eten.
Feit
Vossen kunnen ook fruit en andere plantaardige voedingsmiddelen eten
Afhankelijk van seizoen en beschikbaarheid eten vossen onder andere bessen, vruchten en andere plantaardige producten.
Feit
Vossen gebruiken geurmarkering om hun territorium te markeren
Urine, uitwerpselen en geurklieren leveren chemische signalen waarmee vossen informatie over hun aanwezigheid verspreiden.
Feit
Vossen communiceren ook met geluiden en lichaamstaal
Ze gebruiken onder andere blaffen, janken, grommen en verschillende houdingen om met soortgenoten te communiceren.
Feit
De staart van een vos helpt bij het bewaren van zijn evenwicht
De lange staart kan als tegengewicht dienen tijdens rennen, springen en scherpe bewegingen.
Feit
Een vos kan zijn staart gebruiken als warme bedekking tijdens het rusten
Een vos kan zijn dikke staart rond het lichaam leggen om warmteverlies tijdens rust te beperken.
Feit
De staart kan ook een rol spelen bij communicatie
De houding en beweging van de staart kunnen informatie geven over de toestand of intenties van een vos.
Feit
Niet alle vossen hebben een rode vacht
Vossenvacht kan afhankelijk van soort en kleurvariant sterk verschillen.
Feit
Rode vossen kunnen ook zwart, zilverachtig of goudkleurig zijn
De rode vos kent meerdere natuurlijke kleurvormen die onder andere rood, zwart, zilver en goud kunnen zijn.
Feit
Een groep vossen wordt in het Engels een skulk genoemd
Skulk is een Engelstalige verzamelnaam die soms voor een groep vossen wordt gebruikt.
Feit
De fennek is de kleinste soort binnen de hondachtigen
De fennek is de kleinste levende soort binnen de familie Canidae.
Feit
Een volwassen fennek weegt meestal ongeveer één kilogram
Volwassen fenneks wegen doorgaans ongeveer één tot anderhalve kilogram, waarbij mannetjes vaak wat zwaarder zijn.
Feit
De oren van een fennek kunnen ongeveer 10 tot 15 centimeter lang worden
Voor zo'n klein dier zijn de oren uitzonderlijk groot en kunnen ze ongeveer vijftien centimeter bereiken.
Feit
Een fennek heeft relatief gezien de grootste oren van alle hondachtigen
De enorme oren vormen een opvallend kenmerk en zijn sterk aangepast aan het leven in een hete woestijn.
Feit
De grote oren van een fennek helpen bij het afvoeren van warmte
Een groot oppervlak met veel bloedvaten maakt warmteafgifte aan de omgeving gemakkelijker.
Feit
Een fennek gebruikt zijn grote oren ook om prooien te horen
Het zeer goede gehoor helpt bij het lokaliseren van kleine dieren die zich onder zand of begroeiing bevinden.
Feit
Een fennek kan prooien onder het zand horen
Door zijn scherpe gehoor kan een fennek geluiden van kleine prooien onder het oppervlak detecteren.
Feit
Een fennek jaagt meestal 's nachts
Nachtelijke activiteit helpt de fennek extreme hitte overdag te vermijden.
Feit
Een fennek kan met alle vier zijn poten tegelijk graven
Bij het graven gebruikt het dier zijn krachtige poten om snel zand uit een hol te verwijderen.
Feit
De poten van een fennek zijn bedekt met dikke haren
De haren helpen bij het lopen over heet en los zand en beschermen de voetzolen.
Feit
De behaarde poten beschermen een fennek tegen heet zand
De dichte beharing werkt als isolatie tussen de voetzolen en het hete woestijnoppervlak.
Feit
Een fennek kan lange tijd zonder rechtstreeks water te drinken
Hij haalt veel vocht uit voedsel en heeft fysiologische aanpassingen die waterverlies beperken.
Feit
Een fennek haalt een deel van zijn vocht uit zijn voedsel
Insecten, knaagdieren en andere prooien bevatten vocht dat bijdraagt aan de waterbehoefte.
Feit
Een fennek leeft in de Sahara en andere droge gebieden van Noord-Afrika
De soort komt voor in droge zand- en woestijngebieden van Noord-Afrika.
Feit
Fenneks slapen overdag vaak in ondergrondse holen
De holen beschermen tegen hoge temperaturen en bieden een koelere rustplaats.
Feit
Een fennekhol kan uit meerdere tunnels bestaan
Een hol kan een netwerk van gangen en kamers bevatten die bescherming bieden tegen hitte en roofdieren.
Feit
Een fennekhol kan tunnels van ongeveer tien meter lang bevatten
Sommige holen kunnen verrassend uitgebreid zijn en verschillende meters aan gangen bevatten.
Feit
Fenneks kunnen meerdere ingangen naar hun hol hebben
Meerdere ingangen bieden alternatieve vluchtwegen en kunnen de ventilatie verbeteren.
Feit
Fenneks kunnen in familiegroepen leven
Buiten de voortplantingsperiode kunnen ze in kleine familiegroepen samenleven.
Feit
Fenneks kunnen onderling veel verschillende geluiden maken
Ze gebruiken verschillende geluiden zoals blaffen, piepen, janken en grommen voor communicatie.
Feit
Een fennek kan harder hijgen om overtollige warmte kwijt te raken
Hijgen verhoogt de verdamping van vocht in de luchtwegen en helpt lichaamswarmte af te voeren.
Feit
Een fennek kan vanuit stilstand ongeveer één meter hoog springen
Door zijn krachtige achterpoten kan een fennek relatief hoog springen voor zijn kleine lichaamsformaat.
Feit
De vleermuisvos dankt zijn naam aan zijn opvallend grote oren
De zeer grote oren lijken op die van een vleermuis en zijn kenmerkend voor deze Afrikaanse hondachtige.
Feit
De vleermuisvos leeft in delen van Afrika
De soort komt vooral voor in droge en halfdroge gebieden van Oostelijk en zuidelijk Afrika.
Feit
De vleermuisvos kan termieten onder de grond horen
Zijn uitzonderlijk scherpe gehoor helpt bij het lokaliseren van kolonies van termieten.
Feit
De oren van een vleermuisvos kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen
Onafhankelijke oorbewegingen helpen de richting van zwakke geluiden nauwkeuriger bepalen.
Feit
Een vleermuisvos gebruikt zijn oren om de richting van geluid te bepalen
Door kleine verschillen in aankomsttijd van geluid tussen beide oren kan de richting worden bepaald.
Feit
Een vleermuisvos eet voornamelijk insecten
Het dieet bestaat vooral uit sociale insecten zoals termieten en mieren.
Feit
Bij sommige vleermuisvossen bestaat ongeveer 90 tot 95 procent van het voedsel uit insecten
Insecten vormen bij deze soort het overgrote deel van het dieet, vooral tijdens perioden waarin ze overvloedig beschikbaar zijn.
Feit
Vleermuisvossen kunnen samen met een partner en jongen leven
Ze vormen vaak paargebonden familiegroepen waarin volwassenen en jongen samenleven.
Feit
De mannetjes van vleermuisvossen helpen actief bij de verzorging van de jongen
Mannetjes kunnen voedsel aandragen en bijdragen aan bescherming en verzorging van de jongen.
Feit
Een vleermuisvos kan meer dan veertig tanden hebben
Het gebit is aangepast aan een dieet met veel kleine insecten en is relatief fijn gebouwd.
Feit
De rode vos kan alleen jagen
Rode vossen zoeken vaak zelfstandig naar voedsel, ook wanneer ze in hetzelfde gebied als andere vossen leven.
Feit
Niet alle vossen leven dus in roedels
Veel vossen leven solitair of in kleine familiegroepen en hebben niet dezelfde sociale structuur als wolven.
Feit
Een vos kan uitstekend horen
Het gehoor van vossen is gevoelig voor hoge frequenties en helpt bij het vinden van kleine prooien.
Feit
Een vos kan kleine prooien lokaliseren zonder ze direct te zien
Door geluiden uit de bodem of begroeiing te volgen kan een vos de positie van een prooi bepalen.
Feit
Vossen gebruiken holen om hun jongen te beschermen
Een hol biedt beschutting tegen weer, roofdieren en andere gevaren tijdens de kwetsbare jeugdperiode.
Feit
Een vos kan een bestaand hol van een ander dier gebruiken
Vossen kunnen bestaande holen uitbreiden of gebruiken wanneer die geschikt zijn als schuilplaats.
Feit
Vossen kunnen meerdere holen binnen hun leefgebied hebben
Verschillende schuilplaatsen kunnen worden gebruikt afhankelijk van omstandigheden en locatie.
Feit
Jonge vossen worden pups genoemd
Pups worden blind en hulpeloos geboren en zijn in het begin volledig afhankelijk van hun moeder.
Feit
Een vrouwelijke vos wordt in het Engels een vixen genoemd
Vixen is de gebruikelijke Engelse term voor een vrouwelijke vos.
Feit
Een mannelijke vos wordt in het Engels een dog genoemd
Dog is in het Engels een van de termen die voor een mannelijke vos wordt gebruikt.
Feit
De poolvos is aangepast aan leven in extreem koude gebieden
De soort heeft onder andere een zeer isolerende vacht en compacte lichaamsvorm om warmteverlies te beperken.
Feit
De vacht van een poolvos verandert per seizoen
De wintervacht is dikker en vaak wit, terwijl de zomervacht meestal donkerder en dunner is.
Feit
De poolvos heeft in de winter een veel dikkere vacht
De wintervacht is een van de dichtste vachten onder zoogdieren en biedt sterke isolatie.
Feit
De fennek en poolvos zijn allebei vossen maar leven in vrijwel tegenovergestelde klimaten
De fennek is gespecialiseerd in hete woestijnen terwijl de poolvos in koude poolgebieden leeft.
Feit
De fennek is aangepast aan hitte terwijl de poolvos aangepast is aan kou
Hun lichaamsvorm, oren, vacht en gedrag zijn aangepast aan tegengestelde thermische omstandigheden.
Feit
Grote oren helpen de fennek warmte kwijt te raken
De grote oren hebben een groot oppervlak waardoor lichaamswarmte gemakkelijker kan worden afgegeven.
Feit
Kleine oren bij pooldieren helpen juist warmteverlies te beperken
Kleinere uitstekende lichaamsdelen hebben relatief weinig oppervlak en beperken warmteverlies in koude omstandigheden.
Feit
Een vos kan zijn oren gebruiken om zeer precies naar geluiden te luisteren
De beweeglijke oren kunnen afzonderlijk worden gericht om geluiden nauwkeuriger te lokaliseren.
Feit
Vossen kunnen hun oren gebruiken als onderdeel van hun lichaamstaal
De stand van de oren kan samen met houding en staartbewegingen informatie over gedrag geven.
Feit
Een vos kan zijn staart omhoog, omlaag of zijwaarts houden afhankelijk van de situatie
De staartpositie verandert onder andere bij alertheid, sociale interactie en beweging.
Feit
Vossen hebben geurklieren waarmee ze geuren kunnen verspreiden
Geurklieren produceren chemische signalen die een rol spelen bij territorium en communicatie.
Feit
Een vos kan zijn territorium markeren met urine en uitwerpselen
Deze geurmarkeringen geven andere vossen informatie over aanwezigheid en territoriale grenzen.
Feit
De fennek gebruikt zijn ondergrondse hol als bescherming tegen zowel hitte als roofdieren
De beschutte gangen bieden een koelere omgeving en een veilige plaats om overdag te rusten.
Feit
De fennek jaagt vooral alleen
Door de kleine prooien en verspreide voedselbronnen is zelfstandig jagen meestal voldoende.
Feit
De fennek kan zelfs prooien vangen die groter zijn dan hijzelf
Ondanks zijn kleine formaat kan hij relatief grote prooien aanvallen wanneer de gelegenheid zich voordoet.
Feit
Een fennek kan onder andere insecten, knaagdieren, hagedissen en vogels eten
Het dieet is gevarieerd en wordt aangepast aan het voedsel dat lokaal beschikbaar is.
Feit
Een fennek eet soms ook wortels, vruchten en bladeren
Plantaardig voedsel kan naast dierlijke prooien worden gegeten en levert onder andere vocht.
Feit
De vleermuisvos is gespecialiseerd in het eten van termieten
Zijn gebit en gehoor zijn goed aangepast aan het zoeken en eten van grote hoeveelheden termieten.
Feit
Een vleermuisvos kan tijdens het zoeken naar voedsel tussen grote grazers zoals zebra's voorkomen
Grote grazers verstoren insectenkolonies en maken daardoor soms extra voedsel beschikbaar voor vleermuisvossen.
Feit
De mest van grote grazers trekt insecten aan die de vleermuisvos vervolgens kan eten
Insecten die rond mest voorkomen vormen een aanvullende voedselbron voor deze gespecialiseerde insecteneter.